Met het heengaan van de 93-jarige Valentino Garavani verliest de modewereld zijn laatste glamourkeizer, en verliest de internationale jetset zijn gebronsde boegbeeld.
‘Hoe was ik?’, vraagt Valentino Garavani een tikje timide aan zijn partner Giancarlo Giammetti, achter in de auto nadat Valentino een beladen toespraak heeft gegeven. ‘Zeg me de waarheid.’
‘Oké,’ antwoordt Giammetti met een stalen smoel, zonnebril en mobieltje losjes in de rechterhand. ‘Je ziet er een beetje té gebronsd uit.’
Het is een van de vele oergeestige momenten uit de documentaire The Last Emperor uit 2008. De laatste keizer, dat is de Italiaanse modeontwerper Garavani, die wereldberoemd werd onder zijn voornaam Valentino. De documentaire van Matt Tyrnauer volgt de maestro in de aanloop naar zijn 45-jarig jubileum en zijn allerlaatste coutureshow in 2008.
Na die show genoot de gebronsde divo van het betere luizenleven in zijn vele obsceen luxe optrekjes (een villa in Rome, een penthouse in New York, een mansion in Londen, een chateau nabij Parijs en een chalet in Gstaad) en aan boord van zijn jacht en privéjet. De Italiaanse krant La Repubblica maakte maandag zijn overlijden bekend, op de respectabele leeftijd van 93 jaar.
Het wiegje van Valentino Clemente Ludovico Garavani, die op 11 mei 1932 werd geboren, stond in de weinig bruisende provinciestad Voghera, even bezuiden Milaan. Mauro Garavani (handelaar in elektrische apparaten) en Teresa de Biaggi (huisvrouw) vernoemden hun zoon naar filmster Rudolph Valentino en verwenden hem tot op het bot.
In de grauwe, naoorlogse jaren van zijn tienertijd werd de jongen bevangen door de glorie en het sterrenstof van de Hollywoodfilms die hij samen met met zijn zus bezocht. Met name Ziegfeld Girl, met Lana Turner en Judy Garland, deed een vlam ontbranden: hij wilde de mode in, en ging een halfjaar in de leer bij de Milanese designer Ernestina Salvadeo.
Op zijn 17de besloot hij dat de tijd rijp was voor een studie aan de Chambre Syndicale de la Couture Parisienne. Zijn ouders stuurden hem subiet naar Parijs. Stage lopen wilde hij het liefst bij Cristobal Balenciaga of Jacques Fath, maar omdat daar geen plek was, werd het Jean Dessès. Vijf jaar later ging de jonge Garavani aan de slag bij voormalig medestagiair Guy Laroche, die inmiddels voor zichzelf was begonnen. Daar leerde hij werken volgens de klassieke Parijse couturemethode: schetsen, proefmodellen maken van wit canvas en ze vervolgens uitvoeren in de fijnste zijde, organza en chiffon.
Met de Franse couturekneepjes in de vingers keerde hij in 1959 terug naar Italië. In 1960 opende hij, nog geen 30, zijn eigen couturehuis aan de deftige winkelstraat Via Condotti in Rome. Geldschieters waren pa Garavani en diens zakenvriend. Datzelfde jaar, waarin ook Fellini’s succesfilm La Dolce Vita uitkwam en Rome het middelpunt was van dat zoete leven, ontmoette Valentino in Café de Paris aan de Via Veneto de knappe architectuurstudent Giancarlo Giammetti. Toen beiden elkaar later die zomer op Capri troffen, sloeg de vonk over.
Giammetti, die met lede ogen aanzag hoe Valentino meer uitgaf dan hij verdiende, besloot te stoppen met zijn studie en in de zaak te stappen. Omdat vaders zakenpartner zich terugtrok vanwege de deplorabele financiële toestand van het bedrijf, verkocht pa Garavani zijn buitenhuis om de kas weer wat te spekken.
Eerste bof voor Valentino was dat de Amerikaanse actrice Liz Taylor – die in Rome was om Cleopatra te filmen – een van zijn jurken droeg naar de Romeinse première van Spartacus in 1961. Tweede gelukje was de beslissing van Giammetti om niet in Rome te blijven showen, maar tijdens de modeweek van Florence, waar Valentino als nieuwkomer op de laatste dag als laatste mocht showen. De bezoekers kwamen ondanks die ongunstige programmering en masse en waren laaiend enthousiast.
Het derde mazzeltje was het mooiste: via via kwam Valentino met Jackie Kennedy in contact, die op zoek naar een ingetogen garderobe als verse weduwe meteen maar zes couturestukken bij Valentino bestelde, in zwart en wit. Zij werd vaste klant bij de Italiaan en trad toe tot zijn vriendenkring. Toen ze in 1968 met de Griekse miljonair Aristoteles Onassis trouwde, deed ze dat in een ivoorwitte jurk van Valentino.
Het kleden van de voormalige first lady betekende de definitieve doorbraak van Valentino buiten Europa. Het tijdschrift Look doopte hem ‘de nieuwe sjeik van de sjiek’ en Time omschreef hem als Valentino de Overwinnaar. Er was nu ook in de Verenigde Staten geen societylady meer die niet in Valentino gehuld ging.
Zijn stijl was niet geschikt voor muurbloempjes: wie Valentino zei, zei brede schouders, lange rokken, hoge splitten en ingesnoerde tailles. Looks die geïnspireerd waren op de silhouetten van de jaren veertig en vijftig, waarin Valentino in de bioscopen van Voghera en Parijs zat te zwijmelen. Hoewel die klassieke stijl in de late, losse jaren zestig en de hippiejaren zeventig even uit was, kwam-ie in de jaren tachtig als een boemerang weer in de mode.
Natuurlijk was er ook kritiek uit progressieve modekringen: Valentino’s werk zou te geconstrueerd en stijf zijn. Hij wilde niets weten van de punk van Vivienne Westwood, de grunge van Marc Jacobs, de deconstructies van Martin Margiela, het minimalisme van Helmut Lang en de androgynie van Comme des Garçons. Valentino was nooit cool of gewaagd, wel altijd klassiek en glamoureus tot de laatste steek.
‘Niemand wil op een feest komen waar mensen naar je moeten zoeken voor ze doorhebben of je er überhaupt bent’, zei Valentino, toen ik hem in 2002 in Rome interviewde voor Elle – na een rondleiding door zijn ateliers en voordat hij als een soort vader naast me poseerde. ‘Elke vrouw wil toch sensationeel binnenkomen en bewonderd worden? Mijn credo is daarom: als je indruk wilt maken, moet je daar moeite voor doen.’
Vandaar ook dat hij, tegen wie het ook maar horen wilde, zijn mantra bleef herhalen: ‘Ik wil niets liever dan vrouwen mooier maken, daar kan ik niks aan doen.’
Het leverde een rijk oeuvre op, een boel tentoonstellingen en vele volvette uitgaves gevuld met zijn werk. Zoals het loodzware koffietafelboek A Grand Italian Epic uit 2007. In het voorwoord daarvan schreef modejournalist Suzy Menkes, destijds in dienst bij The International Herald Tribune: ‘Als je de essentie van Valentino’s werk definieert, dan is dat ook de definitie van rococo: prachtige bloesem die groeit uit een gebeeldhouwde basis.’
Even verderop zegt actrice Anjelica Huston: ‘Valentino dragen is vergelijkbaar met je haar goed laten knippen. Zo’n jurk ziet er misschien uit als een zuchtje, maar is zo zorgvuldig geconstrueerd dat-ie tal van onvolkomenheden kan maskeren. Wat hij doet, is magisch.’
Wat hij precies ook deed, Valentino had er genoeg vaardige helpende handen bij. In de drie ateliers – een voor avondkleding, een voor daagse kleding, een voor bruidsjurken – die hij runde in zijn hyperchique stadspaleis naast de Spaanse trappen in Rome, werkten zestig naaisters. Het was ook de kraamkamer van de mikadozijden trouwjurk van koningin Máxima.
Anders dan andere ontwerpers die de rijken der aarde voorzagen van couturecreaties, werden Garavani en zijn rechterhand Giammetti zelf ook deel van de beau monde. En meer dan dat: ze tilden, steevast gekleed in maatpakken van Ferdinando Caraceni, het jetsetleven naar een hoger niveau.
Beide mannen kochten meerdere huizen op absolute A-locaties. Valantino schafte zelfs een heel kasteel aan, het 17de-eeuwse Château de Wideville nabij Versailles, dat hij helemaal liet opknappen door Henri Samuel, wat hem in 2006 de hoogste Franse Legion d’Honneur-onderscheiding opleverde.
Al hun onderkomens richtten beide connaisseurs in met smaakvolle meubels en kostbare kunstwerken. Zo verzamelde Valentino werk van Francis Bacon, Cy Twombly en Picasso. Opmerkelijk: Valentino had een roedeltje van acht mopshonden, van wie alle namen met een M begonnen. Van dat achttal mocht alleen Maude bij de maestro op schoot.
Ook bijzonder: rondom het tweetal zijn nooit schandalen ontstaan. Als er al vuile was was, hielden ze die keurig binnen. Ook op straat was Valentino op zijn veiligheid gesteld: ten tijde van de terroristische aanslagen en ontvoeringen van de Italiaanse Rode Brigades reed hij rond in een kogelvrije Mercedes. Saillant detail: de wagen was knalrood.
Geld voor al die uitspattingen kwam niet alleen van de couture, parfums en ready to wear die vanaf 1976 onder Valentino’s naam uitkwam. Het meest werd er verdiend dankzij de licenties die de kiene Giammetti wereldwijd uitgaf. Tot de jaren negentig, toen de licenties weer werden ingetrokken, waren er maar liefst 42 uitgegeven.
Belangrijke afzetmarkt was het verre oosten, waar op zeker moment zelfs pennen, badkamertegels en aanstekers met het Valentino-logo werden verkocht. In 1998 verkochten Giammetti en Garavani hun bedrijf voor driehonderd miljoen dollar aan HdP, het bedrijf van Fiat-baas Gianni Agnelli dat ook de krant Corriere della Sera bezat. In 2002 werd het modehuis doorverkocht aan Marzotto S.p.A., een Italiaans conglomeraat, in 2012 kwam het in handen van het Qatarese investeringsfonds Mayhoola.
Als liefdeskoppel bleek de tandem Giammetti-Garavani minder goed te werken. In 1972 ging de verkering uit. Valentino’s nieuwe geliefde werd Carlos Souza, die hij in 1973 in een nachtclub in Rio de Janeiro ontmoette. Nadat Souza een gezin startte met Charlene Shorto, ging Valentino in 1982 samenwonen met de Amerikaan Bruce Hoeksema. Niet dat ze ooit samen gezien of gefotografeerd zijn, Valentino werd bij premières immer geflankeerd door vrouwen die hij gekleed had.
Nadat hij op 23 januari 2008 zijn laatste coutureshow had gegeven, kon Valentino fulltime de pensionado uithangen. Zijn modelabel werd vanaf dat moment aangestuurd door de jonge Italiaanse ontwerpers Maria Grazia Chiuri en Pierpaolo Piccioli, die het huis langzaam maar zeker en met groot succes moderniseerden. Sinds Chiuri een transfer maakte naar het huis Dior, zwaait Piccioli de scepter in zijn eentje. Zo lang het kon zat Valentino front row. Giammetti bleef een vaste gast, ook nadat Valentino niet meer in het openbaar werd gezien.
Rest de vraag: wat heeft Valentino de mode gebracht? Geen beeldbepalende silhouetten of iconische kledingstukken, zoals Coco Chanel, Cristobal Balenciaga, Yves Saint Laurent en Christian Dior dat wel deden. Wat hij wel bracht, was een vrachtlading iconische, tijdloze avondjurken in zijn signatuurkleur knalrood.
En niet te vergeten: een manier van leven die totaal over de top was, maar altijd chic bleef. Misschien is de betekenis van Valentino wel dat hij ouderwetse glamour voor uitsterven heeft behoed, de toorts decennia lang met flair heeft gedragen en het vuur vol verve brandend hield.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant