Home

De parkinsonkaart van Nederland: de hersenziekte komt niet overal even vaak voor

Epidemiologie De kaart laat zien dat er niet één dominante oorzaak is voor het ontwikkelen van de ziekte. „We kunnen aanpassingen in de omgeving doen om de kraan met nieuwe parkinsonpatiënten verder dicht te draaien.”

In Buurthuis Holendrecht in Amsterdam wordt een dansfeest gehouden voor mensen met parkinson en beginnende alzheimer.

De neurodegeneratieve ziekte van Parkinson komt in sommige delen van Nederland meer voor dan in andere delen. Dat is een opvallende uitkomst van een gezamenlijk onderzoek van de Universiteit Utrecht (UU) en het Radboudumc, die voor het eerst op wijkniveau in kaart brachten waar in Nederland de ziekte van Parkinson het vaakst voorkomt. Het onderzoek werd woensdag gepubliceerd in The Lancet Regional Health – Europe.

Ook opvallend is dat die regionale verschillen volgens deze kaart níét eenzijdig te verklaren zijn door omgevingsfactoren waarvan wetenschappers al lange tijd vermoeden dat ze verband houden met de ziekte van Parkinson, zoals luchtvervuiling, pesticidengebruik en het wonen in stedelijk gebied. Eerder onderzoek liet bijvoorbeeld zien dat mensen die bestrijdingsmiddelen spuiten een verhoogde kans hebben om de ziekte te krijgen. De kaart van het Radboudumc en de UU geeft geen directe aanwijzingen dat omwonenden van gebieden waar dat gebeurt ook extra gevaar lopen.

Risicofactoren onduidelijk

In Nederland lijden zo’n 67.000 mensen aan de ziekte van Parkinson, een hersenziekte waarbij steeds meer zenuwcellen worden afgebroken die het stofje dopamine maken. Dat resulteert in problemen met bewegen en denken. Vaak hebben patiënten last van trillende handen, depressie, trage bewegingen of problemen met geheugen.

De ziekte komt het meest voor bij ouderen (tussen de 75 en 85 jaar) en treft mannen vaker dan vrouwen, maar nog steeds is niet helemaal duidelijk wat de belangrijkste risicofactoren zijn om ziek te worden. Gedacht wordt aan een combinatie van genetische aanleg, omgevingsfactoren en leefstijl, maar de invloed van die laatste twee factoren is nog erg onduidelijk.

Kraan dichtdraaien

Daarom maakten hoogleraar Milieu-epidemiologie Roel Vermeulen (UU) en hoogleraar neurologie Bas Bloem (Radboudumc) een kaart. Ze combineerden gezondheidsdata zoals sterftecijfers, medicijnrecepten en gegevens van ziekenhuizen en verzekeraars met informatie over demografie en sociaal-economische status. Dat resulteerde in een kaart waarop duidelijk te zien is dat parkinson niet overal in Nederland even vaak voorkomt. Met andere woorden: de leefomgeving van mensen móet een bijdrage leveren in de ontwikkeling van de ziekte. „Dit is de eerste sluitende registratie in Nederland die dat in kaart heeft gebracht”, zegt Roel Vermeulen.

Het aantal van 3.700 nieuwe parkinsonpatiënten per jaar blijft volgens deze studie stabiel over de onderzochte periode 2017-2022. „Dat het aantal diagnoses niet groeit is voorzichtig positief nieuws”, zegt neuroloog Bloem, „maar deze kaart laat zien dat we aanpassingen in de omgeving kunnen doen om de kraan met nieuwe parkinsonpatiënten verder dicht te draaien.”

Meer in Groningen en Friesland

Zo is te zien dat de hersenziekte vaker voorkomt in wijken met een hoge sociaal-economische status en in de noordelijke provincies Groningen en Friesland. In Zeeland en Limburg komt de ziekte juist relatief weinig voor. „Die noordzuidverdeling verraste ons een beetje”, zegt Bloem. „Maar voor alle bevindingen op deze kaart geldt: we moeten ze niet overinterpreteren, want dit gaat over groepen mensen, niet over individuen.” Mensen in Zeeland kunnen zich hiermee volgens Bloem niet veilig wanen en Groningers hoeven zich niet ineens grote zorgen te maken. „Als er één oorzaak zou zijn geweest, hadden we dat duidelijk teruggezien op de kaart.”

Opvallend is volgens Bloem dat parkinson vóór 1817, toen James Parkinson het ziektebeeld voor het eerst beschreef, nauwelijks voorkwam. „En we weten dat de genetische aanleg maar voor zo’n 15 procent meespeelt in de vatbaarheid voor de ziekte.” Met andere woorden: er moeten er de afgelopen tweehonderd jaar dingen in onze leefomgeving veranderd zijn die de kans op het ontwikkelen van parkinson hebben vergroot. „Nu moeten we op zoek naar welke combinatie van factoren dat dan is.”

Geen missie tegen agrarische sector

Dat is dus niet alleen, of voornamelijk, pesticidegebruik, toont de kaart aan. „Dan hadden we een hogere incidentie gezien in de agrarische gebieden en dat is niet zo”, zegt Vermeulen. Het is ook niet alléén luchtverontreiniging. „Dan zouden we een duidelijke verdeling tussen stedelijke en minder stedelijke gebieden hebben gezien.” Vermeulen en Bloem stellen nadrukkelijk niet dat er géén relatie is met bestrijdingsmiddelen of vervuilde lucht. „Maar we zijn ook niet op missie tegen de agrarische sector. We zien aan de kaart dat meerdere factoren bijdragen en willen nu uitzoeken aan welke knoppen we kunnen draaien om het aantal nieuwe patiënten terug te dringen.”

Om dat verder te onderzoeken, is vervolgonderzoek op individueel niveau belangrijk, zeggen Bloem en Vermeulen. Dat is ook precies waar de twee nu mee bezig zijn. „We willen parkinsonpatiënten met elkaar én met gezonde personen vergelijken: waar zijn ze in hun leven aan blootgesteld, wat voor werk deden ze, wat hebben ze gegeten?”, zegt Vermeulen. „Dat onderzoek stelt ons hopelijk in staat om deze complexe puzzel op te lossen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next