Vrijwel iedereen die de afgelopen decennia iets heeft voorgesteld bij de publieke omroep, heeft Met het oog op morgen gepresenteerd. De Volkskrant kijkt met de makers en luisteraars terug op de rijke historie van het dagelijkse radioprogramma.
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
Na het welbekende Gute Nacht, Freunde van Reinhard Mey vertelde Mieke van der Weij op 9 augustus 2004 aan het begin van NOS Met het oog op morgen dat ze graag in de krant de familieberichten leest.
‘Tot mijn grote vreugde zag ik vandaag dat er weer een baby Mieke is genoemd’, vervolgde ze. ‘Deze naam was namelijk aan het uitsterven. Een Mieke was bijna per definitie middelbaar, of nog ouder. Mieke had zo langzamerhand een behoorlijk oubollige klank. Mieke Telkamp, dat werk. Maar het tij is gekeerd. Het mag weer. Meer Miekes graag!’
Wat Mieke van der Weij niet wist, was dat zijzelf de inspiratiebron was geweest voor de ouders van de jongere Mieke. Toen het programma vorige maand naar aanleiding van het 50-jarig jubileum luisteraars vroeg herinneringen op te halen aan een uitzending, meldde de familie zich.
‘Tijdens het namen verzinnen zei mijn man dat Mieke misschien wel leuk was’, zegt Carin van der Graaf telefonisch vanuit Hamburg, waar ze lesgeeft. ‘Maar ik kende een saaie Mieke, dus ik wist niet of dat nou wel zo’n goed idee was en vroeg of we nog andere Miekes kenden. Mieke van der Weij, zei hij toen. Dat vond ik meteen geweldig, want we luisterden vaak naar Met het oog op morgen en de Tros nieuwsshow. Ik heb altijd met grote bewondering naar haar geluisterd.’
Ruim 21 jaar na de geboorte van Mieke van der Graaf presenteert Mieke van der Weij nog altijd Het oog en luisteren veel Nederlanders nog altijd naar de ‘Willem Drees van de radio’, zoals oud-presentator Frits Spits het programma eens omschreef – want ‘onkreukbaar, een tikje sober, gedreven, betrouwbaar en zuinig met woorden’.
In het tijdperk van Donald Trump, aan wie andere adjectieven kleven dan aan Drees, slaagt Het oog er nog steeds in razend populair te zijn. Oké, de luistercijfers van de hoogtijdagen van de jaren tachtig – rond de 500 duizend – worden niet meer gehaald, maar voor een radioprogramma dat om 11 uur ’s avonds begint is 134 duizend veel: op dat moment ongeveer een derde van alle radioluisteraars (het gemiddelde marktaandeel van NPO Radio 1 is rond de 8 procent, volgens cijfers van het Nationaal Media Onderzoek). Daarnaast luisteren tienduizenden Nederlanders via de podcast.
Eerder deze maand, buiten was het 1 graad, vierde het programma zijn 50ste verjaardag met een jubileumuitzending in het Rotterdamse Theater Walhalla. Met een aantal huidige gezichten van Het oog – behalve Van der Weij zijn dat Wilfried de Jong, Simone Weimans, Coen Verbraak, Chris Kijne, Lucella Carasso, Elisabeth Steinz en Winfried Baijens – vond daar een presentatorendebat plaats. Rob Trip, een andere vaste presentator, was verhinderd.
Cabaretier Patrick Nederkoorn was ook te gast. Talloze luisteraars, zei hij tijdens zijn bijdrage, hadden naar het programma gemaild dat ze ‘steevast met presentatoren naar bed gaan’. ‘Ik weet niet hoe letterlijk ik dit moet nemen’, zei hij, ‘maar Het oog is natuurlijk ook een tijd gepresenteerd door Jeroen Pauw.’
Pauw, die het tussen 2000 en 2006 deed, was niet aanwezig in Rotterdam. Een aantal andere oud-presentatoren – Maartje van Weegen, Henk van Hoorn, John Jansen van Galen en Frits Spits – zat wel in het publiek, zomaar tussen het gewone volk. ‘Je krijgt de groeten van Frits Spits, zit ik naast’, appte een man die een flink eind van Frits Spits verwijderd zat, naar een vrouw. ‘Wat bijzonder dat je naast Frits Spits zit!’, reageerde zij.
Zowat iedereen die de afgelopen decennia iets heeft voorgesteld bij de publieke omroep, heeft Het oog gepresenteerd. Nog een kleine greep: Hanneke Groenteman, Aad van den Heuvel, Wim Bosboom, Clairy Polak, Eva Jinek, Joop van Zijl, Henny Stoel, Koos Postema, Rob Trip, Herman van der Zandt.
