Multatuli Peter van der Meij herlas Max Havelaar van Multatuli, een boek waar hij als bestuurslid van het Huis voor Klokkenluiders vaak aan moet denken.
Peter van der Meij.
„Max Havelaar van Multatuli golft door mijn leven. De eerste keer dat ik de roman las, was ‘voor de lijst’, tijdens mijn eindexamenjaar in 1977. Die hele linkse golf die je in de jaren zeventig had – tegen slavernij, tegen discriminatie, tegen kolonialisme – motiveerde me om het werk met die ogen te lezen. Ik was onder de indruk van de humoristische, maar ook antiautoritaire en maatschappijkritische manier van schrijven van Multatuli, het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker.
Max Havelaar is gepubliceerd in 1860 als een aanklacht tegen het koloniale systeem in Nederlands-Indië, waar Douwes Dekker zelf als ambtenaar werkte. Dat maakt hem de oer-klokkenluider. Natuurlijk, er zijn nog andere schrijvers in de geschiedenis, die misstanden hebben aangekaart. Maar Multatuli is voor mij het meest aansprekende voorbeeld.
Ongeveer tien jaar nadat ik de Max Havelaar voor het eerst las, werd mijn interesse in Multatuli nog sterker aangewakkerd. Destijds waren mannen als W.F. Hermans, Hugo Brandt Corstius en Paul van ‘t Veer erg door hem geïntrigeerd. Hij was natuurlijk een hele avontuurlijke, tegendraadse en ontwikkelde man, die Douwes Dekker.
Sinds ik bestuurslid ben van het Huis voor Klokkenluiders, een onafhankelijke instantie die klokkenluiders adviseert en onderzoek doet naar mistanden, moet ik regelmatig aan Max Havelaar denken. Bij veel klokkenluiders ontstaat, begrijpelijk genoeg, een zekere verbittering door de misstanden waar ze tegenaan zijn gelopen. Dat zie je ook bij Multatuli, maar altijd met een prettige dosis humor. De humor zit voor mij in de manier waarop hij de Nederlandse maatschappij, het Amsterdamse koloniale milieu en de gezagsgetrouwheid van de kerk op de hak neemt. Dat gaat altijd gepaard met sarcasme en ironie, niet zozeer met echte vrolijkheid. Daardoor schept Douwes Dekker ook een bepaalde afstand en relativering.
De ambtelijke omgangsvormen die hij beschrijft herken ik ook. Types als het personage Slijmering kom je vandaag de dag nog regelmatig tegen. Hij is een type ambtenaar die altijd bijzonder druk lijkt te zijn en door overdreven kalmte en voorzichtigheid zijn plicht verzaakt. „Omdat. Hij. Het. Zo. Druk. Had.” Tijd is een dimensie die in Den Haag soms niet lijkt te bestaan.
Actueel is ook dat ambtenaren worden opgeroepen onderwerpen vooral mondeling te bespreken en dus niet op schrift. Multatuli gebruikt daar een mooi woord voor dat ik niet kende; er had eerst ‘geaboucheerd’ moeten worden.
Historische boeken zoals Max Havelaar laten zien dat morele waarden nooit vanzelfsprekend zijn. Douwes Dekker heeft zich in Max Havelaar heel duidelijk uitgesproken tegen uitbuiting en onderdrukking in het koloniale systeem. Toch heeft het nog heel lang geduurd voordat zijn kritiek op de koloniale praktijk breder werd geaccepteerd. En ik vraag me af in hoeverre het besef van wat er in het koloniale verleden van Nederland allemaal heeft plaatsgevonden daadwerkelijk is verinnerlijkt.
Na de publicatie van Max Havelaar zijn Nederlanders wellicht dichter bij de kritiek van Multatuli komen te staan. Maar ondertussen bleef de kolonie ook gewoon voortbestaan en werd er oorlog gevoerd om de macht te behouden. Die twee werkelijkheden kunnen blijkbaar naast elkaar bestaan.”
In de rubriek ‘Teruglezen’ vertellen boekenliefhebbers over een werk dat in het verleden veel indruk op hen heeft gemaakt.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC