Home

De tijd van vrolijke vrijhandel is voorbij, ziet topambtenaar: ‘Nederland moet strategischer denken’

De hoogste ambtenaar van Economische Zaken zag zijn vrijhandelsidealen kapotslaan op de geopolitieke realiteit. Nederland moet meer letten op zijn strategische belangen, betoogt Sandor Gaastra. En dat is nog niet in alle gelederen doorgedrongen.

is economieredacteur van de Volkskrant en schrijft onder meer over technologie.

Misschien, moet Sandor Gaastra toegeven, is hij zelf ook een beetje naïef geweest. Lange tijd had hij het ‘hoopvolle wereldbeeld’ dat een vrije wereldhandel tot goede verstandhoudingen tussen landen leidde. Doordat zelfs rivalen baat hebben bij onderlinge handel, zou het een route naar stabiliteit en vrede zijn.

Dát beeld heeft de secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken, de hoogste ambtenaar van dat departement, de afgelopen jaren flink moeten bijstellen.

In handen van China, Rusland en Amerika onder Trump is handel een geopolitiek wapen gebleken, schrijft hij maandag in vakblad Economisch Statistische Berichten. Sinds de jaren vijftig is het traditie dat de secretaris-generaal van Economische Zaken zo’n ‘nieuwjaarsartikel’ schrijft. Uitzonderlijk, want hoge ambtenaren treden niet vaak met hun mening naar buiten.

Trump strooit met handelstarieven, Xi heeft laten zien dat hij de aanvoer van cruciale zeldzame aardmetalen zonder pardon kan afknijpen. Handelsnatie Nederland, zo beschrijft Gaastra, moet inzien dat de tijd van vrolijke vrijhandel nu echt voorbij is.

Dat betekent scherper optreden als Nederlandse bedrijven beslissingen nemen die indruisen tegen strategische landsbelangen. Denk aan het tegenhouden van overnames die belangrijke Nederlandse bedrijven onder de invloed van rivaliserende naties kunnen brengen. Een groot risico is volgens hem de technologische afhankelijkheid van onder meer de VS en China. Om daar wat aan te doen zijn grootscheepse investeringen in innovatie nodig.

De Europese Unie moet bovendien slagvaardiger worden en daarvoor heeft de EU onherroepelijk meer geld nodig, schrijft Gaastra. ‘Toch kiest Nederland ervoor om vast te houden aan de inzet van het verlagen van de afdrachten aan de Europese begroting. Hierdoor verliest Nederland invloed op de besteding van deze middelen.’

Hét moment waarop zijn wereldbeeld omsloeg? Toen Rusland de gaskraan dicht dreigde te draaien na zijn invasie van Oekraïne, zegt de secretaris-generaal in zijn kantoor. ‘Ik kwam erachter dat Europa voor de levering van fossiel gas voor 90 procent afhankelijk was van Rusland. Als iemand die kraan zomaar kan dichtdraaien, vallen industrieën stil en is de energievoorziening van huizen niet meer op orde. Dat moet je niet willen. Iets vergelijkbaars zie je nu ook bij de Nexperia-casus.’

U was ten tijde van de Russische invasie directeur-generaal klimaat en energie bij het ministerie van Economische Zaken. Als iemand in Nederland toen al had moeten weten hoe afhankelijk we waren van Russisch aardgas, had u dat niet moeten zijn?

‘Ja, dat zou je kunnen zeggen. Toen ik in 2016 begon in die functie, had ik toch nog even de speech van José Manuel Barroso (voormalig voorzitter van de Europese Commissie, red.) moeten lezen. Hij waarschuwde in 2014, nadat Rusland de Krim was binnengevallen, al voor deze afhankelijkheid.

‘Wat ik ter rechtvaardiging van mezelf kan zeggen, is dat toen de problemen eenmaal ontstonden, we als Nederland snel en succesvol reparaties hebben uitgevoerd. We hebben nieuwe terminals geopend in Nederland om vloeibaar aardgas uit andere landen de Europese markt op te krijgen. Ik denk ook dat de wereld te ingewikkeld is om alle potentiële problemen aan te zien komen. Maar je hebt gelijk. Zoiets basaals als energie, dat had je ook wel eerder kunnen voorzien.’

Is de Nederlandse overheid inmiddels wel voldoende doordrongen van de geopolitieke verschuivingen?

‘Ik schrijf zo’n stuk ook om duidelijk te maken dat dit nog niet in alle gelederen is doorgedrongen. Dat geldt niet alleen voor de overheid, maar ook voor het bedrijfsleven. Veel bedrijven hebben hun toeleveringen just in time georganiseerd, die willen uit kostenoverwegingen zo min mogelijk voorraden aanhouden. Dat creëert ook een kwetsbaarheid. Zulke zaken vergen best een omslag in het denken.’

De Wet Vifo maakt het sinds een paar jaar mogelijk om een stokje te steken voor een lucratieve investering of overname door een buitenlandse partij, als het Nederlandse strategische belang in het geding komt. Deze wet had de overname van Nexperia door het Chinese Wingtech in 2019 bijvoorbeeld kunnen tegenhouden als zij toen al voorhanden was, bevestigt Gaastra. Sindsdien is er een groot conflict met China ontstaan, omdat de Chinese eigenaar van plan zou zijn geweest Europese activiteiten van het bedrijf naar China te verplaatsen.

Het belangrijkste vindt Gaastra nu dat ‘we uit onze doppen kijken en die wet ook echt goed toepassen’. Neem een overname door een Amerikaans bedrijf. ‘Waar dat vorig jaar misschien als niet zo problematisch werd ervaren, zien we nu een andere strategie vanuit de VS. Dat betekent dat we ook kritischer moeten kijken naar de bedoelingen van een Amerikaanse partij die zich meldt voor een Nederlands bedrijf.’

Cruciaal is volgens Gaastra dat Nederland actiever moet investeren om technologieën in handen te krijgen die andere landen niet hebben. Technologieën als de EUV-machines van ASML, die onmisbaar zijn voor de wereldwijde productie van geavanceerde computerchips.

Kan Nederland tegen de VS zeggen: als jullie Groenland innemen, krijg je geen EUV-machines van ASML meer?

‘Dat is de nucleaire optie. Daar lijd je aan beide zijden van de oceaan onder, in die situatie wil je niet terechtkomen. Mijn punt is: hoe meer je een land bent waarvan anderen afhankelijk zijn, hoe meer er naar je wordt gekeken en geluisterd. Gechargeerd gezegd moet Europa oppassen dat het niet slechts een interessante afzetmarkt voor China en de VS wordt, zonder zelf bedrijven te hebben die tegenwicht kunnen bieden.’

Het is moeilijk om te bepalen wat die technologieën van de toekomst zijn. Hoe voorkom je dat vooral de gevestigde bedrijven, met de beste lobbyconnecties in Den Haag, er met het geld en de ruimte vandoor gaan? Terwijl ergens een eenling op een zolderkamer misschien wel zit te knutselen aan een echte doorbraak?

‘We moeten die keuzen niet zozeer op bedrijfsniveau maken, maar op clusterniveau. Zoals we gedaan hebben bij Project Beethoven (financiële steun aan de regio Eindhoven, overigens na lobby van ASML, red.). Nederland is goed in de halfgeleiderindustrie, daarom proberen we zo’n heel ecosysteem te ondersteunen. Dan heb je de grootste kans dat de ASML van de toekomst ontstaat. We voeren vanuit Economische Zaken ook een actief start-up- en scale-upbeleid, om nieuwe ondernemers kansen te bieden.

‘Maar je kunt een keer miskleunen, door clusters te stimuleren waarvan je een paar jaar later concludeert: dat hebben we toch niet goed gezien. Zulke verliezen moeten we accepteren, de kosten van nietsdoen zijn groter.’

U hekelt de Nederlandse afhankelijkheid van Amerikaanse technologie. Intussen stapt de Belastingdienst voor zijn digitale werkomgeving over op Microsoft 365. Moet de overheid zelf niet ook strategischer kiezen voor alternatieven?

‘Onze afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven is zo groot dat ontkoppelen moeilijk is geworden. We moeten in Europa samenwerken in het optuigen van alternatieven. Dat is een kwestie van de lange adem. De overheid kan daarbij als inkoper van ict wel een bepaalde macht uitoefenen.’

U schrijft dat de samenwerking binnen machtsblokken belangrijker wordt en dat concurrentie tussen machtsblokken toeneemt. In welk machtsblok zit Nederland en horen de Verenigde Staten daar nog bij?

‘We hebben lang geleefd in de veronderstelling dat de VS in ons machtsblok zit, ook in militair opzicht. En we zijn nog steeds samen lid van de Navo. Maar economisch gezien staan we nu wel heel nadrukkelijk tegenover elkaar. De VS hebben Europa economische sancties opgelegd, die Europa weer heeft beantwoord. Wij zitten in het blok Europa.

‘Vandaar mijn boodschap: richt je als Nederland op Europa. We hebben 450 miljoen consumenten, meer dan in de VS. Dat geeft ons een groot voordeel. Maar er zijn nog te veel handelsbelemmeringen binnen de EU. Die weghalen moet een van onze hoogste prioriteiten zijn.’

Dit betekent ook dat Nederland sneller zou moeten accepteren dat het niet altijd zijn zin krijgt. ‘Dan komt de Commissie met een nieuwe norm voor alle 27 lidstaten, bijvoorbeeld op het gebied van faillissementsregels. Maar ja, dan missen wij nog die en die en die dingen, om het voor ons perfect te maken. Dit levert barrières op waardoor bedrijven niet vrij kunnen handelen binnen de Europese markt, terwijl bedrijven binnen de VS, China of India dat wel kunnen.’

Dat de EU onlangs akkoord ging met het Mercosur-verdrag, een handelsverdrag met een aantal Zuid-Amerikaanse landen, vindt Gaastra ‘een heel positieve ontwikkeling’. ‘In een wereld die zo onzeker wordt, heb je veel vrienden nodig. Er zijn meer verdragen in de maak, onder andere met India. Mijn boodschap is dan ook niet dat we het net zo moeten aanpakken als de VS of China. De EU moet pleitbezorger blijven van wederzijdse handelsafspraken en de Wereldhandelsorganisatie.’

Dat moet wel soepeler kunnen dan bij het Mercosur-verdrag, vindt hij. De onderhandelingen hierover duurden meer dan 25 jaar, mede door Europese eisen op klimaat- en milieugebied. ‘Wij zijn vanuit Europa geneigd onze immateriële waarden mee te geven in zo’n verdrag, op het gebied van klimaat of biodiversiteit. Je moet je wel realiseren dat de wereld wat dat betreft ingewikkelder is geworden. Daar komt een bepaalde pragmatiek bij kijken. Wij kunnen niet als Europa, of als Nederland, de wereld steeds ons wereldbeeld of onze wil opleggen.

‘Klimaatverandering bedreigt ons allemaal. Maar bijna alle landen hebben het Akkoord van Parijs ondertekend, ook China, ook India. Moet je dan in elk verdrag daarover weer van alles willen vastleggen?’

Hoe moet de EU omgaan met landen als de VS, die internationale handelsregels bruusk opzijschuiven?

‘Het is bedreigend dat grote delen van de wereldeconomie − lees: China en de VS − zich aan die regels onttrekken. Als te veel partijen dat doen, stort het systeem ineen. Ik zie het verdedigen daarvan als een taak voor Nederland en Europa. Maar als de VS of China zich eraan onttrekken, dan moeten wij het ook niet schuwen om op vergelijkbare manier terug te slaan.’

Economische kwesties hebben steeds meer een geopolitieke dimensie gekregen. Haalt u ook actief meer buitenlandkennis naar uw ministerie?

‘Ja, die ontwikkeling is al langer aan de gang. Onze banden met het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn ook inniger geworden. Ik kan hier niet zo heel veel medewerkers aanwijzen die niet iets met Brussel doen, bijvoorbeeld.’

‘Europeanen zijn te lui om ons Vijfjarenplan te lezen. Jullie drinken liever koffie op terrasjes’, zei EU-specialist Wang Yiwei van de Volksuniversiteit in Beijing onlangs in de Volkskrant. Zit daar wat in?

‘Dan doe je de Nederlandse ambtenaren echt tekort. Er wordt hier heel hard gewerkt en daar wordt echt wel naar gekeken. Alleen nu met nog meer belangstelling dan bij het vorige Vijfjarenplan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next