De eerste uitzending, op 5 januari 1976, werd gepresenteerd door de in 2019 overleden journalist Han Mulder. Het programma is bedacht door Kees Buurman (1936-2007), destijds chef actualiteiten bij de NOS. Hij wilde op het late tijdstip eens wat anders dan de slecht beluisterde hoorspelen.
Buurman wist meteen wat de tune moest worden: Gute Nacht, Freunde van Reinhard Mey. Volgens hem ademde het lied het karakter dat het programma moest krijgen: dat van een slaapmutsje.
De tekst luidt:
Gute Nacht Freunde
Es wird Zeit für mich zu geh’n
Was ich noch zu sagen hätte
Dauert eine Zigarette
Und ein letztes Glas im Steh’n
Al na de eerste proefuitzendingen moest Buurman aan de NOS-leiding tekst en uitleg geven over zijn keuze voor het Duits. Later volgden scheldbrieven van luisteraars. Naarmate de herinneringen aan de oorlog meer en meer vervaagden, verschoof de aandacht van critici naar de laatste twee regels: die zouden drank en sigaretten propageren.
In het jubileumboek Buiten is het twaalf graden... – 25 jaar Met het oog op morgen 1976-2001 is te lezen dat Buurman beide kampen tegemoet had kunnen komen met een Nederlandse vertaling van het lied, in 1975 geschreven door Karel H. Hille.
Goedenacht vrienden
Het is weer de hoogste tijd
Wat ik meer zou willen vragen
Kost zeker nog vele dagen
En wie weet waar dat toe leidt
Maar Buurman was niet te vermurwen. ‘De vertaling van Hille is wat sfeer, taalgebruik en emotie duizend keer minder dan het origineel’, zei hij in Buiten is het twaalf graden.
Sporadisch krijgt de redactie van Het oog nog kritiek op de tune, omdat die luisteraars zou aanmoedigen het op een zuipen en roken te zetten, zegt Ruurd Edens, al ruim dertig jaar redacteur, in een café in Amsterdam. Overigens zijn er nog veel meer luisteraars gehecht aan het geluid, voegt Edens eraan toe. ‘Toen John Jansen van Galen in 2010 in een uitzending liet doorschemeren dat we van tune gingen veranderen, kregen we vierhonderd woedende mails.’ Het bleek een 1 aprilgrap.
Het geluid is iconisch geworden, zegt zijn collega Harry Valkenet, die naast hem zit en ongeveer net zolang bij het programma werkt. ‘Soms vragen we of iemand in de uitzending te gast wil zijn, maar dan kent die het programma niet. ‘Misschien kent u de tune?’, vragen we dan. Vaak kennen ze die wel.’
Buurman was ook op zoek naar een stem. Volgens hem zou die, ‘meer dan de tune’, bepalend zijn voor de herkenbaarheid en het karakter van het programma. ‘Hiervoor ware een stem met uitzonderlijk timbre te kiezen’, schreef hij in zijn programmavoorstel. De keuze was gevallen op de ‘prachtige, zeer mannelijke en robuuste stem’ van Hans Hogendoorn.
In de beginjaren hield Hogendoorn het summier en zakelijk. ‘Dit is Met het oog op morgen’, zei hij, waarna een samenvatting van de onderwerpen volgde. Maar Buurman wilde de opening van de uitzending smeuïger maken, zegt Hogendoorn in Was ich noch zu sagen hätte – Veertig jaar Met het oog op morgen, een ander jubileumboek. ‘Ik herinnerde me een aantal Amerikaanse standaard-radiozinnetjes en stelde voor de buitentemperatuur erbij te vermelden.’ Dat werd de iconische zin: ‘Buiten is het [temperatuur], binnen zit [naam presentator].’
Na pakweg zestienduizend uitzendingen in 48 jaar besloot Hogendoorn zo’n tweeënhalf jaar geleden te stoppen. ‘Een collega zei tegen me dat ze via een publiekswedstrijd op zoek gingen naar een nieuwe stem en pushte me om mee te doen’, zegt Hanneke de Jonge, journalist van het tv-programma Nieuwsuur, na afloop van de jubileumuitzending in Rotterdam. ‘Ze hadden een app gemaakt waarbij de tekst ‘Dit is Met het oog op morgen’ voorbij rolde terwijl de tune klonk. Het was een soort karaoke. Vanwege de akoestiek heb ik dat met mijn roze badjas over mijn hoofd zitten inspreken.’
In totaal waren er 7.200 inzendingen. Drie weken later hoorde De Jonge dat ze bij de laatste 170 zat. Nadat ze voor nog een auditie naar Hilversum was gekomen, was ze met de laatste elf – onder wie ook de acteurs Jacqueline Blom, Thekla Reuten en Gijs Scholten van Aschat – welkom bij een live-uitzending. ‘Toen werd het spannend’, zegt De Jonge.
En nu is ze de opvolger van Hans Hogendoorn. ‘Een stem uit duizenden, uniek en toegankelijk tegelijk’, aldus de jury over De Jonge. ‘Het was een bizarre rollercoaster’, zegt ze. ‘Ik zat ook ineens in het achtuurjournaal. En dat terwijl ik altijd achter de schermen wilde werken. Maar gelukkig valt het met het sterrendom wel mee.’
Dat geldt niet voor de presentatoren van het programma, die vaak niet alleen bekend zijn van Het oog, maar ook van televisie. In de beginjaren vaardigden de omroepen, die toen nog gezamenlijk Het oog maakten, allemaal hun eigen sterren af, zegt Henk van Hoorn, oud-hoofdredacteur van Het oog, voorafgaand aan de jubileumuitzending. Hij noemt ze op: ‘Fred Racké, Peter Knegjens, Han Mulder.’
‘O, die zijn allemaal dood’, zegt de naast hem zittende Maartje van Weegen, die het in 1982 en 1983 presenteerde en tot 2007 vaste invaller was, met haar hand voor haar mond. ‘We moeten voorzichtig zijn!’ Van Hoorn, onverstoorbaar: ‘Maar die konden lang niet allemaal een serieus vraaggesprek voeren. Stel er gebeurde iets in Venezuela op een avond die Peter Knegjens (1916-1996, Avro-presentator, red.) presenteerde – dat was een ramp.’
Ook Ivo Niehe, de afvaardiging van de Tros tussen 1985 en 1988, had nauwelijks journalistieke ervaring toen hij werd uitverkoren om het meest prestigieuze radioprogramma te presenteren. Zijn uitzendingen zaten boordevol fouten.
Maar dat lag niet alleen aan hem. ‘Ik herinner me nog goed hoe een redacteur uit het ‘andere kamp’ mij regelmatig te grazen nam’, zegt Niehe in Was ich noch zu sagen hätte. ‘Het was de laatste periode van de verzuiling.’ Elke keer zat ten minste één fout in de teksten voor de nieuwsrubrieken die hij kreeg aangeleverd. ‘De premier van een exotisch land die in werkelijkheid president bleek te zijn, de hoofdstad van een land die geen hoofdstad was, verkeerde jaartallen…’
Toen Van Hoorn in 1995 hoofdredacteur van het programma werd, pleegde hij een coup. ‘Ik zei dat er meer omroepen dan de zeven dagen in de week waren en we de keuze voor presentatoren dus niet meer aan de omroepen konden overlaten. Vanaf dat moment zijn we ze met de redactie zelf gaan uitkiezen.’
‘Waarom wilde je graag bij Met het oog op morgen werken?’, vraagt een vrouw in het publiek voorafgaand aan de jubileumuitzending aan Simone Weimans, waarop ze zegt dat ze zich kan herinneren dat een Vara-collega Het oog het hoogst haalbare noemde. ‘Als ik daar kan werken… daarna is er niets meer’, zei de collega. Weimans: ‘Ik dacht dat dat mij nooit ging lukken. Het oog is zo’n iconisch programma.’
De opvolger van Henk van Hoorn – en dus nu verantwoordelijk voor de selectie van presentatoren – is Marion van de Wouw. Regelmatig krijgt ze het verzoek van presentatoren om ‘eens koffie te drinken’, zegt ze. Dat helpt niet vaak. ‘Maar we zijn steeds aan het spotten. In elk geval willen we dat de beste tv- en radio-interviewers ooit Het oog hebben gedaan.’
Zelden loopt Het oog een blauwtje. ‘Alleen Felix Meurders heeft ooit nee gezegd, omdat hij het een te geformatteerd programma vond waarin je te weinig van jezelf kon leggen’, zegt Van de Wouw. ‘Er heeft trouwens nog iemand geweigerd, maar diegene kan ik niet noemen.’
Het NOS-stempel is steeds nadrukkelijker zichtbaar. Drie van de laatste presentatoren – Weimans, Steinz, Baijens – zijn van de omroep afkomstig. ‘Tja, ik hoef toch niemand uit te leggen dat je Winfried Baijens in je programma wilt?’, zegt Van de Wouw. ‘Ik had graag naar buiten gekeken, maar hij is gewoon heel goed. De volgende komt niet van de NOS, kan ik wel zeggen – al zei ik dat de vorige keer ook.’
Het draait om het hele presentatorenpalet, zegt Van de Wouw. ‘We willen niet alleen VPRO-achtige types, daarom hebben we ook Tijs van den Brink en Stephan Sanders gevraagd.’ Van den Brink presenteerde tussen 2003 en 2014, Sanders tussen 2003 en 2012. ‘We willen niet alleen Hilversum-types, daarom hebben we Sheila Sitalsing als invalpresentator gevraagd. We willen oud en jong.’
De gemiddelde leeftijd van de presentatoren die in Walhalla aanwezig waren, is 59. ‘Om dit programma te kunnen dragen’, zegt Van de Wouw, ‘is een bepaalde levens- en journalistieke ervaring vereist.’
Een probleem, zegt Van de Wouw, is dat presentatoren het zo goed naar hun zin hebben achter de microfoon dat ze er nooit meer vandaan willen komen.
‘Er is een paar keer aan me gevraagd wanneer ik dacht afscheid te nemen’, zegt John Jansen van Galen in Theater Walhalla. ‘Mijn antwoord was: nou, niet. Maar dat was niet de bedoeling.’ Jansen van Galen is de langstzittende Het oog-presentator: hij deed het tussen 1990 en 2015.
Henk van Hoorn deed het iets korter: met korte tussenpozen tussen 1986 en 2010. Hij noemt het ‘een wonder’ dat het programma al vijftig jaar onaangetast is gebleven – ondanks de moordende concurrentie die er in de loop der jaren van talkshows bij is gekomen.
Wel bepleit hij dat het ‘best iets spraakmakender mag worden’, bijvoorbeeld door ‘iets minder brave presentatoren’ aan te stellen. Jansen van Galen stelt daarentegen dat het ‘gebrek aan sensatiezucht’ nu juist een van de krachten is van Het oog. ‘Overal in het land wordt het programma ervaren als plechtanker, als baken van betrouwbaarheid. Het is gedegen voorbereid.’
De voorbereiding wordt gedaan door de redactie, die bestaat uit ‘anderhalve man en een paardenkop’, aldus Van Hoorn (het zijn negen mensen). Na de vaste rubrieken – ‘het nieuwsoverzicht’ en ‘de krant van morgen’ – vinden er vier gesprekken plaats. ‘Het openingsgesprek moet over het nieuws gaan, het tweede onderwerp moet ook urgent zijn, en de laatste twee mogen wat tijdlozer zijn’, zegt redacteur Harry Valkenet.
Maar ook die moeten relevant zijn, voegt hij eraan toe. ‘Denk aan een goed boek dat de volgende dag uitkomt.’ Het oog is volgens Valkenet journalistieker geworden. ‘Vroeger voerden we nog weleens gesprekken over de beaujolais primeur, of vlaggetjesdag, of een symposium of congres. Dat doen we niet meer.’
De gasten moeten altijd gespecialiseerd zijn in het te bespreken onderwerp. Voor een gesprek over Trump zou Het oog niet zomaar Jort Kelder uitnodigen. ‘We willen experts’, zegt Valkenet.
Hoewel de luisteraar dat misschien niet in de gaten heeft gehad, is het tempo van Het oog de afgelopen decennia flink opgeschroefd. Voor beide rubrieken werd eerst vierenhalve minuut uitgetrokken, nu is dat nog maar drie minuten.
Uit oude onderzoeken blijkt dat de rubrieken het populairste onderdeel zijn, zegt Maartje van Weegen. ‘Als je naar Het oog hebt geluisterd, ben je weer bij. Daarom luisteren mensen graag. En vanwege de rust.’
Het tempo moet niet al te hoog worden, zegt ook redacteur Ruurd Edens. ‘We weten dat veel luisteraars na, of misschien wel tijdens, de uitzending gaan slapen.’
Isis Zonneveldt, een 22-jarige student uit Zutphen, is een van hen. ‘Voor mij is Het oog fijn om na een drukke dag mee bij te komen.’ Ze begon met luisteren dankzij haar vader. ‘Als een vriendin en ik in Amsterdam naar een concert waren gegaan, haalde hij ons op en zette hij op de terugweg de radio aan. Terwijl hij ons veilig thuisbracht, leerden wij op de donkere snelweg over het nieuws. Voor mij is dat een mooie herinnering.’
Sinds een jaar of vier luistert ze iedere avond. ‘Misschien heb ik mezelf gepavlovd, maar zonder Gute Nacht, Freunde en zonder te weten hoe koud het is en wie er dan binnen zit, val ik niet in slaap.’ Meestal luistert ze via de radio, maar als ze is uitgegaan zet ze ’s nachts de podcast op.
De vader van Isis is vorig jaar overleden. ‘Maar als ik na een concert in de trein naar huis Het oog luister, is hij er toch een beetje bij.’
Naar alle presentatoren luistert ze graag. ‘Maar ik ben voornamelijk fan van Rob Trip, die heeft zo’n mooie stem. Mieke van der Weij doet goede interviews, Coen Verbraak trouwens ook. Dat zijn van die namen – als ik die hoor, denk ik: o ja, dit wordt een fijne avond.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant