Home

De overlevingskansen van Jetten zijn beter dan die van het kabinet dat hij gaat leiden

nieuwsbriefMachtige Tijden

Machtige Tijden Waarom heeft Rob Jetten betere overlevingskansen dan het kabinet dat hij gaat leiden? Een politieke risicoanalyse van de nieuwe coalitie: de RVD als mannetjesmaker, de mythevorming op rechts, de innerlijke zwakte van de coalitie, en de terugkeer van neutraliteit als nationale impuls in een verruwende wereld.

Het premierschap van Rob Jetten – kan dat nog wat worden? Je krijgt niet de indruk als je de sceptische geluiden van de oppositie over het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD serieus neemt.

Ik weet alleen niet of we dat moeten doen. Een beginnende premier wordt zelden afgerekend op zijn eerste kabinet. Balkenende I sneuvelde in 2002 na 87 dagen LPF-geklungel maar Jan Peter Balkenende (CDA) bleef acht jaar premier (2002-2010). Rutte I viel in 2012 al na anderhalf jaar over Wilders’ afvalligheid maar Mark Rutte (VVD) bleef veertien jaar premier (2010-2024).

De les: als een kabinet onder een nieuwe premier vroegtijdig uit elkaar valt, biedt dit die premier vaak juist electorale kansen.

Het raakt aan de dubbelhartigheid van de kiezer. Op verkiezingsdag valt het politieke landschap uiteen in vijftien á twintig partijen. Maar als de formatie klaar is, verwacht diezelfde kiezer dat de eerste minister de partijpolitiek loslaat en optreedt als ‘premier van alle Nederlanders’.

De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) heeft decennia ervaring met die overgang. Iemand die daarbij betrokken was, legde me ooit uit hoe ze denken. Het belangrijkste: een premier moet betrouwbaar overkomen. Evenwichtig, helder, integer (saai is geen bezwaar). Hij vertoont zich in gezelschap van buitenlandse regeringsleiders. Hij ontmoet gewone mensen: een tegelzetter, een lerares, toeslagenouders. Hij vergezelt de koning. Hij spreekt gedragen op 4 en 5 mei – ‘dat nooit meer’ -, hij houdt toespraken over de democratie, de economie, et cetera.

Het doel: de reputatie van de nieuwe minister-president stijgt boven de dagelijkse conflicten uit. Daarom presenteert de RVD hem minder als minister en meer als president. Het verklaart mede het terugkerende electorale succes van zittende premiers.

Nooit aanzien ontwikkeld

Met de partijloze ambtenaar Dick Schoof mislukte dit. Hij miste de politieke ervaring en geslepenheid, en werd vanaf het begin (Wilders: ‘slappe hap’) in conflicten getrokken waar een premier buiten moet blijven. Nooit wist hij aanzien te ontwikkelen.

En dat Jesse Klaver (GL-PvdA) na zijn gesprek met D66, CDA en VVD bij informateur Rianne Letschert smaalde dat de coalitie nog „geen idee” heeft hoe het minderheidskabinet straks overeind blijft, leek me ook een poging Jettens reputatie als premier vroegtijdig te ondermijnen.

De twee zijn vrienden én electorale concurrenten. En met de keuze voor de nieuwe coalitie staan ook de nieuwe Haagse afhankelijkheden vast. Deze coalitie zal mede leunen op GL-PvdA – de grootste fractie in de senaat, de vierde in de Tweede Kamer. Ook dit verklaart dat Klaver de druk nu al opvoert.

Zeker zo belangrijk leek me dat in rechtse media na de bekendmaking van de coalitiesamenstelling meteen doorklonk dat Den Haag de rechtse kiezer opnieuw in de kou zet.

„Ik zie toch een links kabinet ontstaan”, zei Caroline van der Plas (BBB) bij WNL, gezien de verwachte invloed van GL-PvdA. Volgens haar heeft GL-PvdA straks meer te vertellen dan de drie coalitiepartijen zelf. De stijlfiguur van de overdrijving is de BBB-leider wel toevertrouwd.

Joost Eerdmans, de JA21-leider, was in De Telegraaf onheilspellender: „Als je het optelt, kom je tot 89 zetels ’centrumrechts’ in de Kamer. De drie partijen die nu aan het formeren zijn, zijn een overwegend linkse coalitie. Zo zie ik dat. Dan doe je dus geen recht aan de verkiezingsuitslag.”

Maar klopt het dat Den Haag de rechtse kiezer bij de machtsvorming voor de zoveelste keer negeert? Laat me die ui even afpellen.

De feiten zijn dat in het eerste kwart van deze eeuw de premiers Balkenende (CDA), Rutte (VVD) en Schoof (partijloos) 23 jaar kabinetten leidden met een in meerderheid behoudende samenstelling. De VVD regeerde 22 van de 25 jaar. Het CDA zestien van de 25 jaar. D66 elf, de PvdA tien, de CU negen.

In mijn definitie is de PvdA hier de enige linkse partij. En je kunt die andere partijen herdefiniëren – VVD links, CDA links, D66 links, CU links – maar dan is elke bewering mogelijk. Dan kunnen we ook roepen dat Frits Bolkestein een progressieve klap van de molen had gekregen en Pim Fortuyn altijd communist is gebleven.

En hoe zit het met de 89 ‘centrumrechtse’ zetels die volgens Eerdmans bij deze coalitievorming niet op waarde zijn geschat? Om te beginnen horen veertig van die 89 zetels toe aan VVD en CDA – en die gaan gewoon regeren. Ik zou niet weten waarom hun kiezers geen recht wordt gedaan.

Dan zijn 33 zetels van deze 89 zetels van PVV en FVD. De PVV groeit sinds haar aantreden in 2006 maar bezette als gedoog- of coalitiepartner slechts 2,5 jaar een machtspositie. Een feit dat te wijten is aan Geert Wilders zelf. Hij trok in 2012 én in 2025 zijn politieke steun aan het kabinet vroegtijdig in, waarna bijna geen partij meer met hem wilde samenwerken. Voor FVD geldt hetzelfde wegens zijn pro-Russische koers.

Dit gaat er dus niet om dat Den Haag PVV- of FVD-kiezers negeert, dit gaat erom dat de leiding van die partijen tijdens de machtsvorming niet voor hun kiezers opkomt.

En dus zijn slechts zestien van die 89 ‘centrumrechtse’ zetels (JA21 negen, BBB vier, SGP drie) in deze coalitiesamenstelling min of meer genegeerd. Op links geldt dit voor 29 zetels (GL-PvdA twintig, SP drie, Denk drie, PvdD drie).

De rechtse politicus die klaagde over de ondemocratische benadeling van rechtse kiezers had kortom even gemist dat die hele benadeling niet bestaat.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Machtige Tijden

Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet

Maar minstens zo relevant is dat je op SBS6, de zender van miljardair John de Mol, afgelopen week geregeld een echo van Eerdmans’ kletspraatje over de genegeerde rechtse kiezer kon opvangen.

Bovendien is die wereld de ervaringen met het kabinet-Schoof blijkbaar weer vergeten. Vrijwel dagelijks bleek dat rechts zodanig verdeeld is – politiek, sociaal, cultureel – dat onderlinge samenwerking nagenoeg onmogelijk was.

Altijd ruzie, zelden een prestatie: de politici die de rechtse kiezer de laatste tijd werkelijk negeerden, zitten in die (uiterst) rechtse partijen zelf.

Tegelijk wijst veel erop dat radicaalrechts zich onder het nieuwe kabinet verder verwijdert van het politieke midden. Wilders kondigt compromisloze oppositie tegen de „Bende van Jetten” aan. Zijn aanzien brokkelt af, ook in eigen kring, maar het is aannemelijk dat hij met zijn opstelling de speelruimte van de rest van de rechtse oppositie beperkt: wie hem niet volgt, loopt het risico van politieke onzichtbaarheid.

De tweedeling die dan ontstaat, de rechtse oppositie plaatst zich vierkant tegenover het kabinet, biedt bovendien ruimte aan grensoverschrijdend protest. Denk aan boeren en stikstofbeleid, aan azc-protest en asielbeleid: ongenoegen dat eerder overging in intimidatie en geweld.

Kortom: die mythe van de ondemocratisch geminachte rechtse kiezer is bepaald niet consequentieloos.

VVD is terug bij af

Vooral voor de VVD is de mythe riskant. Die partij beschadigde haar bestuurlijke reputatie door in de campagne GL-PvdA uit te sluiten. Het beperkte het verlies op verkiezingsdag, en dus kon de partij in de formatie niet terug.

Jetten sloot uiteindelijk ook de favoriete coalitiepartner van de VVD uit, JA21, en toen Bontenbal hem steunde, moest de VVD zich neerleggen bij de minderheidsvariant.

De partij is daarmee terug bij af. Dat uitsluiten van GL-PvdA draaide erom dat de VVD kiezers op rechts zou terugwinnen: bij JA21, BBB, PVV, FVD. Dat wordt nu doorkruist. Eerdmans staat open voor politieke samenwerking met het kabinet. Je vermoedt dat dit op migratie ook gebeurt.

Maar de vraag is of dit de dynamiek verandert: radicaalrechts dat onder PVV-regie inzet op de sloop van de coalitie.

Zo belooft ook de vierde keer dat D66, VVD en CDA deze eeuw een kabinet vormen een lastig project te worden. Eerdere pogingen mislukten voortijdig. Balkenende II (CDA, VVD, D66) viel in 2006 over de zaak-Hirsi Ali. Rutte III (VVD, CDA, D66 met CU) in 2021 over de Toeslagenaffaire. Rutte IV (VVD, D66, CDA) in 2023 over migratie. Dus veel wijst erop dat de papieren van Jetten zelf beter zijn dan die van zijn coalitie.

Niemand vroeg in de campagne om een minderheidskabinet: elke partij van enige omvang wilde een stabiele coalitie. Deze uitkomst is kortom de minst slechte van alle slechte opties.

De voornaamste handicap lijkt me dat het land straks geen volwaardig bestuur heeft in een verruwende en riskante wereld. Een hoge prijs. Met een roekeloze Donald Trump, die ieder moment een vijand kan blijken te zijn, is elke afhankelijkheid van de VS een risico.

Een kwart van de nationale energievoorziening is Amerikaans vloeibaar gas. Eist Trump iets dat Jetten hem weigert, dan kan hij dreigen het land in de kou te zetten. Kijk maar wat hij uithaalt met Canada, Oekraïne of Denemarken.

In die situatie om alleen binnenlandpolitieke redenen kiezen voor een minderheidskabinet met beperkte armslag, doet erg denken aan de naïviteit van nationale neutraliteit voor WOII. Zwijgend hopen dat de barbaren ons sparen. 

Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.

Source: NRC

Previous

Next