De protesten in Iran zullen niet onmiddellijk weer oplaaien. Het regime van ayatollah Khamenei lijkt deze slag gewonnen te hebben. Maar de haat onder de bevolking kan alleen maar zijn gegroeid. Wat nu?
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Voor de vijfde achtereenvolgende dag meldde de zender France24 vrijdagmiddag: het is rustig in Teheran en andere Iraanse steden. We kunnen gevoeglijk aannemen dat dat klopt, want verslaggever Siavosh Ghazi is een van de weinige buitenlandse correspondenten in Teheran.
Elke voorspelling vereist een slag om de arm, maar het lijkt erop dat het protest in Iran niet zeer snel weer zal oplaaien. De zelfs voor Iran ongekend harde repressie heeft haar werk gedaan. Na duizenden doden en tienduizenden arrestaties durven de Iraniërs niet langer de straat op te gaan. De kans is te groot dat zij een kogel door het hoofd krijgen gejaagd.
Wie geïnteresseerd is in een geheel andere versie van de werkelijkheid, doet er goed aan de video over Iran te bekijken van het pro-Palestijnse kanaal The Electronic Intifada, dat zich schaamteloos ontpopt als apologeet van het ayatollahregime. Een gesprek met Mohammad Marandi, politicoloog aan de Universiteit van Teheran, wordt ingeleid met: ‘In steden in heel Iran zijn miljoenen mensen de straat opgegaan om hun regering te steunen en te protesteren tegen geweld van buitenlandse inlichtingendiensten in een westerse poging tot regime change.’
In eloquent Engels legt Marandi vervolgens smalend uit dat het betaalde agenten van Israël en de VS waren die honderden politiemensen hebben gedood, en dat de standvastige Iraanse regering geen duimbreed zal toegeven aan de externe vijanden.
Het regime van ayatollah Ali Khamenei heeft, zo lijkt het, deze slag gewonnen. Maar je kunt, een Engelse zegswijze indachtig, ook zeggen: het regime heeft nu meer dan ooit genoeg touw in handen om zichzelf op te hangen. De afkeer van de Islamitische Republiek onder grote delen van de bevolking kan door de recente gebeurtenissen alleen maar groter zijn geworden. Wie terreur zaait, zal haat oogsten.
Niet alleen heeft de kloof tussen het regime en de meerderheid van de Iraniërs zich daarmee verdiept, ook de speelruimte voor de zogeheten hervormers in de Iraanse politiek is kleiner geworden en mogelijk helemaal verdwenen. Dat beperkt de opties die de buitenwereld voortaan heeft ten aanzien van Iran.
Voorheen was er de hoop dat gematigde politieke figuren de overhand zouden krijgen en het land in vriendelijker vaarwater zouden brengen. Elders in het Midden-Oosten bestaan immers ook regeringen die islam en dictatuur combineren zonder vijandschap met het Westen. In de onderhandelingen over een nucleair akkoord speelde dit steeds een rol: een harde confrontatie zou de hardliners in de kaart spelen.
Dat is precies wat is gebeurd, met als resultaat dat de route naar hervorming definitief lijkt afgesloten. Voor de Islamitische Republiek geldt: te zijn of niet te zijn.
Ook in Den Haag leeft het besef dat de houding van Europa jegens Iran na dit bloedbad niet ongewijzigd kan blijven. Om nu doodleuk weer met Teheran over het nucleaire programma te gaan praten, met sanctieverlichting als beloning, is niet aan de orde.
Maar wat wel? Veel meer economische sancties dan de al geldende zijn niet te bedenken. Het paardenmiddel van militair ingrijpen kan uitlopen op het soort ellende dat Irak en Afghanistan hebben ervaren, en democratie zal het niet per definitie brengen. Verandering van regime moet van binnenuit komen.
Dat inzicht lijkt ook tot de Amerikaanse president Donald Trump te zijn doorgedrongen, al zegt hij interventie nog niet uit te sluiten. De Arabische buurlanden van Iran hebben hem – gelet op hun eigen economische belangen – bezworen kalm aan te doen, en volgens The New York Times heeft Israël zich in dat koor gevoegd.
Ja, Trump zou Khamenei kunnen laten doden of ontvoeren, à la Maduro, maar dat zal het regime niet doen instorten en het is geenszins zeker dat de Opperste Leider dan door een gematigder figuur wordt vervangen. Misschien zelfs het tegendeel.
Hoe dan ook is weer eens aangetoond dat de inwoners van met name de niet-Arabische landen in het Midden-Oosten – Turkije en Iran – zich steeds meer afkeren van de politieke islam, en zelfs van de islam als zodanig. Peilingen bewijzen dat, ook in Iran.
Het is een les die de Arabische regeringen in de regio ter harte kunnen nemen (en vermoedelijk hebben regimes als dat van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman dat allang gedaan): met vermenging van politiek en religie en het dwangmatig opleggen van religieuze leefregels wek je bij de bevolking steeds meer weerzin. De sharia is voor Gen Z wat de rode lap is voor de stier.
China bewijst dat de bevolking van een dictatuur gehoorzaam gehouden kan worden met gestage toename van de welvaart, maar daarvan is in Iran volstrekt geen sprake. Het gaat alleen maar steeds slechter – de aanleiding tot de uitbarsting van onvrede. Gezien de staat van de Iraanse economie is een nieuwe protestgolf vroeg of laat onvermijdelijk.
‘Daarom’, schrijft de Iraans-Franse politicoloog Farid Vahid in Le Monde, ‘kan de Islamitische Republiek alleen maar ten onder gaan. Dat is de onvermijdelijke loop van de geschiedenis.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant