Iraanse machthebbers richten een onvoorstelbaar bloedbad aan onder hun bevolking, dat mag niet zonder gevolgen blijven.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Diende de internetblack-out in Iran de afgelopen dagen als sluier voor de grootste massamoord in Irans recente geschiedenis? Beelden die het land zijn uitgesmokkeld, schetsen een gefragmenteerd maar inktzwart beeld van het bloedbad dat zich in ettelijke Iraanse steden heeft voorgedaan. De dood van 544 betogers is bevestigd, maar schattingen van het werkelijke aantal dodelijke slachtoffers lopen in de vele duizenden. Een ongekend grove, maar systematische aanpak: het zijn misdaden tegen de menselijkheid, een onuitwisbare schandvlek die internationaal niet zonder gevolgen kan blijven.
De jongste, breed gedragen protestgolf in Iran toont aan dat de geest uit de fles is in de vermolmde theocratie van ayatollah Khamenei: de mensen vreten het niet meer en willen ervan af. Dit is een regime dat zichzelf volledig heeft klemgezet en gehaat wordt door zijn bevolking om zijn cocktail van religieuze terreur, steeds verslechterende economische omstandigheden en onmacht zichzelf te hervormen of vernieuwen.
Iran heeft de afgelopen jaren vaker grote protestbewegingen gezien, zoals die in 2022 tegen de hidjabwetten en de systematische discriminatie van vrouwen in de Islamitische Republiek. Opvallend is nu opnieuw hoezeer jonge vrouwen – vaak seculier, geboren in een theocratie waar ze niet om gevraagd hebben – een zichtbare rol spelen in de protesten. Maar nu zijn de protesten nog veel breder, gevoed door economische uitzichtloosheid en torenhoge inflatie.
Ditmaal is er niemand die het regime nog steunt, buiten de 10 tot 15 procent van de Iraanse bevolking, onder wie ambtenaren, die direct qua inkomen en levensbehoud van het regime afhankelijk zijn. Uit dit segment van de samenleving haalt Iran ook zijn ‘menigtes betogers’ die, zoals na de Twaalfdaagse Oorlog, verplicht de straat op moeten om hun loyaliteit aan de machthebbers te tonen, waarvan de Iraanse staatstelevisie vervolgens beelden inzet om intern en extern te suggereren (soms, helaas, met succes) dat er nog enige puf zit in het bewind.
Er zijn nog twee verschillen met eerdere golven van protest. Ditmaal is er een politiek symbool rond wie het verzet zich kan organiseren: de zoon van de in 1979 afgezette sjah, Reza Pahlavi. In filmpjes uit Iran blijkt dat zijn naam veelvuldig gescandeerd wordt, wat suggereert dat hij, mocht het zover komen, een rol kan spelen als tijdelijk leider die het land verenigd houdt en wil werken aan een snelle, georganiseerde overgang naar een democratie.
Een ander verschil is de externe druk op het Iraanse regime, dat toch al verzwakt is door de Israëlisch-Amerikaanse oorlog vorig jaar die zich uitdrukkelijk niet tegen de bevolking van Iran richtte, maar tegen de staatsmacht en nucleaire installaties. President Trump heeft de handelsdruk op Teheran al verhoogd, maar denkt nog na over verschillende opties. Een daarvan is de ‘Venezolaanse’: toch weer een (nucleaire) deal met een regime dat op instorten staat.
De moedige Iraniërs die opstaan tegen hun wrede heersers verdienen beter, en moeten van buitenaf geholpen worden door een verenigd front van landen, inclusief het vaak lankmoedige Europa, dat duidelijk maakt dat er voor de Iraanse leiders die hun eigen bevolking afslachten, geen plek meer aan tafel is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant