Home

Mounir Eddib probeert zichzelf vrij te denken met kunst – net als zijn vader en moeder al deden

Rijzende sterren Een jaar na zijn afstuderen aan de kunstacademie in Maastricht exposeert de Belgische Mounir Eddib (1995) volop. Hij richtte een collectieve kunstwerkplaats op in Genk en is inspirator voor jonge kunstenaars uit gezinnen waar kunst niet vanzelfsprekend is.

Kunstenaar Mounir Eddib

Keer op keer op keer tekende Mounir Eddibs vader dat zwarte, ongezadelde paard: in volle galop langs korenvelden, spetterend door fris stromende riviertjes en bokkend over die weidse Engelse heuvels. Het was de eerste kennismaking van de jonge Mounir met tekenen. „Mijn vader, opgeleid tot mijnwerker maar werkzaam als elektricien in de bouw, was geobsedeerd door het paard uit de serie Black Beauty. Niet alleen vanwege de schoonheid van het dier, denk ik, maar ook vanwege wat het representeerde: de mogelijkheid van vrijheid, rebellie, ontsnappen uit de dagelijkse werkelijkheid.”

Langs de beijzelde wegen naar het atelier van Mounir Eddib (1995) is het mijnverleden van Belgisch-Limburg overal. Ik passeer terrils – de kunstmatige heuvels waar afval uit de steenkoolmijnen werd gedumpt –, torenhoge schachtbokken waarlangs de mijnwerkers bij het krieken van de dag de diepte in werden vervoerd en aan het eind van het dag pikzwart weer tevoorschijn kwamen, en karakteristieke mijnwerkershuizen, opgetrokken uit Winterslagse brik (met een zwarte kern van schalie). De laatste mijn in Genk sloot in 1987, toen Eddibs vader net van de mijnbouwschool kwam. Bij autobedrijf Ford Genk rolde in 2014 de laatste auto van de band. Het gevolg: tienduizenden verloren hun baan.

Mounir Eddib: Wall of Safety, Wall of Sacrifice 2025

„De kansarmoede is in deze streek heel groot”, zegt Eddib in zijn atelier in Kunstplaats Vonk, in het centrum van Genk. „Eén op de vijf mensen leeft onder de armoedegrens. Dat is vergelijkbaar met Heerlen, de armste stad van Nederland.” Daarom heeft Eddib al tijdens zijn studie in Maastricht The Building in zijn woonplaats opgericht. Deels is de stichting ontstaan „uit verzet”. „We hebben een gemeentebestuur dat wel miljoenen spendeert aan gevestigde hotshots als Daan Roosegaarde, Koen Vanmechelen of Laure Prouvost, maar het talent in eigen regio niet de kans geeft zich te verankeren.”

CV

Naam: Mounir Eddib

Leeftijd: 30

Beroep: Kunstenaar

In de ‘groeibiotoop en brave space’ van The Building vinden jonge en aankomende kunstenaars en musici van verschillend pluimage ateliers, werkplaatsen, een netwerk en expositiemogelijkheden om hun talent tot wasdom te brengen. Eddib is stuwende kracht en inspiratiebron. „Had ik Mounir niet ontmoet”, schrijft Yasmin Gheisari op de website van The Building, „dan was ik nóóit fotografie gaan studeren”.

IJskast

Ook voor Eddib, geboren vlakbij de mijn Waterschei in Genk waar zijn grootvader in de jaren zeventig van de vorige eeuw als gastarbeider uit Marokko kwam te werken, is het niet vanzelfsprekend dat hij de kunst in ging. „De beeldende kunstwereld is een bubbel”, schrijft hij in een niet gepubliceerd pamflet dat hij me voorleest. „Eerst was het hebben van een atelier een droom die in vervulling ging. Later kwam het verlangen naar een expo. Maar dan sta je daar, om er achteraf tot de ontdekking te komen dat het er eigenlijk heel eenzaam is.” Want de expositieruimtes, zo merkt hij, zijn gevuld met ‘kaviaarsocialisten’, rechtse witte mensen en journalisten die hem beschouwen als „een ongelooflijke toevalstreffer”: een Marokkaan die meer prijzen wint dan hun eigen kinderen.

Eddib is een bijzondere weg gegaan. Pas relatief laat, op zijn 24ste, deed hij toelating voor de kunstacademie in Maastricht. Maar daarvoor was er een route die voor kinderen met een migratieachtergrond tragisch genoeg niet eens bijzonder is. „Op de katholieke lagere school vond de juffrouw dat ik het niet goed deed. Ze zei tegen mijn ouders: ‘Jullie zoon Mounir is niet zo slim. Hij kan de leerstof niet goed volgen.’ Ze adviseerde mij het BuSo te doen, een school voor kinderen met leer- en gedragsproblemen. Ik zou een kind zijn met een licht verstandelijke beperking. Mijn ouders zijn goedgelovig en gingen akkoord met wat de juffrouw zei. Ik verwijt ze niets. Hun conformisme komt voort uit een gastarbeidersmentaliteit: je mocht niet uit de pas lopen. De angst voor afwijzing en racisme was er altijd.”

Na de BuSo werd hij opgeleid tot ijskastreparateur. Dat vak hield hij maar kort vol. Er volgde een wirwar aan baantjes, totdat hij in 2019 toelating deed voor de kunstacademie. „Ik volgde destijds een avondopleiding voor sociaal jongerenwerker, vanuit de gedachte: dan kan ik iets terugdoen voor mijn gemeenschap. Maar de kunst trok, vrienden zeiden me: ‘Je kan het’. Ik ben aangenomen met popart-schilderijen over de hiphopscene in Genk. Als ik er nu naar kijk, vind ik ze niet om aan te zien.”

Mystieke allure

Op de academie leerde hij na te denken over zijn eigen achtergrond, over de vraag wat zijn eigen perspectief is. Aan de popart-schilderijen van het begin doet niets in zijn werk meer denken. Het mijnverleden is nu op veel manieren aanwezig. Hij is onder anderen geïnspireerd, zegt hij, door zijn grootvader. „De werkomstandigheden waren zo verschrikkelijk”, zegt hij, „dat Italië, dat lange tijd gastarbeiders leverde aan de Belgische mijnen, eind jaren zestig weigerde om nog langer mensen te sturen. Toen haalde België ze uit Marokko en Turkije.”

In zijn vaak spookachtige, uit meerdere transparante lagen opgebouwde schilderijen komen regelmatig mijnwerkers en apocalyptische landschappen voor, die doen denken aan mijnsites. De gezichten van de mijnwerkers zijn onherkenbaar, zoals in het groepsportret Wall of Safety, Wall of Sacrifice (2025). Het is alsof deze mensen vergeten mogen worden. Maar door de fijne lijnen zilverachtig lood waarmee de kunstenaar de geportretteerden heeft omgeven, krijgen ze een mystieke allure: als helden uit een ver verleden.

Ook het materiaal waarmee Eddib schildert en beeldhouwt is geïnspireerd op het mijnverleden. De slakken van de hoogovens, die hij vindt op de terrils, maalt hij fijn en mengt ze met olie om er olieverf van te maken. Hij gebruikt teer, lood, cement, tin en bijenwas – het zijn materialen die soms van vorm veranderen door temperatuur of blootstelling aan zuurstof. Dan verschijnen er druipsporen, zoals op het schilderij WTSK (2024), waarop een gekromde figuur door een als het ware huilend landschap met zwarte en blauwachtige bergen loopt.

De lekkerste spinazie

Toch is er ook een andere inspiratiebron in zijn werk. Dat is Eddibs moeder. Veel van zijn werken – van de groeps-eindexamenexpositie Honouring the cleaning lady in 2024 tot aan zijn net afgeronde solo Taliswoman in Z33 in Hasselt – refereren aan haar. Zij is de vrouw, zo vertelt hij, die gesluierd door het leven gaat, nooit heeft leren lezen en schrijven, nooit naar een restaurant gaat. „In België zou ze gezien worden als niet-geïntegreerd. Maar ze maakt wel de lekkerste spinazie met aardappelpuree en appelmoes.”

Kunstenaar Mounir Eddib, januari 2026.

Zijn moeder treft hij soms bij thuiskomst aan op haar gebedsmat. Ze smeekt Allah om geluk en voorspoed voor haar kinderen en dierbaren. „Zij en mijn vader komen nooit naar mijn tentoonstellingen kijken. Verdrietig word ik daar niet van. Wat moet ze in zo’n witte kunstruimte tussen dat witte publiek? Ik wil haar daarvoor beschermen. Mijn moeder is altijd bij mij, in gedachten. ‘Mogen de stekels die mijn weg versperren verdwijnen’ – daar bidt ze voor.”

Zijn moeder is ook degene bij wie het indigo sporen achterlaat op de huid, want de streek waar ze opgroeide aan de rand van de Sahara in Guelmin staat bekend om zijn diepblauwe gewaden. Ook voert ze bij hen thuis rituelen uit met lood om het huis en de harten van de bewoners te zuiveren. Eddib heeft het zijn moeder enkele keren als kind, in de keuken, zien doen: ze smelt lood en giet de kokende substantie in koud water. „Er vindt een soort explosie plaats. Het materiaal transformeert. Grillige structuren ontstaan met op sommige plekken knoopjes. Mijn moeder ‘leest’ die knoopjes als zones waar problemen ontstaan. Ze gaat op zoek naar een tegengif.”

Hij bewondert het dat zijn moeder zulke pre-islamitische rituelen uitvoert. „Binnen een niet altijd vriendelijke, witte samenleving blijft mijn moeder op zoek naar methodes om zichzelf ‘vrij’ te denken.” Net als zijn vader dat deed in zijn tekeningen van Black Beauty. En net als hij dat zelf probeert.

Werk van Mounir Eddib is te zien op ‘We live here too’ (t/m 1 maart, buitenplaats kasteel Wijlre) en ‘Missen als een ronde vorm’ (t/m 1 maart, Stedelijk Museum Schiedam). In april opent een solo bij Galerie Ron Mandos, Amsterdam. Info: www.mounireddib.com

NRC PresenteertDe rijzende sterren van 2026

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next