Hang Youth Zanger en vrijetijdsfilosoof Abel van Gijlswijk, voorheen ‘Punk Rock Messias’, ontwikkelde een „iets meer esoterisch wereldbeeld”, blijkt uit zijn onlangs verschenen autobiografische essay. „Mijn hoop is dat we in welke situatie dan ook waardevolle levens kunnen leiden.”
Rapper, zanger en schrijver Abel van Gijlswijk.
‘Abel van Gijlswijk. Wie kent iemand die hem niet kent?” staat voorin Chaotisch denken voor gevorderden. De uitleg: „Zanger van Hang Youth, de helft van IJsland, iconoclast, anarchist des vaderlands, mens van vlees en bloed.”
De Amsterdamse punkband Hang Youth brak vijf jaar geleden door met hyperkorte nummers als ‘Leg de Zuidas in de as’, ‘Je haat geen maandag, je haat kapitalisme’ en ‘Belastingdienst’ – met de regels „Ik zie zeker nut in een gemeenschappelijke pot / Maar als de rijken niet betalen is het hele ding kapot”. In ‘Met je AKO-ideologie’ werden de lezers van de idealistische bestsellers van Yuval Noah Harari en Rutger Bregman („een smerige centrist”) in de hoek gezet.
Het sloeg aan. Grote festivals nodigden de band uit, die ook een trekpleister werd bij talloze demonstraties, of het nu een klimaatprotest was, een studentenmanifestatie of een oproep voor meer en betere woningen. „Hang Youth heeft geen boodschap, Hang Youth ís de boodschap”, jubelde NRC.
Het bleef niet bij herrie, want Van Gijlswijk bleek ook een lezer en denker; een vrijetijdsfilosoof in plat Amsterdams, wat hem onweerstaanbaar maakte voor wat hij in zijn boek „linkse intellectuelen” noemt. Het VPRO-programma Tegenlicht portretteerde hem in 2022 als revolutionair die met het werk van de radicale filosoof Slavoj Zizek in de hand probeerde de code van het kapitalisme te kraken, het ‘oergelul’ te vinden. Een theaterprogramma (Rebranding Anarchisme) volgde, een boek werd aangekondigd. Een van de mogelijke titels ervan was Punk Rock Messias, maar daar zagen auteur en uitgever uiteindelijk vanaf. Van Gijlswijk: „We waren bang dat mensen het als te hoogdravend zouden zien, dat ze de bitterzoete ironische laag zouden missen.”
Abel van Gijlswijk: Chaotisch denken voor gevorderden. Das Mag, 128 blz. € 22,99
Nu is het boek af en stapt Van Gijlswijk een Amsterdams café binnen in een zwarte hoodie, waarvan hij de capuchon tijdens het gesprek zo nu en dan op doet. Als hij praat doet hij dat niet in de uitroeptekens van de Hang Youth-nummers, maar in de vraagtekens van iemand die gewend is hardop te denken. Zoals Chaotisch denken voor gevorderden veel meer een autobiografisch essay is dan een pamflet.
Hij woont in een voormalig kraakpand in een buurt die niet vrij is van symboliek. Eind jaren zestig zou alles op de Westelijke eilanden van Amsterdam tegen de vlakte gaan om plaats te maken voor een Manhattan aan het IJ, wat uiteindelijk door krakers en andere buurtbewoners werd voorkomen. „De krakers hebben Amsterdam gered. Op heel veel manieren”, zegt Van Gijlswijk. Intussen is de wijk jaren geleden alsnog te grazen genomen door het kapitaal. De pittoreske straten werden overspoeld door yuppen en expats. Van Gijlswijk: „Die wonen hier achter muurtjes, die ken ik niet. Maar de buren in mijn gebouw ken ik allemaal. Dat zijn hele weirde Amsterdamse mensen. Het bestaat nog. Dit café is ook nog een gewone buurtkroeg.”
Chaotisch denken voor gevorderden begint hier, in deze buurt. De slapeloze Van Gijlswijk kijkt uit over het IJ, in de richting van Amsterdam-Noord, „domein van een woest slag mensen”, waar hij opgroeide. Het gaat over hoe ook dat stadsdeel verandert: „Als alle chaos moet wijken voor woontorens, waar komt al het moois dan nog vandaan?” Hij schrijft ook over de weerklank die Hang Youth vond: „Ons succes was echt en onmiskenbaar het symptoom van iets groters. Er was wel degelijk hoop, bakken vol zelfs.”
„Ik had wel door hoe het werkt, maar op een bepaald moment maakt het niet meer uit wat je zegt. Dan kun je schreeuwen wat je wil dat je niet aan een bepaald beeld wil voldoen, maar niemand geeft alsnog een fok.”
„Je wordt een icoontje, iets waarvan mensen verwachten dat je je ermee vereenzelvigt. En uiteindelijk voed je het steeds genoeg om het beeld in leven te houden. Eigenlijk moet je het met wortels en al uit de grond trekken. Inmiddels merk ik dat journalisten bij iemand anders uitkomen als het gaat over bandjes die protestmuziek maken. Ik zeg nu nee tegen heel veel shit.”
„Op een dag ben ik gecrasht, hier buiten op het plein op een bankje. Ik zat daar helemaal overspannen, fysiek gesloopt van alle stress die ik had opgeslagen in mijn lijf. Toen heb ik alles afgezegd en een tweede theatertour die ik zou doen, gecanceld.”
„Ik ben heel slecht met tijd… Voor mijn gevoel is het drie maanden geleden, maar het is waarschijnlijk wel twee jaar.”
„In zekere zin, maar ik heb zelf ook mijn visie bijgesteld. Eerst was het: god, de revolutie moet gebeuren en ze willen dat ik ’m leid. Maar wat mij betreft krijgen we geen Che Guevara-achtige opmars met heldere doelstellingen. Het heeft zich bij mij ontwikkeld tot een meer esoterisch wereldbeeld, dat beter past bij mijn paradoxale zelf.”
„Het was letterlijk knoeien, kijken hoe ver we konden gaan met dingen zeggen. Het ging om wat we zelf nog wel geloofden, maar waarvan we wisten dat het voor bepaalde mensen aanstootgevend zou zijn.”
Grote ogen. „Moet ik dat zeggen? Dat weet ik niet.”
„Het begon in de coronatijd. Die maakte van alles los. Ik zag in die tijd een film over de Nieuwmarktrellen in de jaren zeventig en dacht: wat sick, dat zou nu nooit meer kunnen. Mensen die de straat op gaan. En toen kon dat ineens juist wel. We moesten uitvinden hoe je dat doet, tegengas geven aan de macht. We wisten gewoon niet meer wat dat was, omdat we zo lang gepamperd waren en het heel chill hadden. Door corona realiseerden we ons dat we toch echt in een hoofdklem zaten met zijn allen. Met de wooncrisis, de ongelijkheid en daar bovenop natuurlijk het fucking klimaat. Het was de eerste keer dat wij zagen dat we ook de sjaak waren.”
„In de loop der tijd werd het bij veel protesten toch ook weer vaag. ‘Tegen fascisme.’ Het is belangrijk om dat te laten horen. Maar tegelijkertijd werd het effect minder omdat de protesten genormaliseerd werden. Het dreigde een uitje te worden, een lifestyle-ding.”
„Ik geloof oprecht dat we heel veel kids hebben, hoe zeg je dat, geradicaliseerd. Of in elk geval politiek bewust gemaakt. Echt heel veel. En ik denk niet dat dat een verkeerd ding is. Wij waren de eersten die lieten zien dat dat kon.”
„Ik was me destijds net aan het verdiepen in de critical theory, ik zat heel diep in Zizek. Uit die ontdekking kwam de muziek voort. Dat was aanstekelijk, denk ik. Omdat ik zelf dacht: oh mijn god, zo heeft nog nooit iemand het bekeken, wow.”
„Het laatste album van Hang Youth heette Er is hoop* [2024]. Ik ben niet optimistisch in de zin dat ik denk dat de revolutie uitbreekt en dat dan fucking utopia aanbreekt of zo. Mijn hoop is dat we in welke situatie dan ook waardevolle levens kunnen leiden.”
„Het is nog geen oogsttijd. Er moet eerst veel meer gezaaid worden. We moeten ons met onze verbeelding nieuwe toekomsten voorstellen. Nieuwe shit bedenken. Daarom is kunst veel belangrijker dan we denken. De machthebbers willen dat wij de kunst vergeten en voor altijd AI-generated Netflixseries blijven kijken. En de fucking Top 2000 luisteren.
Schaterend: „Nee man, natuurlijk niet.”
Abel van Gijlswijk.
Van Gijlswijk grijpt in zijn tas. „Ik heb hier daarnet nog iets over onderstreept”, zegt hij terwijl hij een exemplaar van het recente Otherworlds. Mediterranean Lessons on Escaping History van de Italiaanse filosoof Federico Campagna tevoorschijn haalt. Het boek staat vol onderstrepingen en uitroeptekens. Campagna betoogt dat de mens alleen met behulp van zijn verbeelding de realiteit kan benaderen. „Fiction is the authentic metaphysical status of all worldly beings”, leest Van Gijlswijk voor. „De verbeelding wordt in onze cultuur enorm onderschat.”
Al in de Tegenlicht-documentaire uit 2022 brengt Van Gijlswijk een bezoek aan de ‘Embassy of the Free Mind’, de kolossale esoterische bibliotheek die Joost Ritman (1941), ondernemer in plastic vliegtuigbestek, in de loop der jaren verzamelde. „Ik was al met mystiek bezig, maar dat wilde toen niemand horen. Voor mijn gevoel heb ik dit boek moeten schrijven om dat voor mezelf te establishen, om mezelf eraan te herinneren wat ik echt belangrijk vind.”
„Er hangt een beetje magie in de lucht daar. Ik hou ook van jongs af aan heel erg van kerken. Het is moeilijk om daar zonder clichés iets over te zeggen. Het is of je een klein draadje vindt en naarmate je daar langer aan trekt komt de hele vloerbedekking eraf en kom je op plekken waar je nog nooit bent geweest.”
„Zeker niet. Ik ben atheïstisch opgevoed, met het idee dat de kerk slecht en dom is. Mijn vader was wiskundige, die was heel rationeel.”
„Totaal. Pythagoras, die man van de driehoek, was ook een mysticus. Stel je voor dat je op een papyrusrol zit te krassen en ineens ziet dat a kwadraat plus b kwadraat c kwadraat is.”
„Hij kon heel goed piano en gitaar spelen. Op een gegeven moment is hij met vervroegd pensioen gegaan omdat hij gewoon geen zin meer had om te werken. Niet dat hij een reis wilde maken of zo. Hij wilde gewoon thuis chillen, gitaar spelen en wiskundesommetjes maken.”
„Hij moedigde dat heel erg aan. En Kaj, de gitarist van Hang Youth met wie ik op de lagere school heb gezeten, heeft van hem gitaar leren spelen. Zelf luisterde hij de hele tijd naar Frank Zappa. Dat heeft me wel voorbereid op rare, complexe shit.”
„Dat willen mensen erin lezen, maar bij haar is het veel later begonnen, nadat ze leukemie had gehad. Wat ik met haar gemeen heb, is dat ik me graag met dingen bemoei omdat ik denk dat ze beter kunnen, maar dat lijkt me niet per se activistisch. Ik vind activisme een moeilijke term. Het is iets waar identiteitjes rondom worden geformeerd. Zoals met de Punk Rock Messias. Dan wordt er een beeldje van je gekleid, word je een soort van voodoo-poppetje. Of mensen boetseren een dingetje van zichzelf: dit ben ik en ik sta voor dit en dat. En het is niet verkeerd om ergens voor te staan, maar…” Lachend: „Iemand anders moet maar bedenken wat ik precies bedoel hiermee.”
Eerder had Van Gijlswijk het al gehad over het probleem van geëngageerde kunst. „Het gevaar is altijd dat die gereduceerd wordt tot propaganda, of dat de propaganda gereduceerd wordt tot kunst. Ik denk dat we ons daar bij Hang Youth ook wel schuldig aan gemaakt hebben. Maar tegelijk zit er in al die liedjes genoeg ambiguïteit, weirdness en humor om het van de propaganda te redden.”
„Ik ga je vraag met een omweg beantwoorden. Ik ben tevreden dat ik blijkbaar bij zoveel mensen het vertrouwen heb opgebouwd dat als ik een fucking raar boek schrijf, mensen nog steeds geïnteresseerd zijn. Omdat ik in mijn hoofd nog steeds dacht: als ik dan niet de Punk Rock Messias ben, wat ben ik dan wel? Ik geloof heilig in wat ik doe, maar daar kraaide jarenlang geen haan naar. Bij Hang Youth werd het tastbaar. Dat was het eerste gerechtje wat ik chefte dat ze lustten van me.”
„Dat zijn uitspraken die over het leven gaan. Als je het geluk hebt dat het in ieder geval ook nog grappig is, want geen grap is het in elk geval – het leven.”
Abel van Gijlswijk werd in 1990 geboren in Amsterdam, waar hij na een korte periode op het gymnasium de havo afrondde. Hij studeerde enige tijd grafisch ontwerpen in Zwolle.
In 2007 richtte hij met vrienden The Don’t Touch My Croque-Monsieurs op, waaruit in 2015 Hang Youth ontstond. Als ‘Abel’ maakte Van Gijlswijk verschillende rapalbums, met Sef vormt hij het duo IJsland, dat in 2024 het gelijknamige album uitbracht.
Hij was redacteur en presentator bij onlineplatform Vice en richtte in 2018 met Pepijn Lanen het label Burning Fik op. In 2021 speelde hij in de bioscoopfilm De Oost. Hij schreef het voorwoord bij de Nederlandse vertaling van Capitalist Realism van Mark Fisher.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC