Kristel Baele en Hans Boutellier | commissie Raad voor Cultuur Kunstenaars en culturele instellingen krijgen met steeds meer weerstand te maken van boze burgers. De artistieke vrijheid moet beter beschermd worden, staat in een dinsdag verschenen rapport van de Raad voor Cultuur.
ME voor het Concertgebouw, vorig jaar, waar gedemonstreerd wordt tegen een optreden van de Israëlische cantor Shai Abramson.
De artistieke vrijheid van kunstenaars in Nederland staat onder druk, constateert de Raad voor Cultuur in het dinsdag verschenen adviesrapport Maken (z)onder druk. Het rapport werd samengesteld door een commissie waarvan Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar Polarisatie & Veerkracht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, deel uitmaakt. NRC sprak met hem en Kristel Baele, voorzitter van de Raad voor Cultuur, die eindverantwoordelijk is voor het rapport.
Baele: „Kunst roept altijd reacties op, maar we merkten dat die reacties agressiever en haatdragender werden bij jeugdvoorstellingen: kinderen die voorwerpen op het podium gooiden, boegeroep, acteurs die fysiek werden bedreigd. Ook medewerkers van jeugdpodia hadden er last van. Aan de telefoon, bij de balie kregen ze dingen te horen als: ‘Ik weet waar je woont en waar je kinderen naar school gaan.’ We hebben de adviescommissie gevraagd te onderzoeken waar dat vandaan komt en wat we er – ook in bredere zin – tegen kunnen doen.”
Kristel Baele
Baele: „Je zou verwachten dat ouders in gesprek gaan met de schoolleiding, maar ze verwijderen op eigen houtje boeken uit de bibliotheek. Een nieuwe ontwikkeling.”
Boutellier: „En dat is nogal wat hè? De culturele sector zit in een turbulente fase, maar het betekent niet dat je dit soort dingen moet accepteren. Want als je de artistieke vrijheid in gevaar brengt, breng je ook onze vrije samenleving in gevaar.”
Baele: „Laten we hopen van niet.”
Hans Boutellier
Boutellier: „In Nederland kennen we het Thorbecke-adagium, vernoemd naar minister Johan Rudolph Thorbecke, die in 1862 zei: ‘De Regeering is geen oordeelaar van wetenschap en kunst.’ Nog altijd is dat een belangrijk uitgangspunt voor het cultuurbeleid van de overheid. Plat gezegd: bemoei je er niet mee. De overheid stelt weliswaar voorwaarden aan subsidies, maar er is geen bemoeienis met het grote voorrecht van kunstenaars om te verbeelden wat er in hun hoofd zit.”
Baele: „We weten dat wat er in de VS gebeurt, regelmatig overwaait naar Europa. In het rapport wordt daarom geadviseerd om het Thorbecke-adagium in de wet te verankeren, bij voorkeur via de Wet op het Specifiek Cultuurbeleid. Dan heb je twee ankers: de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting én iets dat specifiek over cultuur gaat.”
Baele: „In andere Europese landen – Hongarije, Polen, Slowakije – zie je steeds meer voorbeelden van politieke inmenging. Vaak wordt in Nederland gedacht: het zal zo’n vaart niet lopen hier, maar dat betwist ik. We moeten dat soort ontwikkelingen op de voet blijven volgen. De Europese kunsten zijn sterk verbonden met elkaar. Makers en brancheorganisaties zijn voortdurend in gesprek. Het is belangrijk dat we Europese collega’s blijven bevragen: hoe voorkom je dat de artistieke vrijheid verder onder druk komt te staan? Wat kun je doen als het toch gebeurt?”
Boutellier: „Het enige voordeel van president Trump is dat we nu een voorbeeld hebben van hoe het níét moet. Je moet er alert op zijn dat het niet overwaait.”
Baele: „Een van de taken van politieke vertegenwoordigers is om signalen in de samenleving te duiden. Ze hebben meer vrijheid van meningsuiting dan de gemiddelde Nederlander. Tegelijkertijd vinden wij dat politici zich terughoudend moet opstellen, omdat hun tone of voice wordt gekopieerd door burgers, waardoor er meer druk op kunst en cultuur komt. Politici hebben een heel apparaat achter zich dat hen kan helpen bij de verdediging van vrijheid van meningsuiting. Individuele kunstenaars en culturele instellingen beschikken over veel minder middelen.”
Boutellier: „Kunst en cultuur schuurt per definitie, maar zeker in tijden van polarisatie. Tot op zekere hoogte is dat een goed teken, want het zou niet best zijn als kunst en cultuur mensen onverschillig laat.”
Baele: „Burgers oefenen steeds meer druk uit om bepaalde kunstuitingen niet meer te tonen. Mij heeft vooral verrast hoe groot de druk vanuit sociale media is. Ergens weet je het wel, maar de mate waarin kunstenaars en culturele instellingen via sociale media gedemoniseerd worden – en hoe daarbij wordt opgeroepen tot actie – is nog groter dan ik dacht.”
Baele: „Ja, want vroeger waren tentoonstellingen besloten. Je koos ervoor om erheen te gaan. Wat je nu ziet is dat kunstuitingen – in dit geval foto’s – via sociale media worden opgepikt door mensen die nooit naar zo’n tentoonstelling zouden gaan, maar er wel iets van vinden omdat het in de echokamer van de sociale media wordt rondgepompt.”
Boutellier: „En dat heeft effect op de sentimenten rond zo’n foto.”
Baele: „Ik sprak een fotograaf die mensen met een handicap fotografeerde in al hun kwetsbaarheid. Daarvoor had hij het vertrouwen van de geportretteerden gewonnen, en impliciet hun veiligheid gegarandeerd. De foto’s die op sociale media circuleerden werden van commentaar voorzien: ‘moet onze subsidie dáár nou naartoe?’ of ‘doe niet zo moeilijk, iedereen heeft wel wat’. Als ik dat had geweten, zei de fotograaf, had ik de tentoonstelling anders ingericht. Het was nooit de bedoeling dat de geportretteerden over de hele wereld geëxposeerd zouden worden.”
Baele: „Lammers kon procederen dankzij de steun van zijn uitgever. In andere gevallen werden kunstenaars geholpen met crowdfundingsacties. Mooi, maar je kan er natuurlijk niet vanuit gaan dat elke kunstenaar of culturele instelling op die manier z’n verdediging of beveiliging organiseert. Wat ons betreft richt de overheid een fonds op om kunstenaars beter te beschermen. Maar ook de culturele instellingen hebben ondersteuning nodig. We horen dat die soms van de burgemeester en politie te horen krijgen: jullie zorgen voor de veiligheid van bezoekers en medewerkers in het pand, wij dragen zorg voor de veiligheid buiten.”
Boutellier: „Bescherming begint met uitstralen dat je artistieke vrijheid als overheid belangrijk vindt. Dat je politiebescherming geeft bij voorstellingen die als controversieel beschouwd kunnen worden. De polarisatie in de samenleving is toegenomen – iets waar culturele instellingen zelf ook meer over zouden kunnen denken. Hoe groot is de kans dat vijandschap gemobiliseerd wordt? Die vraag zou daar vaker gesteld mogen worden.”
Boutellier: „Dat is waar. Zelfbescherming kan ook doorslaan in zelfcensuur, een probleem dat niet onderschat mag worden.”
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC