Home

Een minderheidsregering zeldzaam? In Denemarken weten ze niet beter

Coalitie Denemarken telde de afgelopen honderd jaar maar drie meerderheidskabinetten. Het voordeel van minderheidsregeringen is vooral dat extremisten niet in de regering komen, legt politicoloog Rune Stubager uit.

De Deense premier Poul Nyrup-Rasmussen, premier van een minderheidsregering tussen 1993 en 2001

Een minderheidsregering staat of valt met samenwerking. Dat is wat je in de Deense politiek ziet, vertelt Rune Stubager (50). De hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Aarhus vindt het geestig dat in Nederland veel vragen worden gesteld over de voor- en nadelen van een minderheidsregering. „Wij weten eigenlijk niet beter”, aldus Stubager. Vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw hebben de Denen slechts drie méérderheidskabinetten gehad – inclusief het huidige.

Dat ze werken, komt volgens Stubager omdat in het Deense parlement wordt gewerkt met twee blokken: rood en blauw – oftewel, een linkse en een rechtse alliantie. Een regering kan daarbij in principe rekenen op steun van oppositiepartijen binnen het eigen blok. Van oudsher zijn de sociaal-democraten (Socialdemokraterne) en het centrumrechtse Venstre de grootste partijen. „Meestal vormen enkele van de middenpartijen een regering die wordt getolereerd of gesteund door de andere, meer ‘extreme’ partijen in dat blok. Je kan ook een regering vormen met kleinere partijen en dan voor onderdelen op zoek gaan naar een meerderheid.”

Het voordeel van een minderheidskabinet is dat je niet een grote hoeveelheid partijen op één lijn hoeft te hebben voordat je aan de regeerperiode begint. Het leidt tot een soort berekenende politiek, die vaak gericht is op langetermijnafspraken, aldus Stubager. De regering kan blijven zolang een meerderheid van de volksvertegenwoordigers haar niet naar huis stuurt: „Er is geen vertrouwensstemming in een nieuwe regering„, legt Stubager uit. Alleen bij een motie van wantrouwen moet die aftreden. En een nieuwe regering kan niet worden gevormd als de verwachting groot is dat ze niet door een meerderheid in het parlement wordt getolereerd en er dus een motie van wantrouwen in het parlement zal komen.”

Een minister kan ook een motie van wantrouwen krijgen, maar dat is de laatste veertig jaar niet gebeurd. Die stapt volgens Stubager bij wanbeleid op vóórdat het tot zo’n motie komt.

Puinhoop

Een minderheidsregering gaat dus bijna altijd goed, vooral omdat het systeem is gebaseerd op compromissen. Elke vier jaar worden er verkiezingen gehouden. Tussentijds kan een premier wel nieuwe verkiezingen laten uitschrijven, maar dat moet dan binnen een maand geregeld zijn. Het is ook de beste manier om extremistische partijen uit de regering te houden. „Ze hebben wel veel macht, zeker binnen het blok, maar het gaat om de balans in hoeverre ze een regering tolereren. Als ze een regering laten vallen, kan het zijn dat bij volgende verkiezingen het andere blok de overhand krijgt.”

Alleen in de jaren zeventig was het een puinhoop, vertelt Stubager. Door de oliecrisis ging het economisch slecht, en er was geen meerderheid voor belangrijke beslissingen. Ook kwam toen de rechts-populistische Fremskridtspartiet op, die in 1973 zelfs de tweede partij van het land werd. „Daardoor ontstond de situatie die tot op zekere hoogte lijkt op wat je in andere Europese landen hebt gezien: geen van de partijen voelde zich comfortabel bij Fremskridtspartiet, omdat de partij onbetrouwbaar was en niemand precies wist wat ze van plan waren. Dat leidde tot een instabiele situatie en veel kabinetswisselingen.”

In de jaren tachtig, negentig en begin deze eeuw waren de minderheidsregeringen juist stabiel. De conservatieve premier Poul Schlüter (1982-19930), de sociaaldemocraat Poul Oluf Nyrup Rasmussen (1993-2001) en daarna weer de conservatief Anders Fogh-Braschmusen (2001-2009) worden allemaal als succesvolle premiers gezien, aldus Stubager. De laatste premier en huidig minister van Buitenlandse Zaken, Lars Løkke Rasmussen (die er van 2009 tot 2011 zat en van 2015 tot 2019) zag het blok als een wurggreep. „Met zijn vorige minderheidsregering van 2015 tot 2019 waren er constant ruzies tussen de Deense Volkspartij en de Liberale Alliantie, waardoor zijn mogelijkheden als premier flink werden beperkt. Hij benadrukte juist dat ze het in het midden over zoveel eens waren en wilde de handen ineenslaan.”

Dat resulteerde in de regering die er nu zit, een coalitie van sociaaldemocraten, centrumrechts en liberalen, een meerderheidsregering. Toch is dat niet waar de Deense kiezer op zit te wachten, grijnst Stubager. „Kiezers zijn voorstander van samenwerking en veel kiezers vinden het idee van deze centrumregering wel aantrekkelijk. Ze zijn alleen niet blij met wat eruit voortkomt en vinden dat er te veel concessies worden gedaan.”

Hij is er dan ook van overtuigd dat de huidige premier Mette Frederiksen de verkiezingen dit jaar flink gaat verliezen. „De meerderheid is klein, slechts één zetel meerderheid, en ze zijn impopulair. Waarschijnlijk komt er dus weer een regering die een fundament heeft in een van de twee traditionele blokken. Dus ofwel een links blok, ofwel een rechts blok.”

Extremisten buiten de regering houden

Het voordeel van minderheidsregeringen is vooral dat extremisten zo niet in de regering komen, omdat een op blokken gebaseerde politiek afhankelijk is van compromissen. „Het is een soort onderhandelingsspel. De gevestigde partijen kunnen tegen de extremisten dreigen met overstappen naar het andere blok. De middenpartijen kunnen onderhandelen met de middenpartijen uit het andere blok wanneer ze het gevoel hebben tot iets extreems gedwongen te worden. Partijen in het midden hebben kortom meer mogelijkheden om overeenkomsten te sluiten dan de partijen aan de uitersten.”

In Nederland wordt het sluiten van compromissen ingewikkelder, omdat het politieke landschap hier gepolariseerder is. „Het hangt er natuurlijk van af of de meer radicale partijen bereid zijn samenwerking tot op zekere hoogte te tolereren. Het kan nog flink ingewikkeld worden voor ze.”

Rob Jetten (D66) voorafgaand aan een debat over de uitslag van de verkiezingen.

Minderheidskabinet in Nederland

Welke vorm het Nederlandse minderheidskabinet krijgt is nog onbekend. D66-leider Rob Jetten hoorde van de aanstaande oppositie de wens dat een minderheidskabinet met „open vizier” met de Tweede Kamer samenwerkt, zei hij maandagochtend bij de start van een nieuwe formatieweek. Misschien, zei hij, was het mogelijk om grotere akkoorden te sluiten op deelonderwerpen.

Dat laat de toekomstige oppositie in het openbaar nog niet merken. Vaste gedoogsteun zien zij nu niet zitten, bleek na gesprekken van de oppositie afgelopen week met de informateur. Nu openlijk bereidheid tonen tot het sluiten van deals op deelonderwerpen evenmin. Laat de drie eerst maar met hun plannen komen – de deadline daarvan staat op 30 januari. Daarna kijkt de oppositie of het aanknopingspunten ziet.

Met die kennis spraken informateur Rianne Letschert en de partijleiders van D66, VVD en CDA maandag met vier deskundigen op het gebied van minderheidskabinetten. Om inspiratie op te doen over de precieze vorm en werkwijze voor de toekomstige coalitie. Wat daarbij besproken is, bleef binnenskamers.

Source: NRC

Previous

Next