Home

Paul Haenen: ‘Pas in de stilte van je eigen binnenwereld durf je dingen te laten ontstaan’

Margreet Dolman, het alter ego van Paul Haenen, bestaat vijftig jaar. De theatermaker bezoekt zijn oude thuishaven, het Betty Asfalt Complex, voor een terugblik. ‘Ergens ben ik een dominee die mensen iets wil meegeven.’

is journalist en programmamaker. Voor Volkskrant Magazine interviewt hij geregeld bekendere Nederlanders.

Hij kent het Betty Asfalt Complex als geen ander. Bijna veertig jaar was Paul Haenen (79) hier met zijn man Dammie van Geest heer en meester, totdat ze het Amsterdamse theatertje vorig jaar verkochten aan De Theatertroep. En toch schuifelt hij nu wat onwennig door de lege foyer, als iemand die na jaren weer op bezoek komt in zijn oude huis. ‘Het is hier koud, hè?’, zegt hij. ‘Maar ik weet even niet hoe de verwarming hoger kan.’ Een cappuccino kan hij evenmin maken. Hij weet niet hoe de nieuwe koffiemachine werkt. ‘Dan maar zwarte koffie. Goed?’ Toch is het nog steeds een vertrouwde plek, zegt Haenen. ‘Want ik heb de sleutel nog. En De Theatertroep ontvangt ons altijd met open armen.’

Dammie van Geest en hij werden door de verkoop verlost van veel financiële zorgen. De huur van 9.000 euro per maand, plus vaste lasten, begon steeds zwaarder op hen te drukken. ‘Die huur ging ook in de zomer gewoon door, als er geen voorstellingen waren. En veel voorstellingen leverden bijna niets op. Een bodemloze put eigenlijk.’ Toch weigerden ze al die jaren subsidie aan te vragen. ‘We wilden onafhankelijk blijven.’ Geld verdiende hij vooral als hij optrad als dominee Gremdaat op congressen. ‘Daarmee was het ongeveer in evenwicht.’

Het theater was al die jaren de thuisbasis van Margreet Dolman, dominee Gremdaat, Buster Fonteijn en al die andere types die Haenen de afgelopen halve eeuw tot leven wekte. Hier speelde Haenen vele honderden voorstellingen en nam hij bijna al zijn tv-programma’s op. Margreet Dolman bestaat dit jaar vijftig jaar. Dat wordt op 1 februari gevierd met een gala-avond in het Concertgebouw. Het gaat een bijzondere avond worden, zegt Haenen. ‘Met gasten als Ellen ten Damme, Benjamin Herman en Brigitte Kaandorp.’ Verder weet hij nog niet hoe het programma eruit gaat zien. Haenen wil het spontaan houden. Daar houdt hij het meest van. ‘Want het gevaar is dat je je onder druk voelt staan. Dat je denkt: het is een gala, dus er moet dit of dat gebeuren. Je moet het loslaten. Toen ik de eerste keer Gremdaat deed in De Wereld Draait Door dacht ik: jezus, je zou nu toch afgaan voor anderhalf miljoen kijkers... Maar dat is het leuke: je moet er gewoon onbevangen in springen.’

Margreet Dolman ontstond bij toeval. Haenen werkte eind jaren zestig voor de radio als interviewer, onder meer bij het Vara-programma Radioweekblad. Na een paar jaar had hij daar genoeg van. Toen Radio Stad Amsterdam hem vroeg om voor die zender interviews te maken, sloeg hij het aanbod dan ook af. Hij stelde voor om in plaats daarvan een hoorspel te schrijven. Voor de hoofdrol had hij Adèle Bloemendaal in gedachten. Toen zij niet bleek te kunnen, besloot hij om zelf de hoofdrol te vertolken. ‘Dat werd Margreet Dolman.’

Had je toen ook al een beeld van hoe Dolman eruitzag?

‘Nee, totaal niet. Dat is het leuke van radio, dat je helemaal geen beeld hoeft te hebben. Het beeld van die vrouw kan per seconde veranderen. Als ik zit te schrijven doe ik wel ondertussen haar stem. Ik lees het hardop voor. Ik wil daar ook nooit iemand bij hebben.’

Want dan zou je door de magie heenkijken?

‘Ja zoiets. Ik denk dat schrijvers dat ook hebben. Daarom gaan schrijvers ook vaak ’s nachts schrijven. Pas dan voel je de stilte van je eigen binnenwereld. Dan durf je dingen te laten ontstaan.’

Margreet is geen typetje, benadrukt Haenen. Nooit geweest ook. ‘Anders had ze het niet vijftig jaar volgehouden.’

Wat is ze dan wel?

‘Ze is een afsplitsing van mijzelf. Een alter ego. Vóór Margreet had ik een dagboek waarin ik alles wat ik meemaakte beschreef: ‘Ik voel me niet zo goed. Ik ben zo eenzaam.’ Als Dolman kan ik in dialoog gaan, met Buster Fonteijn of met Bob Guttering. En het mooie is dat mensen daar dan weer steun aan ontlenen. In de coronatijd maakten we elke dag Troost TV, met ’s avonds een avondoverdenking waarin dominee Gremdaat zei dat je vóór het slapengaan de problemen van je moet laten afglijden. Achteraf hoorde ik dat veel mensen daar steun aan ontleenden.’

Zit er een zielswerker in jou?

‘Jawel. Ergens ben ik een dominee die mensen iets wil meegeven. Ik plaats al bijna vijftien jaar Gremdaatbeschouwingen op YouTube. Het mooie daarvan is dat je het opneemt, online zet, en dat er vervolgens een paar duizend en soms meer dan honderdduizend mensen naar kijken. Je bent dan in feite je eigen omroepbaas. Precies zoals ik ooit begon toen ik 14 was. Toen richtte ik met vriendjes de Eerste Nederlandse Jeugdomroep op. Via een draadverbinding konden de buurjongens me dan horen. Eigenlijk doe ik nog hetzelfde, vijfenzestig jaar later, maar nu via YouTube. Ik voel nog steeds dezelfde opwinding als toen, de opwinding van de radio.’

Waarom zien we je nooit meer bij de publieke omroep?

‘Omdat ik niet meer weet bij wie ik terecht moet. Vroeger kon je Roelof Kiers bellen van de VPRO en zeggen: ‘Ik heb zin om uitzendingen te maken.’ Dan vroeg hij: ‘Kun je volgende maand beginnen?’ Nu weet ik niet eens wie de hoofdredacteur van de VPRO is.’

Voel je je nog verbonden met de VPRO?

‘Niet speciaal. Al hou ik wel de hoop dat ze zich nog met mij verbonden voelen en dat het contact wordt hersteld.’

Wat is Margreet Dolman voor vrouw? Is het eigenlijk een vrouw?

‘Je zou haar tegenwoordig non-binair noemen. Dolman is eigenlijk een stripfiguur, met vrouwelijke én mannelijke elementen. Géén travestiet. Ik doorbreek af en toe bewust dat vrouw-zijn door even met die lage stem te praten. Waardoor het een knipoog krijgt. Mensen gaan daarin mee. Het publiek ervaart Dolman als een geloofwaardige stripfiguur. Eigenlijk is dat een contradictio in terminis: een geloofwaardige stripfiguur, dat kan eigenlijk niet. En toch bestaat ze.’

‘Ik heb me in het begin weleens op het toneel getransformeerd van Dolman naar Gremdaat. Dat werkte niet. Daar hadden de mensen totaal geen zin in. Ooit verzorgde ik als Dolman voor de VPRO een oudejaarsavondprogramma. Freek de Jonge was mijn gast. We keken samen naar de oudejaarsconference van Youp van ’t Hek. Eigenlijk best uniek. Tijdens die uitzending deed ik mijn pruik af. Nadien kreeg ik verontwaardigde reacties: ‘Beste Paul, we weten heus wel dat het een act is. Dat hoef je niet te laten blijken. We willen er zo graag in geloven.’ En toen besefte ik: dit moet je dus niet doen. Mensen willen dat Dolman bestáát. Dat moet je respecteren.’

Niet alleen Margreet Dolman wordt dit jaar vijftig. Ook Bert en Ernie uit Sesamstraat worden al een halve eeuw van stemmen voorzien door Paul Haenen en Wim T. Schippers. De serie was op de Nederlandse televisie al een paar jaar geleden stopgezet. Maar sinds kort is Sesamstraat te zien op Netflix. Afgelopen najaar troffen Haenen en Schippers elkaar weer in de geluidsstudio. Hij diept zijn telefoon op uit zijn zak en laat met merkbare trots een foto zien waarop hij en Schippers naast elkaar achter de microfoon zitten. ‘Wim en ik zijn de oudste Bert en Ernie ter wereld. Ik ben bijna 80, hij is 83.’ Het was alweer jaren geleden dat ze voor het laatst scènes nasynchroniseerden. Maar het ging direct vlekkeloos. ‘Het was wel een beetje afwachten of die stem er nog zat, maar Wim deed Ernie nog perfect. En ik kon Bert en Grover nog prima doen.’

‘Bert kun je alleen maar spelen als er nog steeds iets kinderlijk naïefs in je zit. Dat heeft alles met theater te maken; dat je erin gelóóft. Ik voel me verbonden met Bert, ken hem al vijftig jaar. Wim heeft hetzelfde met Ernie. Als je hem vrolijk wilt maken, moet je hem Ernie laten doen.’

‘Zeker bij kinderen moet je de illusie van Bert en Ernie niet doorbreken. Ik heb weleens op de Uitmarkt meegemaakt dat er een vader met een kind langsliep en zei: ‘Kijk, dat is nou Bert.’ Waarop ik zei: ‘Nee, ik ben Bert niet.’ Maar die vader hield vol: ‘Ja hoor, dat is Bert wél!’ Ik zei tegen dat kind: ‘Je vader verzint het. Ik ben Bert niet, ik ben gewoon een meneer.’ Die man werd echt een beetje nijdig. Toen liepen ze maar door.’

Je hebt mijn zoon Tobias toen hij heel klein was eens gefeliciteerd als Bert.

‘Jawel, maar dat was door de telefoon.’ Hij doet het na, met de stem van Bert. ‘Hoe heet jij? Tobias? Wat een leuke naam.’ Weer als Paul Haenen: ‘Dan is het voor een kind volkomen geloofwaardig. Maar als er een volwassen man aankomt die de stem van Bert opzet, dan maak je iets kapot. Ik zeg hooguit: ‘Ik kan de stem van Bert heel goed nadoen.’ Dan zie je ze denken: dat kan papa dus niet.’

Haenen en Schippers werden afgelopen najaar door de Avro gevraagd om tijdens het Televiziergala de nominaties van de jeugdprogramma’s bekend te maken met de stemmen van Bert en Ernie. Het ging bijna niet door. ‘Er is flink over onderhandeld, ook met de rechthebbenden in Amerika. De makers van Sesamstraat vonden het prima. De enige die geen toestemming gaf was de NTR. Zij hebben nog de rechten op het oude materiaal. Dat materiaal wilden ze niet ter beschikking stellen. Ik heb Ajé Boschhuizen (voormalig eindredacteur van Sesamstraat, red.) zelfs nog gemaild, dat ik niet begreep waarom zij geen toestemming gaven. Ik heb er nooit een reactie op gehad.’ Uiteindelijk ging het optreden van Bert en Ernie toch door. ‘Maar wel met andere beelden, uit Amerika. Want de NTR bleef bij haar weigering. Terwijl Avrotros toch een collega-publieke omroep is, zou je denken. Echt kinderachtige Nederlandse omroeppolitiek. Pure jaloezie. ‘Sesamstraat is van óns! En het had nooit door mogen gaan bij Netflix nadat wij hadden besloten ermee te stoppen.’’

Voor hij met Dolman begon, had Haenen zijn dagboek als uitlaatklep. Hij begon ermee nadat hij als jonge jongen het dagboek van Anne Frank had gelezen. ‘Anne schrijft steeds aan Kitty, een denkbeeldige vriendin. Toen dacht ik: wat leuk dat je in je fantasie gewoon een vriendin kunt hebben. Dat ga ik ook doen.’

Zijn dagboek bracht hij vijf jaar geleden uit, onder de titel Ik heb bekend. Daarin schrijft zijn jongere ik openhartig over de ruzies tussen zijn ouders, zijn visie op zijn klasgenoten, zijn ontluikende homoseksualiteit maar ook over omroeppolitiek. En hij schrijft over zijn broers Rob en Tom. Hele pagina’s zijn uitgetrokken voor afgeluisterde gesprekken tussen zijn oudste broer Rob en diens vrouw Hella. Onder de kop Hellarie doet hij als 15-jarige opgewonden – Dagboek Exclusief! Ik ga van haar af! – verslag van hun echtelijke twisten, kwistig strooiend met tussenkopjes als ‘onthullend’ en ‘openhartig’.

In feite was hij in die tijd verslaggever van zijn eigen leven, op reportage in zijn eigen bestaan. Met zijn dagboek als onmisbare uitlaatklep en geduldig luisterend oor. Dat had hij als jongen nodig. Want thuis was het niet altijd fijn. Het was geen onveilige plek, benadrukt Haenen. ‘Maar er was weinig warmte. Mijn vader was nogal afstandelijk. In mijn dagboek schrijf ik dat ik jaloers was op een vriend van mij: Jack. Als ik daar thuiskwam vroeg die vader aan zijn zoon: kun je even op mijn rug krabben want ik heb jeuk. Ik was verbijsterd dat vader en zoon blijkbaar zo lichamelijk met elkaar om konden gaan, en zoveel warmte konden delen. Dat kénde ik helemaal niet.’

Wat voor rol speelde je moeder?

‘Mijn moeder was een artistieke vrouw. Alleen werd ze gekweld door angsten. Vooral door straatvrees. Dat drukte een groot stempel op ons gezin. Het probleem was dat ze er verkeerd mee omging. Ze koesterde de angst. Het was haar identiteit geworden.’ Maar op een dag was ze haar straatvrees plotseling de baas. Haenen had voor een verjaardag moorkoppen moeten halen, in een drukke bakkerswinkel. Toen hij thuiskwam ontdekte zijn moeder tot haar verbijstering dat de slagroom was ingezakt. Razend was ze. ‘Ik aanvaard geen ingezakte slagroom!’ Haar zoon durfde niet terug naar de drukke winkel. En dus stoof ze zelf naar buiten om verhaal te halen. ‘Terwijl ze jaren binnen had gezeten. Maar ineens won de woede het van de angst. Wij kregen het gevoel dat we er al die jaren in waren getuind.’

Ook zijn vader leed onder haar angsten. ‘Mijn moeder schilderde. Mijn vader bleek daar ook goed in te zijn. Daar moest hij op last van mijn moeders psychiater mee stoppen, omdat dat ten koste van haar zelfvertrouwen zou gaan. Daarmee moest hij iets wat hem heel dierbaar was zomaar loslaten. Hij deed het wel, maar het was een hoge prijs voor hem.’

Uiteindelijk gingen zijn ouders uit elkaar. ‘Dat was voor iedereen de beste oplossing.’ Ze zijn allebei al heel lang dood. De laatste tijd droomt hij weer regelmatig over ze. Dan droom ik dat ik langsga bij mijn moeder in de Jan van Galenstraat. Laatst droomde ik dat ik tegen haar zei: ‘Het is zo raar dat ik altijd droom dat je dood bent. Terwijl ik het juist zo fijn vind dat je nog leeft.’ Waarop mijn moeder zei: ‘Wat fijn dat het weer goed gaat tussen papa en mij, hè? We wisselen nu regelmatig brieven uit.’ In mijn droom werd ik daar erg blij van. Dat er eindelijk voor het eerst geen onderhuidse spanning meer was. Ik werd heel tevreden wakker.’

Hij werd als jongetje door zijn moeder volop deelgenoot gemaakt van de echtelijke ruzies. ‘Dan moest ik van haar tegen mijn vader zeggen: mama krijgt te weinig huishoudgeld van jou.’ Toch is hij er niet door beschadigd, zegt Haenen. Hij heeft dan misschien geen warme jeugd gehad, maar wel een interessante. ‘Mijn leven is daarna alleen maar leuker geworden. Dat is beter dan wanneer je na een fijne jeugd van teleurstelling naar teleurstelling moet wandelen. Het is een soort oefening geweest voor mij, een leerschool. Ik had er ook aan onderdoor kunnen gaan. Maar als je er goed doorheen komt, besef je al vroeg welke richting je vooral níét moet inslaan. Dat je niet zoals je ouders wilt worden, maar je eigen leven moet gaan leiden.’

‘In mijn dagboek had ik een rubriek: Ik ben óók een mens. Daarin hoor je Margreet Dolman al een beetje praten. Wees helder en strijdbaar, laat je niet neersabelen. Dat is in feite het uitgangspunt van Dolman geworden.’

Was je eenzaam in die jonge jaren?

Ja, dat denk ik wel. Maar het was ook een prettige eenzaamheid. Met Frank Sinatra aan mijn zijde. Als hij A man alone zong, dan zwijmelde ik weg. Dan dacht ik: hij is nóg eenzamer dan ik. Zelfmedelijden is ook een heel mooie vorm van medelijden. Mensen schamen zich daar vaak voor. Maar zelfbeklag is helemaal niet erg. Je moet het koesteren, ervan genieten. Gewoon lekker denken: zo eenzaam als nu ben ik nooit eerder geweest.’

Was het een schok voor jou toen je ontdekte dat je van jongens hield?

‘Nee, het was meer een schok dat ze mijn liefde niet beantwoordden. Ik weet nog dat ik als 7-jarige een jongen kuste terwijl hij naar mijn treintafel keek. Die vond hij heel mooi, zo’n Märklin, met een prachtig treinemplacement. Maar dat ik hem kuste vond hij niks. Vervolgens was de vriendschap voorbij. Dus dan voel je wel dat je bepaalde neigingen hebt die andere jongens niet hebben. Ik zat in de klas naast Leo. Ik was heimelijk verliefd op hem. Hij had wratten op zijn handen, en ik was zo verliefd dat ik dat ook graag wilde: wratten op mijn handen. Zo ver ging die liefde kennelijk.

‘Op een dag werd hij geopereerd aan zijn blindedarm. Het maakte me ontzettend verdrietig dat hij een tijdje weg was. Ik ging dus regelmatig naar zijn huis om cadeaus te brengen. Na een tijdje deed zijn moeder niet meer open. En toen hij na de kerst terugkwam op school, ging hij naast iemand anders zitten. Dat vond ik heel erg.’ Jaren later kwam Haenen Leo weer tegen. ‘Hij is laatst zelfs naar de voorstelling gekomen. Samen met zijn vrouw.’

Voel je dan toch nog iets van die vonk van vroeger?

‘Ja, op een bepaalde manier wel. Maar ook het bijna troostvolle van de eenzaamheid. Het is net een liedje: die jongen die naast de kerstboom zit te wachten op de jongen van zijn dromen. En dat die jongen dan terugkomt en naast een ander gaat zitten. Dat is toch een prachtige songtekst?’

Zijn ouders wisten zich niet goed raad met de homoseksualiteit van hun zoon. Haenen zelf zat er minder mee. Hij luisterde op de radio naar dokter Kees Trimbos, een psychiater die een rubriek had: Gehuwd en Ongehuwd. ‘Die vertelde dat homoseksualiteit heel normaal was, en dat je dan echt niet automatisch balletdanser of kapper werd.’ Maar toen hij zelf een psychiater bezocht voor een extra bevestiging, liep dat uit op een deceptie. ‘Die man zei: je hebt te weinig mannelijkheid getankt. Ik had een te groot vrouwelijk element in mij. Hij vond dat er meer mannelijkheid in mij moest worden gepompt. Geen idee wat hij daarmee bedoelde. Ik ben direct weggelopen en nooit meer teruggegaan.’

‘Mijn ouders hebben het uiteindelijk wel geaccepteerd. Ik heb eerst bij mijn vader afgetast wat hij ervan zou vinden.’ Hij beschrijft het moment letterlijk in zijn dagboek:

‘Gerard Reve, die bewonder je toch?
– Ja, dat is een enorm stilist.
Ik ben ook zo.
– Een enorm stilist?
Nee, homo.
– O nou ja. Als het zo is, dan is het zo.’

Zijn moeder moest huilen toen ze het hoorde. ‘Maar ze heeft het wel geaccepteerd.’

Wel opvallend dat je direct ophield met je dagboek toen je in 1976 met Dolman begon. Was zij je nieuwe uitlaatklep?

‘Dat liep eigenlijk naadloos in elkaar over, ja. En ik had inmiddels Dammie ontmoet. Dat deed mij ook heel goed.’

Dammie van Geest werkte in die tijd als medewerker van de ombudsman bij de Vara. Ze ontmoetten elkaar op een personeelsfeest. Van Geest had op dat moment nog een vriendin. ‘Die heeft hij voor mij verlaten. Sindsdien zijn we samen. Al 53 jaar.’

Hoe is dat, om iemand zo lang te kennen?

‘Heel fijn. Het wordt eigenlijk alleen maar mooier.’

Wat voegt hij aan jou toe?

‘Hij voegt enorm veel rust aan mijn leven toe. Hij straalt uit dat hij grip op de situatie heeft, dat het allemaal wel goed komt. Het fijne van Dammie was dat hij nooit reageerde als ik depressief was. Hij negeerde het, ging er niet in poeren. Zo van: Ja, je bent wel heel erg somber de laatste tijd. Wat is er toch aan de hand? Dat heeft hij helemaal niet. Ik maak me eerder zorgen, denk altijd: O nee, ik moet nog dit en dat. Ik heb het ook met treinreserveringen, we nemen altijd Interrail als we naar ons huis in Frankrijk gaan. Dan reserveer ik twee treinen achter elkaar, voor het geval we de aansluiting missen. Dammie denkt daar niet eens over na.’

Ze maakten samen ook 93 nummers van hun blad Mens & Gevoelens. ‘Omdat we een podium wilden bieden aan mensen die je anders nooit hoort, naast de bekende schrijvers. En omdat we een bemoedigende hand wilden uitsteken naar mensen die nog in de kast zitten.’ Ze legden er jarenlang fors geld op toe. ‘Maar we vonden het belangrijk dat het er was. Mens & Gevoelens werd gemaakt door homoseksuelen, maar het was geen homoseksueel blad. Dat zag je ook bij de tv-programma’s van Dolman; het was geen homoseksueel programma, maar wel met liefde gemaakt. Ook voor lesbische mensen en transgenders. Die ruimdenkendheid staat helaas steeds meer onder druk.’

Is de emancipatiestrijd waar jij je voor hebt ingezet, dan voor niets geweest?

‘Nee, die is niet voor niets geweest. Ik hou hoop. Ik denk alleen wel dat de homobeweging veel meer van zich moet laten horen. We hebben gelukkig nu een homoseksuele Tweede Kamervoorzitter, en straks ook een homoseksuele premier. Er zal vast weer een omwenteling komen. De maatschappij bestaat uit kuddedieren; eerst lopen ze allemaal aan de extreemrechtse kant en wordt het allemaal nog intoleranter en extremer. Daarna gaan die kuddes echt wel weer de ruimdenkende kant op.’

Is het moeilijk om in deze tijd troost te brengen?

‘Er zijn in elk geval veel meer mogelijkheden. Vroeger had je geen YouTube. Iedereen kan z’n eigen tijdschrift of uitgeverij beginnen. Ik denk wel dat mensen zich meer moeten gaan verenigen. Daarom ben ik ook lid geworden van D66. Omdat ik vind dat we duidelijker moeten maken dat er gevaar dreigt.’

Waar haal jij zelf troost uit?

‘Sowieso uit Dammie. En uit boeken en fijne treinreizen. Ik ben dol op treinen. Eerst de voorpret al, en daarna het onderweg zijn. Ik verheug me er nu al op dat we in februari weer op reis gaan.’

Jij wordt in april 80. Wat voor besef is dat?

‘Dat ik er toch wel steeds vaker aan moet denken dat het einde nadert. Ik geniet veel meer dan vroeger. Ik geniet als ik op het toneel sta, en van de nazit na afloop. Vroeger wilde ik dan snel naar huis. Nu beleef ik het allemaal intenser. Ik denk tegenwoordig vaak: wat een leuk publiek. Of: wat een aardige vrouw.’

Is jullie relatie ook veranderd?

‘Je liefde voor elkaar groeit. Aan het eind van de voorstelling zingen we al jarenlang Wij vonden elkaar. Dan pakken we elkaar aan het slot beet en kijken we elkaar aan. Dat vóél ik dan ook echt door mijn hele lijf.’

Ze hebben allebei gekwakkeld met hun gezondheid. Haenen had een paar jaar geleden hartklachten. En Van Geest worstelde onder meer met prostaatkanker. ‘Dat was heel erg schrikken.’

Was je bang om hem te verliezen?

‘Dammie is heel nuchter. Daardoor kon ik het ook makkelijker verdringen. Het is gelukkig allemaal goed afgelopen. Het heeft ons nog meer tot elkaar gebracht. We hebben het wel vaker over ‘later’, over hoe het zal zijn om alleen over te blijven.’

Denk je daarover na, hoe je door zou gaan zonder hem?

‘Uit eerbied voor hem zou ik wel door moeten leven. Al zou het me erg zwaar vallen. Ik denk dat ik weer veel naar Sinatra zou luisteren. Voor die echte eenzaamheid van vroeger ben ik niet zo bang. Ik heb nu vrienden. Die had ik vroeger niet. En ik zou mezelf proberen voor te houden hoeveel geluk ik heb gehad in mijn leven. Dat ik een grote liefde heb gehad en fantastisch werk heb mogen doen.’

Wat moet er later van Paul Haenen blijven hangen?

‘Dat je niet bij de pakken neer moet gaan zitten. Dat je niet een autoriteit hoeft te erkennen, maar dat je gewoon je eigen waarheid bent. Laat je de weg niet versperren, maar volg je hart. Overal is geteisem, maar overal zijn óók lieve mensen. Hou vertrouwen. Zoals dominee Gremdaat dat altijd zegt: laat de problemen op het juiste moment van je afglijden.’

Cv Paul Haenen

30 april 1946 Geboren in Amsterdam.
1963 Begint bij de radio, werkt nadien mee aan talrijke radioprogramma’s voor Vara, NCRV, KRO en VPRO.
1966 Begint bij de televisie. Maakt nadien honderden uitzendingen, vanaf 1990 vaak met Margreet Dolman als hoofdpersoon.
1972 Ontmoet Dammie van Geest.
1973 Maakt tv-documentaire over Ko van Dijk.
1976 Begint met Margreet Dolman voor Radio Stad Amsterdam.
1976 Wordt vaste stem van Bert en Grover bij Sesamstraat.
1978 Schrijft toneelstuk voor Toneelgroep Theater. Maakt daarna stukken voor onder andere Rijk de Gooijer, Olga Zuiderhoek en Mary Dresselhuys.
1982 Eerste theatervoorstelling met Margreet Dolman.
1989 Exploiteert met Dammie van Geest het Betty Asfalt Complex in Amsterdam.
2020 Begint met Betty Asfalt Troost Tv.

Deze week verscheen het boek: 50 jaar Margreet Dolman – Hoogtepunten uit een grensverkennend leven bij uitgeverij Meulenhoff.

Fotografie

Paul als Margreet Dolman: Jurk Viktor & Rolf, schoenen Jan Jansen.
Schilderij op de achtergrond Chris van Geest.

Meer magazine

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next