Bij biologische groentetelers sloeg de schrik om het hart toen een belangrijke plantenopkweker er eind vorig jaar plotseling mee ophield. Zonder planten geen oogst, en dus geen inkomen. Maar: ‘De sector is veerkrachtig gebleken.’
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Wim van Marrewijk weet nog precies wanneer het begon: op 31 oktober vorig jaar, rond half 10 ’s morgens, toen zijn telefoon afging. Een tomatenkweker had net te horen gekregen dat de planten die hij had besteld, niet konden worden geleverd. Kon Van Marrewijk wellicht inspringen? Hij beloofde zijn best te doen. ‘De rest van de dag heeft de telefoon roodgloeiend gestaan’, vertelt Van Marrewijk in een kantoortje naast zijn kas in Naaldwijk. Met steeds dezelfde vraag.
Die ochtend ontvingen de klanten van Jongerius, een sleutelbedrijf in de opkweek van biologische planten, namelijk allemaal hetzelfde bericht. Het bedrijf legde per direct alle activiteiten stil. Een reden gaf Jongerius niet, maar de paniek onder klanten was direct groot: Jongerius had zeker een derde van de markt in handen. Een specialistische markt bovendien, met een beperkt aantal leveranciers.
Vandaar dat talloze kwekers die dag Van Marrewijk belden. Met zijn bedrijf GrowOrganix heeft ook hij zich de afgelopen jaren gespecialiseerd in plantenopkweek voor de biologische sector, met name vruchtgroenten. Zijn kas in het Westland staat vol uitgangsmateriaal van tomaten-, komkommer-, paprika- en aubergineplanten.
De aankondiging van Jongerius kwam op een cruciaal moment in het jaar voor biologische telers en kwekers. In tegenstelling tot gangbare kwekers mogen ze hun planten namelijk niet belichten. Dus als ze volop willen profiteren van de zonuren in de zomer, moeten ze de planten aan het begin van het jaar in de kas hebben. In oktober of november moet het zaadje dan bij de opkweker de grond in.
‘Het was zelfs zo bizar dat er een klant was wiens onderstammen al waren gezaaid bij Jongerius, maar voor de bovenstam kreeg hij zelf een zak zaad mee. ‘Zoek het maar uit’, was de boodschap’, vertelt Van Marrewijk in een kas vol tomatenplantjes.
Om het probleem te illustreren pakt hij er een op, met kluit en al. Het onderste deel van de stam is donkerder dan het bovenste deel, dat erop lijkt geplakt. ‘De rassen waarmee we werken staan steeds zwakker op hun wortels, ze zijn vooral gericht op productie’, zegt Van Marrewijk. ‘Dus planten we in de biologische teelt ook een wildere tomaat of paprika als onderstam. We snijden de planten doormidden en laten ze met elkaar vergroeien. Dan heb je een plant die veel produceert én bestand is tegen bodemziekten.’
Het mag duidelijk zijn, biologische planten opkweken is een vak apart. Waar gangbare opkwekers de zaadjes in steenwol planten en zo precies de juiste hoeveelheid water en voedingsstoffen kunnen toedienen, mag dat in de biosector niet. Vandaar dat Van Marrewijks plantjes in een kluit aarde staan. ‘De bodem moet de plant voeden’, zegt hij. ‘Dat is moeilijker, maar als je het spelletje begrijpt hoef je geen gekke dingen te doen.’
Na de aankondiging van Jongerius ging de hele biosector dus op zoek naar opkwekers die het spelletje begrijpen. ‘De schrik sloeg wel even om het lijf. Als zo’n grote partij wegvalt heeft dat grote gevolgen’, zegt Jan Groen, voorzitter van brancheorganisatie Bionext. Net als kwekers zelf ging hij op zoek naar alternatieve leveranciers. ‘Ik heb in een paar weken tijd de hele opkweeksector in de Benelux en Duitsland leren kennen.’
Bedrijven uit België en Duitsland stapten naar voren, en grote spelers in gangbare opkweek voerden hun biologische productie op. Ook Van Marrewijk vond een extra locatie en breidde uit, van 3,5 naar 5,5 hectare. Daar staan nu komkommers, zodat hij in zijn originele kas de omstandigheden ideaal kan houden voor paprika- en tomatenplanten.
Daar zijn medewerkers bezig met zwarte clipjes de tomatenplanten aan houten stokjes vast te maken. Op die manier groeit de plant netjes omhoog en buigen de takken niet om. De kleur aan het uiteinde van het stokje geeft aan welk tomatenras in de kluit groeit.
GrowOrganix komt voort uit een vergelijkbare situatie als die met Jongerius. Toen in 2022 de plantenopkweker Plantise de activiteiten staakte, had dat eveneens grote gevolgen voor biologische kwekers. Van Marrewijk was een van de gedupeerden, net als Max Schwarz. Samen besloten ze GrowOrganix op te richten. ‘De toekomst van onze eigen bedrijven kwam in gevaar’, zegt hij. ‘In plaats van klant, werden we zelf de producent.’
De oorzaak van de terugkerende problemen met biologische opkweek is volgens hem de prijsdruk. ‘De laatste jaren zijn drie opkwekers omgevallen. Dat heeft telkens specifieke redenen, maar de gemene deler is dat tegenvallers op een gegeven moment niet meer op te vangen zijn.’ Biologische teelt is nu eenmaal duurder, stelt hij. ‘Mensen moeten bereid zijn daar meer voor te betalen.’
Na weken van onzekerheid werd het Jongerius voor Kerstmis failliet verklaard. Curator Marco Guit kan nog weinig zeggen over de oorzaken van de problemen. Wel meldt hij te onderhandelen met een partij over een doorstart. Bionext-voorzitter Groen spreekt van ‘een samenloop van omstandigheden’ bij Jongerius. De nekslag kwam toen de energiemaatschappij de levering van gas en elektra stopzette en beslag legde op goederen van de opkweker.
Groen is opgelucht dat vrijwel alle bioboeren inmiddels een plantenleverancier hebben gevonden. ‘De sector is veerkrachtig gebleken.’
Voor Van Marrewijk blijft de stress nog wel even. Ook in een normaal seizoen zijn dit de drukste weken van het jaar. Hij wijst naar een medewerker die met een waterslang de vloer van een van de kassen schoonmaakt. ‘Daar zijn de planten vanochtend weggegaan, vanmiddag komen er weer nieuwe.’ Alles om zo veel mogelijk kwekers te bedienen. ‘Tot week 10 is het geleefd worden, daarna wordt het pas rustiger.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant