Home

In de ‘moedereconomie’ zijn vrouwen de enigen die niet aan kinderen verdienen, ziet deze econoom

Private equity in de kinderopvang en kinderwagens met het prijskaartje van een tweedehandsauto: aan kleine kinderen wordt groot geld verdiend, constateert econoom Sophie van Gool in haar nieuwe boek. En vooral moeders betalen de prijs.

Natuurlijk is ze zelf ook voor de bijl gegaan. ‘Licht getraumatiseerd’ door een periode van slaapgebrek zwichtte econoom Sophie van Gool (34) tijdens haar tweede zwangerschap voor een elektrisch aangedreven kinderbedje. De Snoo Smart Sleeper beloofde de ultieme baarmoederervaring: het bedje zou haar baby in slaap wiegen en ondertussen een geruststellend ruisgeluid produceren. Prijskaartje: 1.395 euro.

Over deze en de minder onschuldige verdienmodellen rond ouderschap gaat haar deze week verschenen boek Je kind is een goudmijn. Volgens Van Gool wordt er aan kleine kinderen grof geld verdiend. Of dat nu de Deense spermabanken zijn, producenten van kinderwagens met de prijs van een tweedehandsauto of durfinvesteerders in de kinderopvang: allemaal willen ze een graantje meepikken van (wens)ouders die boven alles ‘het beste willen voor hun kind’.

Nu krijgt de voormalig Zuidas-consultant, die in haar columns in Het Financieele Dagblad wekelijks de loonkloof en andere vormen van seksisme fileert, heus niet direct vlekken in haar nek van een beetje marktwerking. Maar volgens haar gaat er iets mis in de winst- en verliesrekening van wat zij de ‘moedereconomie’ noemt: terwijl er door allerlei partijen geld wordt verdiend aan kinderen, komt de rekening vooral terecht bij de moeders.

Van Gool: ‘Zij doen het werk dat ontzettend duur is als je het overlaat aan de kinderopvang of oppas, maar onbetaald is als zij het zelf doen.’ De gevolgen zijn bekend: volgens onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek leveren vrouwen een derde van hun inkomen in als zij moeder worden, doordat zij minder gaan werken en meer gaan zorgen. Bijna de helft is niet financieel onafhankelijk. Vaders hebben deze ‘babyboete’ niet.

Ondertussen verdienen veel partijen dus geld aan kinderen, schrijft u. Waarom is die ‘baby-industrie’ juist nu zo’n groeimarkt?

‘We zijn gaan geloven in de maakbare mens. En een kinderwens is juist een ultieme confrontatie met iets dat niet maakbaar is. Er zijn zo veel onzekerheden: je weet niet of het lukt, hoe de zwangerschap verloopt, of je een gezond kind krijgt en of het vervolgens goed opgroeit. Veel partijen spelen daarop in door een vorm van schijnzekerheid te bieden.

‘Dankzij technologie is er ook veel meer mogelijk. Wie bijvoorbeeld een kinderwens heeft, maar nog geen partner, kan haar eicellen invriezen. Wie donorzaad nodig heeft, kan op de site van een Deense spermabank precies invoeren wat voor lengte, gewicht, huidskleur, muziek- en filmsmaak de potentiële donor moet hebben. Dat heeft wel een prijs: voor een exclusieve donor betaal je zo 45 duizend euro.

‘Natuurlijk is het fijn dat deze opties er zijn, want een onvervulde kinderwens is heel pijnlijk. Maar het roept een hoop ethische vragen op. Bovendien kan het leiden tot extra druk of onzekerheid. Als je vroeger als heterostel vruchtbaarheidsproblemen had, kon je een ivf-traject ingaan. Als dat niet lukte, moest je kinderloosheid aanvaarden. Nu wordt meteen doorgeschakeld: ben je al naar die kliniek in Griekenland geweest? Heb je al aan een donor of draagmoeder gedacht?’

Wanneer worden dit soort verdienmodellen problematisch?

‘Bij dure kinderwagens of draagzakken denk ik: als mensen bereid zijn om dat te betalen, be my guest. Ik denk dat het problematisch wordt als wensouders of ouders erg afhankelijk zijn van de dure diensten of producten die commerciële bedrijven aanbieden, en als het belang van het bedrijf boven dat van de ouders en het kind wordt gesteld.’

De kinderopvang is zo’n plek waar de commercialisering zich volgens Van Gool wreekt. Ze ondervond tijdens de zoektocht naar een crèche voor haar eerste kind zelf hoezeer het grote geld de wereld van de allerkleinsten is binnengedrongen. Achter de koddige kindjes en lieve leidsters van Partou bleek ’s lands grootste investeringsmaatschappij Waterland Private Equity te zitten. Die wilde voor drie dagen opvang 1.600 euro per maand vangen.

Die commercialisering is het gevolg van overheidsbeleid, legt Van Gool uit: ‘De overheid wilde twintig jaar geleden dat meer vrouwen de arbeidsmarkt op zouden gaan, maar het aantal opvangplekken groeide daarvoor niet snel genoeg. Toen heeft ze gezegd: we laten het aan de markt over, dan komt het altijd goed. Daar zijn allerlei ondernemers en investeerders op gesprongen.

‘Het gevolg is dat de kinderopvang in Nederland een van de duurste van Europa is. Daarvan wordt twee derde via de toeslagen bekostigd met belastinggeld, maar er gelden geen restricties, zoals maximumprijzen, maximumwinst of salarissen aan de top (vanaf 2029 valt de kinderopvang wel onder de Wet normering topinkomens, de balkenendenorm, red.). En anders dan verwacht leidde die commercialisering ook niet tot efficiëntiewinst.

‘Volgens onderzoek van SEO Economisch Onderzoek is de kostprijs van kleine kinderopvangcentra juist lager dan die van grote organisaties, omdat die laatste meer organisatiekosten hebben. Die gaan een chief digital officer inhuren en investeren in een mooie website. In een kleine organisatie is het gewoon: Els regelt het rooster en Hans doet de inkoop.’

In uw boek verwondert u zich over het feit dat scholen nagenoeg gratis zijn en geen winst mogen maken, terwijl dat bij de naastgelegen opvang of bso wel kan.

‘Het zegt iets over de manier waarop we naar die twee kijken: de school wordt gezien als goed voor het kind, terwijl de opvang wordt gezien als goed voor de ouders. Dat komt doordat de opvang is ingezet als arbeidsmarktinstrument om vrouwen aan het werk te krijgen. Het is ook ondergebracht bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in plaats van bij het ministerie van Onderwijs en Cultuur.

‘Ik denk dat het komt doordat we hier geen traditie van opvang hebben, zoals in veel van de ons omringende landen wel het geval is. Opvang was ook heel lang niet nodig: gezinnen konden rondkomen met één kostwinner, die meestal de vader was, en de vrouw bleef thuis met de kinderen.’

Volgens u zijn die vrouwen de enigen in de moedereconomie die niet aan kinderen verdienen. Hun zorgarbeid blijft onbetaald. Hoe verklaart u dat?

‘De samenleving heeft er veel profijt van. Onze economie leunt sterk op moeders die zoveel onbetaalde arbeid voor hun rekening nemen.

‘In IJsland werd in de jaren zeventig een grote vrouwenstaking georganiseerd. Een dag lang legden vrouwen al het werk neer. De hele maatschappij kwam tot stilstand: winkels, scholen en fabrieken moesten sluiten. Niet alleen doordat de vrouwen niet op hun werk kwamen, maar ook doordat mannen moesten thuisblijven om voor hun kind te zorgen, of het kind mee naar werk moesten nemen.

‘Natuurlijk is er inmiddels veel veranderd. Mannen zijn meer betrokken thuis. Maar het vaderschap is nog altijd behoorlijk vrijblijvend. Dat blijkt ook uit het binnenkort te verschijnen boek Who Cares van artsen Bregje Feuth en Mirte Wibaut: terwijl vrouwen met thuiswonende kinderen in vijftien jaar 15 uur meer zijn gaan werken, zijn mannen met thuiswonende kinderen 0,4 uur meer gaan zorgen.’

Waarom blijven stellen kiezen voor die traditionele verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid?

Dat heeft met sociale normen te maken, maar ook met geld. De man verdient meestal meer (gemiddeld 10,5 procent per uur, red.), dus denken stellen: het is logisch als hij fulltime blijft werken en de vrouw in uren teruggaat. Je komt dan in een spiraal terecht waarin die taakverdeling steeds ongelijkwaardiger wordt en de financiële achterstand van vrouwen groter. Bij niet-heterostellen is de verdeling veel gelijkwaardiger.

‘Ik denk eerlijk gezegd dat veel mannen ook gewoon niet willen zorgen. Ik zie het ook in mijn eigen omgeving. Dan zeggen ze: als de baby er is, ga ik met verlof. En dan is de baby geboren en heeft hij het ineens toch te druk op zijn werk. Of een stel heeft afgesproken om beiden vier dagen te werken en dan zegt de man na drie maanden: ik kan mijn werk toch niet zo goed doen in minder tijd, ik lever mijn papadag in. Denk je dat een moeder dat ooit zou doen? Een kind is niet een soort project dat je weer kunt teruggeven.’

Er zijn ongetwijfeld veel welwillende vaders die dit interview lezen en zich hierin niet herkennen.

‘Die reactie krijg ik ook vaak op mijn columns: ja, maar ik ben écht anders. En ik hoop ook dat mannen zichzelf hierin niet herkennen. Natuurlijk zijn er geweldige vaders die hun verantwoordelijkheid nemen, maar het zijn er te weinig.

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de helft van de stellen de taken gelijk wil verdelen, maar slechts 9 procent van de ouders met minderjarige kinderen dat doet. In twee derde van de gevallen werkt de vader meer buitenshuis en doet de vrouw meer binnenshuis.’

Ligt daar niet ook een verantwoordelijkheid voor de moeders om op hun strepen te staan en te zeggen: die papadag houd je gewoon.

‘Ik vind wel dat vrouwen de verantwoordelijkheid hebben om ertegenin te gaan, maar ik denk dat ze uit zelfbescherming vaak denken: laat maar zitten. Ze hebben ook helemaal geen zin om de hele tijd de discussie met hun partner aan te gaan. Je bent al zo moe als je net een kind hebt gekregen.

‘En ik denk dat vrouwen zich de afgelopen decennia al veel hebben aangepast. Ze zijn gaan studeren en meer gaan werken. Ondertussen zijn ze thuis alles blijven doen. Dus de mannen mogen ook wel een keer in beweging komen.’

Maar lopen die mannen ook niet aan tegen maatschappelijke verwachtingen? Zoals vrouwen haast automatisch in een deeltijdbaan belanden, zitten mannen in een voltijdklem.

‘Dat verschilt per baan en sector. Met name in echte ‘mannenberoepen’ als de bouw of logistiek zal dat wel gelden. En het speelt ook meer bij de lage inkomens, waar de afhankelijkheid van het salaris van de kostwinner groter is. Die vaders kunnen ook niet zo makkelijk gebruikmaken van de verlofregelingen omdat die niet 100 procent worden vergoed.

‘Maar nogmaals: ik geloof echt dat een deel onwil is. De Barcelona School of Economics heeft in Spanje onderzoek gedaan naar het gebruik van vaderschapsverlof. Daaruit bleek dat tijdens het WK voetbal van 2022 dagelijks duizend verlofaanvragen meer binnenkwamen (een toename van 1,3 procent, red.). Zij zien dat als indicatie dat mannen misschien wel verlof willen en kunnen opnemen, maar dat voor iets anders gebruiken dan voor de zorg voor hun kind.’

In uw boek verwijst u naar de huisvrouwen van steenrijke mannen aan de New Yorkse Park Avenue die een ‘wife bonus’ zouden rekenen voor hun verrichtingen thuis. Zou dat een oplossing zijn voor de gratis arbeid in de moedereconomie?

‘Als je dat zo afspreekt en daar allebei blij mee bent, dan is dat denk ik prima. Maar dan is het belangrijk om niet alleen uit te rekenen hoeveel salaris de vrouw op dit moment inlevert, maar ook de langetermijneffecten (het pensioengat van vrouwen is 40 procent, red.). Ook moet je dan afspraken maken over wat er gebeurt als je uit elkaar gaat. Veel stellen zeggen dan: maar wij blijven bij elkaar. Nou, ga maar eens met een echtscheidingsadvocaat praten.’

Een andere categorie vrouwen die het volgens u is gelukt om het moederschap te kapitaliseren, zijn de momfluencers. U noemt hen de enige vrouwen van wie het inkomen stijgt na de geboorte − een ultieme fuck you naar het patriarchaat, maar zij zijn niet eigenlijk ook een versterking daarvan?

‘Ik vind het echt indrukwekkende zakenvrouwen. Ze verdienen waanzinnig veel geld aan iets dat vrouwen al eeuwenlang onbetaald doen: boodschappen, het huishouden, koken. En dat terwijl ze ook nog eens eigen baas zijn, geen vaste werktijden hebben en niets hoeven te regelen als hun kind ziek is. Ik vind ook dat ze worden onderschat. In het FD lees je er nooit wat over, terwijl ze financieel succesvoller zijn dan veel van die start-ups die tien jaar lang aanmodderen en nooit winst maken.

‘Maar natuurlijk versterken ze het patriarchaat, want ze laten altijd alleen maar traditionele rolpatronen zien. Hun hele identiteit hangt samen met die kinderen en het moederschap. Bovendien heeft het verdienen aan foto’s van hun kinderen ook een problematische kant. Want is dat niet gewoon kinderarbeid? En hoe zit het met hun privacy? Al die verhalen over hun zindelijkheid en slaappatroon staan voor altijd online.’

Een interessante notie in uw boek is dat de rolverdeling die door hen als traditioneel wordt beschouwd, dat eigenlijk nog niet zo heel lang is.

‘Volgens onderzoek van Nobelprijswinnaar voor de economie Claudia Goldin ligt de arbeidsparticipatie van vrouwen in de VS nu op ongeveer hetzelfde niveau als voor de industriële revolutie: 60 procent. Natuurlijk had je toen nog niet echt banen zoals je ze nu hebt. Gezinnen leefden en werkten samen op een boerderij of in een familiebedrijf aan huis. Maar de scheiding van werk en privé is pas gekomen met de komst van lange werkdagen en fabrieken. De man ging buitenshuis werken, de vrouw bleef thuis bij de kinderen.’

Denkt u dat een gelijke verdeling van werk en zorg voor kinderen mogelijk is in de economie zoals die nu is ingericht?

Het kan, maar ik denk dat die twee op gespannen voet met elkaar staan. Als ouder leid je een dubbelleven: van 5 tot 9 uur ’s ochtends ben je thuis alles aan het regelen voor je naar werk gaat. Daar probeer je fris te zijn en bijna te verbergen dat je de hele ochtend met je kinderen bezig bent geweest. En als je daarna thuiskomt, wil je weer niet laten merken dat je hoofd nog bij het werk is.

‘Terwijl: iedereen heeft kinderen nodig. Ook de mensen zonder kinderen, al is het maar als toekomstige arbeiders die de maatschappij laten draaien en belasting betalen. Volgens Amerikaans onderzoek leveren ze de schatkist netto 217 duizend dollar op. Het zou dan ook fijn zijn als de samenleving daar meer op wordt ingericht, en kinderen minder een individuele verantwoordelijkheid zijn. Als iedereen aan kinderen verdient, zou de rekening niet alleen moeten worden betaald door de moeders.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next