Mecenaat
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
De Nederlandse kunstliefhebber, en specifiek het Rijksmuseum in Amsterdam, heeft een prachtig cadeau gekregen. Dankzij de gulle schenking van 60 miljoen euro door de familie Van Rappard kan het Carel Willinkplantsoen, aan de overkant van het museum, worden omgetoverd tot een overdag voor iedereen toegankelijke beeldentuin.
De familie geeft bovendien een aantal iconische beelden langdurig in bruikleen, en schonk in 2023 12,5 miljoen euro voor beeldententoonstellingen in de tuin van het museum zelf. Het Stedelijk Museum in Amsterdam kreeg eerder al een donatie voor een binnen-beeldentuin.
Dergelijke gulheid moet worden toegejuicht, en vindt hopelijk meer navolging. De overheid beknibbelt al jaren op de cultuursector, daarbij negerend dat kunst – in de breedste zin – ook iets oplevert, maatschappelijk én financieel. Door gemeentelijk geldgebrek lopen subsidies op lokaal niveau terug, uit goededoelenloterijen komen lagere afdrachten, en vier grote private fondsen berekenden onlangs dat het landelijke budget in twintig jaar is gedaald van 0,47 procent naar 0,35 procent van de rijksbegroting.
Giften van vermogende particulieren mogen echter geen vervanging worden van wat in essentie een overheidstaak is. Cultuur in Nederland betekent immers ook dat kunst van onderop wordt gestimuleerd. De beeldhouwcursus om de hoek, de broedplaats met ruimte voor boetseren, het streekmuseum met tentoonstellingen van lokale (amateur-) kunstenaars en de kunstacademie zijn nét zo belangrijk als het Rijksmuseum.
Het gevaar bestaat ook dat aan donaties voorwaarden zijn verbonden, of dat de schenker uitgesproken voorkeuren heeft voor wat wel en niet wordt getoond. Dat is volgens Rijksmuseum-directeur Taco Dibbits hier niet het geval, er worden geen tegenprestaties verwacht. „Onze onafhankelijkheid staat voorop. Wij bepalen wat wel en wat niet in de tuin komt”, zei hij tegen NRC.
In dat licht is het teleurstellend om te zien welke keuzes het Rijksmuseum al maakte voor de beeldentuin. Gekozen is voor de Brit Norman Foster en de Belg Piet Blanckaert om paviljoen en tuin te ontwerpen, en volgens het persbericht zijn de beelden die te zien zullen zijn van de Amerikaan Alexander Calder, de Frans-Amerikaanse Louise Bourgeois, de Catalaan Joan Miró en de Zwitser Alberto Giacometti.
Dat zal ongetwijfeld bezoekers trekken. Maar juist een museum dat zichzelf afficheert als ‘hét museum van Nederland’, waar het „verhaal van 800 jaar Nederlandse geschiedenis met de grote meesters” wordt verteld en dat eerdere grote donaties onder meer gebruikte om Rembrandts en de Haagse School aan te kopen, had die lijn kunnen doortrekken.
Als het om tuinontwerp gaat, is de Dutch Wave wereldberoemd, Piet Oudolf ontwierp al onder meer de beeldentuinen van Museum Voorlinden in Wassenaar en Singer Laren. Internationaal tellen architecten Winy Maas van MVRDV (depot voor het Boymans van Beuningen in Rotterdam), Francine Houben van Mecanoo (renovatie van het Boymans) en Rem Koolhaas (Kunsthal Rotterdam) mee. Herman Hertzberger ontwierp TivoliVredenburg en CODA in Apeldoorn. Kunstenaar Peter Struycken maakte spannende buitenkunst in Arnhem (Blauwe Golven) en bedacht voor Den Haag een sokkelroute, Karel Appels beelden kent iedereen, glaskunstenares Maria Roosen won meerdere prijzen.
De beelden in de nieuwe tuin zullen rouleren, beloofde directeur Dibbits. Het zou mooi zijn om in het hart van de hoofdstad aan iedereen te laten zien welke prachtige Nederlandse buitenkunst er bestaat.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC