Verslaggever Iris Koppe communiceert met de Oekraïense Elena (70), bij wie ze studeerde in Kyiv. Elena vluchtte enkele keren naar Hongarije, keerde terug in Kyiv en is nu op vakantie in de Karpaten. De berichten zijn vertaald vanuit het Russisch.
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over Oekraïne en Oekraïners in Nederland.
Maandag 19 januari
11.56
‘Lieve Iris, een groet uit de Karpaten, waar we elke ochtend een wandeling maken door het naaldbos. We genieten van de sneeuw, de uitzichten, de glooiende heuvels in de verte en de stilte. Het luchtalarm gaat hier maar heel soms af.
‘Kyiv, de stad die ik vorige week verliet, spookt wel voortdurend door mijn hoofd. Steeds denk ik weer aan de kou en duisternis. Door de zware aanvallen zitten daar nog steeds duizenden mensen zonder verwarming, terwijl het overdag zo’n 10 graden vriest. Ik maak me veel zorgen om mijn buren.
‘Mijn gepieker wordt hier gelukkig vaak onderbroken door het geklets en gelach van mijn kleindochters. Zij zijn blij, want ze hebben vakantie. Ze hoeven niks en ze vermaken zich met spelletjes doen, sneeuwpoppen maken, sleeën en lezen. Het is heerlijk om te zien, al steekt het ook dat Oekraïne nu voor hen een land is geworden dat ze vooral kennen van ‘vakantie’. Oekraïne als een soort recreatieoord.
‘Op zich begrijpelijk, want ze wonen er natuurlijk al meer dan drieënhalf jaar niet meer. De vriendschappen die ze op hun school in Kyiv hadden, voor de grootschalige invasie begon, zijn verwaterd. Het onderwijsprogramma dat ze volgden, ligt nu al heel lang stil. Maar voor hoelang? Er is steeds minder dat de meisjes bindt aan hun eigen land. Het contact met hun vader verloopt moeizaam. Maks is gewoon heel lastig te bereiken.
‘Ben ik blij dat mijn kleindochters veilig kunnen leven in Italië? Ja, natuurlijk, ik ben de Italianen erg dankbaar voor hun gastvrijheid. Maar doet het me tegelijkertijd ook veel pijn? Ja.
‘Zouden Katja en Ksoesja ooit nog terugkeren naar Oekraïne, vraag ik me nu weleens af. Een gedachte die ik de eerste jaren van de oorlog steeds vakkundig heb weggedrukt. Hoeveel hebben hun moeder en ik, hun oma, straks nog over hen te zeggen?
‘Zullen Katja en Ksoesja begrijpen dat zij in Oekraïne thuishoren en dat al die mannen aan het front in feite vechten voor hen? Dat al die mannen sterven voor een democratisch Oekraïne, zodat Katja en Ksoesja daar binnenkort hopelijk weer in vrijheid en veiligheid kunnen leven?
‘Het is straks aan mijn kleindochters om het land weer op te bouwen en er een gezin te stichten. Zij zijn de toekomst van ons land. En dan is het dus nadrukkelijk niet de bedoeling om in Italië te blijven.
‘‘Je moet niet zoveel nadenken’, zei mijn schoondochter Anna gisteravond tegen me, toen de meisjes al op bed lagen. We zaten bij de houtkachel, met thee en cannoli’s, een soort deegrolletjes gevuld met chocolade. Die had Anna uit Italië meegenomen, ik had ze nooit eerder geproefd. ‘Het heeft geen zin. We weten toch niet hoe het loopt.’
‘Ik keek naar Anna en zag hoe vermoeid ze was. Het alleenstaand moederschap en het gemis van haar man hebben hun tol geëist. Ook hier in de Karpaten klaagde ze voortdurend over hoofdpijn en moest ze overdag vaak gaan liggen. Ik dacht aan manieren waarop ik haar zou kunnen helpen, maar ik kon niks bedenken.’
Meer afleveringen van De Schuilkelder vindt u in dit dossier over de oorlog in Oekraïne.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant