schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
Wat bij een politieverhoor misschien goed werkt, leidt in de opvoeding vaak tot frustratie: de good cop, bad cop-verdeling. De ene ouder sust, de ander grijpt in. ‘Waarom ben ik altijd degene die boos moet worden?’, klinkt het dan. Wat te doen met verschillen in opvoedstijl?
‘Ouders die met alles op één lijn zitten, zijn eerder uitzondering dan regel’, zegt familiepsycholoog Dave Niks. Dat is ook logisch. Ieders opvoedstijl is sterk gevormd door de eigen jeugd, met bijbehorende normen, gewoontes en vanzelfsprekendheden. ‘Voor één persoon is het al ingewikkeld om te bepalen wat je meeneemt uit je eigen opvoeding. Laat staan dat je daar samen consistent beleid van moet maken.’
Volgens Niks zijn er grofweg twee patronen. ‘Je doet het zoals vroeger, vaak onbewust, omdat je niet beter weet. Of je wilt het juist totaal anders aanpakken. Dat afzetten is meestal bewust.’
Waarom liggen meningsverschillen zo gevoelig? Pedagoog Marina van der Wal legt uit dat kritiek op opvoeden al snel persoonlijk wordt opgevat. ‘Alsof jouw hele zijn ter discussie staat.’ De loyaliteit aan de eigen ouders speelt ook mee, zelfs als iemand heeft besloten het zelf anders te willen doen. ‘Het gevolg: partners verschansen zich ieder in het eigen schuttersputje.’
Ruzies gaan zelden over waarden, meent Van der Wal. Die delen partners vaak wel: respect, eerlijkheid, zorg voor elkaar. De botsing zit in de normen, in de praktische uitwerking van die waarden. Ze illustreert dat met een voorbeeld uit haar eigen gezin. ‘Mijn man en ik vinden eerlijkheid allebei belangrijk. Voor mij betekende dat: meteen vertellen als je een ruit van de buurman kapotmaakt met een bal. Mijn man vond dat eerlijkheid pas nodig was als de buurman verhaal kwam halen.’
Ook persoonlijkheid beïnvloedt de opvoedstijl. De ene persoon mijdt conflicten en hoopt dat problemen vanzelf verdwijnen. De ander kiest voor duidelijke taal en harde grenzen.
Duidelijke afspraken over zaken als bedtijd, schermtijd en snoepen helpen. Maar er bestaan genoeg opvoedkwesties die minder makkelijk in regels zijn te vatten. Want hoe reageer je op een kind dat steeds door de ouders heen praat of nooit zijn spullen opruimt? De ene ouder doet niets, de ander springt erbovenop.
Bespreek onenigheid op een later moment, als de emoties zijn gezakt. ‘Probeer te achterhalen wat het onderliggende pijnpunt is’, adviseert Van der Wal. Dat een vader met luide stem ingrijpt bij brutaliteit kan voortkomen uit de wens dat zijn kinderen later stevig in het leven staan. Of dat hij veel waarde hecht aan respect. En misschien grijpt moeder minder vaak in vanwege de vroegere ruzies thuis. ‘Als je die achtergrond kent, ontstaat er meer begrip.’
In een blog beschrijft Van der Wal een stel dat ruzie kreeg over chips en snoep voor het avondeten. De moeder verbood dit, de vader trok zich daar niets van aan, met bonje tot gevolg. Snacks betekenen voor hem gezelligheid, terwijl zij daarbij denkt aan haar kille en ongezonde jeugd. ‘Analyseer achteraf waar de onenigheid over ging’, zegt Van der Wal. ‘Gebruik geen abstracte woorden als ‘respect’ of ‘gezelligheid’, maar maak concreet wat je bedoelt.’
Tot slot noemt Niks één gouden regel: vorm één front waar de kinderen bij zijn. ‘Kinderen voelen feilloos aan als ouders verschillend denken en weten precies bij wie ze meer ruimte krijgen.’ Spreek daarom af dat je elkaar niet corrigeert tijdens een opvoedmoment. En let op: ook zuchten, met de ogen rollen of geïrriteerd weglopen, ondermijnt de ander.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant