Syrië Het Syrische regeringsleger heeft na een reeks nieuwe aanvallen gebieden veroverd op de overwegend Koerdische Syrisch Democratische Strijdkrachten (SDF). Luidt dit het einde in van de Koerdische autonomie in het noordoosten van Syrië?
Vrouwelijke soldaten van de door Koerden geleide, door de VS gesteunde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) marcheren tijdens een militaire parade in Qamishli, in het noordoosten van Syrië, op zondag 18 januari 2026.
Beelden van een groep uitzinnige mannen die in de Syrische stad Tabqa een standbeeld omlaaghalen van een Koerdische strijder met een kalasjnikov op haar rug gingen dit weekend het internet over. Het standbeeld was daar geplaatst door de overwegend Koerdische strijdgroep Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), als ode aan hun strijd tegen de terreurgroep Islamitische Staat (IS) in Syrië. Dat juist nu dat beeld tegen de vlakte is gegaan is symbolisch voor de gevechten die in het weekend weer zijn opgelaaid tussen het Syrische regeringsleger en de SDF.
In een gepubliceerd decreet kondigde de Syrische interim-president Ahmed Al-Sharaa vrijdag aan dat Koerden in Syrië rechten krijgen, zoals herstel van staatsburgerschap en formele erkenning van de taal. Dat betekent onder meer dat scholen in het Koerdisch les mogen geven.
Het leek een handreiking naar Koerdische milities in de SDF, die autonomie genieten in het noordoosten, nadat het regeringsleger een week ervoor twee wijken in Aleppo op de strijdgroep had veroverd. Maar snel na het decreet volgden nieuwe operaties tegen Koerdische strijdkrachten in grote delen van Noord-Syrië. Belangrijke overwinningen waren de steden Raqqa, ooit het hoofdkwartier van IS, Deir Ez-Zor en strategische dammen en olievelden.
„Dit was niet per se wat de Syrische regering voor ogen had”, zegt Mohammad Kanfash, onderzoeker aan het Centrum voor Conflictstudies aan de Universiteit Utrecht, aan de telefoon. „Voor de Syrische regering zou een geleidelijke integratie van de SDF een veel betere uitkomst zijn geweest dan het innemen van grote delen van het land.” Om dat te bereiken, kwamen de Syrische regering en de SDF in maart vorig jaar tot een overeenkomst, maar daar kwam sindsdien weinig van terecht.
Volgens Kanfash voelde de Syrische regering zich genoodzaakt in te grijpen omdat SDF-gebieden steeds meer een schuilplaats vormden voor separatistische bewegingen, zoals de Druzen uit Suweida in het zuiden en voormalige Assad‑affiliaties aan de westkust. In beide regio’s braken vorig jaar hevige gevechten uit met de Syrische regering, met veel doden tot gevolg. „De afgelopen maanden zag de Syrische regering dat de SDF allianties smeedde met groeperingen die streefden naar een vorm van zelfbestuur. Daarbovenop zochten SDF-functionarissen contact met Israëliërs en gaven zij interviews aan Israëlische media, terwijl Syrië op gespannen voet staat met Israël”, zegt Kanfash.
Volgens Kanfash was er aanvankelijk geen grootschalig plan om heel Noordoost-Syrië in te nemen. De focus lag op Aleppo, de tweede stad van het land. Maar de SDF begon intern uiteen te vallen, waarbij lokale Arabische stammen overliepen naar het Syrische leger in steden waar zij de meerderheid vormen. Daardoor werd de militaire opmars van het Syrische leger plotseling veel eenvoudiger.
„De SDF werd in veel Arabische gebieden gezien als een externe macht die een ideologie oplegde die weinig aansluiting vond bij de lokale bevolking”, zegt Kanfash. Hij verwijst daarmee naar de Koerdische militie YPG, die ideologisch verwant is aan de PKK, de militante Koerdische beweging van leider Abdullah Öcalan, die vredesgesprekken voert met de Turkse regering. „Daarnaast groeide de onvrede over corruptie en over het feit dat Arabieren, ondanks beloften van de SDF, nauwelijks werden betrokken bij het lokale bestuur. Ook infrastructuur, onderwijs en basisvoorzieningen bleven achter.”
De Syrische regering en de SDF bereikten zondag een staakt-het-vuren. Maandag kwamen Al-Sharaa en SDF-leider Mazloum Abdi samen voor een vijf uur durend overleg om die overeenkomst te bezegelen, onder bemiddeling van de Verenigde Staten. De Amerikanen bevinden zich in een unieke positie om een eind te maken aan deze crisis, omdat ze nauwe banden onderhouden met beide partijen. Vorig jaar bezocht Al-Sharaa het Witte Huis, waarna Amerikaanse sancties tegen Syrië werden opgeheven. Eerder, in 2015, hadden de Verenigde Staten samen met de SDF een succesvolle coalitie gevormd om de opmars van Islamitische Staat in Syrië te stoppen.
Bewoners reageren terwijl een bus met Koerdische strijders zich op 10 januari 2026 klaarmaakt om onder begeleiding van veiligheidstroepen de Koerdische wijk Sheikh Maqsud in Aleppo te verlaten.
De Amerikaanse Koerdenspecialist Aliza Marcus werkt aan een nieuw boek over de politieke situatie van Koerden in Syrië, dat uitkomt in mei. Wat volgens Marcus nu overblijft is in feite een terugkeer naar de oorspronkelijke structuur van de SDF, met de YPG als dominante kracht en hooguit enkele kleine lokale milities aan de randen. „De Koerden lijken vooralsnog Koerdische kerngebieden te controleren, zoals Kobani en delen van Hasaka. De vraag is of zij in die gebieden enige vorm van zelfbestuur kunnen houden binnen een gecentraliseerd Syrië.”
Over de dubbele rol van de Verenigde Staten in dit conflict is Marcus duidelijk. „De VS hebben de Koerden destijds uitsluitend militair gesteund in de strijd tegen IS, maar nooit beloofd om de Koerdische autonomie te beschermen. Toch bleven de Koerden geloven dat het anders zou zijn. Dat voelt voor veel Koerden nu als een nieuwe vorm van verlating door hun bondgenoten, terwijl zij een sleutelrol speelden in de nederlaag van IS.”
Opvallend is dat juist nu honderdtwintig IS-strijders zijn ontsnapt uit gevangenissen die onder SDF-bewaking stonden. Syrische veiligheidstroepen houden een klopjacht op de gevangenen en melden dat inmiddels meer dan tachtig van hen opnieuw zijn opgepakt. De Syrische regering en de SDF beschuldigen elkaar van verantwoordelijkheid voor de uitbraak.
Volgens onderzoeker Mohammad Kanfash zal de komende tijd duidelijk worden wie erachter zit, al acht hij een wederopstanding van IS onwaarschijnlijk. „Vooral de Syrische regering heeft er geen enkel belang bij dat IS opnieuw voet aan de grond krijgt. Zij is aangesloten bij de internationale coalitie tegen IS. We moeten niet vergeten dat niet alleen de SDF tegen IS heeft gevochten in Syrië, maar ook andere facties die nu deel uitmaken van het huidige Syrische leger.”
Dansende mensen, toeterende auto’s en vuurwerk. In Damascus vierden Syriërs zondagavond de „vereniging”, zoals sommigen de verovering van de door de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) gecontroleerde gebieden in het noordoosten van het land noemen. Veel van hen hopen dat interim-president Ahmad al-Sharaa zijn beloftes van een verenigd Syrië waar zal maken.
Maar onder Koerdische Syriërs in het noordoosten van het land, waar het regeringsleger aan terrein wint, overheerst onzekerheid en angst.
Sarah Bahboh (35) uit Damascus: ‘We zijn blij met deze vereniging’
In Damascus hoorde Sarah Bahboh (35) zondagavond het geluid van de kerkklokken en de „prachtige takbirs” – de aanroep Allahu akbar – uit de moskeeën. Het nieuws dat het Syrische regeringsleger de olierijke gebieden in het noordoosten van het land had veroverd van de door Koerden geleide SDF, viel in de hoofdstad in goede aarde. „Deze vereniging heeft iedereen blij gemaakt, want een verdeelde staat kan niet succesvol zijn. Alle Syriërs wachten erop dat de resterende regio’s onder de paraplu van de staat verenigd worden.”
Als ze de vraag krijgt wat haar religie is, fronst Bahboh. Ze is moslim, zegt ze met tegenzin, want die vraag doet er volgens haar niet toe. „We zijn allemaal Syriërs. Wat voor ons telt, is in vrede leven en ons land heropbouwen.” Ze benadrukt dat het Koerdische volk „een voltallig onderdeel” is van Syrië en dat hun taal en rechten moeten worden gerespecteerd. „Syrië is de bakermat van beschavingen en heel divers. Al sinds de vroegste beschavingen leven we hier samen.”
Perwer Muhammad Ali (38) uit Noordoost Syrië: ‘We zijn bang’
Perwer Ali woont in Kobani, ook wel bekend als Ayn al-Arab, in het noorden van Syrië, en zegt dat de situatie daar aan het verslechteren is. De overwegend Koerdische plaats nabij de grens met Turkije staat sinds 2012, als gevolg van de Syrische burgeroorlog, onder controle van de SDF. „Maar we zijn bang dat de Syrische regering verder oprukt naar onze steden en we zijn bang voor massamoorden.”
Vluchten kunnen ze niet, zegt hij: de stad is belegerd en de water- en elektriciteitsvoorzieningen zijn afgesloten. Het nieuwe presidentiële decreet dat Ahmad al-Sharaa vorige week ondertekende om de rechten van Koerdische Syriërs te waarborgen neemt zijn zorgen niet weg. Een presidentieel decreet kan later nog worden gewijzigd of ongedaan worden gemaakt, zegt Muhammad Ali. „We zijn pas blij als onze rechten in de grondwet worden opgenomen.”
Koerdisch-Syrische reisgids (32) uit Damascus: ‘Dit is een goede eerste stap’
„Ik heb me als Koerd nooit bedreigd gevoeld in Damascus”, zegt een 32-jarige reisgids uit Damascus, die niet met haar naam in de krant wil. Ze vindt het decreet van Al-Sharaa „een goede stap” om te erkennen dat Koerden een onderdeel zijn van Syrische maatschappij. Maar de situatie blijft gespannen, zegt ze, „zeker nu de SDF zich heeft teruggetrokken uit Raqqa en Deir ez-Zor. Het is afwachten wat er daar gaat gebeuren.”
Haar hoop is vooral dat het land weer veilig wordt. „En dan bedoel ik in de nabije toekomst, niet in de verre toekomst. We hebben vijftien jaar chaos gehad in Syrië, en al die tijd heb ik hier gewoond. Het was hier niet makkelijk voor degenen die niet de kans hadden om te vertrekken naar het buitenland. Ik hoop dat Syrië weer veilig en stabiel wordt, en dat alle Syriërs elkaar weer accepteren, bij welke sekte of religie je ook hoort.”
Loliet Witteveen vanuit Damascus
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.
Source: NRC