Huurbescherming In een kort geding vroeg een verhuurder die zijn eigen slaapkamer niet meer in kan, om een „vordering tot ontruiming”. Hij wil dat de huurder zijn huis per direct verlaat, maar de kantonrechter gaat daar niet in mee.
Rechtbank Noord-Holland.
Wanneer is sprake van een huurovereenkomst? En wanneer is sprake van een tijdelijke huurovereenkomst? Mag een huurder, die binnen is gekomen via Airbnb, maar vervolgens losse afspraken maakt met de verhuurder, aanspraak doen op de wettelijke huurbescherming? In een kort geding vroeg een verhuurder – die sinds september in zijn fietsenhok slaapt omdat hij zijn eigen slaapkamer niet in kan – om een „vordering tot ontruiming”. Hij wil dat de huurder zijn huis per direct verlaat. Maar de kantonrechter gaat daar niet in mee.
De kantonrechter oordeelt, zo staat te lezen in het schriftelijke vonnis dat deze dinsdag is gepubliceerd, dat geen sprake is van huur die „naar zijn aard van korte duur is”. En dat betekent dat, hoe graag de verhuurder ook weer toegang tot zijn eigen slaapkamer wil, de huurder op basis van de huurbescherming de woning niet hoeft te verlaten.
Hoe heeft het zodanig kunnen escaleren? De eigenaar van de woning verblijft voor zijn gezondheid en voor familiebezoek regelmatig in zijn geboorteland Ethiopië. Hij verhuurt dan zijn woning via Airbnb. Eind 2024 boekt via dat platform een vader voor zichzelf en zijn drie kinderen van 12, 16 en 18 jaar twee slaapkamers. De badkamer, wc, keuken en woonkamer zijn gedeeld, onder meer met de verhuurder. Tot dat punt is het overzichtelijk: Airbnb betreft áltijd tijdelijk huur.
Maar het wordt ingewikkeld op het moment dat de huurovereenkomst via Airbnb wordt ontbonden en er een andere overeenkomst wordt afgesloten. De huurprijs van 1.800 euro per maand wordt vanaf 4 mei 2025 direct overgemaakt op de rekening van de verhuurder.
„Er is hier een woonruimte beschikbaar gesteld tegen betaling. Als we dat vertalen naar makkelijke taal kunnen we concluderen: dat is huur”, zei de kantonrechter tijdens het kort geding. Volgens de huurder, die op zijn tiende naar Nieuw-Zeeland vertrok en nu met zijn drie kinderen in Nederland een nieuw leven wil opbouwen, was er nooit sprake van dat deze huurovereenkomst tijdelijk was. „Welcome to my mansion, werd gezegd. Er was geen termijn”, zei hij tijdens de zitting.
De kantonrechter concludeert dat schriftelijk niets is vastgelegd dat die uitspraak weerlegt. Zelfs volgens de stelling van de verhuurder is sprake van een huurovereenkomst van onbepaalde tijd, schrijft hij. „Immers, een huurovereenkomst voor de duur van een maand die daarna telkens met een maand wordt verlengd, moet op grond van de wet worden aangemerkt als een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.”
Dat de verhuurder op dit moment „zelf niet meer op normale wijze in zijn woning kan wonen en verblijven” is geen reden tot ontruiming, stelt de rechter verder. Het is een „vervelende situatie”, maar die doet niet af aan de wettelijke huurbescherming. „Daarbij komt dat deze situatie voor rekening en risico” van de verhuurder zelf komt. „Omdat hij zijn woning (deels) heeft verhuurd zonder daarover voldoende duidelijke afspraken te maken, met name over het einde van de huur.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC