Home

Bijna twaalfduizend bewoners van een sociale huurwoning bezitten óók koophuis: mag dit zomaar?

Bijna twaalfduizend huurders die in een sociale huurwoning wonen, bezitten daarnaast één of meerdere koopwoningen. Dat blijkt uit cijfers die dinsdag werden gepubliceerd. Zijn deze huurders strafbaar? En wat kunnen woningcorporaties en de overheid doen om dit tegen te gaan?

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Hoe groot is de groep sociale huurders met een koopwoning?

Het gaat om iets meer dan 0,5 procent van alle corporatiehuurders. In absolute zin is de groep klein, maar volgens het Centraal Planbureau (CPB), dat er onderzoek naar deed, toch relevant: er is een groot tekort aan sociale huurwoningen en er zijn lange wachtlijsten.

In Nederland wonen zo’n 2,3 miljoen huishoudens in een corporatiewoning. Die woningen zijn bedoeld voor mensen die zelf moeilijk woonruimte kunnen vinden. De inkomensgrens voor sociale huur is 51.537 euro voor alleenstaanden en 56.910 euro voor meerpersoonshuishoudens.

Er is geen vermogensgrens, maar wie een koopwoning bezit, kan in principe zelf in zijn woonbehoefte voorzien. Het CPB spreekt daarom van een ‘bijzondere vorm van scheefhuur’ als huurders van sociale huurwoningen ook een koopwoning hebben.

Gaat het altijd om oneigenlijk gebruik van corporatiewoningen?

Nee. Bij ongeveer één op de zes van deze huurders annex eigenaars is het woningbezit het gevolg van omstandigheden waarop zij weinig invloed hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om een gedeeld eigendom na een scheiding, waarbij de ex-partner in de koopwoning blijft wonen.

Ook komt het voor dat een huurder na het overlijden van een ouder een deel erft van de koopwoning van die ouder, terwijl de andere ouder daar blijft wonen. De huurder is dan juridisch mede-eigenaar, maar kan er zelf niet wonen. Volgens het CPB is het logisch dat deze mensen in de sociale huurwoning blijven, omdat zij geen reëel alternatief hebben.

Wat is er aan de hand bij de overige gevallen?

Bij de overige tienduizend huishoudens lijkt die keuzevrijheid er wel te zijn. Zij bezitten een koopwoning waarin zij in principe zelf zouden kunnen wonen, maar kiezen er toch voor om in een sociale huurwoning te blijven. Volgens het CPB wordt die koopwoning vaak verhuurd, soms met winstoogmerk, of aangehouden als tweede woning. Ook komt het voor dat er een familielid of andere naaste wordt gehuisvest.

De meeste huurders in deze groep bezitten één koopwoning, maar ruim duizend huishoudens hebben er meerdere. Een kleine groep, bestaande uit 33 corporatiehuurders, heeft zelfs tien of meer koopwoningen op hun naam staan.

Mag dit zomaar?

Het is voor de huurder van een corporatiewoning niet strafbaar een koopwoning te bezitten. Daarnaast is het voor de corporaties moeilijk om dergelijke huurders uit hun woning te zetten. Huurders genieten in Nederland vergaande bescherming. Alleen een rechter kan een huurcontract beëindigen, na een belangenafweging.

Dat gebeurde vorig jaar in een zaak die woningcorporatie Ymere aanspande tegen een huurder die meerdere koopwoningen bezat en verhuurde. De rechter gaf de corporatie gelijk en ontbond de huurovereenkomst.

Peter Boelhouwer, hoogleraar woningmarkt aan de TU Delft, vindt het begrijpelijk dat de aandacht niet primair uitgaat naar deze relatief kleine groep sociale huurders met koopwoningen. In de praktijk ligt de focus van gemeenten en corporaties op een veel vaker voorkomend probleem: illegale onderverhuur. ‘Vooral in steden als Amsterdam en Utrecht zijn sociale huurwoningen aantrekkelijk om door te verhuren’, zegt Boelhouwer.

‘In buurten als de Jordaan kan voor een sociale huurwoning soms het drievoudige worden gevraagd aan expats.’ Met speciale handhavingsteams wordt daartegen opgetreden, al is controle volgens Boelhouwer ‘de afgelopen jaren lastiger geworden door strengere privacyregels’.

Wat kan er worden gedaan om te voorkomen dat sociale huurders ook een koopwoning bezitten?

Volgens Boelhouwer zou de overheid kunnen afdwingen dat woningcorporaties bij de toewijzing van sociale huurwoningen niet alleen naar het inkomen kijken, maar ook naar het vermogen van woningzoekenden. Dat dit nu niet gebeurt, noemt hij ‘vreemd’, temeer omdat vermogen bij het toekennen van huurtoeslag wel wordt meegewogen.

Die spanning wordt volgens Boelhouwer steeds urgenter door het groeiende aantal oudere huurders dat in de jaren zeventig of tachtig een huis kocht, dit later met aanzienlijke overwaarde verkocht en vervolgens in de sociale huursector terechtkomt. Met een relatief laag pensioeninkomen voldoen zij aan de inkomenseisen, terwijl zij tegelijkertijd over veel vermogen beschikken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next