Het verhaal dat we onszelf in Nederland graag vertellen over onze rol op het internationale toneel draait om twee personages. De gewiekste koopman, die voor zichzelf de beste dealtjes weet te sluiten. En de rechtschapen dominee, die spreekt en handelt vanuit de moraal. Volgens de nationale folklore vormt ons buitenlandbeleid de uitkomst van een kunstig samenspel van beide figuren, de één wakend over onze economische belangen, de ander strijdend voor democratie en de internationale rechtsorde.
Het is nogal een flatterend zelfbeeld. Zeker de dominee is op het moment ver te zoeken in onze buitenlandpolitiek. In reactie op de aanval van de VS op Venezuela kwam er van minister Van Weel (Buitenlandse Zaken, VVD) geen echte veroordeling van de schending van het internationaal recht door Amerika; op Trumps herhaalde wens om Groenland te annexeren volgde evenmin een preek uit Nederland. Ook over de koopman vraag ik me af waar die eigenlijk was, toen Nederland vorig jaar braaf tekende bij het kruisje onder de nieuwe NAVO-norm, zonder noemenswaardig debat over de economische gevolgen van de beloofde miljardenuitgaven aan defensie de komende decennia.
In werkelijkheid laten die keuzes zich natuurlijk niet verklaren door morele vooruitstrevendheid of economisch eigenbelang, maar door overwegingen van nationale veiligheid. Het is in naam van de veiligheid dat Nederland de portemonnee trekt voor defensie. Het is voor de veiligheid dat onze politici zich op de vlakte houden over Trumps – tsja, hoe zullen we het eens noemen – ‘strapatsen’: onze afhankelijkheid van Amerikaanse bescherming is te groot, het ego van de president te kwetsbaar.
Goed, met de metafoor van die dominee en die koopman komen we er dus niet, maar hoe moeten we dan denken over ons buitenlandbeleid? In 2024 publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een invloedrijk rapport, met een analyse die in overheidskringen breed wordt gedragen. De Nederlandse kernbelangen in de wereld, volgens die analyse: ‘weerbaarheid’, ‘welvaart’ en ‘waarden’. In ‘welvaart’ herkennen we de geest van de koopman. Met ‘waarden’ doelt de WRR op klassieke domineesthema’s als democratie en mensenrechten. Daarnaast wordt er dus een derde pijler toegevoegd, die van de ‘weerbaarheid’, wat eigenlijk ‘veiligheid’ is, maar dan met een plezieriger woord; aan alle bestuurstafels is men er vandaag de dag mee bezig.
Ik begrijp de aantrekkingskracht van de allitererende drieslag ‘weerbaarheid’, ‘welvaart’ en ‘waarden’ (al klinkt het vergelijkbare Peace, Profits and Principles waarop oud-Defensieminister Joris Voorhoeve in 1979 promoveerde natuurlijk lekkerder, met die P’s). Toch vind ik het conceptueel een ongelukkig schema. ‘Waarden’, dat zou ik omschrijven als de zaken waar je ten diepste om geeft; dingen die daarmee ook iets zeggen over wie je bent. Maar als we ‘weerbaarheid’ en ‘welvaart’ aanmerken als kerndoelen van ons buitenlandbeleid, dan zijn dat kennelijk toch ook waarden van ons? Hoe kunnen ‘weerbaarheid’, ‘welvaart’ en ‘waarden’ dan nevengeschikte categorieën zijn?
Pedante filosofenvraag, lijkt het misschien; triviaal ook. Maar de categorieën waarin we denken kunnen wezenlijke gevolgen hebben, en dat geldt ook in dit geval.
Zet je ‘weerbaarheid’, ‘welvaart’ en ‘waarden’ naast elkaar, dan licht je die eerste twee uit boven alle andere waarden, die onder dat laatste woord verborgen blijven. Weerbaarheid en welvaart krijgen een extra spotlight; het internationaal recht, fundamentele vrijheden, democratie, soevereiniteit en natuurbescherming blijven verstopt achter het gordijn. Weerbaarheid en welvaart krijgen een zweem van objectieve geldigheid; al het andere komt onder het kopje ‘dingen waar wij op zich in geloven, maar dat zijn wíj dan, hè’.
Dat laatste komt dan wel weer handig uit als je land in feite zijn economisch of militair eigenbelang boven fraaiere idealen laat prevaleren, maar je niettemin een flatteus zelfbeeld wil behouden. Ja, wij handelen wel met dictaturen, maar dat doen we slechts met het oog op de welvaart, niet in naam van onze typisch Nederlandse waarden: die staan gewoon. Nee, wij hebben die aanval niet veroordeeld, maar het zwijgen diende puur de weerbaarheid, ziet u. Aan onze waarden ligt het niet.
Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.
Source: NRC