Home

Bedrijven die biljoenen waard zijn: angst voor instorten AI-markt

Beleggers kunnen geen genoeg krijgen van kunstmatige intelligentie. De waarderingen van AI-bedrijven lopen in de biljoenen dollars. Zulk enthousiasme roept de angst op van een zeepbel die uit elkaar kan spatten. Toezichthouders waarschuwen voor schokken, waarbij huishoudens kunnen worden geraakt.

De angst voor een zeepbel die de maatschappij ontwricht, doet vooral denken aan de wereldwijde economische crisis van 2008. Of aan de internetbubbel van 2000, toen de beurswaarde van internetbedrijven enorm hard steeg en vervolgens instortte.

De waarde die aan AI-bedrijven wordt toegeschreven, is nog vele malen hoger. Geregeld is er weer nieuws van een bedrijf dat biljoenen dollars waard zou zijn.

Google-moederbedrijf Alphabet bereikte afgelopen week een beurswaarde van 4 biljoen dollar. Oftewel 3.400.000.000.000 euro. Kort daarvoor had Alphabet een samenwerking met Apple bekendgemaakt. Een teken dat Alphabet weer kan aansluiten in de AI-race, denken beleggers.

Drie bedrijven waren Alphabet namelijk voorgegaan over de grens van 4 biljoen dollar: Apple, Microsoft en NVIDIA. Vooral het Amerikaanse chipconcern NVIDIA heeft de afgelopen jaren enorm geprofiteerd van de interesse in AI. Nog geen vier maanden na de grens van 4 biljoen dollar haalde NVIDIA in oktober de grens van 5 biljoen dollar. Momenteel is de waarde van het bedrijf teruggevallen naar 4,5 biljoen dollar.

Ook Nederlandse bedrijven profiteren van de opkomst van AI. De AEX-index bereikte afgelopen week voor het eerst in het eurotijdperk de haast mythische grens van 1.000 punten. Voornamelijk dankzij de chipbedrijven ASML, ASMI en Besi, die machines leveren aan onder meer NVIDIA.

Nederlandse huishoudens zijn hierbij betrokken. ASML en NVIDIA staan in de top vijf van bedrijven waar Nederlanders het meeste in beleggen.

De extreme waarderingen van AI-bedrijven roepen zorgen op over een zeepbel. De centrale banken van Nederland en het Verenigd Koninkrijk waarschuwen voor mogelijke correcties. Als er een correctie komt van de marktwaarde, kan een grote hoeveelheid vermogen verdampen.

"Soms zijn er heel sterke signalen, maar er is altijd onzekerheid of iets een zeepbel is en of die gaat klappen", zegt hoofdeconoom Bert Colijn van ING. "AI-technologie grijpt snel om zich heen en zal overduidelijk verschil maken."

"Hoe succesvol AI ook wordt, nog steeds kunnen er zeepbellen ontstaan", gaat Colijn verder. "In de negentiende eeuw waren er zeepbellen die te maken hadden met de spoorwegen, maar de spoorwegen bleven daarna heel belangrijk."

Maar Colijn ziet verschillen met de internetbubbel van 2000. "Toen die zeepbel knapte, daalde de AEX-koers sterker dan tijdens de crisis van 2008. Toch zien we die periode nu niet als recessie. Dus zelfs al worden de bedrijven snel minder waard, dan hoeft dat niet te leiden tot een langdurige recessie."

Tijdens de internetbubbel stegen de aandelen van bedrijven die nog geen cent winst hadden gemaakt, zegt Joost Schmets, adjunct-directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). "Dat is nu wel anders. Veel grote techbedrijven boeken enorme winsten. En ze investeren miljarden in AI en datacenters, wat ook vertrouwen wekt."

Beleggers zijn ook een stuk kritischer geworden, merkt Schmets. "Een paar jaar geleden was een persbericht over zo'n investering al voldoende om beleggers dolenthousiast te maken. Nu willen ze weten of al die investeringen iets gaan opleveren."

"Wel is er een groep beleggers die probeert te voorspellen wanneer een zeepbel knapt", merkt Schmets op. "We weten uit onderzoek dat dat niet lukt. Wie het probeert door veel te handelen of juist al zijn beleggingen te verkopen, blijkt op langere termijn slechter af te zijn."

"Zeepbellen kun je alleen maar achteraf constateren, maar waardestijgingen zoals we ze nu kennen hebben we volgens mij nog nooit meegemaakt", zegt Dennis Vink, hoogleraar Finance and Investment aan Nyenrode Business Universiteit. In zijn eigen omgeving hoort hij vooral scepsis. Veel mensen in zijn eigen netwerk hebben hun NVIDIA-aandelen verkocht.

"Ik snap wel dat mensen zeggen dat AI-bedrijven overgewaardeerd zijn. Maar dat soort analyses is eigenlijk niet op deze sector toepasbaar", vindt Vink.

"Je kunt beleggingen bedrijfseconomisch analyseren, wat neerkomt op gezond boerenverstand. Je investeert een euro ergens in en na een paar jaar kijk je wat het oplevert. Maar bij deze techbedrijven lukt dat niet, want je weet niet waar de technologie naartoe gaat." Vink rekent zichzelf tot deze groep. Hij heeft NVIDIA niet verkocht.

Vink vindt het een teken aan de wand dat de technologieën in het dagelijks leven worden gebruikt. "Heel veel mensen gebruiken het. Het werk wordt er efficiënter door. Dat rechtvaardigt wat mij betreft het businessmodel van AI-bedrijven en daarmee ook de hogere koersen."

Zelfs als de verwachtingen niet worden ingelost, verwacht Vink niet dat de maatschappelijke schade zo groot zal zijn zoals tijdens de kredietcrisis van 2008. "Toen was er sprake van grootschalig marktfalen. Als er nu een correctie komt van de marktwaarde, zal dat vooral de techsector schaden. De rest van de wereld zal er wel wat van merken, maar veel minder."

"De impact zal dus niet te vergelijken zijn", stelt Vink. "Maar een huis-tuin-en-keukenbelegger die volledig heeft ingezet op AI kan ineens wel met beleggingen zitten die niets meer waard zijn."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next