Home

Docent Olav A. misbruikte naar verluidt jarenlang leerlingen. Hoe kon hij toch blijven werken?

Jarenlang heeft docent Olav A. (46) naar verluidt leerlingen misbruikt op verschillende middelbare scholen. Daarvoor staat hij nu terecht. A.’s gedrag was geen geheim. Hoe kon het dat hij toch als docent kon blijven werken?

Op elke middelbare school barst het van de geruchten. Soms gaan die roddels over leerlingen, soms over leraren. Op de katholieke scholengemeenschap De Breul in Zeist, de middelbare school waar ik van 2012 tot 2019 zelf les had, is dat niet anders. Het is een grote school met zo’n 1.400 leerlingen uit allerlei omliggende dorpen.

Er gaat altijd wel iets rond in de wandelgangen. Zo spookten er in mijn tijd verhalen over de leraar Engels die over de schreef zou gaan. Hij zou zijn vrouwelijke leerlingen begunstigen, seksueel getinte opmerkingen maken en ze ongepast aanraken.

Geruchten kloppen niet altijd. Soms worden leugens verspreid uit sensatiezucht of simpelweg misinterpretatie, maar in het geval van de leraar Engels lijken ze wel degelijk te kloppen. Dat er iets niet helemaal deugde aan deze leraar was al jaren ten dele bekend onder leerlingen en collega’s, al zou later pas blijken dat zij lang niet alles wisten.

Voor de rechter

De leraar heet Olav A. (46). Op 15 december 2025 stond hij in de rechtbank in Utrecht terecht voor seksueel misbruik van drie minderjarige leerlingen op scholen in Zeist en Almere. Hij had volgens het Openbaar Ministerie (OM) seks met een leerling van 17 jaar en met een leerling van 16 jaar. Via chatgesprekken probeerde hij een andere 16-jarige leerling ook te verleiden tot seks, maar zij verbrak het contact. Deze leerlingen kampten alle drie ten tijde van het misbruik met mentale problemen.

Daarnaast deed hij zich volgens de aanklacht op sociale media voor als de 16- of 20-jarige ‘Jason’ en benaderde hij op deze manier kinderen die geen leerling van hem waren. Hij zette hen aan tot seksuele handelingen, waarvan hij ook beelden maakte. Ook werden er op zijn apparaten honderden beelden van gekochte kinderporno aangetroffen. Het OM heeft 7 jaar gevangenisstraf geëist, en een beroepsverbod van tien jaar. De rechtbank doet op 19 januari uitspraak; tot die tijd zit hij in voorlopige hechtenis.

Een van de rechters sprak tijdens de zaak over de escalatie van A.’s gedrag in de afgelopen tien jaar, terwijl hij de ene school voor de andere inruilde. A. erkende in de rechtszaal dat hij gaandeweg steeds iets verder is gegaan om zijn lust te bevredigen. Het stopte pas door zijn arrestatie, hij kon het patroon niet zelf doorbreken.

Onder de radar

Tijdens de rechtszaak komt één vraag niet aan bod: hoe kan het dat hij al die jaren onder de radar van de middelbare scholen is gebleven? Er waren tijdens A.’s loopbaan namelijk wel signalen van grensoverschrijdend gedrag, zo blijkt onder meer uit de berichtgeving rondom de zaak en uit de rechtszaak zelf, maar die hebben niet geleid tot zijn definitieve vertrek uit het onderwijs.

A. is niet de enige docent die na aanwijzingen van seksueel misbruik of seksuele intimidatie weer op een andere school terechtkan om met minderjarige leerlingen te werken. Zo werd in april bekend dat een oud-docent van de Internationale School in Den Haag, die was ontslagen wegens buitenschoolse contacten met een 13-jarige leerling, direct daarna bij een andere Haagse middelbare school kon beginnen. En in 2018 vertrok een docent van een school in Nijmegen met een schikking, nadat leerlingen hem hadden zien zoenen met een 14-jarige leerling. Daarna kon hij nog op twee andere scholen werken.

Cijfers over herhaling ontbreken, maar uit een onderzoek in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) uit 2020 blijkt er een zwakke plek te zijn: signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag op school mogen vaak niet worden doorgegeven aan een nieuwe werkgever, vooral wegens privacywetgeving. Daardoor kan een docent elders opnieuw voor de klas belanden.

Arrestatie

Ruim een half jaar voor de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak blijkt uit nieuwsberichten over A.’s arrestatie dat er ook een slachtoffer van het seksueel misbruik op mijn oude school was. Zelf heb ik nooit les van A. gehad; ik ken hem vooral van de verhalen in de wandelgangen.

Groepschats waar sinds de diploma-uitreiking nauwelijks nog in was gepraat, komen weer tot leven. Oud-leerlingen reageren stuk voor stuk met afschuw, maar niemand is echt verrast over A. ‘Iedereen wist toch al dat hij een viespeuk was’, stuurt een van hen, waarna oude verhalen over zijn gedrag worden opgerakeld.

Onder A.’s oud-collega’s van De Breul klinkt dezelfde reactie op zijn arrestatie, blijkt als ik ze het later vraag. ‘Dat verbaast me niks’, is het eerste wat zijn oud-collega van de sectie Engels denkt bij het nieuws, vertelt zij. ‘Ik vond zijn benadering van vrouwen en meisjes altijd apart, en niet zoals andere leraren het doen.’

Al snel begint het speculeren, alsof we weer op de middelbare school zitten. Dat Zeister slachtoffer uit de nieuwsartikelen, dat moet wel gaan over Sophie (niet haar echte naam). Van haar weten we immers allemaal dat ze, vlak nadat we in 2019 eindexamen hadden gedaan, een ‘relatie’ kreeg met A.

Ook voor mij komt A.’s arrestatie niet als een schok. Het is eerder een ‘logisch’ einde van een situatie waarvan iedereen allang wist dat iets niet klopte. Maar toch, als iedereen wist dat het mis was, waarom werd er dan niet ingegrepen? En waarom kon A. probleemloos op een andere school aan de slag – en ook daar schade aanrichten?

De afgelopen maanden sprak ik met zes docenten en vier leerlingen uit die tijd van De Breul. Niemand wil met zijn echte naam in de krant, uit angst voor reacties uit de scholengemeenschap en het dorp. Sophie wil niet in de krant reageren, maar is inhoudelijk wel op de hoogte van dit verhaal.

Daarnaast volgde ik de rechtszaak en raadpleegde ik meerdere deskundigen, onder wie onderwijsadvocaten, een psycholoog die is aangesloten bij een expertisecentrum voor seksueel geweld en de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.

Over dit artikel

De auteur van dit stuk, freelancejournalist Zsa-Zsa Rikken, was zelf leerling op De Breul in Zeist van 2012 tot 2019. Als oud-leerling had zij toegang tot oude appgroepen en informatie uit die tijd. Het onderzoek heeft zij vervolgens met de redactie volgens het Volkskrant Protocol uitgevoerd.

Voor dit artikel sprak zij de afgelopen maanden met zes docenten die ten tijde van de aanstelling van Olav A. op De Breul werkzaam waren, en met vier oud-leerlingen uit deze periode. Alle geïnterviewden wilden uitsluitend anoniem spreken, omdat zij bang zijn voor reacties uit de scholengemeenschap en het dorp. De leiding van de betrokken scholen in Zeist en Houten is om wederhoor gevraagd. Hun reacties zijn in dit artikel verwerkt. De school in Almere wil niet reageren.

Daarnaast volgde de krant de rechtszaak tegen A. en werden meerdere deskundigen geraadpleegd, onder wie onderwijsadvocaten, een psycholoog die is verbonden aan een expertisecentrum voor seksueel geweld en de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.

Met Sophie is contact gezocht, maar zij wilde niet in de krant reageren. Zij is wel op de hoogte gesteld van de inhoud van dit artikel.

De advocaat van Olav A. is benaderd voor wederhoor, maar reageerde niet.

Vroege signalen

Het is het begin van het schooljaar 2014-2015 als A. in Zeist komt werken. Een paar maanden daarvoor is hij weggestuurd van Houtens, een middelbare school in Houten. Leerlingen daar hadden aan de bel getrokken vanwege seksueel grensoverschrijdende chatgesprekken. Hij had onder meer een foto van zijn stijve penis in zijn onderbroek naar een leerling van 13 jaar gestuurd, vertellen de Houtense slachtoffers later in een artikel in het AD uit juni 2025.

Er volgt geen strafrechtelijk onderzoek, omdat sexchatting, het online sturen van seksuele berichten, naar minderjarigen dan nog niet strafbaar is. Maar tijdens de rechtszaak in december wordt duidelijk dat er tien jaar geleden wel een bemiddelingsgesprek met een slachtoffer uit Houten heeft plaatsgevonden, waarin A. beloofde zich nooit meer schuldig te zullen maken aan ongepast gedrag.

A. wordt volgens een interne nieuwsbrief van de school in Houten ontslagen wegens ‘grensoverschrijdend gedrag’. Nog hetzelfde jaar kan hij aan de slag op De Breul, waar niemand op de hoogte is van A.’s daadwerkelijke reden van het vertrek uit Houten, zegt rector en bestuurder Sietske Erich uit Zeist. ‘Hij had een vog (verklaring omtrent het gedrag, red.) en de referenties die zijn ingewonnen waren positief.’ Over de reden van het vertrek in Houten zegt de huidige Zeister schoolleiding pas in 2025 vanuit de media vernomen te hebben.

De directeur van Houtens zegt geen inhoudelijke uitspraak te kunnen doen over de positieve referenties en andere aan Olav A. gerelateerde gebeurtenissen uit het verleden, omdat zijn personeelsdossier niet bewaard is gebleven. Personeelsgegevens van oud-medewerkers mogen door de privacywet namelijk niet langer dan noodzakelijk worden opgeslagen. De school laat weten het vermeende gedrag van ex-medewerker Olav A. ‘ten zeerste af te keuren’.

‘Favorietjes’

Houten en Zeist liggen niet ver van elkaar vandaan: 12 kilometer op de fiets. Leerlingen kennen leerlingen van andere scholen in de omgeving. Daardoor gaan in de Zeister wandelgangen gaandeweg verhalen rond over de manier waarop A. zijn vorige school heeft verlaten. Die geruchten worden gevoed door zijn toenadering tot vrouwelijke leerlingen.

A. heeft op de school ‘favorietjes’ onder de leerlingen; het zijn allemaal meiden. ‘Wij mochten de les skippen zonder consequenties en kregen goede cijfers’, vertelt Noa (niet haar echte naam), inmiddels 23. A. was twee jaar haar mentor. ‘Hij voelde altijd meer als een medeleerling dan een docent.’

De favorieten krijgen vaak commentaar van de jongens uit de klas, die zich spottend afvragen welke gunsten de meisjes – zo ook Noa – A. moeten verlenen in ruil voor al die privileges. ‘Dat boeide mij toen niet zoveel. Als puber vond ik het vooral lekker makkelijk dat Olav ons zo veel gunde.’

Feestcommissie

De meeste van zijn favoriete leerlingen zitten in de feestcommissie die A. begeleidt. Sophie, de toen 17-jarige leerling die later aangifte tegen A. zal doen, zit er ook in. In de rechtszaak stelt haar advocaat dat het seksueel misbruik daar ontstond: de aanrakingen zouden daar zijn begonnen, en later had Olav seks met de minderjarige leerling.

Ook Noor (niet haar echte naam) zat in de feestcommissie. Ze herinnert zich de losbandige houding van de begeleider. Voor de kerstshow in 2018 zingt zij met hem Let It Snow. Hij staat erop dat ze elkaar aankijken bij de tekst: when we finally kiss goodnight. Noor, destijds 15 jaar oud: ‘Ik vond dat ongemakkelijk en vies. Ik weigerde. Olav lachte het weg.’

Zijn gedrag gaat verder dan staren. ‘Tijdens het repeteren raakte hij mij veel aan.’ Als hij over haar onderrug begint te wrijven, duwt Noor hem weg en moet ze huilen. Andere leerlingen van de feestcommissie zien het gebeuren en vangen haar op. Daarna volgde een ‘wederom extreem ongepaste situatie’ met een kerstjurk die zij te weinig verhullend vond, en die hij haar wel wilde zien dragen.

Noor voelt zich er rot onder en wil het aankaarten bij de school. Maar omdat A. ook haar mentor is, weet ze niet goed bij wie ze dit moet melden. Daarnaast twijfelt ze: ‘Ik vond de privileges ook gewoon chill, en die zouden dan waarschijnlijk stoppen. En wie zou de school eerder geloven, een docent of een puber? Zeven jaar later verwijt ik het mezelf dat ik toen niks heb gezegd.’

‘Popiejopie’

Ook bij oud-collega’s valt A.’s gedrag op, vertellen zij. Hij deed altijd ‘po­pie­jopie’, droeg bij regen en zonneschijn een zonnebril op zijn kale hoofd en was ‘veel te dik’ met de leerlingen. ‘Hij deed alsof hij een leerling was. Ik dacht: doe normaal man, je bent twintig jaar ouder. Je bent niet een van hen’, vertelt oud-sectiegenoot Emilie. ‘Als je hem ergens op aansprak, bijvoorbeeld op een rare grap die je niet bij kinderen hoort te maken of gewoon omdat zijn werk niet op orde was, kon hij dat niet goed hebben. Hij was dominant en duldde geen tegengas.’

‘Maar concrete signalen dat hij echt zulke afschuwelijke dingen zou doen, waren er niet’, zegt Emilie. ‘Tijdens onze samenwerking heb ik daar tenminste niets van gemerkt. Ik voel me er wel schuldig over richting de leerlingen en natuurlijk vooral richting Sophie.’

En dus wordt onder docenten wel over de leraar gesmoesd, maar bij gebrek aan duidelijke aanwijzingen geen actie ondernomen. Dat verandert begin 2020, wanneer bij de docenten bekend wordt dat A. een relatie heeft met oud-leerling Sophie, inmiddels 19 jaar oud. Vanaf dat moment gaan bij een deel van de medewerkers de alarmbellen af.

Bekendmaking

In juni 2019 behaalt Sophie haar middelbareschooldiploma. Een paar maanden later maken zij en A. openbaar dat ze een relatie hebben. In de zomervakantie na de eindexamens zouden ze elkaar toevallig opnieuw zijn tegengekomen in een winkel in Utrecht, waarna de vonk plotseling zou zijn overgeslagen.

Noa en Noor, de leerlingen uit de feestcommissie, die dan zelf ook net eindexamen hebben gedaan, konden het niet geloven. ‘Wij vonden het bizar’, zegt Noor. ‘Na jaren intensief samenwerken in de commissie en dan ineens, vlak na school in de zomer, verliefd worden, dat klopte niet.’ Maar Noor durfde Sophie er niet op aan te spreken: ‘Als het echt mis was, zou iemand die dichterbij stond wel ingrijpen.’

Het verhaal over de ontmoeting in Utrecht blijkt verzonnen, stelt Sophie in haar aangifte bij de politie uit december 2024. Het seksuele contact tussen Sophie en A. begon al zo’n twee jaar eerder, in augustus 2017. Sophie is dan 17 jaar oud en zit nog op school. A. blijft tijdens de rechtszaak ontkennen dat hun seksuele contact toen al is begonnen. ‘We hebben een fijne relatie gehad die pas begon toen ze van school was’, zegt hij daarover. Zijn advocaat suggereert zelfs dat Sophies aangifte vals zou zijn, omdat de relatie op een vervelende manier uit is gegaan.

Heel ander beeld

Sophies advocaat schetst een heel ander beeld. Volgens haar zoekt A. tijdens de samenwerking in de feestcommissie voor het eerst lichamelijk contact door zijn hand op haar been te leggen en haar op te tillen. Het contact speelt zich ook af op Snapchat, waar het geleidelijk aan steeds seksueler wordt. Sophie stuurt bijvoorbeeld een snapchat van haar voeten in bad, waarop A. reageert of hij erbij mag komen zitten.

Een paar weken later spreken ze voor het eerst af. Vanaf dat moment komt Sophie een paar keer per week bij A. thuis om seks te hebben. Ook op school zoenen ze soms, vertelt Sophies advocaat tijdens de rechtszaak. A. zou in deze periode, terwijl Sophie nog op school zit, veel bezig zijn geweest om hun relatie geheim te houden, wat volgens de advocaat laat zien dat hij goed wist dat hij fout zat.

Tijdens haar spreekrecht op de zitting zegt Sophie daar zelf over: ‘Toen de relatie eenmaal legaal en openbaar was, werd die voor jou niet meer relevant. Ik was een pop waarmee je was uitgespeeld. Je ging op jacht naar je volgende slachtoffer.’ Ondanks relatieproblemen bleef Sophie nog tot 2024 bij hem.

Aan de bel trekken

‘Ik hoorde in februari 2020 over de relatie tussen Olav en Sophie via leerlingen’, zegt Renate (niet haar echte naam), destijds docent Nederlands op De Breul. Ze kaart het via een hr-medewerker meteen aan bij de schoolleiding. ‘Ik vond het echt niet kunnen: hij was haar docent en er zat twintig jaar leeftijdsverschil tussen.’

Ook Emilie, docent Engels, vraagt een gesprek aan bij de schoolleiding omdat ze de relatie zorgelijk vindt. Ze krijgt te horen dat de schoolleiding al actie heeft ondernomen omdat ze het ook een vreemd verhaal vonden, vertelt ze.

Het is niet de eerste keer dat er volgens de medewerkers bij de schoolleiding aan de bel wordt getrokken. In 2017 hoort een leerling via een familielid in Houten dat A. daar wegens grensoverschrijdend gedrag is weggestuurd. De leerling deelt dit, samen met een krantenartikel over het voorval, met twee medewerkers. Zij doen hier vervolgens melding van bij A.’s leidinggevende, de vmbo-afdelingsleider, zo vertellen ze desgevraagd. De medewerkers horen er daarna niets meer over.

De huidige schoolleiding zegt niet bekend te zijn met deze meldingen en kan ze niet verifiëren, omdat A.’s personeelsdossier niet is bewaard. ‘We hebben pas in 2025 via de media gehoord dat er sprake zou zijn geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag’, zegt rector en bestuurder Sietske Erich. Ook oud-rector en bestuurder Ferry Brokers, die van 2017 tot 2025 aan de school verbonden was, stelt dat er destijds geen meldingen zijn gedaan over A.’s grensoverschrijdende gedrag.

De schoolleiding zegt wel eerder te hebben vernomen van de relatie tussen A. en Sophie, maar pas vanaf het moment dat Sophie van school was: ‘Daar mag iedereen persoonlijk wat van vinden, en dat vinden we ook, maar de school is hier geen partij in.’

Openlijk

A. bespreekt vanaf begin 2020 de relatie openlijk met sommige collega’s. Onder de medewerkers op school lopen de meningen uiteen. Sommige docenten vinden dat de relatie ‘gewoon moet kunnen’, omdat Sophie inmiddels ouder dan 18 is, en geen leerling meer.

Pieter (niet zijn echte naam) is een van de collega’s die de relatie aanvankelijk accepteert. Hij was voorheen bevriend met Olav. ‘Ik nodigde weleens collega’s met hun partners bij mij thuis uit. Daarom leek het mij niet meer dan normaal om Sophie ook uit te nodigen. Ik vond het natuurlijk wel bijzonder, dus ik heb gevraagd hoe de relatie is ontstaan.’

Pieter krijgt dan het verhaal over de ontmoeting in Utrecht te horen dat ze aan iedereen vertellen, en gelooft hen. ‘Ik vind het belangrijk om vertrouwen in mensen te hebben. Bovendien zijn er ook stellen die ooit leraar en leerling waren, daarna een relatie kregen en nu al jaren gelukkig getrouwd zijn.’

Meldplicht

Bij vermoedens van seksueel misbruik of ontucht door een medewerker richting een leerling geldt een wettelijke meldplicht. Iedere medewerker moet dit onmiddellijk melden bij het schoolbestuur. Het bestuur moet dan direct overleggen met een vertrouwensinspecteur van de Onderwijsinspectie.

Belangrijk is dat deze meldplicht formeel dus bij het schoolbestuur ligt, en niet bij de dagelijkse schoolleiding (directeur/rector). Als de vertrouwensinspecteur samen met het bestuur tot de conclusie komt dat er sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit, dan is het schoolbestuur verplicht aangifte te doen bij de zedenpolitie.

In schooljaar 2024-2025 opende de Onderwijsinspectie alleen al in het voortgezet onderwijs 52 dossiers over seksueel misbruik met een medewerker van de school als beklaagde. In 48 gevallen werd een redelijk vermoeden van een strafbaar feit vastgesteld en is doorverwezen naar de zedenpolitie voor aangifte.

Een dossier is overigens niet hetzelfde als een melding. In een dossier kunnen meerdere meldingen zitten, waardoor het werkelijke aantal incidenten waarschijnlijk hoger ligt.

Vertrek

In oktober 2020 vertrekt A. van De Breul naar een nieuwe school, het Echnaton in Almere. A. vertelt aan collega’s dat hij vrijwillig vertrekt, omdat hij een nieuwe uitdaging zoekt en meer met coaching wil doen. Aan zijn voormalig bevriende collega Pieter vertelt hij weg te gaan met een ‘afkoopdeal’. Hij zegt geen details te kunnen geven, omdat zijn contract hem verbiedt iets te zeggen over de reden van die ‘afkoop’.

Ook andere medewerkers herinneren zich dat het om een ‘afkoopdeal’ zou gaan. Volgens hen had De Breul een motief om seksueel grensoverschrijdend gedrag van A. stilletjes af te handelen. De school krabbelde net weer op na een periode van veel onrust, omdat er een grote discussie was over de organisatie van de school. In korte tijd waren er veel wisselingen binnen de schoolleiding geweest, waardoor De Breul in de omgeving een slechtere reputatie had gekregen.

Disfunctioneren

Sietske Erich, rector en bestuurder van De Breul, weerspreekt dat de school A.’s ontslag in stilte wilde regelen uit vrees voor reputatieschade en noemt die suggestie ‘pertinent onjuist’. Ze laat weten dat er in september 2020 inderdaad een afspraak is gemaakt met A. over zijn vertrek, via een vaststellingsovereenkomst (vso) – deze is wel bewaard gebleven.

A. was toen al ruim acht maanden niet op school, stelt Erich. ‘Hij had zich ziek gemeld nadat zijn disfunctioneren meerdere malen met hem was besproken.’ Maar dat had volgens de rector niets te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag: ‘Het contract met Olav is ontbonden omdat hij zijn normale pedagogische en didactische taken niet naar behoren deed. Hij functioneerde in het algemeen niet goed als docent en mentor.’ Dat deze reden niet naar buiten is gebracht, zegt Erich, ‘is gebruikelijk bij een vso’.

Patroon

Met zijn vertrek van De Breul lijkt het seksueel misbruik niet voorbij. Op zijn nieuwe school in Almere zou A. volgens het OM in hetzelfde patroon zijn vervallen. Hij zou seks hebben met een 16-jarige leerling. En met een andere 16-jarige leerling van die school voert hij ontuchtelijke chatgesprekken, waarin er naaktfoto’s worden gestuurd en de leerling hem ‘sir’, ‘master’ of ‘daddy’ moet noemen. Het is niet bekend hoe de sollicitatieprocedure van A. bij het Echnaton in Almere is verlopen. De school wil niet reageren op vragen.

In januari 2024 heeft Sophie nog een relatie met A. en woont ze met hem samen. Ze vertrouwt hem niet en pakt daarom zijn telefoon en opent Snapchat. Ze ziet het seksuele contact dat hij met zijn leerlingen heeft. Het is voor haar de druppel. Ze beëindigt de relatie en doet aangifte.

‘Jarenlang heb je gelogen dat wat wij hadden heel speciaal was, en omdat jij dat zo bleef herhalen, ben ik het gaan geloven’, zegt Sophie tijdens haar spreekrecht in de rechtszaal. ‘Overal waar jij komt laat je een spoor van vernieling achter. Ik wilde dat patroon doorbreken.’ Sophie doet dit volgens de officier van justitie niet zonder angst: ‘Ze was bang wat anderen zouden denken, juist omdat ze een relatie met hem had.’

Toen rector en bestuurder Sietske Erich in het voorjaar van 2025 voor het eerst over de rechtszaak hoorde, vond ze het ‘ronduit schokkend’. In een brief aan ouders na de zitting in december schreef ze: ‘Een school moet een veilige omgeving zijn voor alle leerlingen. Helaas worden we in de media regelmatig opgeschrikt door berichten dat er medewerkers op scholen werken die leerlingen misbruiken. Ook al willen we dat uit alle macht voorkomen, op geen enkele school is dit waterdicht.’

Na de zitting doet De Breul ook voor het eerst melding over A. bij de vertrouwensinspecteur. ‘We hadden zorgen over hoe Olav bij zijn aanname op onze school een vog en positieve referenties had’, zegt Erich. ‘En dat hij nu in de eis van het OM over tien jaar, na het geëiste beroepsverbod, weer een vog zou kunnen krijgen.’

Publiciteit

‘Geen enkel schoolbestuur zit te wachten op publiciteit over grensoverschrijdend gedrag van een docent’, zegt Renée Huijsmans-Zwijnenburg, arbeidsrecht-advocaat. Zij adviseert schoolbesturen regelmatig in kwesties omtrent grensoverschrijdend gedrag.

‘Zodra de naam van een school in de krant verschijnt, denken ouders al snel aan slecht bestuur of falend toezicht, en dat kan inschrijvingen kosten. Scholen willen vaak wel verantwoordelijkheid nemen, maar doen dat liever buiten de publiciteit.’ Volgens haar is die terughoudendheid in sommige gevallen ook gerechtvaardigd om alle betrokkenen, in het bijzonder het slachtoffer, te beschermen.

​​De school heeft een onderzoeksplicht om na te gaan of een gerucht klopt, stelt ze. Als er daarna geen harde feiten liggen, wordt er volgens Huijsmans-Zwijnenburg soms gekozen voor een stille exit: ‘Iemand zo snel mogelijk van de vloer, met een neutrale uitleg richting ouders als ‘het was niet de juiste match’. In het kader van ‘dan zijn wij van het gedoe af’.’

Bewijs

Volgens Willem Lindeboom, mede-eigenaar van een advocatenkantoor gespecialiseerd in onderwijs, betekent het niet communiceren van de werkelijke reden voor ontslag niet per definitie dat er sprake is van ‘een doofpot’. Scholen kunnen soms om juridische redenen geen openheid van zaken geven, bijvoorbeeld als zorgvuldig onderzoek naar het veronderstelde onoorbare gedrag niet resulteert in voldoende bewijs.

Lindeboom zegt dat hij in zijn werk ziet dat de meeste scholen het liefst echt wel duidelijk willen vastleggen waarom iemand weggaat, zodat iemand niet zonder uitleg naar een andere school kan doorstromen, maar dat dit dus omwille van bewijs in sommige gevallen niet mogelijk is.

‘Scholen kunnen dan kiezen voor een vaststellingsovereenkomst. Een arbeidsrechtelijk ontslag is zonder bewijs immers niet mogelijk’, zegt Lindeboom. ‘Maar als de situatie op school ondertussen onhoudbaar is geworden door bijvoorbeeld verlies van vertrouwen of aanhoudende onrust onder de leerlingen, is een vso een manier om een dienstverband te beëindigen zonder inhoudelijk oordeel over of het grensoverschrijdende gedrag wel of niet heeft plaatsgevonden.’

Dat heeft wel een bijwerking: ‘In een vso kan een docent dan contractueel laten vastleggen dat de geruchten niet gedeeld mogen worden, juist omdat ze niet bewezen zijn.’ Als een docent dan later opnieuw over de schreef gaat, kan het achteraf lijken alsof de school destijds ‘niets deed’, terwijl er juridisch gezien weinig andere opties waren.

Herhaling

Ook na vertrek lopen scholen juridisch vast als ze herhaling proberen te voorkomen. ‘Je mag als voormalige werkgever de nieuwe school niet waarschuwen over iemands gedrag’, zegt arbeidsrechtadvocaat Huijsmans-Zwijnenburg. ‘Dat komt door privacywetgeving. Je mag in de meeste gevallen namelijk geen inhoudelijke informatie delen over de reden van iemands ontslag.’

Als referenties worden geraadpleegd, mogen oud-collega’s ook niet vrijuit vertellen over (vermoedens van) seksueel grensoverschrijdend gedrag van een docent, zegt Huijsmans-Zwijnenburg. ‘Je kunt hooguit zeggen dat iemand, wat jou betreft, niet geschikt is om voor de klas te staan, maar de reden mag je niet specificeren.’

Advocaat Lindeboom, die al ruim dertig jaar in het vak zit, vertelt dat rectoren voor de invoering van de privacywetgeving in 2018 elkaar nog wel informeel waarschuwden, maar dat niemand dat nu nog durft, zeker niet als een docent wordt bijgestaan door een advocaat.

Volgens de wet ligt de verantwoordelijkheid bij de docent zelf om het te melden als hij in het verleden is ontslagen wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag. Huijsmans-Zwijnenburg: ‘Omdat het raakt aan de functie moet je het bij de sollicitatie melden als je wegens zo’n reden in het verleden ontslagen bent, ook als de school hier niet expliciet naar vraagt. Maar de prikkel om dit achterwege te laten is in de praktijk natuurlijk groot.’

Het is dus vooral aan scholen om een nieuw aan te nemen leerkracht goed te screenen. Maar ook die screening stuit op grenzen. Docenten moeten als ze ergens solliciteren in het bezit zijn van een vog. Die moet aantonen dat iemands justitiële verleden geen bezwaar vormt voor het werk.

Veroordeling

Tot een veroordeling komt het in dit soort zaken vaak niet, zegt Conny Rijken, Nationaal Rapporteur Seksueel Geweld tegen Kinderen. ‘Kinderen doen lang niet altijd aangifte, zeker als het om een docent gaat ligt de drempel om aangifte te doen vaak extra hoog. Als er geen consequenties volgen, moet je misschien nog jaren met diegene verder op school. En zelfs als er wel aangifte wordt gedaan, leidt het geregeld niet tot een strafzaak door gebrek aan bewijs.’

Rijken waarschuwt dat het vog-systeem niet waterdicht is en daardoor schijnveiligheid kan creëren. Bij een vog-aanvraag telt alleen strafrechtelijke informatie mee; signalen die niet tot een strafzaak leiden, blijven buiten beeld. Denk daarbij aan maatregelen uit het tuchtrecht: die kunnen in sommige sectoren wél worden opgelegd, bijvoorbeeld in de sport, maar worden niet meegenomen in het vog-systeem. In het onderwijs zelf bestaat geen tuchtrecht.

Volgens Rijken zou het maatschappelijk belang van de veiligheid van kinderen zwaarder moeten wegen dan privacy. ‘Uit angst om privacywetgeving te overtreden, wordt nu vaak liever geen informatie gedeeld en dan blijft het risico bestaan dat daders van school naar school kunnen doorstromen.’

Maatregelen

Het ministerie van OCW liet in 2020 onderzoek doen naar seksueel grensoverschrijdend gedrag in het onderwijs. In dat onderzoek wordt dezelfde zwakke plek benoemd: als een docent na ernstig grensoverschrijdend gedrag vertrekt, zonder dat dit is uitgemond in een strafzaak, is dat voor een volgende school lang niet altijd te achterhalen.

Mede naar aanleiding van het onderzoek wil OCW maatregelen nemen die signalen eerder zichtbaar moeten maken. Zo wil het ministerie de wettelijke meldplicht uitbreiden, zodat ook seksuele intimidatie verplicht moet worden gemeld bij de Onderwijsinspectie. Zo wordt het vanzelfsprekender om eerder met een vertrouwensinspecteur te praten als iemand voelt dat er iets niet in de haak is.

Daarnaast werkt OCW aan een wetsvoorstel voor continue vog-screening in het basis- en voortgezet onderwijs: nu wordt een vog één keer uitgegeven bij indiensttreding en wordt daarna niet opnieuw automatisch gekeken; het is dus een momentopname. Met een continue screening moet het ook na afgifte zichtbaar worden als er nieuwe strafrechtelijke informatie bij komt.

Verantwoordelijkheid

De geruchten op De Breul gingen in mijn schooltijd niet alleen over A. Steeds weer doken in mijn tijd dezelfde namen op van leraren die met (oud-)leerlingen zouden aanpappen, al zegt rector en bestuurder Erich niet bekend te zijn met deze verhalen. Ik zag er toen nog niet zo de ernst van in. Als leerling vond ik het vooral interessant als gespreksonderwerp om over te roddelen of het zelfs te romantiseren, zeker als de docent jong of populair was.

‘Jongeren kunnen de gevolgen van zo’n relatie niet goed overzien’, zegt psycholoog Trudy de Vos. Zij is werkzaam bij Fier, het expertisecentrum voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. ‘De verantwoordelijkheid ligt daarom altijd bij de volwassene, de docent, om grenzen te stellen. Ook wanneer de gevoelens wederzijds lijken.’

‘Bij seksueel contact tussen een docent en (oud-)leerling is er altijd sprake van een afhankelijkheidsrelatie’, legt De Vos uit. ‘Het is namelijk ontstaan vanuit een machtspositie: een docent heeft gezag en beoordeelt de leerling. Zelfs als de leerling van school is, blijft die hiërarchie doorwerken.’

Signalen bij omstanders zijn ondertussen lang niet altijd zichtbaar en worden vaak pas achteraf herkend, zegt De Vos. ‘Een vermoeden ontstaat op school door kleine dingen zoals een lievelingetje. Het lastige is: wanneer weet je genoeg om in te grijpen?’ Voor dat grijze gebied waarschuwt De Vos: ‘Misbruik gedijt in het donker. Zolang niemand erover praat, kan het doorgaan.’

Bespreekbaar

Daarom pleit De Vos ervoor vermoedens altijd bespreekbaar te maken met de desbetreffende collega: ‘Als een collega niets te verbergen heeft, moet zo’n gesprek gewoon kunnen. Dan kun je het direct vragen: ik heb dit gehoord of gezien, hoe zit dat? En als iemand wel iets te verbergen heeft en daar vreemd op reageert, is dat juist reden om er extra scherp op te zijn.’

Bovendien moeten schoolbesturen niet alleen regels opstellen, maar vooral het praktische gesprek voeren met personeel, aldus De Vos. ‘Wat doe je als een leerling verliefd op je wordt? En hoe bespreek je een vermoeden over een collega? Openheid en heldere grenzen werken preventief, bespreekbaarheid beschermt zowel leerlingen als docenten.’

De Vos wijst daarnaast op het bystandereffect: ‘Zolang niemand iets doet, blijft het stil, maar als één iemand handelt, kan dat anderen over de streep trekken.’ Olav en Sophie deelden hun relatie vanaf 2020 publiekelijk op sociale media en dat werkte normaliserend, zegt oud-leerling Noor. ‘Ik dacht daardoor: het zal wel kloppen. Als het echt misbruik was, zou het verborgen blijven.’

Dat herken ik zelf ook. Op sociale media verschenen innige foto’s, voorzien van hartjes en teksten als ‘#1yearanniversary, it’s been a blast’. Er werden gezellige uitjes en kerstvieringen met de hele familie gedeeld. Alles werd als zo vanzelfsprekend gepresenteerd dat ook ik begon te denken: het zal wel, wie ben ik om er wat van te vinden?

Ook oud-collega Pieter beschrijft die normaliserende werking. ‘Op de verjaardag van Sophie ontmoette ik haar vrienden.’ Pieter was daar als introducé van Olav. ‘Doordat zij de relatie tolereerden, kreeg ik zelf ook het gevoel dat het wel goed zat.’ Maar met de kennis van nu ziet Pieter toch dat er sprake was van een ongelijke machtsverhouding. ‘Juist daarom kunnen dit soort relaties niet, ook niet als ze voor omstanders op dat moment ‘echt’ lijken.’

Extra onveilig

De Vos is kritisch op situaties waarin vermoedens breed leven, maar onbesproken blijven. ‘Dit maakt het voor slachtoffers extra onveilig en pijnlijk. Slachtoffers voelen zich geïsoleerd en durven niet te praten, uit angst voor de reacties van klasgenoten.’

Ze concludeert: ‘Het slachtoffer zwijgt, de dader doet alsof het heel normaal is en de omgeving wil het niet weten.’ Terwijl juist die omgeving volgens De Vos het verschil kan maken door zich uit te spreken.

Niet de omstanders trokken in dit geval de grens, maar Sophie zelf: met haar aangifte maakte zij na tien jaar halfslachtig ingrijpen en wegkijken een einde aan A.’s grensoverschrijdende gedrag. Komende week moet blijken hoe de rechtbank in Utrecht deze zaak beoordeelt, maar onder de radar zal hij niet gemakkelijk meer kunnen blijven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next