Home

Van defensie leerde Amber schieten, ligsleuven graven en afzien: ‘Leerzaam, maar Expeditie Robinson heeft leukere spellen’

Militaire training De 25-jarige Amber Diele volgde de Nationale Weerbaarheidstraining waarmee defensie reservisten probeert te werven. Ze hield een dagboek bij over alle ontberingen („Ik weet nog precies het moment dat ik knapte”) en alles wat ze leerde, bijvoorbeeld over zelfontplooiing en schieten met The beauty and the beast, haar semiautomatische geweer.

Amber Diele nam deel aan de Nationale Weerbaarheidstraining van defensie. Ze behoort tot de eerste lichting reservisten van de nieuwe opleiding.

Elke zondagavond om acht uur zat ze klaar voor de televisie. „Expeditie Robinson sloeg ik – bijna – nooit over”, vertelt Amber Diele (25) over het populaire RTL-programma dat een kleine twintig deelnemers volgt terwijl ze mentaal en fysiek op de proef worden gesteld op een onbewoond eiland. „De avonturen. Het overleven in de natuur. Je eigen grenzen verkennen. Ik vond het schitterend.”

Toen in het najaar van 2025 op haar werk een e-mail van defensie rondging over de Nationale Weerbaarheidstraining (NWT), was Dieles belangstelling meteen gewekt. Het programma biedt burgers de kans tien weken lang te oefenen in militaire basisvaardigheden als bivak (oefenen en overnachten in het veld), stormbaan en schietvaardigheid, bood precies het type uitdaging dat Diele zo prikkelde bij Expeditie Robinson.

En dat niet alleen. „Ik vond het een mooie kans,” zegt Diele, „om iets voor mijn land te doen.” Daarbij kreeg ze gedurende de tien weken haar loon doorbetaald door haar werkgever Picnic, die een vergoeding van defensie kreeg voor Dieles afwezigheid. Ook pasten de leiderschapstrainingen van het NWT bij haar professionele ambities. Diele is chef van twee ‘filialen’ (hubs) van Picnic in Almelo en Enschede en wil doorgroeien als leidinggevende.

In oktober meldde Diele zich aan bij defensie. Samen met 122 anderen kwam ze door de keuringsrondes (een gesprek en een fysieke test). Sinds begin november (onderbroken door vijf vrije weekenden en twee vrije kerstweken) volgden ze verspreid over het land een intensief programma. Bij de slotceremonie in januari op het marineterrein in Amsterdam kregen 106 deelnemers een baret en een certificaat dat recht geeft op een functie als reservist (van de zestien afvallers moest de helft stoppen vanwege blessures). Op deze manier wil defensie het reservistenbestand uitbreiden van de huidige negenduizend naar pakweg twintigduizend in 2030. 

NRC volgde Diele sinds oktober om te achterhalen hoe het een burger vergaat die vrijwillig militair wordt. Welke grenzen worden overschreden wanneer je je, in de woorden van de Amerikaanse socioloog Erving Goffman (1922-1982), onderwerpt aan de regels van „totale instituties”? Goffman doelde op hiërarchisch instellingen als leger, klooster, gevangenis of gesloten psychiatrische kliniek, die het leven van een individu volledig beheersen en gehoorzaamheid verlangen. Goffmans concludeerde na veldonderzoek in een gesloten psychiatrisch ziekenhuis: zulke totale instituties veranderen de burger. Het individu wordt bijvoorbeeld gevoeliger voor regels.

NRC sprak Diele twee keer (in oktober en januari) in een café in Amersfoort en vroeg haar een dagboek bij te houden. Defensie gaf de verslaggever en fotograaf van NRC drie keer toestemming haar activiteiten ter plekke te bezoeken en fotograferen, in Amsterdam en Stroe. De volgende tekst is de weerslag van de gesprekken met Diele en observaties uit haar dagboek.

Amber versus de stormbaan, die onder meer bestaat uit klimmen.

En balanceren.

En kruipen door het zand.

Waarna het tijd is voor rust en schaften.

BivakWaarom dóé ik dit eigenlijk?

„We waren pas twee, drie dagen op weg toen twee van de vier vrouwen in onze groep afvielen. Ook onder de mannen waren er meteen afvallers, maar dat viel minder op. Wij bleven met z’n tweeën als vrouw over en zeiden tegen elkaar: wij gaan dus níét stoppen. Wij laten elkaar níét in de steek. Eigenlijk gek, want je kent elkaar dan pas drie dagen en de andere vrouw was ook nog eens zeven jaar jonger dan ik – pas achttien. Maar we vonden niet alleen dat we als vrouwen goed moesten blijven presteren, het was ook een kwestie van solidariteit. Als één van ons ook nog eens zou afvallen, was het voor de laatst overgeblevene nog veel zwaarder. Gelukkig hebben we samen de eindstreep gehaald.

„We letten goed op elkaar. Die lieverd had een keer mijn kleren in een waterdichte tas gedaan voordat ik op bivak ging. Ook hadden we allebei een Swiffer van huis meegenomen toen we een keer een weekend naar huis mochten; daardoor konden we onze kamer sneller schoonmaken dan de rest! Of ik het zonder haar – en trouwens ook zonder een paar mannen in onze groep – had gered, betwijfel ik echt.

„Door de twee afvallers hadden wij meer ruimte in onze kamer. Het uithangen van onze slaapzakken werd een stuk makkelijker. Dat was hard nodig, zeker als we op bivak waren geweest en totaal natgeregend waren. Tijdens onze eerste bivak, begin december op het landmachtterrein in Stroe, raakte ik ’s nachts helemaal doorweekt. Mijn hele hebben en houden – uniform, rugzak, scherfvest, helm, wapen – zat ook nog eens onder het zand en de modder. Dat was de eerste keer dat ik dacht: ‘Ik ga dit never nooit volhouden. Waarom dóé ik dit eigenlijk?’

„Ik weet nog precies het moment dat ik knapte: toen ik een ligsleuf moest graven waarin je ‘de vijand’ ligt op te wachten. We dachten dat we het goed hadden gedaan, maar toen zei de wachtmeester: ‘Gooi maar weer dicht! Niet diep genoeg! Alles opnieuw!’ Toen dacht ik: ‘Hou op! Ik wil niet meer! Haal me weg!’ De tranen rolden over m’n wangen. Ik miste mijn vriend ook nog eens ontzettend. In het begin mochten we in het weekend niet naar huis.

„Die waarom-vraag heb ik eigenlijk nooit goed beantwoord. Je zit in een strak ritme en nadat je hebt zitten janken, ga je gewoon door. Je kunt er echt niet even uitstappen om lekker met jezelf in gesprek te gaan. Wat ook hielp: de volgende dag, toen het licht werd, begon er een winterzonnetje te schijnen. Dan ziet de wereld er alweer een stuk beter uit.

”Uitgerekend die dag vroeg defensie of ze me op camera konden interviewen voor een promotiefilmpje over de NWT, dat op YouTube kwam; Dennis Draait Mee. Nou jongens, dacht ik, lekkere timing! Maar je doet het toch. Je doet flink voor die camera. Je wil vooral niet de indruk wekken dat je net uit een mental breakdown komt.

„Toen ik het later weer eens fysiek zwaar had, zei ik tegen mezelf: hé Amber, jij wilde toch zo graag je grenzen verkennen en verleggen? Jij moest toch zo nodig je weerbaarheid vergroten en persoonlijke ontwikkeling doormaken? Nou dan! Het kan niet anders dan dat je jezelf gigantisch tegenkomt. Het is niet leuk om over je grenzen heen te gaan, maar wel heel interessant om mee te maken en iets om later waanzinnig trots op te zijn.”

Colt C7Ik ben een prima schutter, dat durf ik wel te zeggen

„Ik wist dat er een schiettraining op het programma stond. Niet alleen met losse flodders of in een simulator, maar ook schieten met scherp, met echte kogels. Als zeventienjarige puber had ik tijdens een vakantie op een schietbaan in Amerika eens ‘voor de leuk’ geschoten. Met trillende handjes, dat wel. Maar de mogelijkheid dat ik ooit iemand zou moeten doodschieten, daar had ik nooit echt over nagedacht. Ik denk wel dat ik het doodschieten van een ander mentaal aan zou kunnen. Het doet waarschijnlijk heel veel met je, maar ik realiseer me dat het in zo’n situatie gewoon ‘hij of ik’ is.

„Defensie had in de voorlichting wel genoemd dat we met scherp gingen schieten. Maar het geruststellende gevoel overheerste dat we op een prettige manier werden voorbereid op wat best een heftig moment kon worden. Uiteindelijk vond ik dit onderdeel niet zwaar, veel minder zwaar bijvoorbeeld dan die ligsleuf graven. Dat kwam doordat ik tijdens de schiettraining veel minder moe was dan tijdens de bivak. Je weerbaarheid is dan groter. Je hebt meer zelfcontrole.

„Wat ook een rol speelde: je gaat met babystapjes door die schietopleiding heen. Al vroeg, in de eerste week, leer je je wapen kennen in een lokaal op de kazerne. We hadden een Colt C7, een semiautomatisch geweer. Je leert het uit elkaar halen, weer in elkaar zetten, je kijkt hoe het precies werkt. Als je dat wapen gaat dragen, mag je het ook een naam geven. Het idee is dat je dan meer één wordt met je wapen. Ik noemde het mijne The beauty and the beast. Ik vond het heerlijk om haar te onderhouden en mooi en schoon om me heen te hangen. Tegelijkertijd is het verschrikkelijk irritant om het wapen de hele tijd, bijvoorbeeld tijdens bivak, met je mee te moeten dragen. Een mooi wapen, maar een beest om te dragen en mee te schieten.

„Het schieten zelf wordt ook stapje voor stapje opgebouwd. Eerst de simulator in Ermelo, de ‘sim’. Hier voel je voor het eerst de terugslag van het wapen. Je leert ook verschillende schiethoudingen: staand, hurkend – hartstikke zwaar voor je armen – zittend, maar ook liggend op de grond achter je wapen, dat je op pootjes zet. In de verte zie je targets, van die schijven die omklappen als je ze raakt. Leuk, want als dat lukt, krijg je een soort kick, een succeservaring. Slagveld en oorlog zijn dan ver weg, hoor.

„Eenmaal buiten ga je eerst contactoefeningen doen. We stonden op linie en moesten het wapen richten in een veilige richting. ‘Bam, bam!’ moesten we dan roepen, alsof we echt schoten. Toen die handelingen er goed in zaten, deden we hetzelfde met losse flodders, waarbij de hulzen uit de patronen kwamen. De terugslag was veel sterker dan in de simulator.

„Pas daarna, richting het eind van het programma, komt het echte schieten. Dat levert een gezonde spanning op in de groep. Sommigen bleken al eerder op een schietbaan te hebben geschoten. Om erin te komen, mag je eerst liggend – de gemakkelijkste schiethouding – vijf schoten lossen op schijven. Eerst ging het bij mij niet goed, waarschijnlijk omdat ik niet recht achter het wapen lag. Na een paar keer schieten en schuiven, merkte ik dat het wapen stabiel bleef liggen. Liggend kon ik vijf van de vijf keer raak schieten. Ik durf mezelf daarom best een prima schutter te noemen!”

Amber klautert door een raam tijdens een training in de Bernhardkazerne in Amersfoort.

En ook dit onderdeel van de stormbaan met touwladders wordt overwonnen.

PsycholoogIn mijn slaap draaide ik mijn haar in een knotje – alsof ik op de kazerne rondliep

„In die tien weken heb ik geloof ik drie keer gepraat met de psycholoog, die beschikbaar is voor de groep. Vooral omdat ik in mijn hoofd aan bleef staan, ook ’s nachts. Ik sliep daardoor regelmatig slecht. In mijn slaap draaide ik mijn haar in een knotje, precies zoals ik het overdag droeg tijdens de training. Kennelijk dacht ik: ik ben op de kazerne en ik moet snel mijn haar in een knotje doen. Of in een vlecht zoals ik op bivak droeg. Vervolgens werd ik wakker omdat mijn hoofd wel erg ongemakkelijk lag door dat knotje. Half in slaap maakte ik dat haar dan weer los, draaide me om en sliep verder. Maar na een paar keer dacht ik: wacht eens even, dit is raar.

„Ik heb daarover goede gesprekken kunnen voeren met de psychotherapeut. Die had het over verschillende Ambers als zelfbeeld: de negatieve Amber, de Amber die wil opgeven, die moest ik een naam geven. Ik noemde haar de luie Amber. Daartegenover stond de zelfverzekerde en perfectionistische Amber, die almaar door wil gaan. En dan heb je de echte Amber. Dan was de vraag: wat wil de echte Amber tegen de luie of de perfectionistische Amber zeggen? Op die manier leer je een gesprek met jezelf te voeren.

„Ook kreeg ik het advies: geef jezelf een compliment, voor desnoods heel kleine dingen, bijvoorbeeld als je gaat eten. Dat heb je goed gedaan, zeg je dan na afloop tegen jezelf. Of denk even aan die kleine geluksmomentjes, bijvoorbeeld toen we met z’n allen op bivak Sinterklaasliedjes zongen tijdens pakjesavond. Op die manier breng je de gelukkige en zware momenten meer met elkaar in evenwicht.

„Hoe gek het misschien ook klinkt, zulke technieken hebben me erg geholpen om door die crisismomenten heen te komen, en met mezelf in gesprek te gaan over mijn perfectionisme. Dat knotje draaien in mijn slaap ging ik ook minder doen.”

AmbassadeurJa, dacht ik, ik ben voor jullie natuurlijk een prachtig rolmodel

„Al bij het begin van de NWT, in november, hadden ze mij gevraagd of ik een soort ambassadeur voor het programma wilde worden. Ze wisten dat ik best goed uit mijn woorden kan komen. Bovendien hadden we les gehad in technieken om een verhaal mooi te vertellen, hoe je de spanning kan opbouwen, bijvoorbeeld. Niet een echte mediatraining met een camera en zo, maar wel nuttig.

„Ik was een van de weinige deelnemers die werk had. Verreweg de meesten – zo’n 90 procent – zit op school, doet een opleiding of zit in een tussenjaar. Defensie wil heel graag het aandeel werkenden binnen de NWT vergroten. Logisch dus dat ze mij in december, de week voor de kerstvakantie, vroegen voor een item in het NOS Journaal. Toen dacht ik al: ‘Ja, ik ben voor jullie natuurlijk een prachtig rolmodel – ik ben jong, ik ben een vrouw en ik werk.’

„Ik vond het niet erg dat ze me voor die ambassadeursfunctie vroegen. Het haalt je even uit je dagelijkse routine. Ook vind ik het leuk om op deze manier anderen te motiveren. Meedoen aan de NWT is een heel mooie ervaring. Ook wilde ik graag dat Picnic, mijn werkgever, goed naar voren kwam. Het is volgens mij het eerste bedrijf dat z’n werknemers het aanbod heeft gedaan om mee te kunnen doen.

„Mijn baas, Michiel Muller is ook langs geweest in Stroe, toen ik daar op bivak was. Hij is hét gezicht van Picnic; íédereen weet wie hij is. Hij schreef over het bezoek op LinkedIn – kort daarna overstroomde mijn telefoon met enthousiaste appjes.”

De opleiding wordt afgerond met een zogeheten barettenparade, die van kleur wordt voorzien met oranje rookfakkels.

De parade in volle gang.

Amber: „Mijn moeder noemt me inmiddels ‘mijn kleine soldaat’, omdat ze zo waanzinnig trots op me is.”

krijgsgevangenExpeditie Robinson is toch leuker

„Van tevoren heb ik gezegd: als het me lukt de training af te maken, wil ik zeker reservist worden. Eentje die regelmatig zijn vaardigheden bijhoudt. Nu zeg ik: laat mij maar slapend reservist worden [iemand die niet actief wordt ingezet en geen reguliere trainingen volgt]. Ik ga wel naar Schiphol als de oorlog uitbreekt om mee te helpen bij bijvoorbeeld de beveiliging. Ik vond de NWT een bijzondere ervaring; ik raakte niet geblesseerd, werd niet ziek – alleen soms niet lekker door bijvoorbeeld suikertekort. En ik vind het belangrijk om inzetbaar te zijn voor mijn land.

„Maar leuk vond ik het lang niet altijd. Veel mensen gingen graag op bivak – het is net zoiets als wildkamperen in Zweden, zeiden ze dan. Ik vond het wel waardevol, maar niet leuk. Wat ik vooral niet prettig vond, was het gedoe eromheen: wacht houden tijdens de nacht, alarm slaan en iedereen wakker roepen als ‘de vijand’ in de buurt was. Sowieso heb ik minder met dat beeld van ‘wij tegen de vijand’. Zo was een onderdeel van de NWT – dat had ik niet zien aankomen – dat je ‘de vijand gevangen moest nemen’. Dat betekent dat als iemand nadert die niet het juiste wachtwoord zegt, dat je dan schreeuwt: ‘Handen omhoog! Laat je zien! Draai je om! Ga op je knieën!’ Je moet hem of haar dan dwingen om te knielen, diegene handboeien omdoen, fouilleren en overdragen.

„‘Een lesje fucking krijgsgevangen maken’, schreef ik in mijn dagboek. Wat heeft dat nou met weerbaarheidstraining te maken? Tijdens dat ‘lesje’ ben ik uit mijn groep gestapt voor een gesprekje met de psycholoog. Wat later, tijdens een bezinningsmoment van geestelijke verzorging waar kaarsjes waren aangestoken en muziek werd gedraaid, besefte ik: ik heb hier veel tranen moeten laten omdat ik hier met veel tegenzin zit.

”De vraag: waarom doe ik dit eigenlijk allemaal, is me blijven bezig houden. Om anderen te plezieren? Doe ik het voor defensie? Voor uw krant omdat u me volgt? Doe ik het voor mijn vriend en mijn moeder, die me inmiddels ‘mijn kleine soldaat’ noemt, omdat ze zo waanzinnig trots op me is? Voor Picnic die graag wil dat ik dit goed afrond? Of heb ik echt een eigen, intrinsieke motivatie? Als ik die heb, zit die toch vooral in mijn persoonlijke ontwikkeling, concludeerde ik. Dat ik me als mens en als leider wil ontwikkelen. Maar dat had ik ook bij Expeditie Robinson kunnen doen. Je wordt daar leuker uitgedaagd, met leukere spellen.

„Toch heb ik juist over leiderschap heel veel geleerd. In de eerste week kwam Ray Klaassens van het televisieprogramma Kamp Van Koningsbrugge langs. Hij kan goed vertellen over karaktervorming en leiderschap. Hoe je wordt gevormd als je voor de vraag staat: zet ik door of geef ik op?

„Afgelopen tien weken wérd ik geleid, in plaats van dat ik zelf leiding gaf, zoals ik gewend was op mijn werk te doen. Dat was ook heel leerzaam. Van nature ben ik een pleaser. Als iemand zich te laat ziek meldde, zei ik als leidinggevende vaak: ‘Goh, wat vervelend voor je, ik ga wel proberen iemand anders te regelen’. Maar ik kan ook zeggen: ‘Die regels zijn er niet voor niks, nu moet ik heel laat iemand anders gaan zoeken die daar niet op gerekend heeft.’ Vooral gaat het erom dat je direct duidelijk bent en eerlijk. Niet leuk misschien, wel leerzaam. Dat heb ik bij defensie geleerd.”

Staatssecretaris Gijs Tuinman (Defensie, BBB) feliciteert de deelnemers van de Nationale Weerbaarheidstraining met het succesvol afronden van het programma.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next