Home

Wereldleiders beseffen dat de situatie in Iran ernstig uit de hand loopt, maar aarzelen wat ze moeten doen

Protesten Iran Nu blijkt dat het Iraanse regime duizenden demonstranten doodt door met scherp op hen te schieten, begint door te dringen dat er iets moet gebeuren. Toch denken analisten dat de ayatollah nog niet wankelt.

Voetgangers lopen op 10 januari langs een uitgebrand gebouw in de Iraanse hoofdstad Teheran.

Het begon de wereld dinsdag te dagen dat het optreden van het Iraanse regime tegen de demonstranten ernstig uit de hand loopt. Dagenlang had het bevestigde dodental rond de vijfhonderd gelegen – gruwelijk genoeg, maar geen reden voor de internationale gemeenschap om in te grijpen. Dinsdag kwamen er cijfers van een heel andere orde naar buiten. Tweeduizend doden, zei een Iraanse functionaris. Twaalf- tot misschien wel twintigduizend, meldde CBS News.

Cynisch genoeg heeft het regime tijd gekocht door de dagenlange blokkade van alle communicatie met de buitenwereld. Daardoor kwamen er amper beelden naar buiten, werd het dodental niet bijgewerkt – drong de ernst van de situatie onvoldoende door.

Daar is verandering in gekomen, mede door toedoen van media en mensenrechtenorganisaties die de schaarse snippers informatie nauwgezet bestuderen. Het zijn beelden van overstelpte ziekenhuizen en mortuaria. Van moeders die knielen bij zwarte lijkzakken. Filmpjes die onophoudelijk het tak-tak-tak laten horen van een machinegeweer waarmee op demonstranten geschoten wordt.

Welk dodental dan ook het juiste zal blijken te zijn, het optreden van het ayatollahregime is de grootste slachting van Iraanse burgers sinds decennia, en vermoedelijk sinds de islamistische revolutie van bijna 47 jaar geleden. En het zal hier niet bij blijven; het regime heeft aangekondigd dat het van plan is om arrestanten te executeren. Woensdag staat de eerste terechtstelling, van de 26-jarige Erfan Soltani, al gepland.

Deze still uit een video’s die tussen 9 en 11 januari 2026 is opgenomen en op sociale media circuleert toont beelden uit een mortuarium met tientallen lichamen en rouwenden in Kahrizak, even buiten Teheran. NRC heeft deze beelden geverifieerd.

Dat is ongewoon snel, zelfs voor Iraanse begrippen. Eind vorig jaar, nog voor deze protesten uitbraken, bleek al wel dat het regime het aantal executies sterk opvoert. In de maand november werden er 256 mensen terechtgesteld, onder wie politieke dissidenten. Ongetwijfeld dient de mogelijke executie van Soltani ter afschrikking van de demonstranten. Tienduizend andere arrestanten weten nog niet of hun hetzelfde lot wacht.

Regime schiet inmiddels met scherp

De manier waarop het regime optreedt tegen de demonstranten, die sinds eind vorig jaar de straat op gaan uit protest tegen de economische omstandigheden en de onderdrukking, wekt internationaal veel woede. Ooggetuigen vertelden tegen The New York Times dat het regime inmiddels met scherp op demonstranten schiet.

Zo was het niet vanaf het begin. In de eerste dagen was vooral de economische malaise de aanleiding voor demonstraties. Het regime leek zich die kritiek aan te trekken en kondigde onder meer een maandelijkse toelage voor alle burgers aan. Toen de protesten aanhielden en een politieke wending kregen, waarbij onder meer moskeeën, banken en overheidsgebouwen in brand gestoken werden, begon het schieten.

The Economist beschrijft hoe de geweldsescalatie verliep. De Iraanse veiligheidstroepen begonnen aarzelend, met waarschuwingsschoten terwijl ze zich terugtrokken. Vervolgens kwamen de scherpschutters die op protestleiders mikten, hagel (bedoeld voor de jacht op kleine vogels) waarmee op ogen van demonstranten geschoten werd, en uiteindelijk machinegeweren op gepantserde voertuigen. Via Starlink-satellieten noteerde het Britse weekblad dit citaat van een demonstrant: „Ze maaiden de mensengolf neer.”

Plein van de Hemelse Vrede

Het enorme geweld in Iran wordt hier en daar vergeleken met het bloedblad op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing, in 1989. Maar de Iraanse dodentallen liggen nu vrijwel zeker al een stuk hoger. Zulk geweld, zo luidt de gedachte bij menigeen, kan niet zonder gevolgen blijven. Volgens de Duitse bondskanselier Friedrich Merz bevindt het ayatollahregime zich in zijn „laatste dagen”.

Toch is dat volgens de meeste analisten een vorm van wensdenken. Uit zichzelf zal het regime niet gauw opstappen. Waarom, vraagt Midden-Oostenanalist Zvi Bar’el van de Israëlische krant Haaretz zich af, zou het ook? De demonstranten hebben geen duidelijke leider en zijn verdeeld over wat ze eisen. Evenmin beschikken ze over zware wapens, waarmee Ahmed al-Sharaa vorig jaar bijvoorbeeld de Syrische dictator Bashar al-Assad verdreef.

Er zijn nog geen barsten te bespeuren in het veiligheidsapparaat, wat tijdens de Arabische Lente cruciaal was in bijvoorbeeld Egypte en Tunesië. Niet bij de Revolutionaire Garde, maar ook niet bij de paramilitaire Basij-militie, bestaande uit zo’n miljoen vrijwilligers. Dat laatste, schrijft Bar’el, is vooral veelzeggend, omdat die vrijwilligers overwegend arme mensen zijn die best eens wat in de protesten zouden kunnen zien. Maar ze blijven loyaal.

Ingrijpen is gewenst, maar hoe?

Er moet iets gebeuren om het Iraanse regime tegen te houden, daarover zijn wereldleiders het eens. Maar wat?

De machtigste van allemaal, Donald Trump, kondigde dinsdagavond op zijn sociale medium actie aan, maar wilde later op de avond niet verduidelijken wat die actie zal inhouden. Gespeculeerd wordt er volop: luchtaanvallen? Cyberaanvallen? Hogere handelstarieven? Een doelgerichte aanval, zoals op Venezuela? Verschijnt opperste leider Ali Khamenei straks in een Amerikaanse helikopter?

Rouwende mensen verzamelen zich bij lijkzakken in een mortuarium nabij Teheran. De beelden zijn tussen 9 en 11 januari opgenomen en geverifieerd door NRC.

Een extra probleem is dat Amerikaanse interventie het verhaal van het regime zou versterken dat alle onrust door het Westen veroorzaakt wordt. Dat zou het land juist tegen het Westen kunnen verenigen. Iran houdt vol dat de demonstranten „terroristen” zijn, agenten van de Israëlische inlichtingendienst Mossad, „vijanden van God”.

In juni vorig jaar viel er daadwerkelijk een Israëlisch-Amerikaanse bommenregen op Iran. Destijds verwelkomden sommige kritische Iraniërs de westerse bemoeienis met hun land aanvankelijk. Al wezen commentatoren er ook op dat lang niet alle mensen die tegen het regime zijn daarmee automatisch ook aan de kant van Israël en de VS staan.

Een regime dat zo veel geweld nodig heeft om protest de kop in te drukken, kan onmogelijk stabiel genoemd worden. Ook al zouden de theocraten op korte termijn hun eigen macht weten te consolideren, daarmee lossen ze niets van de grieven van de bevolking op. Nieuwe confrontaties zullen daarom onvermijdelijk zijn.

Met medewerking van Lian Hof en Georgia Oost

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Source: NRC

Previous

Next