Mijn Ouders Voor deze serie sturen lezers foto’s van hun ouders in. Deze keer stuurde Saskia de Graaf (1958) een foto met daarop haar moeder Anna Cornelia Dokter (1930) en haar vader Watze Meindert de Graaf (1928-2018).
Anna Cornelia Dokter (1930) en Watze Meindert de Graaf (1928-2018).
„Op 31 oktober 1956 trouwden mijn ouders. Kijk ze hier lopen in hun trouwkleren, zulke jonge, frisse gezichten. Mijn vader had een ‘hoge zije’ op. Beetje onwennig.
Hij was de zoon van een steenhouwer uit Harlingen en ging bedrijfseconomie studeren in Rotterdam, omdat de hbs-directeur tegen z’n vader gezegd had, in plat Harlingers: ‘Dien seun mut studere’. Mijn vader verprutste zijn hbs-examen economie en verspeelde zijn beurs. Een pleidooi van de hbs-directeur bij O&W had gelukkig een renteloos voorschot tot resultaat. Zijn ouders lagen krom voor zijn studie; van een rijksdaalder in de week moest hij rondkomen, soms ging hij op de fiets (!) naar huis.
Mijn moeder was de dochter van de hoofdonderwijzer in Sexbierum. Helaas stierf haar vader al heel jong, in 1939. Haar leven lang heeft mijn moeder gedacht dat ze een heel ander leven zou hebben gehad als haar vader was blijven leven. Zijn dood was voor haar als achtjarige een raadsel. Er werd niet over gesproken, dat vond men in die tijd beter voor kinderen. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog bleef mijn oma achter met twee kinderen en een klein pensioen.
Mijn ouders waren typisch een stel uit de jaren vijftig. Hard werken, niet zeuren, traditionele taakverdeling. Uiteindelijk werd mijn vader directeur van de Condensfabriek, bekend van Friesche Vlag. Vaak werd in ons gezin de uitspraak van mijn opa (gestorven in 1962) aangehaald bij promoties van mijn vader binnen de Condensfabriek: ‘Wat mut dat wurde? Miskien wel directeur!’
Mijn vader werd 90 en zei altijd glunderend: ‘Ik ben een dure voor de pensioenverzekeraar van de ‘zuivel’.’ Dat geldt helemaal voor mijn moeder, die in mei 96 wordt. Ze woont in een serviceflat maar haar kortetermijngeheugen heeft het moeilijk. Met hulp van de thuiszorg en haar drie dochters lukt het nog om haar thuis te laten wonen, hopelijk tot het eind. ‘Gek’, zei ze vorig jaar ‘dat ik meer verdriet voel over de dood van mijn vader dan over die van Watze.’ De dood uit 1939 is nu dichterbij dan die uit 2018.”
Source: NRC