Woensdag begint de rechtszaak tussen de drummer en gitarist van The Police en zanger Sting. De oud-bandleden liggen al jaren overhoop wegens songwriter-credits. Woensdag buigt de rechter zich over een klassiek probleem in de popmuziek: wie schreef die hit?
is redacteur popmuziek van de Volkskrant.
Het gebeurt natuurlijk vaker dat musici tegenover elkaar komen te staan in een gerechtsgebouw, bij zaken over auteursrechten- of plagiaatkwesties. Maar oud-bandleden die hun eigen zanger aanklagen omdat zij vinden dat ze financieel tekort worden gedaan door hun ex-frontman? Dat zie je eigenlijk nooit.
De zaak Stewart Copeland en Andy Summers (The Police) versus Gordon Sumner (Sting), die woensdag begint bij het High Court in Londen, is dan ook bijzonder. De rechter zal zich moeten buigen over een klassiek probleem in de popmuziek: van wie is een liedje? Oftewel: wie loopt er financieel binnen als het ineens een wereldhit wordt?
De band The Police, opgericht in 1977, is nooit een echte vriendenclub geweest. De Amerikaanse drummer Copeland leerde Sting kennen in het Engelse muziekcircuit. De twee vormden hun band na een eerste jamsessie, met als derde bandlid de Corsicaanse gitarist Henry Padovani.
De gelouterde gitarist Summers werd later gerekruteerd. Zijn intrede leverde al een klein dispuut op. Summers wilde niet het vierde bandlid zijn en eiste dat Padovani werd ontslagen, zodat The Police kon doorgaan als trio. Het was het begin van een lange reeks meningsverschillen, waarvan de belangrijkste nu worden bestudeerd door het Engelse hooggerechtshof.
Een luxeprobleem, voor The Police: alle drie de leden waren nogal begaafd. Vanaf de eerste albums Outlandos d’Amour (1978) en Reggatta de Blanc (1979) bouwden ze gezamenlijk aan hun aanstekelijke mix van punk, reggae en new wave.
De bandleden kregen allen credits als schrijver. Achter de liedjes op de albums verschenen verschillende namen, van de drie mannen samen tot Sting, Summers of Copeland afzonderlijk. Maar over de vraag van wie een nummer als Message in a Bottle of Roxanne nu het méést was, moest steeds overeenstemming worden bereikt.
Eensgezind werd de band eigenlijk nooit. The Police maakte in toenemende mate ruzie over de songwriter-credits, en bij de opnamen van het album Synchronicity (1983) liep het uit de hand.
De ruzies werden zo hevig, tot fysieke vechtpartijen aan toe, dat The Police na Synchronicity besloot uit elkaar te gaan. Ook omdat Sting inmiddels een solocarrière was begonnen en zijn mooiste liedjes liever voor zichzelf wilde houden.
De problemen werden na de ontbinding van de band alleen maar prangender, toen veel nummers van The Police uitgroeiden tot onverslijtbare wereldhits en er dus echt iets op het spel stond.
De bandleden hadden in de begintijd ‘mondelinge afspraken’ gemaakt over een eerlijke verdeling van de auteursrechten. Mocht een liedje van de ene schrijver plotseling succes krijgen en werkelijk geld opbrengen, dan zouden de andere bandleden een substantieel deel (van ongeveer 15 procent) van de inkomsten krijgen, omdat zij tenslotte hadden meegecomponeerd en -gearrangeerd.
Maar in de popmuziek zijn mondelinge afspraken een bijl aan de wortel van het bandbestaan: wat je in je jeugdige enthousiasme afspreekt op een omgekeerd kratje bier in een oefenruimte, blijkt later niet vaak stand te houden als je wereldberoemd bent en het ineens over miljoenen gaat. Ook niet in een rechtszaak, maar dat zal in Londen blijken.
Een groot conflict ontstond over het nummer Every Breath You Take van het laatste album van The Police. Dat werd een monsterhit, een topfavoriet in iedere afspeellijst voor bruiloftsfeesten en zelfs ‘het meest gedraaide liedje in de radiogeschiedenis’.
Wie het album Synchronicity er bijpakt, ziet Sting vermeld als liedschrijver. Maar volgens de klagers heeft hij zich niet gehouden aan de afspraak en een veel te groot deel van de opbrengsten voor zichzelf gehouden.
En dat niet alleen: gitarist Summers zegt al jaren dat niet Sting, maar híj de schrijver van de evergreen zou zijn. Hij kwam – volgens Summers zelf – immers met het riffje dat het nummer zo herkenbaar en geliefd maakte.
Vanaf woensdag kan de rechter zich over een wespennest buigen. Volgens de klagers zijn de mondelinge afspraken later ook op schrift gesteld. Volgens de verdedigende partij is er een contract uit 2016, waarin de drie bandleden overeenkwamen elkaar nooit juridisch te vervolgen. De klagers stellen dat zij alle recht hebben dat contract aan te vechten. Of zij dat woensdag persoonlijk zullen doen, door fysiek aanwezig te zijn in het Londense gerechtsgebouw, is niet bekend.
Copeland en Summers eisen ruim 1,5 miljoen euro van Sting, omdat zij jarenlang zouden zijn onderbetaald. Maar de advocaten van Sting zeggen dat de zanger juist geld tegoed heeft van de drummer en de gitarist, omdat die stelselmatig zouden zijn overbetaald.
Mochten de klagers in het gelijk worden gesteld, dan is dat voor Sting waarschijnlijk geen onoverkomelijk probleem. In 2022 verkocht hij zijn complete liedcatalogus aan de platenmaatschappij Universal, voor naar schatting een kwart miljard euro.
De zaak van Stewart Copeland en Andy Summers tegen Sting is uniek, omdat interne bandconflicten over royalty’s vrijwel nooit in een rechtbank worden uitgevochten. De leden van de Amerikaanse band The Band maakten hooglopende ruzies over songwriter-credits, maar gingen nooit naar de rechter.
De bandleden van Queen en bijvoorbeeld Ozzy Osbourne lagen ook met elkaar overhoop over de rechten, maar maakten eveneens geen gang naar de rechtbank.
Veel bands, van Radiohead tot Coldplay, kiezen voor gedeelde credits en dus een eerlijke verdeling van de inkomsten uit auteursrechten, ook al schrijft de een wat meer dan de ander. Het voorkomt ruzie en mogelijk dus zelfs rechtszaken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant