Home

Het-kan-wél-sentiment van Jetten en Bontenbal is voorlopig belangrijker dan inhoud in de formatie

De vorming van een minderheidskabinet roept scepsis op, maar het optimisme van CDA en D66 is moeilijk te bestrijden door politieke rivalen. Wie voert oppositie tegen de hoop op een nieuwe politieke cultuur?

Iemand die moet uitleggen in de politiek, is aan het verliezen in de politiek, zo wil een oud politiek gezegde. Het heeft CDA-leider Henri Bontenbal er niet van weerhouden in een ‘longread’ van bijna 2.500 woorden uit te leggen hoe een minderheidskabinet kan functioneren.

Zendingswerk is nodig, want het CDA is van oudsher geen partij van experimenten en achter de schermen is lang niet iedereen enthousiast over het ongewisse avontuur dat nu wacht. ‘Gezien de grote vraagstukken lag een meerderheidskabinet voor de hand’, schreef oud-partijvoorzitter Marnix van Rij bijvoorbeeld zuinigjes op LinkedIn.

Politiek redacteur Frank Hendrickx bericht wekelijks over de mechanismen achter de politieke gebeurtenissen.

Het uitlegstuk van Bontenbal zal ook niet alle sceptici geruststellen. Uit de door de CDA’er aangehaalde literatuur blijkt dat vastgelegde gedoogafspraken met de oppositie een belangrijke voorwaarde zijn voor het slagen van een minderheidskabinet. Vooralsnog wijst weinig erop dat die steun er ook bij voorbaat gaat komen.

Dat Bontenbal desondanks vol overtuiging kiest voor de vorming van een minderheidscoalitie, is een overwinning voor D66-leider Rob Jetten. De beoogde premier is erin geslaagd om tussen het klassieke bondgenootschap te komen van het CDA met de VVD, die juist JA21 in de coalitie wilde.

Grappen

Vanzelfsprekend was dat niet. Tijdens de laatste twee kabinetten van Mark Rutte stuitten D66 en ChristenUnie op cruciale momenten steeds weer op een gesloten front van VVD en CDA. Premier Rutte maakte daar volgens een ex-bewindspersoon uit die tijd zelfs grappen over tijdens de koffiepauzes van ministerraden. ‘Die Wopke hoort toch eigenlijk gewoon bij ons te zitten’, zei de VVD-leider dan als Hoekstra buiten gehoorsafstand was. De toenmalige CDA-leider was soms meer een VVD’er dan de VVD’ers zelf.

Als Bontenbal nu ook weer het wiel van de VVD had gekozen, zouden oude wonden zijn opengereten bij D66. De formatie was dan waarschijnlijk ook weer een uitputtingsslag geworden, met alle gevolgen van dien voor de onderlinge verhoudingen.

Nu overheerst nog de goede moed. Jetten en Bontenbal willen in alles uitstralen dat er een nieuwe, meer constructieve politiek mogelijk is. In de woorden van de CDA-leider: ‘Een politieke cultuur van samenwerken, elkaar wat gunnen en het algemeen belang bovenaan zetten.’

Er zijn in Den Haag genoeg mensen te vinden die daar weinig fiducie in hebben, maar optimisme kan desondanks een effectief politiek wapen zijn, zeker na een zwartgallige periode. Wie durft oppositie te voeren tegen hoop?

Vibe

Beoogd D66-premier Jetten is minder uitleggerig dan Bontenbal, maar tijdens de campagne liet hij zich in de kaarten kijken toen hij sprak over het belang van een goede vibe in de politiek. ‘Ik denk dat de keuze in het stemhokje niet zozeer gaat over rechts of links, maar veel meer over: welke vibe heb je bij een partij?’

Zijn uiteindelijke verkiezingswinst lijkt Jetten gelijk te geven. In wat soms met een deftig woord de political theory of vibes wordt genoemd, ligt de nadruk niet zozeer op de politieke inhoud, maar op emotie en identiteit. Mensen willen ergens bijhoren en laten zich daarbij niet beïnvloeden door doorwrochte longreads, maar door gevoel. Bij wie voel ik me thuis?

Zo kan ook het document geïnterpreteerd worden dat Jetten en Bontenbal begin december naar buiten brachten toen ze nog met z’n tweeën onderhandelden. Het stuk met de titel Samen aan de slag voor een sterker Nederland was inhoudelijk niet al te interessant, maar riep bij veel mensen wel een positief gevoel op: eindelijk weer eens twee politici die bereid zijn de loopgraven te verlaten om voortvarend aan het werk te gaan.

Het is daardoor voor andere partijen moeilijker geworden om zelf wel in de loopgraven te blijven. Dat viel de afgelopen dagen al op bij de VVD. De liberalen wilden geen minderheidskabinet, maar de partij kan zich moeilijk veroorloven om al te lang wrokkig te zijn. Yesilgöz dreigt dan zuur af te steken bij de wél optimistische Jetten en Bontenbal. Door het op voorhand uitsluiten van Groenlinks-PvdA heeft de VVD-leider toch al het stigma van ‘ouderwetse politieke spelletjes’ op zich geladen.

Frisse politiek

Een vergelijkbaar sentiment moet potentiële gedoogpartijen de komende tijd onder druk zetten. Bij wie willen de andere fracties in de Tweede Kamer horen? Bij de negatieve krachten, zoals Geert Wilders, die alweer voorspelt dat er volgend jaar nieuwe verkiezingen zijn? Of bij de partijen die wél een nieuwe, frisse politiek willen?

JA21 heeft al aangegeven een ‘open mind’ te hebben en zal niet meteen een motie van wantrouwen indienen tegen het minderheidskabinet-Jetten. Ook voor GroenLinks-PvdA, de partij die op cruciale dossiers nodig is voor meerderheden in de Tweede en Eerste Kamer, zal het niet makkelijk zijn om onverbiddelijk oppositie te voeren. Kiezers kunnen dat al snel uitleggen als rancuneus en destructief.

Zo draait de formatie vooralsnog om het-kan-wél-sentiment dat Jetten en Bontenbal samen hebben opgeroepen. De komende maanden moet blijken of die abstracte vibe ook opgewassen is tegen zeer concrete inhoudelijke meningsverschillen over het belastingplan of pijnlijke bezuinigingen op zorg of sociale zekerheid.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next