Venezolaanse olie De Verenigde Staten eigenden zich Venezolaanse olie toe, en de tankers met buitgemaakte olie zijn welkom in de haven van Curaçao. Nederland legt de verantwoordelijkheid bij Curaçao, dat grote economische kansen ziet. „De hypocrisie is buitengewoon.”
Premier Gilmar Pisas van Curaçao bij de tanker Regina. Het schip loste onlangs ruwe olie uit Venezuela, die de VS zich hadden toegeëigend.
De olietanker die anderhalve week na de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro Venezolaanse olie loste op Curaçao, voer onder valse vlag, had zijn verplichte transponder uitstaan, en vervoerde de olie terwijl het op de Amerikaanse sanctielijst staat. Daarmee overtrad het schip, de Regina, internationale regels voor de zeevaart. Desondanks was de tanker met een capaciteit van bijna zestigduizend ton welkom in het Koninkrijk der Nederlanden.
Er hadden „heel veel alarmbellen” moeten afgaan bij de Curaçaose en Nederlandse autoriteiten, zegt emeritus hoogleraar internationaal recht Fred Soons. „Een schip met een valse vlag is hoogst ongebruikelijk, ik zou hier als Curaçao heel veel moeite mee hebben. De risico’s op technische mankementen, verzekerings- en milieuproblemen of onduidelijkheden over de lading zijn heel groot. Je weet niet waarvoor je wordt gebruikt.”
Curaçao is een autonoom land binnen het Koninkrijk, maar Nederland is medeverantwoordelijk voor de buitenlandse betrekkingen van Curaçao. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag laat in reactie op vragen van NRC weten dat het bij de olietanker „voor zover bekend gaat om een commerciële transactie” en dat dit valt „binnen de autonome bevoegdheden van Curaçao”. Buitenlandse Zaken bevestigt daarbij dat ook het „logistiek en fysiek afhandelen” van de tanker en „de uiteindelijke toestemming om aan te meren en te lossen” de verantwoordelijkheid is van het autonome Curaçao.
Volgens hoogleraar Caribisch staatsrecht Arjen van Rijn is dat onhoudbaar. „Dat Buitenlandse Zaken betrokken zou moeten zijn, staat als een paal boven water. Door de context van het militaire ingrijpen van de VS in Venezuela worden hier de buitenlandse betrekkingen rechtstreeks geraakt, dus Nederland moet hier via de Rijksministerraad over meebeslissen.”
Emeritus hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis Gert Oostindie beaamt dat. „Dit had in de Rijksministerraad besproken moeten worden, en daar heeft Nederland de beslissende stem.”
Premier Gilmar Pisas van Curaçao verwelkomde de komst van de Venezolaanse olie vorige week als een „nieuwe strategische kans” voor het eiland en liet zich fotograferen met de olietanker in de Curaçaose Bullenbaai. Op vragen van NRC of hij Nederland heeft geïnformeerd over de komst van de olietanker, liet zijn woordvoerder weten de vragen te zullen bespreken met de premier. Hij beantwoordde de vragen echter niet.
Het schip de Regina, voorheen Jamaica genaamd, staat sinds 2023 op de Amerikaanse sanctielijst omdat de eigenaar gesanctioneerde Iraanse olie vervoerde. Waar de tanker sindsdien vaart, is moeilijk te achterhalen omdat het schip al ruim drie jaar geen AIS-signaal uitzendt. Dit signaal, dat onder meer positie, snelheid en koers aangeeft, zijn schepen verplicht uit te zenden. In drie databases die NRC raadpleegde, is van het schip geen recent AIS-signaal te vinden.
Volgens informatie van de Curaçaose havenautoriteit vaart het schip onder de vlag van Oost-Timor. Maar dat kan helemaal niet. „Alle registraties onder de vlag van Oost-Timor zijn frauduleus”, antwoordt Alberto Pereira, veiligheidsofficier van het directoraat voor zeetransport van Oost-Timor, op vragen van NRC. Afgelopen zomer liet Oost-Timor via een circulaire aan alle leden van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) weten dat diverse schepen frauduleus de vlag van Oost-Timor voeren. „We verzoeken de IMO en haar lidstaten vriendelijk om […] de operaties van alle schepen die onwettig de vlag van Oost-Timor voeren te stoppen”, staat in die circulaire, die in handen is van NRC. Ook het Koninkrijk der Nederlanden is aangesloten bij de IMO, een organisatie van de Verenigde Naties.
Het MMSI-nummer dat de Regina heeft opgegeven bij de Curaçaose havenautoriteit, een uniek digitaal ‘telefoonnummer’ voor veiligheidsdoeleinden, is „gekaapt”, zegt David Tannenbaum. Hij was sanctiespecialist bij OFAC, de Amerikaanse overheidsdienst die sancties handhaaft, en heeft nu een eigen adviesbureau. Het nummer hoort bij een containerschip dat momenteel op de Middellandse Zee vaart, zegt Tannenbaum op basis van gegevens van maritiem databedrijf Pole Star Global. Gesanctioneerde schepen die proberen hun locatie te verhullen, kapen volgens hem vaker MMSI-nummers.
Tannenbaum noemt het „absoluut hypocriet” dat de VS sancties oplegden aan de Regina omdat het schip Iraanse olie vervoerde, maar dat de Amerikaanse regering het „prima vindt een oogje toe te knijpen zodra het schip olie vervoert die de VS willen hebben. Door dit schip te ontvangen, werkt Curaçao hier actief aan mee. De hypocrisie is buitengewoon.”
Havenbedrijf 2Bays, volledig in handen van de Curaçaose staat, laat op vragen van NRC weten dat oliehandelaar Trafigura door de Amerikaanse overheid is ingehuurd om de Venezolaanse olie „te commercialiseren en zorg te dragen voor het transport ervan”, bevestigt directeur Patrick Newton van 2Bays. Trafigura „beschikt hiervoor over een OFAC-licentie”, dus toestemming van de Amerikanen.
Volgens Newton zijn de Curaçao Maritime Authority en de havenmeester verantwoordelijk voor toelating van schepen tot de haven van Curaçao. „Zonder hun goedkeuring kan een schip niet aanmeren.” De Maritime Authority en de havenmeester reageerden ondanks meerdere contactpogingen niet op vragen van NRC.
De havenveiligheidsadviseur van de Curaçaose havenautoriteit laat op vragen van NRC weten dat de directie buitenlandse betrekkingen van Curaçao, die onder gezag valt van de Curaçaose premier, in samenspraak met Nederland hoort te beoordelen of een schip op een sanctielijst mag aanmeren. „Dit is een rijksaangelegenheid.”
„Nederland verschuilt zich in de praktijk gemakkelijk achter de autonomie van de eilanden”, stelt bijzonder hoogleraar Koninkrijksrelaties Wouter Veenendaal. „Nederland wil graag dat de eilanden zich economisch ontwikkelen en is gevoelig voor Amerikaanse druk”, zegt hij. „Het komt Nederland in deze kwestie waarschijnlijk goed uit om te zeggen dat het hier niet over gaat.”
Wie de eigenaar was van de Venezolaanse olie in de Regina voordat de VS op 3 januari met de ontvoering van Maduro de macht in Venezuela grepen, is onbekend. Oliehandelaar Trafigura maakte op 9 januari in een persbericht bekend door de Amerikaanse regering te zijn gevraagd „logistieke en marketingdiensten” te verlenen om „de verkoop van Venezolaanse olie te faciliteren.”
Wie nu eigenaar is van de olie uit de Regina die in Curaçao ligt opgeslagen, blijft ook onduidelijk. Trafigura liet NRC weten niet te willen reageren op vragen, havenbedrijf 2Bays gaf evenmin antwoord op vragen hierover. Wel is duidelijk wie aan de olieverkoop gaat verdienen. Het Witte Huis liet vorige week aan persbureau Bloomberg weten dat „alle opbrengsten van olieverkopen zullen worden gestort op door de VS gecontroleerde bankrekeningen, ten gunste van de VS en Venezuela.”
De olietanker Regina maakt deel uit van de schaduwvloot die wereldwijd olie vervoert uit landen waartegen sancties gelden.
Sinds de gevangenneming van Maduro hebben de Amerikaanse strijdkrachten zeven andere olietankers geënterd die afkomstig waren uit Venezuela. Een ervan voer onder Russische vlag en werd begeleid door de Russische marine. „Het departement van oorlog zal ALLE schaduwschepen die Venezolaanse olie vervoeren opsporen en onderscheppen op een tijdstip en plaats naar onze keuze”, schreef de woordvoerder van het Pentagon twee weken geleden op X.
„De VS stellen dat zij de lading van een schip zonder geldige vlag in beslag mogen nemen”, zegt universitair docent internationaal zeerecht Hilde Woker. „Dat is een controversiële interpretatie van internationaal zeerecht. Door de olie te ontvangen, faciliteert Curaçao de omstreden verkoop van Venezolaanse olie. Dit is heel discutabel.”
Nadat de eerste olietanker op 14 januari in Curaçao aanmeerde, verklaarde premier Pisas dat de haven na jaren van stilstand weer economisch op gang komt. „Met name als wij weer Venezolaanse olie kunnen commercialiseren, biedt dit Curaçao grote kansen”, zei Pisas tegen het Antilliaans Dagblad. „Curaçao heeft het vermogen om snel te reageren op geopolitieke en geo-economische kansen, en om die te vertalen in tastbare economische voordelen”, schreef Pisas in een persbericht.
Twee dagen na de Regina meerde de olietanker Volans aan in de Bullenbaai, blijkt uit gegevens van de Curaçaose havenautoriteit. Dit schip staat ook op de Amerikaanse sanctielijst, omdat het behoort tot een schaduwvloot van schepen die gesanctioneerde Iraanse olie vervoeren. Volgens gegevens van de Curaçaose havenautoriteit is ook de Albedo onderweg vanuit Venezuela naar de Bullenbaai. Dit schip behoort tot de schaduwvloot die gesanctioneerde Russische, Iraanse en Venezolaanse olie vervoert.
Reageren? onderzoek@nrc.nl
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC