Misbruik Ouderen worden niet alleen beroofd door nepagenten, maar worden ook doelwit van mensen in hun directe omgeving. Die uitbuiting verloopt vaak ‘sluipenderwijs’ en is moeilijk te bewijzen. „Dat servies heeft u toch niet meer nodig? Mag ik het meenemen?”
Een oude, verwarde vrouw woont op een landgoed aan de Vecht en verkoopt een lapje grond voor een habbekrats aan haar buurman. 500 euro. Ja, zegt ze, want hij dóét zoveel voor haar. Haar dochter komt er pas achter wanneer ze de buurman een hek om de grond ziet plaatsen.
Een gepensioneerde, alleenstaande ambtenaar raakt bevriend met een jongere vrouw. Haar zoon blijkt gokverslaafd. De man laat de zoon op z’n bank slapen en maakt geld aan hem over: eerst kleine bedragen, uiteindelijk tienduizenden euro’s.
Een oude man benadert in de supermarkt een alleenstaande vrouw op leeftijd. Hij biedt haar een lift naar huis aan en ze blijkt groot te wonen. Ze worden ‘vrienden’ en nog geen twee maanden later poogt hij een plekje te bemachtigen in haar testament.
Dat ouderen worden beroofd door vreemden die zich voordoen als nepagenten, is bekend. Maar vergis je niet, zeggen experts op het gebied van uitbuiting: ze worden soms ook doelwit van mensen uit hun directe omgeving. Een behulpzame neef. Een nieuwe vriend. Een zéér betrokken thuiszorgmedewerker. Slachtofferprofiel: mensen afhankelijk van zorg of hulp. Kwetsbare ouderen veelal.
De precieze omvang van het probleem is onbekend. De recentste cijfers stammen uit 2018, toen onderzoeksbureau Regioplan duizend 65-plussers bevroeg en concludeerde dat 3 procent te maken kreeg met financieel misbruik. Dat zou nu neerkomen op ruim honderdduizend mensen.
Waar nepagenten snel opereren – ouderen opbellen en dan, hop, meteen langsgaan om hun kostbaarheden ‘veilig te stellen’ –, verloopt de financiële uitbuiting vaak sluipenderwijs, zegt fiscaal jurist Nickey Smelt, deskundige op dit gebied. „Neem ook iets lekkers voor jezelf mee, kind”, zegt de oude, steeds vergeetachtiger vrouw tegen de buurvrouw die wekelijks wat boodschappen voor haar doet. Ze geeft haar bankpas mee en de buurvrouw houdt aanvankelijk alleen het pak soep in de aanbieding voor zichzelf, het is immers twee halen, één betalen. Maar de oude vrouw vergeet steeds meer en ja, „door de gelegenheid die ontstaat, kan iemand op foute gedachten komen”, vertelt Smelt. „Want die dure ijstaart bij de bakker, die geldt ook wel als ‘iets lekkers’, toch?” En tsja, mag je jezelf als trouwe mantelzorger ook niet eens belonen? „Parfum van Chanel: ook wel lekker, toch?”
Het misbruik ontvouwt zich soms zo subtiel dat het lastig is te herkennen, laat staan te bewijzen in de rechtbank, zegt Kees Blankman, bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het gebied van juridische bescherming van ouderen en meerderjarigen met beperkingen. „Mooi antiek servies heeft u”, zegt een man tegen z’n hoogbejaarde, eenzame oudtante, voor wie hij elke week de administratie doet. „Dat heeft u toch niet meer nodig? Mag ik het meenemen?”
„Nee”, zegt de oudtante.
Maar de man blijft erop terugkomen en op een dag zegt hij terloops: „Ik weet niet of ik u nog elke week kan komen helpen, hoor.” En uiteindelijk geeft de vrouw het servies aan haar loyale helper mee.
Voor Blankman is klip-en-klaar: de wil van deze vrouw binnen deze afhankelijkheidsrelatie is gemanipuleerd. Hij noemt dit „onbehoorlijke beïnvloeding”. Maar in de rechtspraak is dat, schreef hij in 2024 in een juridisch vakblad, een „relatief onbekend begrip”. En nog los van het feit dat ouderen het onrecht vaak goedpraten uit loyaliteit of misschien zelfs uit angst: toon het ‘onbehoorlijke’ van de invloed maar eens aan.
Blankman is lid van een samenwerkingsverband van universitaire onderzoekers, opgericht in 2021 en genaamd Stride, dat beoogt de juridische positie van ouderen te verbeteren. De vraag is namelijk, aldus Stride op de eigen site, of er „voldoende waarborgen zijn om uitbuiting en financieel misbruik te voorkomen”.
Zie de man die tienduizenden euro’s overmaakte aan de gokverslaafde zoon van zijn nieuwe ‘vriendin’. „Hij heeft zich dus volledig laten manipuleren door deze jongeman”, schrijft zijn dochter in een e-mail ingezien door NRC, verstuurd aan een deskundige van uitbuiting. Toch ving ze bot bij de politie, want tsja, zegt de politie: uw vader deed dit toch zélf?
Geen gebrek aan factoren die ouderenuitbuiting in de hand werken. In vergrijzend Nederland wonen steeds meer mensen tot op hoge leeftijd zelfstandig, onder wie ruim tweehonderdduizend mensen met dementie – het verpleeghuis is slechts weggelegd voor de meest hulpbehoevenden. Het netwerk van ouderen krimpt bovendien, want partners en vrienden overlijden en kinderen wonen meestal niet om de hoek, dus is een sympathieke helper meer dan welkom. Digitalisering maakt vele ouderen sowieso al afhankelijk van derden. En bovendien boerden vele babyboomers goed: geld op de bank, afbetaald koophuis, kortweg: er is wat te halen.
Gelegenheid maakt de dief, maar sommige dieven zoeken gretig naar gelegenheden. „Opvallend veel ouderen zijn benaderd in de koffiecorner van de supermarkt”, zegt arts Theo Trompetter. Hij toetst de wilsbekwaamheid van kwetsbare mensen zodra de notaris twijfelt over hun testamentaire keuzes: overzien ze wel de reikwijdte van hun beslissingen?
Een oudere vrouw aan zo’n koffietafel werd een paar jaar geleden benaderd door een heer, vertelt Trompetter, „eveneens op leeftijd”. Of ze een lift nodig had? Ze zei ja, ze was met de fiets en het regende. Ze was alleenstaand en kinderloos en woonde in een „kast van een huis”. De man bleek aardig en behulpzaam en zo nestelde hij zich in haar leven en werd zij „min of meer verliefd”. Al na een maand of twee stuurde de man aan op wijziging van haar testament ten bate van zijn kinderen en hemzelf. De notaris schakelde Trompetter in. Die oordeelde dat de vrouw „cognitief te slecht” was voor zo’n snelle, ingrijpende wijziging. Zo werd testamentair onheil op het nippertje afgewend.
Kwade intenties herken je soms moeilijk, weet Marlies de Koning (56) inmiddels. Ze huurde in de zomer van 2022 een zorgorganisatie in die zich ging bekommeren om haar broer Henk. Hij leed aan kanker in zijn primaire, centrale zenuwstelsel en woonde alleen in een groot huis met zwembad in Bilthoven. Een kinderloze, vermogende IT’er van 55 jaar. Vanaf juli 2022 kwam hij niet meer zelfstandig uit bed, zelf douchen en naar de wc lukten ook niet meer. Zijn zus belde drie, vier, vijf thuiszorgorganisaties, maar ja, het was zomer en alle zeiden nee.
Dus zij blij toen de zesde instelling ja zei, een particuliere organisatie gerund door een vrouw die al na het eerste huisbezoek voorstelde om de 12 uur zorg per dag op te krikken naar 24. En toen Henk de Koning nog geen maand later naar Londen vloog voor een behandeling in een kliniek, liet de vrouw hem vergezellen door een van haar ondergeschikten. Wat fijn, dacht Marlies. Wat betrókken.
Haar broer werd almaar zwakker en warriger. Intussen verschafte de zorgverleenster zich toegang tot Henks bankrekening en sluisde ze grote sommen over naar haar zakelijke en persoonlijke rekening, met omschrijvingen als ‘dank’ en ‘leven redden’. Hop, 36.000 euro en een dag later 50.000 en een dag later weer. Ook mailde ze de notaris vanaf de computer of mobiel van Henk met het verzoek tot een testamentaire donatie bestemd voor haar, te weten: 1 miljoen euro plus zijn huis (à 2,4 miljoen).
De bank rook onraad en Theo Trompetter beoordeelde de wilsbekwaamheid van Henk. Hij concludeerde dat Henk de Koning zo’n wijziging helemaal niet meer kon overzien. Marlies’ broer overleed vijf dagen later.
Nickey Smelt was bij de zaak betrokken en bouwde een dossier op waarin ze Henks zorgwekkende fysieke gesteldheid afzette tegen de vele financiële transacties in z’n laatste weken, optellend tot een kwart miljoen euro. Ze overhandigde het dossier aan de politie. Afgelopen december stond de vrouw terecht in Utrecht. De rechter veroordeelde haar tot één jaar cel plus terugbetaling van het geld dat de familie niet al via de bank had teruggekregen.
Marlies de Koning en ook Nickey Smelt zijn „zeer blij” met de uitspraak: lang was het überhaupt de vraag of het wel tot een zaak zou kómen. „Het komt niet vaak voor dat de politie en justitie zo’n zaak rondkrijgen”, zegt Smelt, „want ze zijn onderbezet. Of ze vinden het bewijs te mager.” Daarom was haar uitgebreide dossier „absoluut noodzakelijk”, zegt ze. „Een stapeltje bankafschriften inleveren heeft geen zin. Dat verdwijnt in een la.”
Hoe financiële uitbuiting aan te pakken? Smelt pleit voor „meer capaciteit” bij politie en OM en meer aandacht bij het ministerie van Justitie. Kees Blankman is bij vermoedens van onbehoorlijke beïnvloeding of wilsonbekwaamheid voorstander van het „omdraaien van de bewijslast”. Zodat niet hoeft te worden bewezen dat de buurman het antieke servies te kwader trouw verkreeg, maar andersom: buurman, kunt u bewijzen dat u het verkreeg van een wilsbekwaam iemand en zónder onbehoorlijke beïnvloeding?
Beste is natuurlijk de uitbuiting vóór te blijven, zegt Smelt. Mensen die op leeftijd raken raadt ze aan zich de vraag te stellen: wat als ik niet meer alles op een rijtje heb? En professionals als de huisarts, wijkverpleegkundige en casemanager-dementie moeten die vraag óók vaker stellen, zegt ze. ‘Meneer, gezien uw ziektebeeld is het mogelijk dat u over een paar jaar veel minder zelfredzaam bent. Breid uw netwerk uit als het klein is. Ga na wie u kunnen helpen.’ Want hoe meer helpers over de vloer, hoe kleiner de kans dat een kwaadwillend individu ongestoord het doelwit kan kaalplukken.
Misbruik maakt ook meer kans van slagen, zegt Trompetter, als mensen notarieel „niets hebben vastgelegd”. Stel dus een testament op en óók een levenstestament, zegt hij, waarin je vastlegt wie namens jou medische en financiële beslissingen mag nemen als jezelf door ziekte of een ongeluk dat niet meer goed kan. En wijs ook iemand aan die toeziet op deze belangenbehartiger, zegt Smelt. „Zodat je broer mag meekijken als je beste vriendin straks is gevolmachtigd om jouw rekening te beheren.” Een toezichthouder dus, niet zozeer uit ijskoud wantrouwen, maar om foutjes te voorkomen, want zo’n gevolmachtigde moet heel veel regelen. „En hoe fijn is het als je met iemand kunt sparren bij lastige besluiten, zoals: wel of geen verhuizing naar het verpleeghuis?”
En inderdaad: vreemde ogen dwingen. Nu had een stel dat samen een administratiekantoor runde vrij spel toen het de geldzaken ging regelen namens een oude vrouw. Pas toen ze overleed kwamen hun transacties aan het licht. „Je moet weten: de oude vrouw was al jaren bedlegerig en droeg een luier tegen incontinentie”, zegt Smelt. „Wat moest zij in hemelsnaam met een string van Victoria’s Secret?”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC