Een ‘vreemde en onverklaarbare’ botsing tussen twee Spaanse hogesnelheidstreinen kostte zondag zeker 39 mensen het leven. De trein reed niet te hard, was net geïnspecteerd en het spoor gerenoveerd. Daardoor blijft het ongeluk een raadsel in het verder juist zo succesvolle Spaanse treinnetwerk.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Zondagavond raakten de achterste wagons van een trein, die onderweg was van Málaga naar Madrid, van het spoor. De wagons beukten vervolgens op de zijkant van een trein die reed op het naastgelegen spoor. Die was in tegengestelde richting onderweg naar het Andalusische Huelva. Daarbij kwamen zeker 39 mensen om het leven. Dit soort treinongelukken komt in Europa niet veel voor. Wel vond een van ernstigste ongelukken van de laatste decennia ook in Spanje plaats: bij Santiago de Compostela vielen in 2013 79 doden nadat een trein was ontspoord.
Het ongeluk is een pijnlijke smet op het juist zo succesvolle binnenlandse treinnetwerk in Spanje. Dat begon, eind jaren tachtig, met de aanleg van een hogesnelheidslijn tussen Madrid en het Andalusische zuiden. De Spaanse regering wilde met een verbinding tussen Madrid en Sevilla een impuls geven aan de beroerde Andalusische economie. Bovendien werd de lijn een prestigeproject: in 1992 vond in Sevilla de Wereldtentoonstelling plaats.
Niet alleen was de lijn op tijd af voor die expositie, veel Spanjaarden maakten er vervolgens ook graag gebruik van. In de loop der jaren investeerde de Spaanse regering in nog meer hogesnelheidsverbindingen tussen het zuiden en Madrid. Deze eeuw volgden uitbreidingen in noordelijke, oostelijke en westelijke richting, met de hoofdstad vaak als knooppunt.
Inmiddels is Spanje het land met verreweg het meeste hogesnelheidsspoor van Europa, met bijna 4.000 kilometer aan spoor. Nummer twee Frankrijk heeft dik 1.000 kilometer minder. Wereldwijd is alleen China groter.
Lees ook: In China raast de trein op lange afstanden het vliegtuig voorbij – moet Europa daarop jaloers zijn?
In aanloop naar de klimaattop van Belén testte onze correspondent Julie Blussé het hogesnelheidsnetwerk van China. Meer dan in Europa is de trein daar een alternatief voor vliegen. Wat kan Europa leren van China?
Spanje kreeg dat voor elkaar door de beschikbare Europese subsidies te benutten: tot 2019 investeerde het land zo’n 55 miljard euro in het netwerk, een kwart daarvan kwam uit EU-potjes. Bovendien zag de Spaanse regering dat de investeringen zich uitbetaalden en de Spanjaarden graag gebruikmaken van hun treinen. In klantenonderzoek van ngo Transport & Environment geven Spaanse reizigers (en toeristen) de nationale maatschappij Renfe een 8,4 voor reiservaring en 7,4 voor betrouwbaarheid.
In 2024 reisden 40 miljoen mensen met de hogesnelheidslijn. Een record, en bovendien een toename van ruim een vijfde ten opzichte van een jaar eerder. Belangrijkste oorzaak, volgens marktonderzoeker CNMC: de liberalisering van het Spaanse spoor. De toetreding van vier commerciële aanbieders op de hogesnelheidslijnen, enkele jaren geleden, heeft geleid tot een prijzenoorlog. Het bezorgt pionier Renfe overigens ook financiële problemen.
Hoe kon het zondag zo misgaan? De trein die zondagavond op weg was naar Madrid, was van commerciële aanbieder Iryo, waar de Italiaanse staatsmaatschappij Trenitalia een meerderheidsaandeel in heeft. Ten tijde van het ongeluk reed die trein op normale snelheid (zo’n 200 kilometer per uur). Het toestel was pas vier jaar oud en vier dagen voor het ongeluk nog geïnspecteerd. Van treinen van Iryo zijn tot dusver geen mankementen bekend, in reviews zijn reizigers zeer tevreden over de nieuwe aanbieder.
Het spoor op dit traject was in mei nog gerenoveerd, ook het rechte stuk waar de treinen botsten. Bij die renovatie waren de wissels vervangen. Voor Spaanse autoriteiten is het ongeluk één groot raadsel: transportminister Óscar Puente noemde de botsing ‘zeer vreemd, onverwacht en moeilijk te verklaren’.
Uitbreiding spoor met oog op WK in 2030
De Spaanse regering blijft investeren in nieuwe lijnen. Het volgende grote project is een verbinding tussen Madrid en Lissabon, die reizigers in drie uur tussen de twee Iberische hoofdsteden moet brengen. Dat is een vergelijkbaar prestigeproject als in 1992: dit keer moet de trein in 2030 gaan rijden, als Spanje en Portugal met Marokko het WK voetbal organiseren. En wederom lapt de Europese Commissie een (onbekend) deel bij.
In Spanje is de spoorbreedte 1.668 millimeter, waar de rest van het Europese spoor bijna uitsluitend 1.435 millimeter breed is. Treinen uit de rest van Europa kunnen er daarom geen gebruik van maken. Alleen tussen de Pyreneeën en Barcelona ligt een speciaal stukje smaller spoor, voor de hogesnelheidstrein tussen Barcelona en Parijs. De Spaanse regering onderzoekt of het mogelijk is de spoorbreedte aan te passen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant