Hoe heel je een verscheurde samenleving? Louwrien Wijers bracht in 1990 een verbluffend gezelschap bijeen om in gesprek te gaan over die vraag. V kijkt terug op de vijfdaagse happening, onder anderen met de daarbij aanwezige Marina Abramovic.
is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek, subsidiebeleid en wat zich afspeelt op het snijvlak van kunst en samenleving.
Op maandagochtend 10 september 1990 ging kunstenaar Louwrien Wijers in het Stedelijk Museum Amsterdam op de eerste rij zitten voor haar levenswerk: Art Meets Science and Spirituality in a Changing Economy, een vijfdaags symposium en happening ineen. Het was alsof ze een fontein van woorden had aangezet.
Helemaal rechts op het podium zat de Dalai Lama, de Tibetaanse boeddhistenleider die net in 1989 was gelauwerd met de Nobelprijs voor de Vrede. Aan het andere uiteinde zat de Russische diplomaat en econoom Stanislav Mensjikov, die jarenlang woordvoerder van de Sovjet-Unie op de Amerikaanse televisie was.
Tussen hen in zat grondlegger van de pop-art Robert Rauschenberg, die was overgekomen uit zijn studio in het tropische waterland van Florida. De Amerikaanse theoretisch natuurkundige David Bohm, die met zowel atoomgeleerde Albert Einstein als spiritueel wijsgeer Jiddu Krishnamurti had samengewerkt, maakte het kwartet compleet.
Het gezelschap achter de brede tafel – papieren voor zich om opmerkingen te noteren, een tolk naast de Dalai Lama – oogde bijna als een wereldregering. Maar dan zonder de beroepspolitici.
‘Ik zat daar en het was verrukkelijk om naar te luisteren’, zegt de 84-jarige kunstenaar als ze eraan terugdenkt in haar studio in Ferwert, een Fries dorp aan de kust van de Waddenzee. ‘Ik ben helemaal gemaakt voor inhoud. Ik hou niet van ditjes en datjes.’
De in de vergetelheid geraakte happening is 36 jaar later nog verrassend bij de tijd, blijkt uit de 25 uur lange videoregistratie van de vijf dagen, die in het Fries Museum voor het eerst in zijn geheel te zien is. Het ging over wat het betekent om mens te zijn in een industriële en verstedelijkte wereld, die van de natuur is losgeraakt.
Twintig kunstenaars, wetenschappers, spiritueel leiders en economen waren door Wijers uitgenodigd om steeds in panels van vier met elkaar in gesprek te gaan over hoe de verscheurde wereld kan helen. ‘Van competitie naar compassie’ luidde het motto. In de zaal zat een wonderlijk samengesteld publiek van zo’n 350 artistieke vrijbuiters en managers uit het bedrijfsleven.
De video, op groot scherm geprojecteerd, is een kunstwerk op zich. Op stoeltjes kunnen bezoekers zich urenlang in het publiek van het symposium wanen. Met de aandachtsspanne van nu valt op dat iedereen lang aan het woord is en elkaar laat uitspreken. Soms gaat het er prekerig aan toe, dan weer lacherig of juist kregelig – maar boven alles is de toon vaak zoekend. Niemand heeft alle antwoorden, conclusies zijn er niet.
Maar: de gesprekken brengen je steeds op andere gedachten. Het is alsof het woord voor woord volgen van een lang gesprek ruimte maakt om zelf vrijer te gaan denken. Meer dan om concrete voorstellen of praktische uitkomsten draaide het daarom, die vijf dagen in Amsterdam. En die werking heeft het wonderwel nog steeds.
Gesprekken zijn voor Wijers als beeldhouwwerken. Ze noemt ze ‘mentale sculpturen’, en werkt ermee sinds ze eind jaren zeventig de ‘metalen sculpturen’ vaarwel zei. Voor haar oeuvre kreeg ze in 2025 de Friese Gerrit Benner Prijs voor Beeldende Kunst. Het Fries Museum in Leeuwarden laat er tot eind maart een overzicht van zien onder de titel We Live in Language – ‘We leven in taal’.
Het museum kocht de volledige registratie van Art Meets Science and Spirituality in a Changing Economy (AmSSE) in december aan. Zodoende maakt het werk nu deel uit van de Collectie Nederland. De originele betamaxbanden gaan het geklimatiseerde depot in om het verval van de videotape te remmen; de digitale editie is ook beschikbaar voor bruikleen aan andere musea.
‘Kunst, wetenschap en spiritualiteit geven het bestaan betekenis en zijn de drie pijlers die de cultuur dragen’, zegt Wijers, als ze de bedoeling van het symposium uitlegt. Ze denkt graag groot en praat even makkelijk over conceptuele Fluxus-kunst, als over het belang van directe democratie en een basisinkomen.
‘De drie pijlers zijn in de loop van de eeuwen helaas uit elkaar getrokken. Terwijl het voor een gezonde samenleving nodig is dat ze met elkaar in contact staan, anders gaat de economie met de maatschappij aan de haal. In kunst, wetenschap en spiritualiteit draait het in wezen niet om geld. Om hen weer echt bij elkaar te kunnen brengen, moet wel het kapitalistische systeem veranderen, dat immers gebouwd is op concurrentie. Daarom was het zo belangrijk dat er bij Art Meets Science and Spirituality ook economen aan tafel zaten.’
Het symposium kende een lange aanloop, vertelt Wijers. Van gesprekken in de jaren zestig en zeventig met haar grote inspirators Joseph Beuys (Duitse kunstenaarsjamaan) en Robert Filliou (Franse kunstenaar en boeddhist), tot een subsidieverzoek bij het Nederlandse ministerie van Cultuur in 1987.
Tussendoor bezocht Wijers de Dalai Lama in zijn ballingsoord in India, koppelde hem in de West-Duitse hoofdstad Bonn aan Beuys en zag daarna hoe de boeddhistische leider in de Oostenrijkse Alpen kennismaakte met een trits wetenschappers. ‘Geld had ik niet. Ik reed in mijn kleine Citroën 2CV naar Oostenrijk, verkocht daar onder de aanwezigen de boeken die ik had gemaakt van mijn gesprekken met de Dalai Lama en betaalde daar dan m’n hotel van.’
Baanbrekend aan AmSSE was dat het bedrijfsleven zo warm liep voor zo’n conceptueel kunstgebeuren. Ondernemer Paul Fentener van Vlissingen, directeur van het miljoenenconcern SHV en geboren in een van de rijkste families van Nederland, stapte vroeg aan boord. Hij was gevoelig voor het destijds nieuwe appel op bedrijven om zich verantwoordelijk te voelen voor de schade die hun productie aan mens en milieu toebracht.
‘Bovendien had hij een nieuwe vriendin’, zegt Wijers. Ze was oud-kunstcriticus van The Guardian en ook een bewonderaar van Beuys. ‘Hij wilde iets leuks voor haar doen en gaf ons een enorm bedrag.’
Het old boys network kwam daarna in beweging. De rekening van AmSSE – 1,8 miljoen gulden (817 duizend euro) – is voor een groot deel opgebracht uit sponsoring door meer dan twintig bedrijven. Van automatiseerder Raet tot ingenieursbureau Heidemij. Toen er op het laatst alsnog een gat in de begroting dreigde, kochten de sponsors voor 1000 gulden per dag toegangskaartjes voor hun managers.
‘Vind je het niet leuk hoe dat is gegaan?’, zegt Wijers opgetogen. ‘Ik had het van tevoren niet kunnen verzinnen. Velen van hen zagen het woord kunst of spiritualiteit niet staan. Ze wilden in de buurt van Paul Fentener van Vlissingen zijn. Het ging hen om het belang van hun bedrijf. Leuk toch, hoe motivaties zo van elkaar kunnen verschillen, maar het gesprek over het veranderen van de maatschappij er wel kwam.’
Voor de economen zit terugkijken op de ontmoeting er niet meer in. Net als veruit de meeste andere sprekers zijn ze in de loop der jaren overleden.
Alleen de enige twee vrouwen op het programma leven met hun werk nog unverfroren voort: de Joegoslavische performancekunstenaar Marina Abramovic, die destijds net haar solocarrière nieuw leven had ingeblazen na de breuk met haar partner Ulay, en de in een nonnenhabijt gehulde Tessa Bielecki, die een deel van het jaar als celibataire woestijnkluizenaar in de Amerikaanse wildernis leefde.
‘Louwrien is een ware pionier en Art Meets Science was een revolutionair evenement’, zegt de 79-jarige Abramovic in een videogesprek vanuit New York. ‘Het was een voorrecht om tussen al die interessante mensen te zijn.’
Haar agenda zit tot 2032 vol, zegt Abramovic, maar ze vindt het ‘eervol’ om haar herinneringen aan Wijers te delen. ‘Ik kwam haar in 1975 voor het eerst tegen, toen ik naar Amsterdam verhuisde. Ze had groengeverfd haar in die tijd en droeg mannenkleren. Zo vertrok ze naar India. De heiligen in hun grotten wilden nooit met iemand praten, maar wel met haar! Niemand heeft zoveel geduld om te luisteren als Louwrien.’
Iedereen in de Amsterdamse scene wist waar Wijers woonde in die tijd, zegt Abramovic. Op Herengracht 1, een woonwerkstudio voor kunstenaars via de gemeente. ‘Ze organiseerde thuis geweldige salons, waar ze mensen bij elkaar bracht. Op zijn Nederlands eenvoudig met thee en koekjes. De ene keer was het er helemaal witgeverfd, en dan had ze weer alles met zink bekleed. Ik ontmoette via haar de Indiase filosoof Harish Johari, die lezingen over numerologie gaf. Moet je nagaan: ik kwam uit Belgrado en leefde in het communisme, ik had nooit zulke fascinerende mensen ontmoet.’
De 81-jarige ‘stadsmonnik’ Bielecki ruilde de Amerikaanse wildernis een kleine tien jaar geleden in voor Tucson, een woestijnstad in Arizona, waar ze haar memoires aan het schrijven is. Als ze terugdenkt aan de symposiumdagen, zegt ze in een videogesprek, komt eerst het woord ‘beangstigend’ in haar op.
‘Ik had ervaring met dialooggroepen van christenen en boeddhisten, maar verder was ik weinig gewend. Vooral de kunstenaars waren wilde types. Marina had zich vroeger in een performance tot bloedens toe gesneden met een scheermes! Maar ze bleek gewoon een mens toen ik haar in die week bezocht in haar appartement. We were just two girls talking.’ Lachend: ‘Ze vroeg me van alles over seks.’
Maar van angst was tijdens haar optreden op de derde dag van Art Meets Science weinig te merken. Op de eerste rij vertegenwoordigde prins Claus het koninklijk huis. De krant Het Parool schreef aan het einde van de week dat Bielecki de tongen had losgemaakt – meer nog dan Abramovic. ‘Haar luide lachsalvo’s deden de (mantel)pakken in de zaal kreuken.’
Niemand sprak de economen en bedrijfsmanagers in de zaal namelijk zo rechtstreeks aan. ‘In Amerika beginnen psychologen werk als een verslaving te behandelen’, zei Bielecki, in een tijd dat de prestatiemaatschappij nog in opkomst was. ‘Ze noemen ons een samenleving van workaholics. Dat is een belangrijke ontdekking: en het tegengif is dat we meer spel en vrije tijd moeten toelaten.’
Naast haar zat José Pinheiro Neto, oprichter van het grootste advocatenkantoor van Brazilië, zich te ergeren aan ‘deze aardige mevrouw aan mijn rechterzijde’. O ja, ze herinnert zich hem nog. ‘Hij had helemaal geen boodschap aan mij, en misschien was ik ook wel wat arrogant. Maar ik zou nu dezelfde boodschap brengen.’
Het leven is ‘een mysterie dat we moeten vieren’, zegt Bielecki. ‘Ik moedig mensen altijd aan verwonderd te zijn over en ontzag te hebben voor het bestaan. Sta daarbij stil, al levert dat economisch niets op. De wereld draait van dag tot dag om geld en macht. Maar waar kunstenaars en mensen als ik voor staan, heeft eeuwigheidswaarde. Ik ben daar nu nog meer van overtuigd dan toen. Kijk maar hoe we eraan toe zijn. Zeker in Amerika, mijn land.’
Behalve in een symposium verscheen Art Meets Science and Spirituality in a Changing Economy ook aan de wereld als boek en televisieserie. In aanloop naar de happening in Amsterdam waren interviewers en een cameraploeg bij alle beoogde sprekers langsgegaan om hun ideeën vast te leggen. Bij aanvang lag een meer dan 420 pagina’s tellende catalogus klaar, met daarin de lange vraaggesprekken. Na afloop is een samenvatting van het symposium gemaakt in vijf afleveringen van een uur, die in meer dan vijftig landen op de televisie te zien zijn geweest.
De vormgeving van het boek was in handen van Irma Boom, die destijds als jonge grafisch ontwerper bij de Staatsdrukkerij en -uitgeverij (Sdu) werkte. ‘Niemand op de ontwerpafdeling wilde het boek maken vanwege dat woord ‘spiritualiteit’ in de titel. Bij dat begrip voelde toen niet iedereen zich thuis. We werkten bijna alleen voor ministeries. Nota’s en rapporten, concrete projecten. Maar ik was hier wel nieuwsgierig naar.’
Het was een openbaring, zegt de 65-jarige Boom. ‘Ik had wel de kunstacademie gedaan, maar Louwrien en Art Meets Science hebben mijn blik opengebroken. De echt open uitwisseling van ideeën was nieuw voor me. De vrijheid. Zonder belemmeringen nadenken. Dwars door disciplines heen. Vrij zijn.’ Ze valt even stil. ‘Het heeft bijgedragen aan de ontwerper die ik ben geworden.’
Voor haar werk ontving Boom in 2014 de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten, de Johannes Vermeerprijs. Ze geniet ook internationaal aanzien met haar opvallend volumineuze of soms minuscule boeken, waarvan ze vaak ook de inhoud bepaalt.
In het boek bij Art Meets Science and Spirituality in a Changing Economy gebruikte ze voor het eerst de letter Neuzeit S uit 1928, beseft Boom als ze de bladzijden vol strakke, schreefloze letters door haar handen laat gaan. ‘Neuzeit, de ‘nieuwe tijd’ leek me hiervoor wel toepasselijk. Het moest speciaal naar een drukkerij in België, want we drukten toen nog met loodletters en de Sdu had dit lettertype niet. Het is daarna deel van mijn ontwerpidentiteit geworden. Ik heb zelfs een gecustomized versie ervan laten maken, de Neuzeit S-IB, van ‘Irma Boom’.’
De vraaggesprekken in de bundel waren weergaves van de filminterviews, en voor de redactie daarvan was via-via de net afgestudeerde filosoof Ike Kamphof gevraagd. ‘Louwrien had een groot werkethos’, zegt de 66-jarige Kamphof, die al ruim twintig jaar universitair docent wijsbegeerte is aan de universiteit van Maastricht. ‘Soms werkten we de hele nacht door. Dan zei ze: je krijgt er energie van als je de zon weer ziet opkomen. We aten er macrobiotisch bij. Dat was wel heel voedzaam.’
Kamphof hinkte in die dagen heen en weer tussen enthousiasme en scepsis. ‘Ik heb niets tegen spiritualiteit, maar als filosoof ga je ervan uit dat er precisie is in wat je over de wereld kan zeggen. Het ging vaak over ‘heelheid’ en ‘harmonie’ en daar word ik een beetje iebelig van. De taal van spiritualiteit kan ook een stoplap zijn om vaagheid te maskeren.’
Het neemt niet weg dat Art Meets Science de tijd vooruit was, zegt ze. Aan tafel zat op de tweede dag de chemicus Ilya Prigogine, die in 1977 de Nobelprijs voor Scheikunde had gekregen. De Russische Belg had de nieuwe chaostheorie voor een breder publiek toegankelijk proberen te maken in Orde uit chaos – De nieuwe dialoog tussen de mens en de natuur (1985). Sinds de wetenschappelijke revolutie van 17de eeuw was een mechanistische blik dominant om verschijnselen te verklaren op de wereld: modellen die zich voorspelbaar lineair ontwikkelen. De chaostheorie kantelde dat in de loop van de 20ste eeuw, en liet zien dat al het leven op aarde elkaar beïnvloedt.
‘Nu vindt iedereen hem interessant, omdat er veel aandacht is voor de netwerken en onderlinge afhankelijkheid waarin een samenleving functioneert’, zegt Kamphof. ‘Maar toen was het nog de vraag of hij een charlatan was of een groot denker.’
De bijdrage van Prigogine ligt Louwrien Wijers nog altijd na aan het hart. Ze slaat in haar studio in het Friese Ferwert een bladzijde op in Tomorrow’s Language (2020), ‘de taal van morgen’, een kleurrijk kunstwerk waarin citaten uit Art Meets Science voortleven. De jaren negentig hebben dan niet de doorbraak ‘van competitie naar compassie’ gebracht, wie weet wat er morgen gebeurt.
‘We hebben meer anarchie nodig’, zei Prigogine. ‘Non-lineaire wetenschap maakt het mogelijk een economie te ontwikkelen die niet meer is gebaseerd op het uitbuiten van de ene mens door de andere. Het maakt ruimte voor creativiteit en leidt tot zelforganisatie. De verandering is absoluut radicaal.’
De fontein van woorden die ze op 10 september 1990 aanzette, is nog altijd een onuitputtelijke inspiratiebron voor een betere wereld. Louwrien Wijers kan niet wachten tot die zich aandient.
Louwrien Wijers – We Live in Language, Fries Museum, Leeuwarden, t/m 29/3.
De video van het symposium is in vijf delen te zien op het YouTubekanaal ‘Art Meets Science and Spirituality in a Changing Economy’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant