Verduurzamen De zorg redt levens – maar schaadt het milieu met energieverslindende apparatuur en bergen wegwerpmateriaal. Tegen 2050 moet ieder ziekenhuis vrijwel volledig circulair draaien. Hoe werken zorginstellingen daarnaartoe?
Per operatie verdwijnt gemiddeld twaalf kilo materiaal in de prullenbak.
OK-assistent Petra Middendorp (63) staat bij een metalen trolley in het Frisius MC in Leeuwarden. Op de kar liggen plastic verpakkingen, elk met de naam van een operatie op de pakken gedrukt: heup, darm, nier. „Bij elke ingreep wordt de OK zo ingericht dat niets ontbreekt”, zegt Middendorp.
Ze pakt een pak, scheurt het open. Pincet, schaar, klemmen, stapels gaasjes. „De chirurg mag natuurlijk niets missen”, zegt ze. „Maar alles wat het steriele veld – het vrij van ziekteverwekkers gehouden operatiegebied – raakt, belandt na afloop in de afvalbak”, zegt ze, „ook als het ongebruikt is.”
Per operatie verdwijnt gemiddeld twaalf kilo materiaal in de prullenbak. Operatiekamers vormen maar een klein deel van het ziekenhuis, maar zijn wel goed voor ongeveer 30 procent van de totale hoeveelheid ziekenhuisafval, blijkt uit cijfers van De Groene OK, een landelijk netwerk van zorgprofessionals dat zich inzet om operatiekamers te verduurzamen. „Een deel is onvermijdelijk”, zegt Middendorp. „Maar een ander deel komt doordat we steeds meer materiaal gebruiken.”
Sinds ze in het ‘green team’ zit, een ziekenhuisbrede werkgroep die onderzoekt hoe de zorgpraktijk duurzamer kan, kijkt ze bij elke ingreep kritisch naar wat wordt klaargelegd. „Hebben we dit echt nodig, of kan het met minder en duurzamer?”
Toch bleken oude gewoontes hardnekkig. Toen ze wegwerpdekens op de OK verving door wasbare, trok Middendorp nog regelmatig dekens uit de prullenbak. „Zo diep zat dat weggooien erin.”
Steeds meer Nederlandse ziekenhuizen zetten inmiddels actief in op verduurzaming, blijkt uit een rondvraag van NRC. 58 ziekenhuizen hebben de Green Deal Duurzame Zorg ondertekend, een initiatief van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) samen met zorgorganisaties, brancheverenigingen en verzekeraars, waarin is afgesproken dat de zorg in 2050 circulair en klimaatneutraal moet zijn.
Veel ziekenhuizen werken met meerjarige verduurzamingsplannen en hebben duurzaamheidscoördinatoren en green teams aangesteld. Verspreid over het land zijn er inmiddels meer dan tweehonderd van zulke teams actief, doorgaans bestaande uit enkele tot een tiental medewerkers van verschillende zorgafdelingen.
Die inzet moet de forse milieu-impact van de zorg terugdringen. Ziekenhuizen produceren jaarlijks ongeveer 1.500 kilo afval per bed, blijkt uit cijfers van de Milieubarometer, een meetinstrument dat organisaties helpt hun milieu- en klimaatimpact in kaart te brengen. Volgens het RIVM is de totale zorgsector verantwoordelijk voor circa 7 procent van de jaarlijkse CO₂-uitstoot.
Tijdens de coronapandemie nam de afvalberg verder toe. Zorgverleners grepen massaal naar wegwerpmaterialen en beschermingsmiddelen: afvalverwerker SUEZ zag het volume van het Nederlandse ziekenhuisafval in het eerste coronajaar met 200 procent stijgen. „We dachten ineens allemaal: elke patiënt is besmettelijk”, zegt gynaecoloog Frank Willem Jansen, voorzitter van de Groene OK. „Die reflex is gebleven, maar daar moeten we van af.”
Hoe verloopt die vergroening op de ziekenhuisvloer – en waar stokt het?
Ziekenhuizen bestaan om patiënten te behandelen, maar de meest duurzame behandeling is eigenlijk geen behandeling, zegt Ingrid Spijkerman, arts-microbioloog en programmaleider circulariteit bij Amsterdam UMC. „Elke test, elk instrument, elke handschoen heeft een keten achter zich van productie, transport en afvalverbranding.”
Daarom werkt het ziekenhuis met de zogeheten R-ladder: refuse (weigeren), reduce (verminderen), reuse (hergebruiken), recycle „Bovenaan staat iets níét doen. Dat voelt ongemakkelijk in een ziekenhuis, maar daar zit de meeste impact.”
Dat betekent niet dat het academisch ziekenhuis massaal behandelingen weigert. Wat ‘passende zorg’ is, ligt vast in landelijke richtlijnen en beroepsstandaarden, zegt Spijkerman. „Maar klimaatverandering dwingt ons het gesprek te voeren over welke zorg echt nodig is.”
Die afweging wint terrein. „Ziekenhuizen kijken bij zorgprotocollen steeds vaker niet meer alleen naar wat medisch werkt, maar ook naar wat de milieu-impact is”, zegt Adriaan van Engelen van Milieu Platform Zorg (MPZ), een kennisplatform waarbij vrijwel alle Nederlandse ziekenhuizen zijn aangesloten. „Dat is nieuw. Jarenlang telde maar één vraag: is het veilig en effectief?”
Vooralsnog worden die protocollen vooral getest in pilots, zegt Van Engelen. „Je verandert niet één handeling, maar een hele manier van denken. Dat kost tijd.” In de praktijk richten de meeste ziekenhuizen zich daarom eerst op „het laaghangende fruit”: minder materiaal gebruiken.
Op de dialyseafdeling van het Frisius MC bereidt verpleegkundige en greenteamlid Brenda van der Wal (36) het prikken van een shunt voor, een verbinding tussen slagader en ader. Via die lijn wordt bloed in hoog tempo uit het lichaam geleid, in de dialysemachine gezuiverd en weer teruggegeven aan het lichaam.
Voor ze aanprikt, schuift ze een vaatscanner over de arm. Ze knijpt wat gel uit een klein flesje, smeert het op de huid. Op het scherm lichten de bloedvaten op.
Tot voor kort ging dat flesje na drie dagen weg, ook als het nog halfvol was. „Zo stond het in het protocol”, zegt ze. „Maar ineens dachten we, waarom eigenlijk?” Na overleg met de afdeling hygiëne en infectiepreventie bleek de gel een week houdbaar. „Dat scheelt weer een flesje in de afvalbak.”
Niet al het materiaal op de afdeling liet zich makkelijk vervangen of verminderen. „Bij een shunt kan iemand plotseling flink bloeden”, zegt Van der Wal. Dat bloed kan opspatten en ziekteverwekkers overdragen, waardoor handschoenen en een mondkapje voor eenmalig gebruik „onmisbaar” blijven.
In een ziekenhuis, waar één beslissing het verschil kan maken tussen leven en dood, weegt veiligheid heel zwaar, zegt Jansen van de Groene OK. Die houding heeft onze zorg uitzonderlijk veilig gemaakt, maar stuurt ook dagelijkse keuzes. „Als een infectierisico 0,1 procent is, willen we naar 0,08”, zegt hij. „Alles wat dat theoretisch zou kunnen verhogen, wordt vermeden, ook als het alternatief nog steeds veilig is. Zo verliezen we uit het oog hoe groot onze invloed op het milieu is en wat dat op termijn betekent voor de gezondheid.”
Leveranciers spelen in op de wens naar maximale veiligheid door steeds meer medische hulpmiddelen als single use aan te bieden. Uit een inventarisatie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ) blijkt dat ongeveer 75 procent van die hulpmiddelen na één keer gebruik wordt weggegooid. Daarom stopt het ziekenhuis onder meer met wegwerp-operatiemutsen voor patiënten.
„Fabrikanten noemen hergebruik vaker onveilig”, zegt Spijkerman. „Maar vroeger steriliseerden we hulpmiddelen ook om ze opnieuw te gebruiken. Er zijn geen aanwijzingen dat dat nu niet meer kan.”
Ook het ministerie van Volksgezondheid ziet dat dit leidt tot onnodige verspilling. Nederland pleit daarom in Brussel voor regels die fabrikanten verplichten te onderbouwen waarom medische hulpmiddelen alleen voor eenmalig gebruik geschikt zouden zijn.
Zelfs als er wél een duurzamer alternatief op de markt is, betekent dat nog niet dat een ziekenhuis het ook kan invoeren. De duurzaamheidscoördinatoren van het Frisius MC probeerden wegwerphandschoenen te vervangen door varianten van bioplastic, maar liepen vast. De bestaande handschoenen waren al veilig bevonden, contracten met leveranciers lagen voor jaren vast en over de werking van nieuwe alternatieven was vaak minder bekend. „Zonder die onderbouwing kregen we het ziekenhuis niet mee”, zegt duurzaamheidcoördinator Syria Reuvers (28).
Die onderbouwing moet niet alleen aantonen dat een alternatief veilig is, maar ook dat het daadwerkelijk milieuwinst oplevert. Ziekenhuizen gebruiken daarvoor levenscyclusanalyses (LCA’s), die de milieubelasting van een product doorrekenen.
Die analyses kosten al snel duizenden tot tienduizenden euro’s. „Academische ziekenhuizen kunnen dat onderzoek soms zelf uitvoeren”, zegt Jansen. „Voor veel kleinere ziekenhuizen vormen de kosten een drempel.” Daarom verzamelt het Milieu Platform Zorg bestaande levenscyclusanalyses op het platform De Groene Z, zodat ziekenhuizen kunnen zien welke hulpmiddelen duurzamer zijn, zonder zelf voor veel geld onderzoek te moeten doen.
Jansen vraagt zich af of die bewijsdrang niet doorschiet. „We doen soms alsof we niets mogen veranderen zonder een volledig rekenmodel”, zegt hij. „Terwijl je met gezond verstand vaak al ziet dat iets overbodig is.”
In de scopiekamer van het Frisius MC, waar artsen met een camera in het lichaam kijken, is deze middag de prullenbak al bijna vol. „We werken met ontlasting en urine, dus dat gaat snel”, zegt verpleegkundige Iris de Zeeuw-van Schepen (36).
Ze trekt een lade open. Witte bakjes, tientallen, netjes opgestapeld. „Voor kunstgebitten”, zegt de verpleegkundige. „Oudere patiënten doen hun gebit hierin tijdens een behandeling.” Ze klapt er één open, draait het om. Binnenin zit een dun plastic inzetstuk. Ze tikt erop met haar nagel. „Na een behandeling gaat dit dan zo, hup, de prullenbak in.” Superfrustrerend, vond ze dat. „Ik zag de stapels troep toenemen.”
Dus begon ze zelf naar oplossingen te zoeken. Op conferenties vroeg ze collega’s: hoe pakken jullie dit aan? Die tips delen ze nu in een appgroep met 173 zorgmedewerkers, de Groene MDL. „Je hoeft het niet meer zelf uit te vinden”, zegt ze. „Je vraagt gewoon: werkt dit bij jullie?”
Zoals bij die gebitsbakjes. Het contract met de leverancier konden ze niet opzeggen. Een levenscyclusanalyse kostte te veel. Maar toen viel ineens het kwartje. „Patiënten hebben thuis toch al zo’n bakje voor hun gebit?”
Ze overlegde met communicatie. Patiënten krijgen nu vooraf een berichtje: neem uw eigen bakje mee.
„Zo eenvoudig kan het zijn”, zegt ze. „Super toch?”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC