Home

Sting maakte een musical over zijn geboorteplaats: ‘Ik zat als kind vaak op de kade en dacht: hoe kom ik hier weg?’

Sting | muzikant Popmuzikant Sting speelt een hoofdrol in de door hemzelf ontwikkelde musical ‘The Last Ship’, nu te zien in Carré, Amsterdam. Het verhaal gaat over zijn geboorteplaats Wallsend, waar ooit de scheepsbouw floreerde. „Dit project is mijn manier om eer te betuigen aan de manier van leven van de mensen met wie ik opgroeide.”

Sting (Gordon Matthew Thomas Sumner) na afloop van de wereldpremière van ´The Last Ship´ in Carré.

Toen zijn beide ouders waren overleden, eind jaren tachtig, maakte popmuzikant Sting voor het eerst een album over zijn geboorteplaats: het dorpje Wallsend, onder de rook van Newcastle, van oudsher beroemd om zijn werven en scheepsbouw. Maar in de jaren tachtig sloten de werven, de streek raakte economisch in verval. De liedjes op The Soul Cages (1991) kwamen in eerste instantie voort uit gemis van zijn vader, maar leidden hem ook naar de geschiedenis van zijn geboortegrond.

Dus toen Sting (74) in 2011 het plan lanceerde voor de musical The Last Ship, over de teloorgang van een dorpje vol staalwerkers en zeelieden, had het idee al ruim tien jaar gerijpt. In 2014 werd de eerste versie gespeeld op Broadway in New York. Afgelopen zondag ging in Carré, Amsterdam, een gloednieuwe door Sting aangepaste versie van The Last Ship, met een nieuwe cast en aangepast verhaal, in première. Zelf speelt en zingt hij een van de hoofdrollen, van voorman Jackie White. Nog steeds, zegt Sting twee dagen later in zijn kleedkamer in Carré, is de voorstelling in ontwikkeling. De versie van vanavond is net anders dan zondag. „En morgen is het waarschijnlijk weer anders”, zegt hij. „Ik beschouw het als een levenswerk, het is nooit af.”

Verrassend somber

Voor een musical is The Last Ship verrassend somber maar ook indrukwekkend, door de fantastische vertolkingen door zangers en acteurs. Het verhaal heeft een sociaal bewogen thema: de sluiting van doks en werven in Wallsend sloeg, net als die van de Britse mijnen rond dezelfde tijd, diepe wonden in de gemeenschap die economisch afhankelijk was van de scheepsbouw, en zijn eigenwaarde ontleende aan de bouw van onder meer het ‘grootste cruiseschip’ van zijn tijd.

Rechtszaak Royalties ‘Every Breath You Take’

Terwijl Sting vorige week woensdag in Amsterdam werkte aan de try-outs van de voorstelling, diende in Londen een rechtszaak, aangespannen door zijn twee oud-collega’s van The Police, Stewart Copeland en Andy Summers, met wie hij destijds zijn carrière aanzwengelde. De zaak draait om de verdeling van royalties van het nummer ‘Every Breath You Take’ (in de Top-10 van dagelijks meest gestreamde liedjes ter wereld), die volgens Summers en Copeland niet rechtvaardig is. De uitkomst van de zaak is nog onbekend. Wil Sting er iets over zeggen? „Nou nee.”

Sting, in blauwe schipperstrui en zwarte broek, gaat zitten op een bank en vertelt dat hij de musical op dezelfde manier ziet als zijn liedjes: ze zijn nooit af. „Elk nummer, of het nu ‘Message In A Bottle’ is of ‘Roxanne’ speel ik bij ieder concert ietsje anders. Iets beter, vind ik.”

Zelf is hij geen groot liefhebber van musicals. „Ik hou van het oude repertoire, zoals Oklahoma! en My Fair Lady. Ik heb een hekel aan de huidige trend van jukebox-musicals, zonder nieuwe muziek en opgebouwd rond bekende pophits. Voor mij moet het origineler. Ik ben muzikant, ik wil nieuwe dingen bedenken.”

Even verderop op het podium wordt de uitvoering van vanavond al voorbereid. Straks zal Sting ook gaan opwarmen en oefeningen doen. Hij houdt van gitaarspelen en liedjes schrijven maar voor hem is de stem „het belangrijkst”. Wat voor gevoel geeft zingen hem? „Het is heerlijk, zoiets als vliegen denk ik. Zingen geeft me de vrijheid om op te stijgen, te zweven boven het publiek, omlaag te duiken en weer omhoog. Als een vogel. Zo voel ik me.” Het biedt tegenwicht voor het dagelijks leven. „Meestal ben ik nogal verlegen en stil. Ik zou een kluizenaar kunnen zijn. Zingen houdt me in evenwicht, als mens.”

Chique opleiding in Newcastle

In de door Sting geschreven musical (ondersteund door enkele schrijvers) verwerkte hij zijn eigen geschiedenis, vooral in twee personages. De 16-jarige Ellen, die uit het stadje vertrekt om in Londen muzikant te worden en de volwassen zeeman Gideon die na zeventien jaar voor het eerst weer naar Wallsend terugkeert. „Twee mensen die weggaan, net als ik. Iedereen in mijn omgeving vroeger ging vanzelfsprekend werken op de scheepswerf. Ik zat vaak op de kade van de veerhaven, als kind, met links een werf en rechts een werf, denkend: ‘Ik wil daar niet werken, hoe kom ik weg?’ Toen kreeg ik een beurs voor een chique opleiding in Newcastle, waar je Latijn leert en een uniform draagt. Dat was slechts vijf mijl verderop, maar ik raakte afgesneden van mijn achtergrond en mijn familie – een kloof waarover ik me altijd ellendig gevoeld heb. Dit project is mijn manier om eer te betuigen aan de manier van leven van de mensen met wie ik opgroeide.”

Scène uit The Last Ship in Carré.

Opvallend in het decor is de enorme stalen plecht die tegen de achterwand van Carré is geprojecteerd. „Daar ben ik geboren, naast de werf. Het beeld van een schip dat uittorent boven de kleine huisjes en straten, is mijn vroegste herinnering. Toen kon ik het niet waarderen, ik vond het eng en overweldigend. Pas later ontdekte ik de rijke symboliek van alles wat te maken heeft met de nautische werkzaamheden en omgeving van Wallsend.”

In de teksten van liedjes als ‘August Winds’ en ‘So To Speak’ verwerkte hij scheepsbouwjargon – riveter (klinknagelaar), hull (scheepsromp) – en metaforen ontleend aan water. Ellen wil weg want in het dorp is ze ‘drowning’, mensen vertrekken als ‘the tide’. En er is een ondergrondse rivier, in een lied bezongen door de boze vakbondsleider die zich verzet tegen de werfsluiting door premier Thatcher. „Die rivier staat voor de onzichtbare maar onstuitbare stroom die zal leiden naar rechtvaardigheid.”

‘Wallsend werd verraden’

Over de vraag of het idee voor The Last Ship ontstond uit persoonlijke woede, denkt hij even na. „Toen ik vertrok uit Wallsend was ik begin twintig en was ik al snel een succesvolle popmuzikant. Dus op het moment zelf voelde ik me persoonlijk immuun voor de sociale veranderingen. Ik was politiek bewust maar wist niet wat ik eraan kon doen. Pas later bedacht ik dat het verhaal verteld moest worden, dát kon ik doen. Het draaide om verraad. Want de scheepsbouw ging failliet omdat de regering geen subsidie gaf, zoals wel gebeurde in Korea en Japan, dus daar ging het goed. Wallsend werd verraden.”

In The Last Ship komt veel symboliek voor, over leven, transformatie, vertrouwen. Een van de opvallende symbolen is die van het geloof. Als zijn personage Jackie White zit Sting tegen het eind van de voorstelling in een kerk. Hij wijst omhoog en zegt tegen zijn vrouw Peggy: „Een kerk is eigenlijk niets anders dan een schip op zijn kop. Kijk maar naar die balken en die vorm.”

„Als kind in de kerk, ik was katholiek, zag ik de overeenkomst al.” In de voorstelling sterft White. „Ook dat is de rol van de kerk, als voertuig om je naar het volgend leven te transporteren. Dat is natuurlijk waar The Last Ship voor staat: voor de dood.” Een elegie, een ‘treurzang’ noemt hij het. „Voor een manier van leven. Die manier van leven kan ik niet terugbrengen, maar ik kan het vieren met dit verhaal.”

Gister trad hij nog op in het Rijksmuseum, voor een Duits tv-programma. Op sommige dagen speelt hij twee uitvoeringen van The Last Ship. Iedere dag wordt er getraind, geoefend. „Ik hou van werken”, zegt hij, „er is altijd iets te doen.”

Heeft die houding te maken met zijn religieuze achtergrond: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’? Hij lacht. „Ja. Ik hou de duivel graag op afstand, als het mag.”

The Last Ship: te zien t/m 1 februari en van 29 augustus t/m 13 september in Carré, Amsterdam. Info: carre.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next