Het Weense architectenbureau Gaubenraup verbouwde een luxehotel tot een woon-werkcomplex voor voormalige daklozen, en ontving daarvoor de Ammodo Award for Social Architecture. Hoe is dit vernieuwende opvangproject ontstaan, en wat kunnen we ervan leren?
schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.
In het Oostenrijkse dorpje Mayerling, nabij Wenen, overziet architect Alexander Hagner de meest extreme make-over uit zijn carrière: het vermaarde luxehotel Hanner werd een woon-werkgebouw voor voormalige daklozen. Twee Michelinsterren had het restaurant van het hotel, vertelt hij, wat het volgens de culinaire gids ‘een omweg waard’ maakte. Al waren er ook gasten die het, zoals de driesterrenkwalificatie luidt, ‘een reis waard’ vonden en per privéhelikopter kwamen. ‘Daarvoor was een landingsplaats voorzien’, zegt Hagner, en hij wijst op de grasvlakte naast het buitenzwembad.
Nu staat daar een tractor en wordt het waterbassin gebruikt voor het telen van groenten in een kas. De oogst wordt via biopakketten verkocht aan dorpsbewoners en restaurants. Van tomaten en pepers maken de bewoners chutney en chili-olie, die je kunt kopen in de farm shop. Daarnaast houden ze kippen, repareren apparaten in de werkplaats en ontvangen wandelaars in het gastenverblijf; het gebouw ligt aan een oude pelgrimsroute.
VinziRast am Land, zoals het complex is herdoopt, is meer dan een reis waard, zegt Hagner. ‘Het is een plek waar mensen die op straat leefden een thuis vinden. En zinvol werk doen.’
Met de toekenning van de internationale Ammodo Award for Social Architecture is die meerwaarde erkend. De jury roemt ‘de innovatieve aanpak om kwetsbare groepen te huisvesten’, ‘het inventieve hergebruik van gebouwen en materialen’ en spreekt van ‘een voorbeeld van een nieuwe en noodzakelijke oriëntatie in het vak van architecten’. Van prestigeprojecten naar maatschappelijke engagement.
Dat het winnende project vlak bij Wenen staat, past in het beeld van de Oostenrijkse hoofdstad als een van de meest leefbare steden ter wereld. 43 procent van de woningvoorraad is sociale huur en de openbare ruimte geldt als een schoolvoorbeeld van ‘inclusieve’ stedenbouw, waarbij niet de gemiddelde man maatgevend is, maar ook rekening wordt gehouden met vrouwen, kinderen en ouderen. Toch leven er ook mensen op straat, en willen radicaal-rechtse partijen bezuinigen op de opvang van daklozen.
Bureau Gaupenraub, in 1999 opgericht door Alexander Hagner en Ulrike Schartner en al twintig jaar betrokken bij projecten voor daklozenopvang, laat zien dat het juist loont om te investeren in woon- en werkplekken voor deze doelgroep. Hoe gaat het bureau te werk, en wat kunnen we in Nederland daarvan leren?
De architecten wijzen allereerst naar hun opdrachtgever. Dat is niet de overheid, maar de vereniging Vinzenzgemeinschaft St. Stephan VinziRast. Deze werd in 2002 opgericht op initiatief van de priester Wolfgang Pucher (1939-2023), die eerder in Graz een vereniging begon om een hospice te bouwen voor zeer zieke daklozen. Toen de sociaal bevlogen Hagner en Schartner in de krant lazen dat Pucher een soortgelijk ‘opvangdorp’ in Wenen wilde realiseren, boden zij hun diensten (pro bono) aan.
Op zoek naar een geschikte bouwlocatie, stuitten ze op weerstand. ‘Overal waar we met ons plan aanklopten, verzamelden buren protesthandtekeningen’, vertelt Hagner. Een kans deed zich voor toen de thesaurier van de vereniging in 2004 een gebouw kocht in het twaalfde district, net buiten het centrum. Op de begane grond was een lege ruimte; niet bruikbaar als hospice, maar groot genoeg voor dertig stapelbedden, sanitaire voorzieningen en een gaarkeuken. Daar begonnen ze, met steun van het districtshoofd, een nachtopvang voor dakloze mensen.
Het project onderscheidde zich van andere opvanglocaties doordat huisdieren, koppels en alcoholgebruik werden toegestaan. ‘Een alcoholist van de straat halen, lukt niet als je hem zijn fles afneemt’, zegt Veronika Kerres. Zij is directeur van de vereniging, die werkt met twaalf vaste krachten en driehonderd vrijwilligers. ‘Pas als mensen willen binnenkomen, kunnen wij hen helpen.’ Toen bleek dat deze aanpak werkte, pasten verschillende andere opvanglocaties hun regels aan.
De VinziRast-vereniging wil meer bieden dan alleen onderdak. ‘Een dak boven je hoofd is een eerste levensbehoefte, maar wat is vervolgens het toekomstperspectief?’, zegt Hagner. ‘Om terug te keren in de maatschappij, heb je sociale contacten en werk nodig’, vult Kerres aan. Dat is ook de overtuiging achter het woon-werkcomplex VinziRast-mittendrin, dat in 2013 in het centrum van Wenen opende.
Het initiatief kwam van een groep studenten die protesteerden tegen onderwijshervormingen en drie maanden lang een collegezaal bezetten. Toen daklozen daar ook hun intrek wilden nemen, stelden de studenten als voorwaarde dat ze meehielpen; aldus werden ze kompanen. Na drie maanden ontruimde de politie het pand en wilde de groep een leegstaand pand kraken. Via via kregen ze de tip om steun te vragen aan de industrieel en filantroop Hans-Peter Haselsteiner, erelid van de VinziRast-vereniging. Uiteindelijk kocht hij het gebouw, en gaf het aan de vereniging.
Gaupenraub verbouwde het tot een complex met ‘co-living’-appartementen, maakateliers, kantoren, een evenementenruimte en een café. Van tevoren bedachten de architecten iets slims om de buren mee te krijgen: een vlooienmarkt in het gebouw. Hagner: ‘We deden flyers bij bewoners in de bus, met de oproep om oude spullen mee te nemen, en de aankondiging van VinziRast-mittendrin. De verkoop van snuisterijen gaf de gelegenheid om een op een met mensen in gesprek te gaan, en onze plannen toe te lichten.’ Die vielen goed, mede door de combinatie van daklozenopvang met studentenhuisvesting.
Hagner geeft een rondleiding door het vijflaagse complex, met tien gedeelde appartementen waar studenten en daklozen in twee- of drietallen samenleven. Ze hebben ieder hun eigen slaapkamer en delen de keuken en badkamer. Daarnaast is er per verdieping een gezamenlijke woonkeuken. De huurders worden gekozen via casting, legt Kerres uit. ‘Het is belangrijk dat bewoners gemotiveerd zijn om mee te doen aan dit project.’ De voormalige daklozen werken samen met vrijwilligers in het café en de maakateliers, met de inkomsten betalen ze de huur.
Met de verhuur van de evenementenruimte op zolder en de opbrengsten uit het populaire café kan het project zichzelf financieel bedruipen. De evenementenruimte wordt onder andere als vergaderruimte verhuurd aan een nabijgelegen bank. ‘Toen die een nieuwe hovenier voor de binnentuin zocht, benaderde een bankier een van de voormalig dakloze bewoners’, vertelt Hagner. ‘Hadden ze hem op straat getroffen, dan was dat nooit gebeurd.’
De ontwerpers zien het als hun taak om met architectuur ‘verbindingen te maken tussen mensen’. Hagner wijst op de entreepartij van het café, die iets uit de gevel springt, als een uitnodigend gebaar naar passanten. Binnen ontwierp hij zitbanken aan de ramen, vanwaar bezoekers zicht hebben op de straat. De betimmering van de wanden en het plafond is gemaakt met hulp van bewoners, vrijwilligers en buren; ze gebruikten oude groentekisten van de markt. Op het hout lees je, in sjabloonletters, de namen van de vele mensen en bedrijven die hebben meegewerkt aan het project.
De vereniging wilde ook een woon-werklocatie ontwikkelen buiten Wenen, vanwaar steeds meer daklozen richting het centrum trekken. Het idee was om voor deze groep werk met dieren en planten te creëren. Opnieuw schoot ondernemer Haselsteiner te hulp. Na het faillissement van luxehotel Hanner had hij het leegstaande pand in Mayerling gekocht, en stelde voor om dat te verbouwen.
Allereerst verrees op het erf een schuur voor de kippen. ‘Zodat we poep zouden hebben om de grond mee te bemesten’, zegt Hagner. De schuur, die de architecten gratis werd aangeboden, is met hulp van studenten van een timmeropleiding gedemonteerd en herbouwd. De naastgelegen groentekas kregen ze cadeau van een tuincentrum. Tussen de kas en het hotelgebouw maakten ze met gedoneerde straatklinkers een plein, waar weekendmarkten en feesten gehouden worden. Op het dak liggen zonnepanelen die elektriciteit leveren.
Het eerste dat de architecten in het gebouw deden, was het ‘luxe’ interieur strippen. Hagner: ‘Alles was nep: het marmer, het hout, het verlaagde plafond. We hebben het puin hergebruikt, als onderlaag voor de pleinbestrating.’ De ruwe betonnen draagconstructie die tevoorschijn kwam, is gelaten voor wat hij is, met de nieuwe installaties in het zicht. De open ruimtes zijn gezellig rommelig ingericht met tweedehandsmeubels.
‘We wilden een gebouw dat echt voelt’, zegt locatiemanager Andrea, die twee dagen per week het reilen en zeilen op VinziRast am Land begeleidt. Haar kantoor zit aan de entreehal, vanwaar je kunt doorlopen naar de gemeenschappelijke keuken en zitkamer met biljart, fitnessapparaten en een televisiehoek. Aan de lange eettafel lunchen de bewoners elke dag samen; de gong luidt om twaalf uur. Links van de hal is het gastenverblijf, rechts de woonvleugel met zestien studio’s. Net als bij het project VinziRast-mittendrin betalen bewoners de huur met inkomen uit werk op locatie.
Toen VinziRast am Land in 2023 zijn deuren opende, was er vanuit het dorp ‘een negatieve energie’, zegt Andrea. ‘Dat veranderde toen we de dorpelingen uitnodigden en evenementen organiseerden. Afgelopen zomer kwamen er vierhonderd mensen naar ons jazzbenefietconcert; de burgemeester was erbij. De bewoners hadden het buitenpodium opgebouwd, scheurden tickets en begeleidden bezoekers op de parkeerplaats. Als gemeenschap hebben we veel capaciteiten in huis.’
De boomlange Julian maakt schoon, kookt, en werkt op het land. Jaren geleden wandelde hij met een backpack vanuit zijn geboorteland Duitsland naar Oostenrijk, waar hij baantjes had op een boerderij, in bars en bij een circus. Soms sliep hij bij zijn vriendin, soms in een portiek. Uiteindelijk belandde hij in 2021 in de nachtopvang van VinziRast in Wenen. In de tegenovergelegen bar adviseerde een bezorgde klant hem om zich aan te melden voor VinziRast am Land. Inmiddels heeft Julian zijn leven op de rit; hij gaat komend jaar voor een bedrijf in Portugal werken.
Ook medebewoners Dominic en Bashir verbleven eerder in de nachtopvang. Dominic: ‘Ik had een relatie met een Russin en woonde een tijd in Rusland, maar mijn visum verliep. Door de oorlog kan ik niet terug, en mijn vriendin mag het land niet uit.’ In Wenen verzamelde Dominic statiegeldflessen, nu doet hij ‘van alles’ in het gastenverblijf. ‘Voor mij is het leven hier perfect; ik hou meer van de natuur dan van de stad.’
Bashir volgt een landbouwopleiding die hij combineert met werk in de kas. In zijn vrije tijd wandelt, kookt en kaart hij graag. ‘Maar het beste dat deze plek mij heeft gebracht is ‘familie’. We eten samen, we praten – we helpen elkaar.’
De renovatie van het complex is nog niet helemaal klaar; het landschapsontwerp moet nog uitgevoerd worden. Dat gaan de architecten aankomende lente doen, samen met studenten van de landbouwhogeschool. Hagner noemt het project ‘een voortdurend leerproces’. Gevraagd naar de belangrijkste les, antwoordt hij ‘dat particuliere initiatieven de moeite waarde zijn’. ‘De VinziRast-vereniging bewijst dat je geen enorme bureaucratie hoeft op te tuigen om met beperkte budgetten iets voor elkaar te krijgen.’
Hij benadrukt dat dit geen kritiek is op de overheid. ‘Die moet vooral zijn werk blijven doen op dit gebied. Maar dit soort projecten tonen dat ook acties op kleine schaal een groot effect kunnen hebben. En dat iedereen daaraan kan bijdragen.’
Ammodo Architecture Award
De Ammodo Architecture Award is een internationale architectuurprijs die in 2025 voor de tweede keer is uitgereikt door Ammodo Architecture, een van de programma’s van de in Amsterdam gevestigde stichting Ammodo. De prijs onderscheidt zich van andere architectuurprijzen door de focus op sociale projecten en de flinke geldbedragen. In totaal bekroonde de jury, onder wie de voormalige rijksbouwmeester Floris Alkemade, 26 winnaars die elk een prijs van 10.000 tot 150.000 euro ontvingen.
Het geld is bedoeld voor de verdere ontwikkeling van hun projecten. Gaupenraub won voor VinziRast am Land een van de twee oeuvreprijzen van 150.000 euro. De andere oeuvreprijs ging naar bureau Shau in Indonesië voor het project Kampung Mrican in Yogyakarta, waar door toevoeging van kleinschalige bouwwerken, bruggen en speelplekken een stuk stad is verbeterd. Shau gaat de prijs gebruiken voor de bouw van een kleine bibliotheek. Gaupenraub wil met het geld een hotel annex woonproject voor voormalige daklozen ontwerpen, en een online kennisplatform over sociale bouwprojecten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant