Home

Start-upbegeleider ziet circulaire bedrijven vastlopen. ‘Er is een vals gevoel van vooruitgang’

Duurzaam ondernemen Waarom komt de circulaire economie maar niet van de grond? Sabine Biesheuvel, afzwaaiend directeur van BlueCity, zag vele wereldverbeteraars bedrogen uitkomen.

Sabine Biesheuvel: „Er is een enorme disbalans – vooral bij private investeerders – in de hoge investeringen in software en AI-ontwikkelingen ten opzichte van wat er naar duurzame bedrijven gaat.”

De grote groene glijbaan staat overeind alsof er geen dag verstreken is. Metershoog steekt hij uit boven de tegelvloer van het oude zwembad. Muren zijn beschilderd met weelderige jungleplanten en tropische vogels. De voormalige wildwaterbaan is een expositieroute waarlangs innovatieve materialen zijn uitgestald. Zoals een straattegel die is gemaakt van bagger en een schoudertas van ‘leer’ dat is vervaardigd uit planten.

„Het was de reden om ooit dit pand te kopen”, zegt Sabine Biesheuvel (42), oprichter en vertrekkend directeur van BlueCity. „We wisten dat het aandacht ging trekken. Dat heeft dit thema gewoon nodig.”

BlueCity is nu tien jaar gevestigd in het voormalige Rotterdamse Tropicana-zwembad, pal aan de Nieuwe Maas en met zicht op de Erasmusbrug. Het is een onorthodox pand, bedoeld voor onorthodoxe ideeën: een plek voor jonge bedrijven die zich toeleggen op circulair ondernemen.

De ondernemers bij BlueCity werken vooral in productieruimtes onder het voormalige zwembad. In gedeelde laboratoria staan koelkasten, microscopen, mengmachines en ketels om te zoeken naar, zo hopen ze, de biobased materialen van de toekomst. Ze maken circulaire zonnepanelen, folies uit reststromen van een bierbrouwerij en werken aan schiprecycling. De bedrijven krijgen hulp van BlueCity bij productontwikkeling, klanten vinden, juridische hobbels en aantrekken van financiering.

Waar in de politiek aanvankelijk veel buzz was rond de term circulaire economie, is de gehoopte versnelling uitgebleven. Het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwt sinds 2019 dat de circulaire economie niet van de grond komt. Het CBS berekende dat de toegevoegde waarde van de circulaire economie (reparatie, recycling) al twintig jaar stabiel is, rond 4 procent van het bruto binnenlands product.

In januari zwaait Biesheuvel na elf jaar af als directeur. Ze zet een stap opzij vanwege een nieuwe koers bij BlueCity waarbij het bedrijfsmodel wordt versimpeld. De start-uphub had een breed aanbod van allerlei activiteiten en draaide verlies. Biesheuvel gaat zich richten op ondernemingen die buiten BlueCity bezig zijn met opschalen.

Je vertrek heeft te maken met een nieuwe koers van BlueCity. Hoe zit dat precies?

„BlueCity ging zich toeleggen op een heel breed pakket taken: ondernemers helpen met hun innovatie, daarna het ingewikkelde proces van opschaling en voorlichting. We gingen van één businessmodel naar zes verschillende modellen in één bedrijf. Dat werd zeer complex, en het lukte niet om al die zes financieel gezond te krijgen. We organiseerden evenementen, hadden een projectbureau, deden aan voorlichting. Daar bovenop ging het restaurant failliet, en gingen we dat daarna zelf uitbaten – achteraf geen goed idee. We deden te veel.

„Daarnaast hadden we afgelopen jaren gewoonweg pech: twee branden in twee van de bedrijven die bij ons huurden, de pandemie, inbraken vanwege onze apparatuur. Allemaal dingen die niet in een bedrijfsplan staan, maar wel gebeuren.

„BlueCity heeft nu bewust gekozen voor focus op beginnende ondernemers. Daar is dit pand ook het meest geschikt voor. Na elf jaar pionieren wil ik me buiten BlueCity richten op de opschalingsfase van bedrijven, omdat dit juist zo lastig is voor ze.”

BlueCity is gevestigd in het voormalige Tropicana-zwembad in Rotterdam.

Waarom is die opschaling zo belangrijk volgens jou?

„Er zijn genoeg goede ideeën. Vaak worden ze warm onthaald door de maatschappij. Misschien winnen ze wel een innovatieprijs, of krijgen ze een grote subsidie los. Maar doorpakken is heel moeilijk. Verkoopvolumes zijn te laag, financiers en omgevingsdiensten stellen vooral kritische vragen over businessmodellen en risico’s. Ze lopen vast.

Zeker sinds het stopzetten van het Nationaal Groeifonds in 2024 lijkt het alsof we een enorme afslag hebben gemist om serieus in te zetten op de circulaire economie. In het herziene circulaire programma heeft de overheid haar budget zelfs flink verlaagd, naar 45 miljoen. Dat is dan onze volledige circulaire agenda.”

Welke ondernemers klopten afgelopen tien jaar bij je aan?

„Ik zag eigenlijk twee groepen. Allereerst, en zeker in het begin, veel ambachtelijke bedrijven. Die maken bijvoorbeeld meubels van resthout of leer van afgedankt fruit. In deze groep start-ups zit een hoge doorloop, omdat het arbeidsintensief en moeilijk schaalbaar is – en omdat het lastig concurreren is met goedkope spullen uit het buitenland.”

„Nieuwe spullen komen doorgaans uit enorme volumepartijen van ver. Ze worden niet belast op de impact die ze hebben op het milieu. Arbeidskosten in Nederland zijn een stuk hoger, net als onze energiekosten. Ook is bedrijfsruimte kostbaar.”

Wat is de andere groep bedrijven die jullie zien?

„Dat zijn de meer industrieel schaalbare concepten, zoals in de biotech of de chemie. De uitdagingen van deze groep komen deels overeen: ruimte, energiekosten. Zij vinden daarnaast moeilijk geschikte financiering en er is te weinig capaciteit of kennis bij omgevingsdiensten over de technologie die ze willen opschalen.”

De overheid heeft een grondstoffenstrategie geschreven. Die gaat vooral over doelen, en zegt weinig over hoe we daar komen. In de praktijk is het voor bedrijven ongelooflijk moeilijk om tegen de lineaire wegwerpeconomie in te zwemmen.

„Circulaire economie is van oorsprong een onderwerp dat belegd is bij lokale overheden en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, verantwoordelijk voor de leefomgeving. Het ministerie dat zulke grondstofnotities schrijft, houdt zich bezig met hoe we zo goed mogelijk omgaan met afval en het aanjagen van recycling. We kunnen bijvoorbeeld wel ambachtscentra optuigen om nieuwe producten te maken met weggegooide spullen uit de milieustraat, als we niet tegelijk zorgen dat Ikea minder slecht geproduceerde meubels verkoopt, hebben we daar te weinig aan.”

Op welke manier zou de overheid het wel moeten doen?

„Door strategische keuzes te maken waar Nederland op moet inzetten. En bedrijven helpen hobbels te nemen – zoals ruimte vinden, stikstofregels, netcongestie, vergunningen – waar ze nu nauwelijks overheen komen. Een van de dingen die wij bij BlueCity deden om bedrijven te helpen, is samen met gemeente, provincie en omgevingsdiensten in een heel vroeg stadium overleggen over wat nodig is voor een omgevingsvergunning. Anders is het voor bedrijven heel moeilijk precies te weten waar ze aan moeten voldoen en duurt dit proces eindeloos.

„Ondernemers in de circulaire economie komen bovendien juridische obstakels tegen. Als ze met een reststroom willen werken, heet dat juridisch gezien afval. Het is heel ingewikkeld om dat te mogen gebruiken als grondstof. Zo had SeaWood hier last van toen het op het terrein van een afvalverwerker iets wilde opzetten om van zeewier en tomatenvezels plaatmateriaal te maken.”

Is er te weinig durfkapitaal voor circulaire ondernemingen?

„Ja, ik zie een financieel systeem dat niet toereikend is. Bovendien is er een enorme disbalans – vooral bij private investeerders – in de hoge investeringen in software en AI-ontwikkelingen ten opzichte van wat er naar duurzame bedrijven gaat. Het aantal partijen dat grootschalig investeert in circulaire processen kan ik op één hand tellen. De snelheid waarmee het geld bovendien terug moet worden verdiend, sluit niet aan bij de tijd die ervoor nodig is.”

Heeft het allemaal wel zin zolang de grenzen openstaan voor goedkoop wegwerpspul uit het buitenland?

„De vraag stellen is hem natuurlijk ook deels beantwoorden. Het Planbureau voor de Leefomgeving zegt: je kan het niet oplossen door bedrijven in hun vroege fase te helpen met wat subsidie. Je moet zorgen dat er een markt komt voor deze bedrijven, zodat ze hun productie kunnen opschalen. Anders gooien we feitelijk publiek geld weg.”

Zou je meer eisen willen stellen aan spullen? Zoals: een product moet voor zoveel procent uit gerecycled materiaal bestaan?

„Ja, dat is echt nodig. Zeker bij plastic. Dat draait natuurlijk om olie, oorspronkelijk bedoeld voor brandstof. Maar omdat de vraag naar brandstof gaat teruglopen door elektrische auto’s, is er een perverse prikkel om dan maar nog meer plastic te maken. Terwijl we beter kunnen recyclen wat er nu is.”

Je ziet veel ondernemers binnenstappen die de wereld willen verbeteren, en dan bedrogen uitkomen.

„Ik merk dat het best complex is voor ondernemers om uit te zoomen en scherp te krijgen of slecht ondernemerschap te verwijten valt, en waar het systeem gewoon echt niet meewerkt.”

De overheid belooft nog altijd: in 2050 zijn we circulair.

„Ja. Dat gaat ‘m natuurlijk niet worden. Als je circulair wil worden, moet je echt je tanden laten zien. Serieus investeren, normeren en beleid voeren om mensen minder te laten consumeren. Strenger optreden tegen reclames die leiden tot overconsumptie bijvoorbeeld. Onze samenleving is helemaal ingericht met prikkels voor meer consumptie. Je kan een stadscentrum niet meer in zonder door van alles te worden verleid.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next