Echte internationale allure dringt zich nog niet meteen op, al zijn er wel acts waarvan je voelt dat ze op het punt staan om door te breken.
zijn popredacteur van de Volkskrant.
Als je diagonaal door het festival Noorderslag loopt, in de afgeladen Oosterpoort in Groningen, dan hoor je dit jaar op het eerste gehoor een wat eenvormig geluid. Veel opgewekte Nederlandstalige pop van jong talent en gevestigde namen, die bijna een beetje generiek wordt.
Maar kijk je verder en duik je de kleinere zalen in, dan krijg je toch een ander beeld. Goddank: er wordt zeker nog wel wat dwarsere muziek gemaakt. Door bandjes die toch graag anders willen klinken, ook omdat ze denken echt iets te vertellen te hebben. Je moet er alleen iets meer naar zoeken.
Je mag het eisen van Noorderslag: hét festival voor de Nederlandse pop, dat grote namen verbindt aan opkomend talent. Zijn er trends te signaleren, dienen de ontdekkingen zich aan? Of misschien zelfs namen die internationaal iets kunnen gaan betekenen?
De heilige Noorderslag-graal zijn die acts waarvan je voelt dat ze op het punt staan om door te breken. En dat gevoel krijg je precies bij de show van IDA, die in een afgeladen kelder haar frisse en energieke Nederpop laat horen. Ze heeft er zelf ook wel erg veel zin in, waardoor ze zichzelf constant overschreeuwt uit enthousiasme.
Maar de liedjes zijn scherp en live nog veel feestelijker dan op de opname, dus mag er best worden geschreeuwd. En ze heeft alvast de houding van een superster, alsof ze al een popicoon in de Ziggo Dome is.
De Zwolse zanger Micha Bartelds, artiestennaam Micha, zou ook iets kunnen losmaken over de grens. Dat hoor je in zijn rockende rootsliedjes met erg gelikte refreinen en vooral ook in het vette geluid van zijn begaafde band, waarin duidelijk is geïnvesteerd. Maar ook Micha heeft de neiging vanaf liedje nummer één op volle longcapaciteit te zingen. Alsof hij niet kan wachten op dat doorbraakmoment.
Hij kán ook echt goed zingen, want hoe rauw en theatraal hij ook uithaalt: hij blijft zuiver en dat is best indrukwekkend. Maar het drama in zijn muziek mag best een tandje minder.
Echte internationale allure dringt zich nog niet meteen op. Voorgaande jaren lieten acts als Pip Blom en Personal Trainer meteen horen dat ze klaar waren om ook de rest van Europa te veroveren. In die hoek zouden we nu voorzichtig Fellatio kunnen plaatsen, de Rotterdamse krautrock-chaosband. De combinatie van saxofoon, bas, drums en angstzang is genoeg voor een prettige klap in het gezicht en herinneringen aan het hoekje in de Britse muziekscene waar bijvoorbeeld ook Fat Dog zit. Nog even wat meters maken, en dan zien we dit graag terug in een smerige pub.
Op Noorderslag heerst een verlangen naar nieuw talent, frisse geluiden en vernieuwing. Dat doet Politie Warnsveld heel goed, aan het einde van de avond. Mogelijke inspiratiebronnen: Madness, Doe Maar en Hang Youth. Vrolijke en vrij goed uitgevoerde ska over hoe kut de VVD is, dus. Tel daar een superaanstekelijke podiumenergie bij op en het is niet gek dat de moshpits niet meer stoppen.
Jiri Taihuttu weet ook wat vernieuwing is. Na een succesvolle rapcarrière als Jiri111, staat hij nu op het podium als De Nachtwacht. Hij draagt een gitaar en een wit pak met glitters en speelt de gladste softrock. De jankende gitaren en zwoele saxofoonsolo’s wisselen elkaar moeiteloos af, maar dit is geen grap. Je voelt de liefde van deze band voor de yachtrock uit een ver verleden, van Toto tot Steely Dan, maar dan met een randje Prince.
Zijn zang is helaas nog niet op dat soepele niveau, waardoor zijn stemgeluid na een tijdje wat gaat tegenstaan. Het ontbreekt nog een beetje aan vocale persoonlijkheid.
Het denken buiten vaste genrehokjes levert toch de leukste verrassingen op, zien we ook bij Stay Away From Dante!. De Amsterdammer is niet in één genre te vatten, zelfs niet in één kunstvorm. Zijn show is theatraal, met een verhaallijn over bevrijding en met een goede circuslook.
Tussen de ballonnen zingt en rapt hij met zijn warme stem, die prachtig aangevuld wordt door twee achtergrondzangeressen bij de soulvolste nummers. De liedjes gaan van troostrijk naar vrolijk en zwoel, maar de show heeft zo’n duidelijke samenhang dat het altijd een geheel blijft.
‘Wij feesten niet om te vergeten’, zegt de zanger van Politie Warnsveld halverwege hun inderdaad nogal feestelijke show. ‘Wij feesten om te voelen waar het echt over gaat.’
Dat voel je ook bij de tegendraadse acts, die zich gretig op de wat kleinere podia storten. De Utrechtse punkband C’est Qui bijvoorbeeld trekt de Marathonzaal vol met krijserige protopunk, en stiekem toch vreselijk vette refreinen. Het publiek is duidelijk op zoek naar de wat meer raggende bandjes, tussen die overdaad aan pop.
Noorderslag doseert de harde gitaren net wat te zuinig. Waar zijn dit jaar de heavy bandjes? Van levensbelang voor de Nederlandse podiumsector, maar onzichtbaar in de Oosterpoort, in tegenstelling tot voorgaande jaren. De meest over de grens spelende Nederlandse band is momenteel de keiharde deathcoreband Distant. Jammer dat we niets uit deze hoek tegenkomen op Noorderslag.
Maar net als je wat té somber wilt worden over editie 2026, loop je tegen dat bandje aan dat alles weer even goedmaakt. Frank Arnold – vreemde naam voor een band van zes man waarin niemand zit die Frank Arnold heet – heeft een unieke combinatie van stijlen te pakken: Nederlandstalige pop met humor, een beetje in de stijl van Goldband, maar dan gespeeld met een dwingende groove, met hints naar Talking Heads.
Het is opzwepend en aanstekelijk, en al is van deze band nog geen nummer te vinden op de streamingdiensten: Frank Arnold gaat zeker mooie dingen doen de komende festivalzomer. Sowieso heeft de zanger de mooiste aankondiging van het jaar te pakken, tot nu toe dan: ‘Dit is ons laatste liedje. Ik vind het een heel mooi liedje. Het heet: Jij vindt mij een lul.’
Popprijs Suzan & Freek: meer dan een beloning voor ‘succes’
De bekendmaking van de Popprijs, in een uit zijn voegen barstende Grote Zaal van de Groningse Oosterpoort, levert vaak gemengde gevoelens op, die live worden geventileerd. Dat was dit jaar toch even anders. Niemand kon het oneens zijn met de keuze van de jury om het duo Suzan & Freek de belangrijkste poponderscheiding toe te kennen. En hád je al je bedenkingen, omdat hun muziek niet helemaal jouw muziek was, dan hield je wijselijk je mond.
De Popprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een artiest of band die het voorgaande jaar ‘aantoonbaar succes’ heeft gehad en ‘veel indruk’ heeft gemaakt. Aan die twee voorwaarden voldeden Suzan Stortelder en Freek Rikkerink natuurlijk.
Zij begonnen vorig jaar in mei aan een lange reeks uitverkochte shows in de Amsterdamse Ziggo Dome: een bekroning van hun carrière van ruim tien jaar, waarin ze vele hits aan elkaar knoopten en tekenden voor een paar nieuwe Nederlandse popklassiekers. Gevoelige liedjes als Als het avond is bijvoorbeeld, of Lichtje branden.
Maar het ging bij Suzan & Freek om meer dan hits of succes, tekende de jury van de Popprijs ook op in het rapport. ‘Suzan & Freek verenigen mensen in een tijd van polarisatie. Daarmee brengen ze iets teweeg wat verdergaat dan popmuziek en hits. De boodschap van Suzan & Freek is er een van verbinding, van omkijken naar elkaar en menselijke connectie. Wanneer het er echt op aankomt, is dat belangrijker dan succes.’
Bij de ceremonie in de Oosterpoort werd niet direct verwezen naar het persoonlijk drama dat Suzan & Freek vorig jaar trof, toen Freek Rikkerink te horen kreeg dat hij ongeneeslijk ziek was, nog tijdens hun concertserie in de Ziggo Dome. Maar het speelde natuurlijk een rol, al was het maar omdat juist dat nieuws zo veel losmaakte in Nederland.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant