Home

Elvis ging hippe bloesjes met Carl Perkins passen

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Hallo allemaal. (Ik experimenteer met openingszinnen, zie ook vorige week. Ik begin met slechte exemplaren, waardoor ze als vanzelf steeds beter worden. Het zal uitmonden in openingszinnen van duizelingwekkend niveau.)

Vandaag ga ik het hebben over de grote maar ook kleine, te weinig bezongen Carl Perkins, een rock-’n-rollpionier. Ik weet dat zich in Nederlandse dorpen en steden tientallen Perkins-liefhebbers ophouden die al decennialang met de schaar in de aanslag zitten te wachten op berichtgeving over hun idool. Olie het scharnier, zeg ik tegen hen, schuur het roest van de messen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Je ziet het, een echt slechte eerste zin leidt tot bedenkelijke vervolgzinnen. Daaraan herken je hem. Al moet ik toegeven dat mijn derde zin alweer danig op smaak is. Een sterk staaltje.

Plotseling, brullend door de kamer: ‘Carl Perkins! De man van...?’

Stilte.

Blue Suede Shoes. Reken ik goed.’ Ik loop naar de studeerkamer en diep het originele Sun Records-singeltje uit de schoenendoos. Uit de la pak ik het dubbelzijdige plakband. Op de plee bevestig ik de eigele singel aan de muur, het moet maar eens. Het platenlabel van Sam Phillips, die Jerry Lee Lewis in zijn stal had, en Johnny Cash, voortaan gaan we er elke dag van genieten.

Weer terug, zeg ik: ‘Maar weet je, Matchbox, Honey Don’t en Everybody’s Trying to Be My Baby had ik ook goed gerekend. Maar minder goed. Die classics kennen we, als we helemaal eerlijk zijn, niet via Carl, maar via?’

Zonder op te kijken: ‘Beatles.’

‘Netjes. Gevorderde Beatleskunde. Edoch, zeg ik erbij, lagere Carlkunde. Voor Karel was het een hoogtepunt, dat The Beatles zijn nummers coverden. Hij stond er overigens bij toen ze Matchbox opnamen. En hij stond er trouwens ook al bij toen Elvis Baby Let’s Play House opnam. Potdomme zeg, het ultieme erbij staan, Carl Perkins heeft het verricht.’

Blue Suede Shoes kennen we als we eerlijk zijn toch van Ol’ Sideburns?’

‘Ook’, zeg ik met een brok ik mijn keel – vanwege de bijnaam. Zo fraai gekozen. Deze vrouw. ‘Maar Carl had zelf een grote hit met Blue Suede Shoes. April 1956, nummer 2 in de Billboard Hot 100. Elvis’ versie heeft het nooit zover geschopt. Ga eens plassen?’

Hoeft ze voorlopig niet, helaas. Met droge mond: ‘Carl was dus vrienden met Elvis én The Beatles.’ Gefascineerd sta ik te bladeren in Revolution in the Head, Ian MacDonalds boek over alle studiosessies van The Beatles, kijken of ie Carls erbijstaan in de Abbey Road-studio noemt.

Ja.

‘Wat kijk je boos?’

‘O, niks hoor.’ Die MacDonald, wat een theezakje. Echt zo’n Europeaan die het maar half gesnopen heeft. Volgens hem had Carl beroemder kunnen zijn als The King ‘hadn’t stolen his hit Blue Suede Shoes while its author was recovering from a car-crash in 1956’.

‘Jawel, er is iets. Je hijgt.’

Probleem met Elvis’ versie is dat-ie – misschien helaas, het leven is hard – beter is dan het origineel. Kan MacDonald duidelijk niet aan. Wat had Elvis moeten doen? Expres slecht zingen? Om zijn vriend een plezier te doen? En hij deed al zoveel voor Carl. Hij nam Carl mee naar Beale Street, rock-’n-rollkleertjes kopen bij de Lansky’s. (Staat in Carls bio.) Nee, met Blue Suede Shoes ging het totaal anders, vriend. Elvis verbood zijn platenbazen juist om zijn Blue Suede Shoes uit te brengen zolang Carl er een hit mee had. En toen Carl in het ziekenhuis lag, ging Elvis’ band bij hem langs.

‘Ellie zelf niet?’

‘Die zat in het vliegtuig. Had hij er met een parachute uit moeten springen? Nou?’

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next