Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Het was een koopje. 5 euro voor een vintage tafellamp. Bruine, bolle voet en een cilindervormige kap van lichtbruine stof. Elegant, warm, maar ook sterk. En daarmee een uitstekende vervanger voor de wabi-sabilamp die vermoord is door de kitten. Kleine terzijde: de kitten is nu zes maanden oud en eigenlijk geen kitten meer. Hij is groot, dominant, kwaad en ook nog eens heel dom (hij likte aan een glazen vaas omdat hij dus niet begreep dat er een barrière tussen hem en het water zat). Vannacht droomde ik dat ik door een leeuw werd aangevallen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Bovendien kon ik de lamp ophalen op slechts een paar minuten rijden. Ik parkeerde de auto en stapte uit in het type nieuwbouwwijk waarbij je spontaan wijsjes uit zelfverzonnen smartlappen gaat fluiten. De man die opendeed zag er niet per se uit als een antiekverzamelaar of iemand met buitengewoon goede smaak.
Ik kreeg de lamp. Ik nam de lamp mee naar huis, waar ik hem neerzette op de plek waar altijd de wabi-sabilamp had gestaan. ‘Wat de fuck is dit?’, vroeg mijn kat me. ‘Wat moet ik met deze lamp? Deze kan ik niet slopen. Bovendien, hij is afschuwelijk. Letterlijk niemand vindt dit mooi.’
‘Dat is niet waar’, antwoordde ik. ‘Hij is heel mooi. Het geeft een mooie vintage, jarenzeventigtouch aan ons interieur. Bovendien ben je een kat en kun je letterlijk niet praten.’
Eerlijk: de lamp gaf minder mooi licht dan zijn voorganger. En mijn vrouw merkte hem niet op. Althans, ze deed alsof ze hem niet opmerkte. Na een tijdje vroeg ik haar wat ze van de lamp vond. Ze keek me aan met een blik die neutraal bedoeld was, maar walging verried.
‘Oké’, pruttelde ik. ‘Ik vond hem best tof.’
Enkele dagen later ging ik in het donker de gladde weg op, met gevaar voor eigen leven. Ditmaal om een enorme spiegel op te halen. Vond ik een goed idee, omdat we al bijna drie jaar wonen waar we wonen zonder een fatsoenlijke grote spiegel te hebben.
Weer een nieuwbouwwijk, weer een vreugdeloze interactie. Nadat ik het gevaarte naar binnen had getild, met veel ingehouden gevloek de trap op had gekregen en een plekje had gegeven in onze slaapkamer, riep ik mijn vrouw erbij. Zelfde hoofd. ‘Maar als jij het wel een mooie spiegel vindt, dan moeten we hem gewoon houden.’ Iedereen die langer een relatie heeft dan een week weet dat het helemaal niet zo werkt. Dus de spiegel heeft het huis weer verlaten, net als mijn ambitie om ooit nog iets aan dit interieur te doen.
Wat? O, de lamp? Ja, die staat er nog. Hij is niet aangesloten, maar heeft een heel andere functie gekregen: als waarschuwing. Dit nooit meer.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns