Sinds Renee Good er vorige week werd neergeschoten door ICE, is de migratiepolitiedienst nog actiever geworden in de stad Minneapolis. Inwoners van kleur worden met geweld opgepakt, ook als ze een paspoort op zak hebben. ‘Het is een machtsshow’.
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Ze doet verslag vanuit Minneapolis.
Op haar pantoffels rent de 21-jarige Subeyda door de sneeuw. ‘Fuuut’, klinkt het in de verte. Een fluitje. Maar van waar? Subeyda rent de hoek om, haast zich richting de parkeerplaats. ‘Fuuut’, klinkt het opnieuw.
‘Ik weet niet waar dat dan weer vandaan komt.’ Ze draait zich om, naar een ander flatgebouw. ‘Fuuut.’
Door heel Minneapolis klinken deze dagen fluitgeluiden. Sinds Renee Good vorige week werd doodgeschoten door migratiepolitiedienst ICE, zijn de autoriteiten nog actiever geworden in de grootste stad van Minnesota. ICE-agenten rijden door de stad in geblindeerde SUV’s. Vanuit het niets springen ze uit hun auto’s en houden mensen aan. Veel inwoners zijn bewapend met fluitjes. Zodra ICE ergens opduikt, blazen zij daarop om mensen te waarschuwen of om hulp te vragen.
Cedar-Riverside, een multiculturele buurt met veel flats en moskeeën, klinkt op momenten als een fluitconcert. Hier woont de Somalisch-Amerikaanse gemeenschap, die al weken het grootste doelwit is van de aanvallen vanuit het Witte Huis.
Subeyda is een vrijwilliger die normaal voor de klas staat, maar nu achter fluitgeluiden aan rent om haar gemeenschap hulp te bieden wanneer ze met ICE worden geconfronteerd.
Per dag krijgt ze tientallen oproepen. Ze informeert inwoners over hun rechten, vraagt ICE-agenten naar een arrestatiebevel en filmt de aanhoudingen. ‘Ik zag ze net een tiener meenemen’, zegt Subeyda. ‘Die jongen was zo in shock dat er geen geluid meer uit hem kwam. De agressie die we zien is ons nieuwe normaal geworden.’
Met tweeduizend man sterk voert de migratiepolitie in het progressieve Minneapolis ‘hun grootste deportatieoperatie ooit’ uit, aldus Todd Lyons, de interim-directeur van ICE. Ook rond scholen en moskeeën. Inwoners vertellen dat ze nu, wanneer ze sirenes horen afgaan, als eerste denken: dat komt vast door ICE.
‘Kijk, ICE heeft mij verwond’, roept een jongen om de hoek van Subeyda. Hij steekt zijn trillende hand naar voren, daarop zitten diepe schrammen en bloedende wonden. Zoals alle inwoners in de stad liep de tiener, die niet met zijn naam in de krant wil, nietsvermoedend over straat. Zoals de meeste inwoners tegenwoordig, had ook hij zijn paspoort op zak. ICE had geen reden om hem aan te houden. Toch deden ze dat. Een straat verderop werd hij vrijgelaten. Volgens buurtbewoners gaat het zo de hele dag door.
‘Het is een machtsshow’, zegt Mohamud Noor, een lokale Democraat, terwijl hij door de buurt patrouilleert. Ook hij schiet burgers te hulp bij aanhoudingen. ‘Het zijn meestal jongeren die ze met geweld oppakken en even later weer op straat gooien.’ Wat de immigratiepolitie in Minneapolis doet, zegt Noor, heeft niets te maken met het arresteren van ongedocumenteerden. ‘Ze zijn alleen maar mensen van kleur aan het intimideren in hun eigen buurt. We zijn hier niet meer veilig.’
Het multiculturele Cedar-Riverside was eind 19de eeuw een Scandinavische buurt, gevuld met arbeiders uit de houtindustrie langs de Mississippi. Daarna kwamen de kunstenaars, hippies en intellectuelen. In de jaren negentig transformeerde de buurt tot ‘Little Mogadishu’. Duizenden Somaliërs, op de vlucht voor oorlog en hongersnood, streken hier neer. Ze bouwden in Minneapolis en de aangelegen ‘Twin City’ Saint Paul een gemeenschap op van inmiddels meer dan tachtigduizend mensen, veelal werkzaam in het onderwijs, zorg en transport.
Nu blijft de meerderheid zoveel mogelijk binnen. Ze verstoppen zich voor ICE, zelfs als ze staatsburger zijn, omdat iedereen kan worden opgepakt. Anderen gaan alsnog de straat op, om buurtgenoten te helpen.
De staten Minnesota en Illinois spanden maandag een rechtszaak aan tegen de regering-Trump. De lokale regeringen menen dat de massale inzet van agenten in Minneapolis en Chicago in strijd is met de Amerikaanse grondwet. Volgens hen wordt met de inzet van ICE hun soevereiniteit geschonden. Federale functionarissen herhalen dat hun campagnes noodzakelijk zijn om het immigratiebeleid van president Donald Trump uit te voeren. Ook als lokale overheden daar niet op zitten te wachten.
Dit weekend gingen door heel de VS vele duizenden Amerikanen de straat op om zich uit te spreken tegen het agressieve optreden van de immigratiepolitie. ‘Stop ICE terror now’, riepen ze in Atlanta, Georgia. ‘Stop de ICE-invallen nu’, klonk het in Honolulu, de hoofdstad van Hawaii.
Ook in Minneapolis gaat het al dagenlang los, zeker sinds de dood van Renee Good. Voor het hoofdkwartier van ICE roepen inwoners van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat naar agenten die wegrijden of terugkomen dat ze later spijt zullen krijgen van hun werk. Het afgelopen jaar vielen er 32 doden in Amerikaanse detentiecentra. Het hoogste aantal in twintig jaar tijd.
Ook in de Somalische buurt in Minneapolis gaat het over de dood van Good. Op beelden is te zien hoe ze weg probeert te rijden als een agent drie schoten op haar lost. Volgens de Trump-regering heeft de vrouw haar dood over zichzelf afgeroepen. Niemand kan over ICE praten zonder haar naam te noemen. Vaak volgen er daarna tranen.
‘Ze is gestorven omdat ze het opnam voor ons’, zegt Safia (37), die uit een buurtcentrum loopt in Cedar-Riverside. Met haar zwarte sluier veegt ze haar tranen schoon, ze draait zich om en loopt even weg. Twintig seconden later is ze weer terug.
‘We hebben ons land verlaten vanwege oorlog en conflict en nu leven we hier weer in onveiligheid’, gaat Safia verder. Ze voelt zich niet meer veilig op straat, loopt uit angst altijd met haar paspoort rond, maar wil er ook zijn voor haar gemeenschap. Ze brengt eten naar de ouderen die al helemaal niet meer buiten durven komen. ‘En het ergste is’, zegt Safia, terwijl ze haar ogen neerslaat, ‘is dat ik dit mede mogelijk heb gemaakt. Ik heb ook op Trump gestemd. Ik dacht dat hij goed zou zijn voor de economie…’
De Amerikaanse president zet mensen uit de Somalische gemeenschap tegenwoordig weg als ‘vuilnis’. ‘Ik denk dat veel van de mensen die uit Somalië zijn gekomen, een hekel hebben aan ons land’, aldus Trump vorige week tegen The New York Times.
Al maandenlang valt hij de Somalische gemeenschap aan vanwege een fraudeschandaal uit 2021: in de nasleep van de pandemie werden honderden miljoenen dollars, mogelijk zelfs miljarden, aan overheidssteun verduisterd door organisaties die actief waren binnen de Somalische gemeenschap. De bekendste zaak draaide om Feeding Our Future, een programma bedoeld om kinderen van voedsel te voorzien. Hoewel de leider van de groep fraudeurs een witte Amerikaan was, hadden de meeste verdachten een Somalische achtergrond.
Rond kerst laaide de controverse opnieuw op door een virale video van de conservatieve youtuber Nick Shirley. Hij ging kinderdagverblijven langs en beweerde dat door Somaliërs gerunde opvangcentra fraude plegen. Vanwege alle aanvallen vanuit het Witte Huis, heeft gouverneur Tim Walz, de running mate van oud-presidentskandidaat Kamala Harris, besloten om niet voor een derde termijn te gaan.
Sinds die video viraal ging, wordt de hechte Somalische gemeenschap lastiggevallen door mensen die naar winkels en restaurants bellen om eigenaren te vertellen dat ze het land uit moeten.
Dagen na de dood van Renee Good is het muisstil in de Somali Mall, een winkelcentrum vol schoonheidsproducten, kleding en etenswaren uit het moederland. ‘Dat schandaal heeft onze reputatie verwoest’, zegt Fardowsa Ibrahim (32) op haar kantoor op de derde verdieping. Ze werkt voor een organisatie die mensen met een beperking helpt.
De moeders van twee vriendinnen waren ook bij de fraude betrokken, zegt Ibrahim. ‘Je zag ze ineens in dure auto’s rijden. Het was zo raar dat zo’n groot schandaal kon gebeuren.’
Maar nu, zegt Ibrahim, worden de mensen die zelf hebben geleden onder de fraude als daders weggezet. De Trump-regering scheert alle Somaliërs over één kam. Trump wil zelfs genaturaliseerde Somalische Amerikanen terugsturen.
‘Ons hele leven staat op zijn kop’, zegt Ibrahim. De afgelopen week ging ze alle detentiecentra af op zoek naar haar broertje, die in december werd gearresteerd tijdens een afspraak om zijn visum te vernieuwen.
‘Pas na een week kreeg ik bericht’, Ibrahim. ‘Ik was blij dat hij nog leefde.’ De 27-jarige wordt binnenkort uitgezet naar Somalië, waar hij sinds zijn derde niet is geweest. ‘Hij moet het schrift gaan leren.’
Uit vrees dat haar eigen kinderen, wel Amerikaanse staatsburgers, te maken krijgen met ICE, heeft ze hen naar Kenia gestuurd, waar ze bij familie wonen en naar school gaan.
‘Dit was de enige manier waarop ik ze veilig kon houden’, zegt Ibrahim. ‘Ik weet dat Kenia ook niet veilig is. Maar ik heb liever dat hun telefoon wordt gestolen, dan dat ze een aanvaring krijgen met ICE vanwege hun huidskleur.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant