Schaken Tijdens de 88e editie van Tata Steel Chess, het ‘Wimbledon van het schaak’, zijn de elitespelers jonger dan ooit. Het typeert de leeftijdsverschuiving in de schaakwereld, zegt toernooidirecteur Jeroen van den Berg. „Ze reizen al als geroutineerde schaakprofs.”
Yagız Kaan Erdogmus (links), de 14-jarige grootmeester uit Turkije, wacht op het startsein voor zijn duel met de 20-jarige Oekzbeek Javohir Sindarov.
Een klap op de gong maakt abrupt een einde aan het geroezemoes. Na een laatste succeswens valt de stilte. Honderden amateurs en 28 topschakers richten hun aandacht op de eerste zetten. Sommigen zitten roerloos achter het bord, anderen ijsberen al snel over het geluiddempende tapijt. Blikken zijn strak gericht op het spel: op het fysieke bord of op varianten die zich uitsluitend in het hoofd afspelen.
Tijdens Tata Steel Chess vormt de sporthal van dorpshuis De Moriaan het kloppende hart van Wijk aan Zee. Momenteel is voor de 88e keer de badplaats ruim twee weken in de ban van het grootste schaaktoernooi van Nederland. Al vóór de verhuizing uit Beverwijk in 1967 had het toernooi internationale allure. Door de bijzondere locatie en de voortdurende komst van grote namen groeide het toernooi uit tot een traditie: vrijwel elke grootmeester wilde hier spelen, en nagenoeg elke legende wist er te winnen. Het prijzengeld, naast een startbedrag voor de deelnemers, is al decennialang onveranderd: de hoofdprijs is €10.000, een bescheiden bedrag voor een toptoernooi.
De sporthal vormt een contrast met de hoge status van de denkkrachtmeting, waarbij het halve dorp betrokken is. Niet luxueus, maar familiair en comfortabel; gratis toegang voor het publiek en voor de topsporters niet veel meer dan de wandelingen tussen het hotel, de pizzeria en het winterse strand. In de speelhal geurt het weeïg, naar erwtensoep. Een traditie: in de naoorlogse jaren, toen voedsel schaars was, werd de maaltijd uitgedeeld aan de toen nog uitsluitend Nederlandse deelnemers. Ook nu is de snert verkrijgbaar, zij het voor 4,80 euro.
Online- en snelschaken hebben sinds de covidpandemie een sterke groei doorgemaakt. Toch behoudt het toernooi, met zijn fysieke borden en klassieke speeltempo, zijn populariteit. Ook onder jonge schakers: de gemiddelde leeftijd bij de Masters, de hoogste sectie van het toernooi, is 23. Jonger dan ooit.
Zo sereen als het inmiddels is, zo onstuimig was het zaterdag, tijdens de eerste speeldag. Wat een feestelijke opening had moeten zijn, veranderde in een klimaatprotest van XR, dat tweeduizend kilo kolen voor de deur had neergelegd. De demonstranten verzetten zich niet voor het eerst tegen de „sportswashing’’ van Tata Steel met de organisatie van een historisch denksporttoernooi, terwijl de omwonenden gezondheidsrisico’s lopen door de uitstoot van de staalfabriek. De organisatie hield rekening met het schrappen van de eerste speelronde en was voortdurend in gesprek met de leiding van Tata Steel, de burgemeester en de arbiters.
Amateurschakers breken zich het hoofd in de speelhal waar het geurt naar erwtensoep.
Sommige grootmeesters kwamen niet langs de chaos en waagden een sprong over de hekken waaraan demonstranten zich hadden vastgeketend die zo de ingang blokkeerden. De politie maakte ruimte en de hinder bleef beperkt tot anderhalf uur vertraging, maar binnen waren de sirenegeluiden van de demonstranten duidelijk hoorbaar. De spelers droegen noodgedwongen oordopjes, die altijd klaarliggen op het bijzettafeltje van de arbiters. Toernooidirecteur Jeroen van den Berg: „Het toernooi gaat altijd door.” Volgens hem moeten de demonstranten bij het bedrijf Tata Steel zijn en nemen de spelers de overlast laconiek op.
Een enkele binnenkomer vergeet dat eenmaal langs de plastic flappen de stilte heerst in de hal. Zijn gewone stemgeluid klinkt plots luid en wordt direct gesmoord door een vermanend „sst”. Verder bijna totale geluidloosheid: minimaal gefluister, het geritsel van scorebriefjes en het nauwelijks hoorbare klikken van schaakklokken. Zelfs bij een bijzondere zet blijft het publiek ingetogen; hooguit een blik verraadt enthousiasme.
In café de Zon wordt er naar live commentaar gekeken. Heel Wijk aan Zee ademt schaak.
Een groot contrast met de commentatoren op de livestreams, die hun verwondering juist ongehinderd uitspreken. De Engelstalige commentatoren hebben inmiddels hun intrek genomen in Café de Zon. Want ook ‘Wijk’ – zoals het toernooi door spelers uit alle windstreken wordt genoemd – innoveert: grote schermen voor de spelerstafels zorgen voor beter zicht op de ontwikkeling in het spel en minuscule 4K-camera’s op de borden brengen emoties tot detail in beeld.
Tata Steel Chess, het ‘Wimbledon van het schaak’, is ook dit jaar met vier spelers uit de mondiale top-10 weer sterk bezet. Neem de Indische titelhouder Rameshbabu Praggnanandhaa (20). Of zijn landgenoot Dommaraju Gukesh, die ruim een jaar geleden als 18-jarige de jongste wereldkampioen ooit werd.
Met Jorden van Foreest (26) en Anish Giri (31) brengen de Nederlanders het gemiddelde leeftijdsniveau van het deelnemersveld omhoog; Giri is zelfs de oudste deelnemer bij de Masters, waarbij 14 grootmeesters elkaar allemaal eenmaal treffen. Beiden hebben een rijke geschiedenis in Wijk. Ze eindigden in 2021 samen aan kop nadat alle veertien deelnemers elkaar hadden getroffen en een beslissende snelschaakplay-off volgde. Van Foreest zorgde voor een grote verrassing door – tot zijn eigen verbijstering – de titel te veroveren.
Twee jaar later nam Giri revanche door het toernooi alsnog te winnen. Tijdens deze editie moest Giri zijn meerdere erkennen in Van Foreest, die na afloop zei hoezeer het zijn carrière helpt om hier elk jaar te spelen. „Ik krijg hier de kans om tegen de besten van de wereld te spelen, terwijl ik daar niet per se bij hoor.”
Jorden van Foreest won het toernooi in 2021.
De pas 12-jarige Argentijn Faustino Oro kan de aankomende maanden de jongste grootmeester ooit worden.
Anish Giri was al jarenlang grootmeester – de hoogste titel in het schaken – toen Yağız Kaan Erdoğmuş nog geboren moest worden. Het 14-jarige Turkse wonderkind brak sneller dan wie ook door een rating van 2600 FIDE heen om zich zo bij de elite-grootmeesters te scharen en is de jongste deelnemer ooit van dit toernooi. Net als zijn concurrenten speelt hij elke dag een klassieke partij met tussendoor drie rustdagen. In theorie kunnen die duels eindeloos voortduren; in de praktijk nemen ze vaak vele uren in beslag.
Heel jong zijn, is daarbij geen belemmering, ziet Van den Berg. „We zien al een tijdje een verschuiving. Jonge grootmeesters spelen niet alleen briljant, ze brengen ook een frisse uitstraling mee die het publiek aanspreekt.” Er zijn meer jonge meesters die net als de Turkse jongeling door een ouder worden begeleid. Van den Berg: „Ze reizen al als geroutineerde schaakprofs, dat is echt ongelooflijk.”
Ook onder de ongeveer tweeduizend bezoekers, bevinden zich jongeren en buitenlanders. Hotels en restaurants zitten vol, en het hele dorp ademt schaak: van het dorpshuis waar partijen worden gevolgd tot de cafés met rijen spelborden op aan elkaar geschoven tafels. Voor velen is het een feest dat dagen duurt, waarin ze in dezelfde ruimte als de grootmeesters hun eigen klassieke partijen afwerken. „In de zaal kun je hun lichaamstaal echt lézen”, zegt Liam Clark. „Soms lijkt het alsof ze naar je kijken, maar eigenlijk staren ze gewoon in de leegte, keihard aan het denken.”
De Amsterdammer is hier voor het eerst: „Ik begon anderhalf jaar geleden met schaken. Iedereen op mijn vereniging doet mee en zei dat ik dit mee moest maken. Ik zag een plek en dacht: vrij nemen, hotel boeken en gaan.” Wie je ook tegenkomt, iedereen is schaker. „Je zit gewoon naast de grootmeesters in het restaurant. Hier zijn spelers die je een flink lesje kunnen leren en spelers van lager niveau die gezellig meedoen.”
Liam Clark schaakt als amateur in Wijk aan Zee. „Je zit gewoon naast de grootmeesters in het restaurant.”
De Egyptische amateurschaker Youssef Mesbah speelt in Wijk aan Zee: „Hier wilde ik altijd al spelen.”
Voor Yousef Mesbah is het niet de eerste keer dat hij naast de grote meesters speelt, maar de ervaring blijft „heel cool”. De Egyptenaar reist door heel Europa om deel te nemen aan amateurtoernooien in deze setting. „Maar hier wilde ik altijd al spelen. Ik hoopte tijdens mijn vijf dagen hier meer van Nederland te zien, maar in de praktijk speel ik alleen het toernooi en kom ik uitgeput terug”, zegt hij.
Traditioneel worden ook veel Nederlanders uitgenodigd bij de zogeheten Challengers-sectie, met meesters die hun leven aan schaken wijden, maar (nog) niet tot de absolute top behoren. Onder hen vallen onder andere Eline Roebers (19), vers Europees kampioen snelschaken, en Erwin l’Ami (40). Beiden verloren deze week van de pas 12-jarige Argentijn Faustino Oro, die de aankomende maanden de jongste grootmeester ooit kan worden. „Dat was wel even slikken”, zei „senior’’ L’Ami over dat duel.
Volgens toernooidirecteur Van den Berg kent ook Nederland veelbelovende talenten. Hij wijst erop dat in de Nederlandse cultuur, door bijvoorbeeld de leerplicht, minder mogelijkheden zijn om jeugdspelers meteen naar grote podia te brengen. „Maar Nederlandse talenten hebben bij mij altijd al een kans gekregen, en dat zal zo blijven”, aldus Van den Berg.
Of het dorp op de rustdagen echt tot rust komt, is de vraag. Bij de Masters gaat het nog steeds nek-aan-nek en zal de beslissing, zoals wel vaker, mogelijk vallen in een zenuwslopend potje snelschaak. Ondertussen biedt het strand een ontsnapping met uitgestrekte vlaktes, even weg van de 64 felbevochten vakjes.
Source: NRC