Home

In Iran is ‘Trump’ het toverwoord voor een nieuwe toekomst

Op het vliegveld van Istanbul spreekt correspondent Rob Vreeken passagiers uit Teheran. Hoe is het nu in Iran? Welke toekomst zien zij voor het land? ‘Ik ben niet hoopvol. Dit regime is meedogenloos.’

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

Eén naam springt eruit in gesprekken met Iraniërs die, komend vanuit Teheran, net zijn geland: Donald Trump. De Amerikaanse president moet ingrijpen in Iran, vinden alle Iraanse reizigers die dinsdag bepakt en bezakt rondlopen op de luchthaven van het Turkse Istanbul.

En dat niet alleen. Ze zeggen bijna allemaal dat alle andere Iraniërs dat óók vinden. ‘Veel mensen denken dat een buitenlandse interventie kan helpen’, zegt de 32-jarige Amin. ‘We voeren geen eerlijk gevecht, we vechten met woorden tegen vuurwapens. Alleen Amerika kan iets doen.’

Toen de Volkskrant op 13 januari zojuist in Istanbul gearriveerde Iraniërs ontmoette, werden vooral getuigenissen opgetekend van het ongekende geweld waarmee kort daarvoor de protesten tegen het regime van ayatollah Ali Khamenei waren neergeslagen. Het waren welkome aanvullingen uit eerste hand op de brokjes informatie die tot dan uit Iran waren doorgesijpeld. De internetblokkade had communicatie met Iran vrijwel onmogelijk gemaakt.

Als de krant een week later opnieuw Iraniërs aanspreekt in de ontvangsthal van het vliegveld, een van de weinige luchthavens die nog bereikbaar zijn vanuit Teheran, gaan de gesprekken onontkoombaar wéér over het misdrijf tegen de menselijkheid waarvan de reizigers getuige zijn geweest; het trauma is nog vers. Het wordt gelardeerd met opmerkelijke details. ‘Veel lichamen werden opgehaald in vrieswagens van Mihan, een zuivelfabrikant’, zegt de 65-jarige Naz. ‘Daarom wordt Mihan nu alom geboycot.’

Maar ook vertellen ze over dat wat eufemistisch de kater kan worden genoemd. De inwoners van Iran zijn boos, moe, verdrietig, wanhopig, gedeprimeerd, in rouw, in de woorden van de reizigers. De meesten van de mensen die we spreken wonen in Europa en waren sinds medio december op familiebezoek, in diverse steden in Iran. Eén echtpaar is in Istanbul voor een eerder geplande stedentrip (Iraniërs kunnen voor negentig dagen visumvrij naar Turkije). Eén vrouw, de 30-jarige Pari, woont sinds drie jaar in Istanbul en was op familiebezoek in de stad Tabriz. Geen van allen wil herkenbaar in de krant, in beeld noch tekst.

‘Tabriz is een dode stad, een kerkhof’, zegt Pari. ‘De mensen zijn in shock. Mijn moeder is 64 jaar, ze huilt de hele tijd. ‘Jonge mensen gaan dood, hun bloed wordt verspild’, zegt ze. ‘Veel mensen zijn zoals mijn moeder.’

Onwankelbaar regime

De wanhoop is een van de redenen waarom Trump wordt gezien als potentiële verlosser. De pre-revolutionaire uitbarsting van protest, de meest alomvattende die de Islamitische Republiek ooit heeft beleefd, heeft het regime niet doen wankelen, laat staan verdwijnen. Zelfs niet nu de machthebbers te maken hebben met een veelvoud aan crises:
- economisch: de inflatie is gierend.
- ecologisch: de recente waterschaarste trof elk huishouden in Iran.
- maatschappelijk: de beweging Vrouwen, Leven, Vrijheid bewees dat de meeste Iraniërs niets moeten hebben van de officiële ideologie.
- internationaal: Irans ‘As van Verzet’ is gebroken, nu het Assad-regime in Syrië is verdwenen en Hezbollah en Hamas zwaar gehavend zijn.

Dus moet, vinden veel Iraniërs, de redding van buiten komen. En de enige die zich daarvoor aandient, is nu eenmaal de staatsman die elders bewezen heeft dat hij – hoewel niet tot ieders genoegen – de zaken naar zijn hand kan zetten.

Jawel, veel Iraniërs waren teleurgesteld toen Trump na zijn dreigementen jegens het regime en beloften aan de betogers (‘Hulp is onderweg!’) niets deed. En sommigen, zoals het echtpaar Cihan (35) en Jazmyn (32), maken zich zorgen over de ellende die een interventie kan veroorzaken: bommen kunnen burgers treffen en ‘het tuig van het regime kan wraak nemen op de bevolking’.

Maar wat overheerst is positieve verwachting. ‘Bij Trump zijn we gewend aan gemengde signalen’, zegt Amin. ‘Net als vorig jaar tijdens de twaalfdaagse oorlog met Israël. Trump zei dat hij zou gaan onderhandelen met Iran en kort daarna kwam zijn luchtmacht in actie. Een verrassingsaanval. De Amerikaanse regering lijkt dat mooi te vinden.’

Geruchten

Aanwijzingen dat zoiets op stapel staat zijn er echter niet, noch dat een nieuwe protestgolf zich spoedig aandient. Daarvoor is de repressie te wreed. ‘Ik ben niet hoopvol’, zegt Cihan, promovendus aan een Deense universiteit. ‘Dit regime is meedogenloos. Ze vermoorden mensen alsof het niks is. Er werd geschoten met machinegeweren. Bij vorige demonstraties gebeurde dat niet. Er zijn geruchten over chemische wapens. Zelfs als dat niet waar is, kan zo’n gerucht al mensen afschrikken.’

Geprotesteerd wordt er niet meer in Iran, voor zover de reizigers weten: te riskant. Overal zijn veiligheidstroepen. Op straat heerst een grimmige stilte, hoewel het niet onmogelijk is naar buiten te gaan. ‘Als er geen demonstratie is, is het veilig. Je kunt gewoon winkelen’, zegt Amin. ‘Maar zodra er leuzen geroepen worden, of mensen samenscholen, wordt het gevaarlijk.’

Als ‘rustig’ omschrijft Cihan de toestand op straat in Teheran. ‘Je ziet geblakerde resten van brand. Mensen praten over wat is gebeurd, maar ze kunnen niets doen. Wel zijn ze erg boos. Er zijn gedenkplekken met kaarsen en foto’s en dergelijke. Bij mijn oom in de straat zag ik er twee.’

Wel worden her en der vanaf daken en balkons en vanuit ramen leuzen tegen het regime geroepen, zegt zowel Amin als de in Duitsland woonachtige Naz. Zij hoorde dingen als ‘Dood aan Khamenei’, ‘Weg met de dictator’ en ‘Dit is de laatste slag’, kreten die ook klonken toen het protest zich nog op straat afspeelde.

Ondertussen proberen de autoriteiten de indruk te wekken dat alles weer normaal is, nu de ‘terroristen en buitenlandse agenten’ zijn gedood dan wel verjaagd. In de bazaar van Teheran, waar de protesten op 28 december begonnen, wilden middenstanders hun winkel sluiten, zegt Amin, maar door de alom aanwezige politie werden ze gedwongen hun zaak te openen.

Op maandag 12 januari werden demonstraties georganiseerd ter ondersteuning van de regering. Volgens de staatsmedia kwamen daar ‘miljoenen mensen in honderd steden’ op af, een bewering die door de Iraniërs op het vliegveld als ongeloofwaardig wordt weggewimpeld. In de schoonheidssalon die Pari maandag bezocht, vertelde een vrouw dat haar echtgenoot, accountant bij een staatsbank, van zijn baas te horen kreeg dat hij moest meedoen aan de demonstratie. ‘Hij weigerde. Vervolgens werd hij gekort op zijn salaris.’

In de schoonheidssalon hoorde Pari ‘afschuwelijke verhalen’, zo vertelt ze. ‘Zó erg dat ik thuis in huilen uitbarstte. Als het allemaal waar is, zijn er vreselijke dingen gebeurd. Ik hoorde gruwelverhalen over Rasjt, een stad in Noord-Iran. Daar heeft een echte slachting plaatsgevonden.’

Naz hoorde in de stad Ahvaz, in het zuiden, geüniformeerde mannen Arabisch spreken. ‘Ze zagen er niet Iraans uit, eerder Arabisch, misschien waren het Irakezen.’ Het kan een bevestiging zijn van het gerucht dat het regime sjiitische milities uit buurland Irak inzette tegen de demonstranten.

Is er een alternatief?

Amin, die met zijn vrouw Mehri een korte vakantie heeft in Istanbul, ging vorige week maar weer naar zijn werk in Teheran. ‘Ik zit in de ICT, maar zonder internet konden we niet veel doen. Op kantoor kunnen we onderling veilig over de toestand praten, we kennen elkaar. In gezelschap waar je niet iedereen kent, moet je op je hoede zijn.’

De meesten kennen echter in hun naaste omgeving geen aanhangers van de regering. Cihan moet, daarnaar gevraagd, even nadenken. ‘Ja, we kennen er wel een paar. Het zijn mensen die worden betaald door het regime. Ze weten dat ze het wel kunnen schudden als het regime valt. Ze geloven wat ze horen, dat de demonstranten terroristen zijn en buitenlandse agenten. De problemen schrijven ze niet toe aan het regime. Ze worden gehersenspoeld.’

Zelf zeggen de meesten niet naar de staatstelevisie te kijken. ‘Allemaal leugens’, zegt Amin. Daardoor hebben ze niets meegekregen van de hack maandag van de Iraanse staatszender door Reza Pahlavi. De zoon van de in 1979 verdreven sjah brak in en richtte zich rechtstreeks tot het leger: ‘Sluit je zo snel mogelijk aan bij het volk.’

De gesprekken op de luchthaven bevestigen wat Iranwatchers zeggen: pakweg een derde van de bevolking steunt de man die ooit kroonprins was en nu een overgangsregering wil leiden, een derde is tegen hem, een ander deel weet het niet. Vermoedelijk hebben nogal wat Iraniërs zich richting Pahlavi bewogen, omdat hij nu eenmaal de enige beschikbare oppositieleider is.

‘Het een mix’, zegt Cihan. ‘Een deel steunt hem, een deel haat hem, hoewel met niet zo’n diepe haat als die tegen het regime, natuurlijk. Maar de mensen willen geen nieuwe dictatuur. Hij praat over een transitie, maar je weet niet of hij een nieuwe Khomeini (ayatollah Ruhollah Khomeini was de grondlegger van de Islamitische Republiek, red.) wordt. Zal hij de macht willen opgeven?’

‘Ik vind dat Pahlavi het niet verdient om leider te worden’, zegt Naz. ‘Hij steunde de aanval op Iran door Israël vorig jaar. Ik denk niet dat hij de kwaliteiten heeft van zijn vader en grootvader. En zijn vrouw heeft op sociale media ongepaste dingen gepost, er waren video’s dat ze in disco’s danste met andere mannen. Dat valt niet goed bij Iraniërs.’

Geen scherpe tweedeling

Zo blijkt maar weer: in Iran valt geen scherpe tweedeling te maken tussen enerzijds modern, liberaal en seculier (en democratisch gezind) en anderzijds conservatief en religieus (en aanhanger van Khamenei c.s.). Hoewel geen bevolking in het Midden-Oosten zo seculier is als de Iraanse, met een groot aantal atheïsten, zijn onder de tegenstanders van de Islamitische Republiek ook veel gelovige moslims.

‘Het heeft niets met de islam te maken’, zegt Cihan. ‘Veel gelovigen vinden ook dat het slecht gaat. Mijn moeder bidt elke dag en leest de Koran, maar ze haat het regime. Veel mensen zijn zoals zij.’

Waar het dan wel mee te maken heeft? Met alles. ‘De economie, mensenrechten, corruptie, het buitenlands beleid’, zegt Amin. Waarom dat laatste? ‘Het plaatst ons land tegenover de rest van de wereld. Dat heeft gevolgen voor iedereen. Een simpel studentenvisum krijgen voor een westers land is moeilijk. Een toeristenvisum voor Europa is al helemaal moeilijk, het studentenvisum is nog het makkelijkst.’

Al die grieven balden zich samen in de uitbarsting van woede rond de jaarwisseling. De laatste jaren waren er al veel protesten, zegt hij. Vanwege de economische toestand, of vanwege de corruptie, of vanwege de kledingregels voor vrouwen. ‘Geleidelijk heeft iedereen zich gericht op de centrale eis dat het regime weg moet. Niet meer alleen om de armoede of de hoofddoek. Alles is nu erg, erg slecht.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next