Home

Terug naar vroeger

Aan oefeningen in vergankelijkheid valt moeilijk te ontkomen in het verpleeghuis. Ik zit met mijn vrouw in het restaurant op de begane grond terwijl we door een boek met foto’s uit de jaren vijftig bladeren. Ze liep er al een tijdje mee rond op haar afdeling, wat niet betekent dat het ook haar eigendom was. De bewoners lopen gemakkelijk elkaars kamer binnen en vinden het verschil tussen het mijn en het dijn niet meer zo belangrijk.

In het geval van mijn vrouw heeft dit tot gevolg dat ze nu drie robotkatten bezit. De eerste was haar geschonken door een attente, vroegere overbuurvrouw. Mijn vrouw vond het voor deze kat wel erg eenzaam worden. Liever had ik haar een échte kat gegeven, maar dat mag niet op de gesloten afdeling waar zij verblijft. Op de open afdeling kregen wél enkele bewoonsters toestemming voor een kat op hun kamer. Mijn vrouw weet dat, ze blijft altijd even staan voor de deur van zo’n kamer, waar foto’s van de inwonende kat zijn opgehangen, maar ze protesteert nooit.     

In het fotoboek zie ik een moment uit een voetbalwedstrijd tussen Nederland en België uit 1956. Linksbuiten Coen Moulijn, een jongen nog met ongespierde benen, is in duel met de Belgische topspeler Jef Jurion. Wat opvalt: de bril van Jurion, waardoor hij er eerder als een kantoorbediende dan als een voetballer uitziet. De tijd van de brildragende voetballer is allang voorbij.

De tekst sluit af met de regel: ,,Nederland won met 0-1 dankzij een doelpunt van C. Koopal.’’  ,,Coy Koopal!’’ zeg ik tegen mijn vrouw. ,,Een vergeten voetballer uit het Venlo waar ik ben opgegroeid.’’ Ze knikt amper, zulke zinloze feitjes maakten vroeger al weinig indruk op haar. Zou ze nog weten dat wij elkaar voor het eerst hebben ontmoet op een carnaval in Venlo? Dat zijn geen vragen voor het verpleeghuis.

Enkele meters van ons vandaan speelt een man bekende liedjes op de piano. Hij doet dat hier regelmatig, als een soort muzikale vrijwilliger. ,,Hoe heet dit ook weer?’’ vraag ik na een mooi melodietje. ,,Ik weet het zelf ook niet meer’’, lacht hij. Een bewoner zegt: ,,Iets met home’’ . ,,Ja!’’ roep ik opgelucht, ,,Green green grass of home! Tom Jones!’’

De eer is gered, we kunnen weer naar boven, waar het al om vijf uur naar het avondeten ruikt. In de lift raken we in gesprek met een man die bij zijn vader op bezoek gaat. De vader gaat achteruit, hij is onlangs lelijk gevallen tijdens een  van zijn vele dagelijkse wandelingen over de gang. Zijn zoon vertelt ons dat de moeder een jaar geleden thuis is overleden. ,,Hebben jullie dat je vader verteld?’’ vraag ik. Hij schudt het hoofd. ,,Het was vreselijk moeilijk. We hebben het allerlei deskundigen gevraagd. Ze spraken elkaar tegen, niemand weet zeker wat het beste is. Uiteindelijk hebben we het níet gedaan. Wat bereik je met je eerlijkheid? Misschien zou hij wel overstuur zijn geraakt.’’

Ik vraag hem of zijn vader nog weleens naar zijn vrouw heeft gevraagd. ,,Nee’’, zegt hij, ,,nooit.’’

Ik kijk naar mijn vrouw. Ze lijkt te luisteren, maar voor haar is luisteren geen poging meer tot begrijpen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next