is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Er hoeft straks maar één ding mis te lopen met het minderheidskabinet of het ‘zie je wel!’ zal van alle kanten klinken.
De critici zullen het voordeel hebben dat we niet in een parallelle werkelijkheid kunnen zien hoe het Nederland was vergaan onder een vergaarbakcoalitie met alles van GroenLinks tot de VVD erin. Ze kunnen dus makkelijk de suggestie wekken dat we een wonder van stabiel bestuur zijn misgelopen. Een sterk schild tegen de boze buitenwereld. Een onuitputtelijke bron van verstandig beleid.
Alsof het in het verleden geen gewone meerderheidskabinetten waren die vielen. Alsof het geen meerderheidskabinetten waren die alle grote kwesties voor zich uit schoven en Nederland lieten vastlopen. Alsof het geen meerderheidskabinetten waren die de krijgsmacht uitkleedden en blind bleven voor het internationale web van afhankelijkheden waarin Nederland nu als een stuiptrekkend vliegje verstrikt zit.
Alsof het geen meerderheidskabinetten waren die grote delen van de samenleving van zich vervreemdden.
Maar let op, zodra het kabinet-Jetten op maar één punt een vergelijkbaar onvermogen aan de dag legt, zullen velen zeker weten dat het aan de minderheidsstatus ligt. Nieuwe dingen moeten zich driedubbel bewijzen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ja, een minderheidskabinet is kwetsbaar. Per definitie. Nu kun je een kwetsbare constellatie tot in de eeuwigheid verwijten dat zij kwetsbaar is. Of de logische conclusie trekken dat die kwetsbaarheid meer verantwoordelijkheid bij anderen legt. Of zij dat nu leuk vinden of niet.
Dag in, dag uit wordt de vraag gesteld hoe het kabinet steun gaat verwerven. En natuurlijk heeft het daarin een hoofdrol. We mogen CDA-leider Bontenbal aan zijn belofte houden dat hij oppositiepartijen zal laten meepraten en -denken, óók als ze niet noodzakelijk zijn voor meerderheden. Maar het zoeklicht mag straks ook weleens op partijen buiten de coalitie worden gezet.
Een in het oog springend risico is dat een minderheidskabinet zich nóg meer op de korte termijn concentreert dan zijn voorgangers, omdat het steeds ad hoc steun moet regelen. De wereld helpt ook niet erg mee om verder vooruit te kijken, want de ene internationale schok volgt op de andere. Die onvoorspelbaarheid maakt het nodig dat politiek en bestuur in scenario’s denken.
In het stuk dat Bontenbal onlangs publiceerde over hoe een minderheidskabinet zou kunnen werken, bepleit hij in navolging van Denemarken ‘politieke akkoorden over specifieke onderwerpen tussen partijen binnen en buiten de coalitie, die over meerdere kabinetsperiodes heen hun geldigheid behouden’. Dat is een mooi idee om een zekere continuïteit te waarborgen, waar je je op terreinen als nationale veiligheid en stikstof meteen iets bij kunt voorstellen. Maar het vraagt van partijen buiten de coalitie dus toekomstgerichtheid, trouw aan afspraken én aanpassingsvermogen.
Wat zij doen met die vraag, is aan hen. Als ze liever een coalitie pootje lichten dan onze defensie opbouwen, is dat zo gebeurd. Maar ze kunnen niet doen alsof ze geen keus hebben, zoals oppositiepartijen die voorheen terecht klaagden over dichtgetimmerde coalitieakkoorden.
Een tweede gevaar onder een minderheidskabinet is dat partijen in ruil voor steun aan beleid symbolische maatregeltjes willen om mee te pronken in het zicht van de achterban. Wetgeving als een boom waar iedereen zijn glinsterende ballen in hangt, tot hij daaronder bezwijkt.
Ook dit ziet Bontenbal in: ‘De Tweede Kamer is te weinig bezig met het controleren van het bestuur en stuurt te vaak in detail mee.’ Tja, het komt hem wel erg goed uit om dat nu te vinden, maar onwaar is het niet. Opnieuw is het aan partijen buiten de coalitie wat ze doen. De zorg voor kwaliteit van beleid ligt nu óók bij hen. Ze kunnen het maken of breken.
En dan is er de Eerste Kamer, waar GroenLinks-PvdA en BBB de grootste fracties hebben, in elk geval tot de Provinciale Statenverkiezingen in maart volgend jaar. ‘Een meer klassieke rolopvatting om begrotingen te toetsen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid zou helpen’, aldus Bontebal, ‘in plaats van het politieke oordeel van de Tweede Kamer dunnetjes over te doen.’
Dit kun je naïef vinden. De Eerste Kamer is altijd politiek geweest en van oudsher stemmen fracties mee met geestverwanten in de Tweede Kamer. Maar die gewoonte stamt uit een tijd dat de verhoudingen in beide Kamers niet zo krankzinnig van elkaar afweken als nu.
Hoe moet je het beoordelen als de Eerste Kamer op puur politieke gronden beleid tegenhoudt waar in de Tweede Kamer een meerderheid voor is? In zo’n geval kún je als medium koppen dat het kabinet ‘bakzeil haalt’, of iets dergelijks. Maar het is dan zuiverder om als nieuws te brengen dat de Eerste Kamer dwarsligt.
De direct door het volk gekozen Tweede Kamer geeft toch echt het best de landelijke politieke verhoudingen weer. Niet de Eerste Kamer, die door leden van de Provinciale Staten wordt gekozen. Dus een smallere taakopvatting – toetsen op rechtmatigheid en uitvoerbaarheid – is niet alleen goed voor de kwaliteit van wetgeving, die past ook beter bij dat mindere mandaat.
Mocht het landsbelang partijen buiten de coalitie niet tot een opbouwende houding aanzetten en mocht de pers het ze makkelijk blijven maken – alle pijlen op het kabinet – dan kan welbegrepen eigenbelang misschien helpen. Het is bepaald niet gegarandeerd dat er na volgende verkiezingen makkelijker dan nu een meerderheidscoalitie kan worden gevormd. Elke partij kan dus in hetzelfde wiebelige minderheidsschuitje komen te zitten en anderen nodig hebben om vooruit te komen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant