De Tweede Kamer debatteert woensdag over geitenhouderijen, want volgens de Gezondheidsraad verhogen die bij omwonenden de kans op longontsteking ‘aanzienlijk’. Kamerleden bezochten een Brabantse geitenhouder, die ’s nachts wel eens wakker ligt. ‘Dan denk ik: ze willen niet dat we er zijn.’
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Het is een vrolijke boel in de geitenstal van Niek en Gwen van der Loop. Circa veertig van de 1.400 geiten hebben een carnavaleske blauw-roze streep op hun rug. Ze hebben een eigen vak in de stal en zijn allemaal drachtig. ‘Dit zijn onze beste geiten’, zegt Niek met een vertederde blik op zijn gekleurde dieren, ‘want ze geven melk met een hoog eiwit- en vetgehalte.’ Het collectief is op dezelfde dag, komende zondag, uitgerekend. Gwen kijkt ernaar uit: ‘We vragen iedereen om te komen helpen.’
Het echtpaar heeft hun geitenboerderij in het Brabantse Heeswijk-Dinther opengesteld voor een delegatie van politici, belangenbehartigers uit de geitensector, wetenschappers en vertegenwoordigers van de gezondheidszorg. Het gezelschap past ternauwernood in de keuken.
In het midden zit Renate den Hollander, dierenarts en sinds zes weken Tweede Kamerlid voor de VVD. Ze bereidt zich met het werkbezoek voor op het Kamerdebat woensdag, waar een advies van de Gezondheidsraad over de geitenhouderijen ter tafel ligt én de kabinetsreactie daarop. ‘We moeten iets doen aan de gezondheidsrisico’s, maar zonder de geitensector de nek om te draaien. Ik hoop dat we debatteren op basis van feiten in plaats van emotie.’
Volgens de Gezondheidsraad verhoogt wonen in de nabijheid van een geitenboerderij de kans op longontsteking ‘aanzienlijk’: binnen 500 meter van een geitenhouderij is het geschatte risico daarop 73 procent hoger dan zonder zo’n boerderij. Het zou leiden tot 628 extra gevallen van longontsteking per jaar. In een straal van een kilometer is de geschatte risicoverhoging 19 procent, jaarlijks nog eens 213 longontstekingen meer.
Dát geitenhouderijen een verhoogd risico betekenen, betwist niemand in de keuken van Niek en Gwen, maar het hóé is een groot vraagteken. ‘Multicausaal’, is de term die over tafel gaat. De oorzaak is een samenspel. Het strooisel waarop de geiten liggen en de mest die ze produceren, veroorzaken, waarschijnlijk, emissies van micro-organismen, fijnstof en resten van bacteriën. Mogelijk dragen stroloze stallen bij aan een oplossing.
Daarnaast zijn er tientallen verschillende bacteriën die longontsteking kunnen veroorzaken en is onduidelijk welke dat vanuit geitenhouderijen doen. Bovendien rest de vraag hoe omwonenden van geitenboerderijen longontsteking oplopen. Verplaatsen de ziektekiemen zich door de lucht, via de mens of op een andere manier?
Bij al die onzekerheden en variabelen werkt één maatregel altijd: laat mensen niet te dicht bij geitenhouderijen wonen. ‘Een voorzorgsmaatregel’, noemt Saskia Boelema, gedeputeerde Gezondheid van Noord-Brabant, dat. ‘Tegelijk moet het onderzoek naar de precieze oorzaak doorgaan.’
Tegenover haar aan de keukentafel zit wethouder Maarten Everling van de gemeente Bernheze, waar Heeswijk-Dinther onder valt. Hij wil duidelijkheid over de minimaal toegestane afstand tussen bewoners en geitenboerderij. ‘Daar hebben we er hier vrij veel van namelijk. Wij willen weten waar we kunnen bouwen, waar scholen en verzorgingshuizen kunnen komen. En wat doen we met bouwprojecten die in Bernheze al zijn begonnen?’
De wethouder gaat die duidelijkheid niet krijgen van het demissionaire kabinet. Dat besloot vorige week weliswaar dat er een afstandsnorm moet komen, maar zei er niet bij van hoeveel meter. De Gezondheidsraad twijfelt daar niet over: niemand zou zich langdurig binnen een straal van een kilometer van een van de ruim vierhonderd geitenboerderijen moeten bevinden, zeker kinderen en ouderen niet. Nu wonen daar 236 duizend mensen.
De geit staat er gekleurd op sinds die tussen 2007 en 2010 de Q-koorts veroorzaakte die naar schatting 120 mensen het leven heeft gekost. Kenners zien die epidemie als een groeistuip van een snelgroeiende sector. Deze eeuw vervijfvoudigde het aantal geiten naar de ruim 600 duizend nu, waarvan driekwart voor melkproductie.
‘Waar we het nu over hebben, heeft niets met de Q-koorts te maken’, zegt gedeputeerde Boelema. ‘Wel heeft die uitbraak een trauma veroorzaakt in Brabant en dat sentiment werkt door.’
De dichtbevolkte provincie besloot in 2017, mede op initiatief van toenmalig Statenlid Everling, tot een moratorium: geen nieuwe geitenhouderijen of stallen totdat de Gezondheidsraad een aanpak adviseert. De Tweede Kamer nam in mei vorig jaar een motie aan om dit voor heel Nederland te laten gelden.
‘We vieren de tiende verjaardag van onze aanvraag voor een nieuwe stal’, zegt Gwen van der Loop met enige ironie in de geitenstal tegen haar bezoekers – allen met plastic zakken om hun schoeisel.
Aanvankelijk was de staluitbreiding bedoeld om meer geiten te kunnen herbergen, maar in de afgelopen jaren zijn Gwen en haar man Niek tot de conclusie gekomen dat ze hun inkomsten ook kunnen vergroten door met hetzelfde aantal geiten steeds betere melk te leveren. Met dank aan hun hoogzwangere, gekleurde topgeiten.
‘Een prachtproduct, geitenmelk’, zegt Niek. ‘Bijvoorbeeld als babyvoeding voor kinderen met een koemelkallergie’, vult Gwen aan. Samen hebben ze een dochtertje, Mirthe, en niets maakt het gezin gelukkiger dan, voorzichtig, met z’n drieën tussen de geiten te spelen.
Dat de nieuwe stal, ook bij een gelijkblijvend aantal geiten, er niet komt zolang het moratorium geldt, is het echtpaar duidelijk. En ook dat er een verband is tussen longontsteking en geitenhouderijen. ‘Soms lig ik ’s nachts te malen: ze willen niet dat we er zijn’, vertelt Gwen, opgeleid als laborant. ‘Maar dan denk ik aan al die mensen die onderzoek doen naar de gezondheidseffecten. Die doen dat zodat wij kunnen blijven bestaan. We geloven dat het toch goedkomt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant