Middelbare scholieren die veel gebruikmaken van AI lopen het risico 'passieve consumenten' van kennis worden, waarschuwt internationale denktank OESO. Ze zijn dan namelijk minder bezig met de leerstof, omdat ze binnen seconden een verslag kunnen genereren. Docenten herkennen die zorg, maar zien ook kansen.
Uit nieuw onderzoek van de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OESO) blijkt dat bijna driekwart van de docenten in 38 onderzochte landen van mening is dat AI de academische integriteit aantast. Ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) uitte recentelijk zijn zorgen. Onderwijsprofessionals vrezen dat door veelvuldig AI-gebruik leerlingen minder zelfstandig leren nadenken en dat traditionele toetsingsmethoden niet meer toereikend zijn.
Maar leraren zien ook een andere kant. Zo blijkt uit het onderzoek van de OESO dat 57 procent geregeld voordelen van AI in het onderwijs ervaart, bijvoorbeeld als hulpmiddel bij uitleg en opdrachten. Dit spanningsveld signaleren ook Jaap Huizing, docent Engels op het Marecollege in Leiden, en wiskundedocent Ynse Algra uit Zwolle.
Huizing ziet dagelijks hoe leerlingen AI inzetten bij presentaties en schrijfopdrachten. In de gangen hoort hij leerlingen openlijk bespreken hoe ze de tools gebruiken. Vaak merkt hij snel wanneer AI is ingezet: "Ze schrijven ineens op een niveau dat totaal niet bij ze past. Als iemand opeens van 15 procent naar 90 procent gaat, weet je dat er iets niet klopt."
Dat leerlingen AI gebruiken, vindt hij logisch. "Ze hebben zeven of acht vakken tegelijk. Dat ze elke manier om tijd te winnen aangrijpen, snap ik wel." Volgens Huizing is de ontwikkeling van AI in het onderwijs bovendien onomkeerbaar. "Scholen moeten zich vooral richten op de vraag hoe AI op een gezonde manier ingezet kan worden."
Hij begrijpt de zorgen over wat vaak 'cognitieve luiheid' wordt genoemd, maar relativeert die. "De mens probeert altijd manieren te vinden om de cognitieve last te verlagen," zegt hij. "Eenzelfde discussie hadden we vroeger ook over rekenmachines. Toen was er ook angst dat leerlingen minder zouden leren, maar uiteindelijk kreeg die ook een plek in het onderwijs."
In zijn lessen mogen leerlingen AI gebruiken om extra uitleg te krijgen als ze iets niet snappen, bijvoorbeeld door de tool te vragen: "Leg het aan me uit alsof ik vijf ben." Tegelijk stelt hij duidelijke grenzen. Merkt hij dat iemand een door AI geschreven tekst voorleest, dan grijpt hij in. "Dan stop ik de presentatie en moet het een week later opnieuw, maar dan in eigen woorden."
Ook wiskundeleraar Algra staat het gebruik van AI in zijn lessen toe. Hij raadt zijn leerlingen al jaren tools als Photomath aan. "Je maakt een foto van een som krijgt van de tool alle tussenstappen om tot het antwoord te komen. Dat is ideaal als oefenmateriaal." Wel benadrukt hij dat AI dient om te helpen en niet alleen om een snelle oplossing te krijgen. "Maar als ik er niet ben is het fijn, want AI kan ook thuis helpen."
"Elke docent heeft tegenwoordig te dealen met de dilemma's rondom AI", vertelt Huizing. Het OCW-rapport laat zien dat veel docenten nog handvatten missen over hoe om te gaan met AI en behoefte hebben aan duidelijke richtlijnen. Tot die tijd zoeken scholen hun eigen weg. Nu duidelijk is dat AI niet meer uit het klaslokaal verdwijnt, proberen scholen met aparte studiedagen en werkgroepen een weg te vinden.
Algra werkt op zijn school aan beleid rondom AI en ontwikkelt protocollen voor leerlingen en docenten. Leerlingen mogen het gebruiken, mits ze daar transparant over zijn. "Ze moeten hun prompts laten zien en vermelden welke tool ze hebben gebruikt," zegt hij. Zo verschuift de focus volgens Algra van product naar proces. "Je beoordeelt niet alleen het eindresultaat, maar ook welke stappen er zijn gezet."
Dat beleid is nodig, zegt hij, omdat controle steeds lastiger wordt. "Detectietools zijn niet betrouwbaar. Je moet ervan uitgaan dat AI wordt gebruikt en daarop je opdrachten aanpassen." Hij vertelt dat collega's schrijfopdrachten niet meer thuis laten maken, maar in computerlokalen onder toezicht.
Zowel Huizing als Algra vindt dat leraren niet terug moeten deinzen voor AI. "We moeten leerlingen voorbereiden op de echte wereld, en de echte wereld gaat er zeker gebruik van maken", stelt Huizing. Wel benadrukken beiden dat AI alleen een hulpmiddel moet blijven. Volgens Algra ontstaat anders het risico dat scholen "lege hulsjes zonder kennis" opleiden.
Source: Nu.nl algemeen