Home

Na twintig jaar opheffingsuitverkoop houdt De Perzenkoning het voor gezien. ‘Echt’

Met handgeschreven advertenties waarin hij aankondigt dat hij ‘ermee stopt’, trekt De Perzenkoning ruim twintig jaar de aandacht. Maar in mei sluit Jaap Vos (85) dan toch echt de deuren, bezweert hij. ‘De huur is opgezegd.’

De handgeschreven advertenties, die het kenmerk werden van De Perzenkoning, zijn eigenlijk het gevolg van een misverstand.

Jaap Vos, want zo heet de Perzenkoning, stuurde ooit een schetsje van een advertentie voor tapijten naar een huis-aan-huisblad. Maar het schrijfsel werd integraal afgedrukt. Als Vos eraan terugdenkt, vormt zich tussen de witte lokken van de 85-jarige handelaar een schalkse glimlach. ‘Ik kreeg het druk. Ik dacht, ik moet niets anders meer doen.’ Dat is nu zeker twintig jaar geleden.

De meeste lezers van de papieren Volkskrant (en van bijna alle andere kranten) zullen weleens op de advertentie van De Perzenkoning zijn gestuit. De vorm valt op. Maar zeker ook de inhoud van de tekst. Want hoe lang kun je blijven schrijven ‘Ik Stop Ermee!’ en ‘Opheffingsuitverkoop!’?

Die uitverkoop vindt plaats in het paleis van De Perzenkoning, op een bedrijventerrein in Hendrik-Ido-Ambacht. Alles is er te koop: de handgeknoopte tapijten, maar ook de kunst uit een van de vier restaurants die Vos in de loop der jaren ‘erbij had’. Vos: ‘Mijn familie vond het nooit leuk als ik een restaurant kocht.’

Op de grond liggen de kleden in keurige stapels. Die waren eerst nog veel hoger, zegt de verkoper. Van de achttienduizend waarmee hij begon, zijn er nu nog zo’n drieduizend over.

De Onderneming

In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: De Perzenkoning, opgericht in 1967, met 1 vaste werknemer (en vijf werkstudenten) en een omzet van ‘ongeveer 1 miljoen euro’.

Het was ‘dom geluk, eigenlijk’ dat Vos de Perzenkoning werd. Na het voltooien van de landbouwschool werkte hij eerst bij een boer, handelde in aardappelen en was een half jaar vertegenwoordiger in chocolade en suikerwerken (‘niks voor mij, saai’). Toen besloot hij met een vriend een antiekhandel te openen, waar op een goede dag een Iraanse man binnenwandelde. ‘Mohamed wilde zijn kleedjes in de zaak neerleggen. En als we er een verkochten, kregen wij een deel van inkomsten. We verdienden al snel meer aan die tapijten dan aan het antiek.’

Zeker in de jaren tachtig ‘was het een gouden tijd’, zegt Vos. ‘Perzische tapijten waren echt een hype.’ Aanvankelijk kocht hij ze via Mohamed. Later reisde hij zelf naar Iran (‘een heel mooi land, verschrikkelijk wat er nu gebeurt’) en zag hoe de tapijten gemaakt worden. ‘Met een knoopje, dat machines niet kunnen maken, binden ze stukjes wol of zijde vast. Daarna wordt het tapijt strak geschoren.’ Via beurzen bouwde hij ook een netwerk op in India (‘een vies land’) en Afghanistan (‘daar zijn de tapijten het goedkoopst, omdat arbeid er goedkoop is’).

Toen in de jaren negentig de loop uit de handel raakte, kocht Vos vooral veel in Nederland. Hij nam de winkels en de voorraad over van concurrenten die failliet dreigden te gaan. ‘Ik bood niet veel en vervolgens verkocht ik alles met stevige kortingen.’

Bij die uitverkopen adverteerde hij er lustig op los. Zozeer, dat de Reclamecodecommissie zich bij De Perzenkoning meldde om te laten weten dat je niet zo lang opheffingsuitverkoop kunt houden. ‘Ik zei: Ja, jongens. Ik ben wel dezelfde vent, maar het zijn niet dezelfde zaken. Ja, dan was het wel goed, zeiden ze.’

De laatste winkel is allang gesloten. Alleen de groothandel in ‘het Ambacht’ is nog open. Waar Vos dus al zeven jaar adverteert met 90 procent korting ten opzichte van de ‘winkeladviesprijs’. Klanten kunnen er alleen op zaterdag terecht, als Vos samen met ‘bonusdochter’ Nicolette en een paar werkstudenten staat te verkopen.

De tapijten in zijn zaak zijn allemaal voorzien van prijskaartje met daarop dus die ‘winkeladviesprijs’ . Dat is het door Vos zelf bepaalde bedrag op basis van de hoeveelheid werk die er in een tapijt zit. Dat hangt nauw samen met het aantal knoopjes in het tapijt. Het duurste kleed dat hij heeft liggen, is een fikse ‘Nain’ met zeer hoge knoopdichtheid. Drie mannen zijn twee jaar bezig geweest om hem te knopen. Adviesprijs: 80.000 euro.’

Vos rekent klanten ‘vanwege de opheffing’ dus 10 procent van die adviesprijs. Maar is dat niet een marketing-slimmigheidje? De adviesprijs is namelijk niet de marktprijs. In winkels liggen tapijten doorgaans voor veel lagere bedragen te koop. Volgens de Perzenkoning is het nog altijd een heel goede deal. ‘In winkels betaal je zo het dubbele.’

Vos toont de advertentie die hij eerder die week thuis heeft gefröbeld. Die verschijnt vrijdag in de Volkskrant. ‘Nog twintig dagen’, staat erop. Wat overigens niet wil zeggen dat hij over twintig dagen dicht is. In mei is de huur opgezegd. ‘Geïnteresseerden hebben dus nog twintig zaterdagen tot ik echt ga sluiten’, rekent Vos voor. Weer die schalkse lach.

Dankzij de advertenties komen klanten uit het hele land. Dochter Nicolette: ‘Bijna iedereen moet altijd eerst even naar het toilet.’ Vos: ‘De duurste klanten, die kleedjes van duizenden euro’s kopen, krijg ik via NRC en Volkskrant. De koopjesjagers, die willen pingelen, komen van De Telegraaf. Dat zijn er wel de meesten.’

Of dat pingelen zin heeft? ‘Als ik mensen sympathiek vind, wel. En op dit moment zeker. Ik ben er nu toch het liefste vanaf. Ik kan ze niet allemaal thuis neerleggen.’

Eigenlijk wil hij helemaal niet stoppen, bekent de Perzenkoning. ‘Ik vind de handel nog veel te leuk. Maar mijn vrouw en kinderen krijsen aan mijn hoofd: ‘Schei er nou toch eens mee uit, man.’ Dus, ja.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next