schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
‘Bazig’, zeggen haar klasgenoten. ‘Ik mag nooit wat bepalen’, moppert haar broertje. Ook haar vader vraagt zich af wat hij moet met zijn dominante dochter (10), die in gezelschap graag de lakens uitdeelt. Want is zijn dochter écht een haantje de voorste, of plakken we dat label sneller op meisjes dan op jongens? En hoe kan hij zijn dochter meegeven dat dit gedrag niet altijd op prijs wordt gesteld?
Uit onderzoek blijkt dat meisjes en jongens met hetzelfde gedrag anders worden beoordeeld. Jongens die de leiding nemen gelden als ‘ondernemend’ of ‘geboren leiders’, meisjes met dezelfde houding krijgen sneller het etiket ‘bazig’. ‘Het is heel waardevol dat deze vader zich daarvan bewust is’, zegt orthopedagoog Danielle Goedhart-Bax, auteur van Confettikinderen. Een handboek voor ouders van bruisende, gevoelige en temperamentvolle kinderen.
Waar komt dat dominante gedrag vandaan? ‘Dat kan deels temperament zijn’, legt Goedhart-Bax uit. ‘Maar ook een behoefte aan controle. Dingen voor anderen bepalen geeft grip en veiligheid.’
Vaak grijpen volwassenen naar straffen of belonen om dit gedrag bij te sturen, maar daarmee komt de nadruk nóg meer op de bazigheid te liggen. ‘Kijk liever naar wat er wél goed gaat’, adviseert kind- en gedragskundige Liselot Wessel. Misschien was er laatst een speelafspraak die verrassend soepel verliep. ‘Blijkbaar had ze toen dat dominante gedrag niet nodig.’
Ouders willen graag dat speelafspraakjes gezellig en gelijkwaardig zijn. In de praktijk is dat lang niet altijd zo. ‘Tijdens het spelen experimenteren kinderen met sociale rollen’, zegt Goedhart-Bax. ‘De een neemt de leiding, de ander volgt. Dat schuurt soms, maar het hoort bij sociale ontwikkeling.’
Volwassenen hoeven dat niet voortdurend glad te strijken. ‘Het is een sociaal proces dat kinderen met elkaar doormaken, daardoor worden ze veerkrachtig.’ Natuurlijk is het anders als er sprake is van dwang, uitsluiting of pesten. ‘Maar dat lijkt hier niet aan de hand.’
Bazigheid is haar valkuil, maar het betekent wellicht ook dat dit meisje zorgzaam is en meedenkt met anderen, aldus Wessel. Benadruk ook die kwaliteiten.
Dat kan door een ‘zonnepot’, adviseert ze. Dat is een glazen pot waarin een kind bij elke fijne ervaring een papieren zonnetje stopt. Dat kan een geslaagd speelafspraakje zijn, maar ook bij een boterham met hagelslag of ander geluksmoment. ‘Door bewust stil te staan bij wat goed gaat, groeit het zelfvertrouwen, waardoor die bazigheid niet nodig is.’
Wees daarnaast nieuwsgierig en observerend. Benoem wat je ziet, zonder oordeel. Niet: ‘Wat ben jij weer bazig’, maar: ‘Ik zie dat Sofie stil wordt; misschien wil zij ook iets kiezen.’ Zo ondertitel je het sociale proces, zonder het over te nemen. Moedig je kind aan om vragen te stellen en te luisteren naar anderen.
Subtiel bijsturen mag. Als een vriendinnetje boos reageert, kun je helpen door alternatieven aan te reiken: om de beurt kiezen, ideeën combineren, samen beslissen. Dat kun je ook thuis oefenen.
En onthoud: kinderen corrigeren elkaar. Misschien wil een klasgenoot een keer niet afspreken, of spreekt iemand haar aan. Dat is pijnlijk, maar leerzaam. ‘Ik ben een groot voorstander van vertrouwen op de tijd’, zegt Goedhart-Bax.
Tot slot: assertieve, temperamentvolle meisjes krijgen vaak negatieve labels opgeplakt. ‘Nu is het misschien pittig’, zegt Goedhart-Bax, ‘maar later heeft ze hier profijt van. Ze lijkt veel ideeën te hebben en durft de leiding te nemen. Wie weet wordt ze wel de eerste vrouwelijke premier van Nederland. Dat zal eens tijd worden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant