Home

In ’28 Years Later: The Bone Temple’ zoekt de zombie naar broodnodige verdoving

Horror In ’28 Years Later: The Bone Temple’ staan wetenschap en beschaving tegenover leugenachtig leiderschap en zinloos geweld. De parallellen met het heden worden iets te expliciet benoemd.

Dokter Kelson (Ralph Fiennes, rechts) brengt zombie Samson (Chi Lewis-Parry) tot rust met morfine, in ‘28 Years Later: The Bone Temple’.

Horror

28 Years Later: The Bone Temple Regie: Nia DaCosta. Met: Ralph Fiennes, Jack O’Connell, Alfie Williams. Lengte: 110 min.

Een ossuarium noemt dokter Ian Kelson (Ralph Fiennes) de omgeving waarin hij zich schuilhoudt. Om hem heen staan naast kale boomstammen bomen gemaakt van beenderen. Een spits toelopende toren van honderden schedels vormt het middelpunt van het ontzagwekkende ossuarium (knekelhuis). In zijn schuilkelder staan (medische) boeken en platen, herinneringen aan een vervlogen verleden. Hij zingt en danst graag mee met de muziek van Duran Duran, wat geestige scènes oplevert.

In het vervolg op het afgelopen zomer in de bioscoop verschenen 28 Years Later – zelf een vervolg op cultklassieker 28 Days Later (2002) – ontmoet Kelson een vervaarlijke zombie die hij onschadelijk maakt middels in verdovende middelen gedrenkte pijltjes. Hij noemt de zombie vanwege zijn lange haar Samson. Samson keert de volgende dag terug, hij blijkt op zoek naar de broodnodige verdoving, een behoefte waarin Kelsons morfine voorziet. De hele dag zombie zijn is niet zaligmakend. In een fraaie scène staart de gelukzalig gedrogeerde Samson naar de sterrenhemel, waar een volle maan schittert.

In 28 Years Later: The Bone Temple wordt het verhaal van Kelson en Samson afgewisseld met de brute avonturen van de jonge Spike, die in het eerste deel als ‘rite de passage’ op zombiejacht ging. Spike is in een religieuze sekte terechtgekomen, waarvan de leider Jimmy Crystal, die zich Sir laat noemen, niet veel goeds in de zin heeft. In het scenario van Alex Garland komen beide verhaallijnen uiteindelijk slim bij elkaar: de wetenschap en beschaving van Kelson tegenover het leugenachtige leiderschap en het zinloze geweld van de kwaadaardige valse profeet Crystal. De parallellen met het heden, zoals fascisme en populisme, worden door filmmaker Nia DaCosta in de climax iets te expliciet benoemd middels een bekend personage dat terug zal keren in deel drie.

Van de met een woedevirus besmette zombies zien we verder weinig, waardoor dit deel niet echt te kwalificeren is als zombiefilm. En vergeleken met de vorige film, die behoorlijk experimenteel en ongrijpbaar was, is The Bone Temple, los van enkele relativerende grapjes, vrij traditioneel. Hij is dan ook niet geregisseerd door Danny Boyle, maar door Nia DaCosta (Candyman, 2021). Boyle keert wel weer terug voor de regie van het afsluitende deel. Een tussendeel in een trilogie is altijd lastig, de maker borduurt voort op de vorige film maar kan nog niet afronden met een echte climax. Dat speelt The Bone Temple een beetje parten, al is een van de afsluitende sequenties wel een memorabel hoogtepunt. Daarbij speelt het lied ‘The Number of the Beast’ van heavy metalband Iron Maiden een glorieuze rol – we horen de omineuze song over Satan en het einde der tijden zelfs bijna in zijn geheel. Daarna volgt nog een amusant toetje dat al een beetje vooruitloopt op deel drie van 28 Years Later.

Source: NRC

Previous

Next